De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ben ik het Heere?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ben ik het Heere?

6 minuten leestijd

'Gij zijt het licht der wereld' (Mattheüs 5, vers 14a)

Er zijn van die bijbelwoorden die, zo lijkt het wel, zich jarenlang aan je feitelijke waarneming onttrekken. Je leest ze wel, maar je leest ze niet. Hier hebt u zo'n bijbelwoord, althans voor mij: 'Gij zijt het licht der wereld'.

Ik kon mijn ogen eigenlijk niet geloven. Feilloos stonden die andere woorden in mijn geheugen en hart gegrift: 'Ik ben het licht der wereld'.

Ja, Jezus Zelf als het Licht der wereld. Jezus, de Zonne der gerechtigheid, de blinkende Morgenster, maar nu dit: 'Gij zijt het licht der wereld'.

Misschien durven we onszelf in alle schuchterheid nog wel te vergelijken met een kaarsje dat in een klein hoekje schijnt, maar nee, Jezus zegt het voluit: 'Gij zijt het licht der wereld'.

Zo iets slaat naar binnen. Ben ik het Heere? Ben ik het licht der wereld? Met andere woorden straalt in deze duistere wereld van kerk en maatschappij het licht van Christus af in mijn leven?

Voor wij, welk antwoord dan ook voor onszelf geven, vragen we ons eerst af wat 'licht' eigenlijk is. Licht is zo iets heerlijks en geweldigs, zoiets rijks en bijzonders, dat het alleen maar uit God kan komen. Zo staat het ook letterlijk in de bijbel: 'God is een licht' en alle goede gaven, dus ook het licht, is afkomstig van de Vader der lichten. God is Zelf licht en Hij schiep het licht.

We lezen over de scheppingsmorgen: 'En duisternis was op de afgrond en God zeide: Daar zij licht en daar werd licht. En God zag dat het licht goed was. En God maakte scheiding tussen licht en duisternis. En God noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de eerste dag'.

Het licht was er dus al voordat de zon, de maan en de sterren er waren. God sprak en er was licht. En dat licht was goed. Licht is dus goed. Hoe heerlijk is het licht! Het licht maakt dat we alles om ons heen kun­nen zien. Het licht geeft ons oog voor de schitterende kleurenpracht in Gods weergaloos mooie schepping. Door het licht kunnen we waarnemen en bijna al onze kennis is afhankelijk van waarneming. Zonder waarneming geen kennis. Dat geldt niet alleen in het natuurlijke, maar ook in het geestelijke.

En daarbij komt nog dit: licht is onmisbaar nodig voor het leven. Licht is levenscheppend, levensvernieuwend en levensonderhoudend. God geeft ons de zon als lichtbron, levensbron en krachtbron. Er kan geen plant of boom groeien zonder licht. Zuurstofvoorziening staat of valt met licht. Kortom, wat zou een wereld zonder licht zijn? Een land van donkerheid, duisternis en dood. Vormloos, kleurloos en levenloos.

Welnu, zo essentieel is het licht der wereld in geestelijke zin ook. Het geestelijk licht is onmisbaar in deze duistere wereld. Want daar staat 'wereld' voor: voor duisternis, zonden en dood. Zonder dit geestelijke licht is het leven van de mens vormloos, kleurloos en eeuwig donker.

Daar verandert kunstlicht niets aan. Ook niet in de kerk. Een leven zonder de levende geloofsgemeenschap met God in en door Christus plaatst ook de (vrome) kerkmens in het kamp van de duistere wereld. Laten wij onszelf nu eerlijk afvragen of wij licht der wereld zijn of nog steeds behoren tot het (bonds)volk dat in duisternis wandelt en woont in het land van de schaduwen des doods? Naar Gods eigen belofte: 'Gij zult een groot licht zien', wil dit woord dat licht verschaffen als zijnde een lamp voor uw voet en een licht op uw pad. Opdat dit licht voluit zal gaan schijnen in ons leven om de duisternis voor eeuwig te verdrijven.

Door zo'n tekstwoord dringt het ochtendgloren a.h.w. al door de duisternis heen. En ook al komt door dit woord de duisternis van ons volstrekt verloren leven openbaar, ook al laat dit Geesteslicht zien in welke oneindige duisternis we leven, zie het als een lichtstraal die door wil dringen tot de donkerste schuilhoeken van ons heimelijke zondaarsleven, dat dit licht niet kan en wil verdragen. Maar toch, verberg je niet voor dit licht. Hoe ontroerend zijn de woorden van Jezus uit Johannes 12, vers 36: 'Terwijl gij het licht hebt, gelooft het licht, opdat gij kinderen des lichts moogt zijn'.

Dat is de bedoeling: dat wij kinderen des lichts zijn. Gods Bruid als een licht der wereld. Op zo'n wijze dat wij door leer en leven licht mogen verspreiden in de wereld om ons heen. De wereld van ons gezin, van onze familie, van onze gemeente, onze school-en werkwereld. Jezus laat dit woord met name ook gelden voor Zijn discipelen die deze tegenwoordige boze wereld worden ingezonden om lichtdragers te zijn: 'Gaat dan heen in de gehele wereld, onderwijst alle volken, hen dopende in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes'.

Het moet ons opvallen dat het Jezus is die zegt: 'Gij zijt het licht der wereld'. Niemand van Zijn kinderen zal zelf zeggen: 'Ik ben het licht der wereld'. Jezus Zelf voegt hen deze woorden toe. Het komt ook geheel voor rekening van het Licht der lichten Zelf. Wanneer Hij door het Licht van zijn Geest ons duistere hart verlicht, zorgt Hij ervoor dat wij lichtdragers worden. Zullen we wandelen als kinderen des lichts. 'Want hoe zalig is het volk dat naar Uw klanken hoort, zij wandelen Meere in het licht van het Goddelijk aanschijn voort'.

Het geheim is dicht bij de Zonne der gerechtigheid te leven.

De diepe verwondering dat de Zonne der gerechtigheid voor mij de drie-urige dikke duisternis doorleed en doorstreed, de eeuwige toorn van God weg wilde dragen, het huis van die sterk gewapende vorst der duisternis binnendrong om mij uit zijn duistere machtsgreep te verlossen, het donkere graf voor mij wilde heiligen door Zijn zijn in de dood. Maar ook, als het 's morgens begon te lichten, door Zijn heerlijke opstanding de duisternis voor eeuwig achter Hem en daarmee achter zijn Bruidsgemeente liet. Zalig die mens die door het geloof zich in deze opstandingskracht en heerlijkheid betrokken mag weten.

Als wij zo gekoesterd mogen worden door de stralen van Zijn onemdige zondaarsliefde, wordt onze lichtbron opgeladen en zullen we licht verspreiden, wereldwijd. Ik zal het nog eenvoudiger zeggen: waar het woord van Jezus: 'Zonder mij kunt gij niets doen', leeft in ons hart, zullen we van stap tot stap lichtdrager zijn. Hoe zullen we dat ook nodig hebben, want de duistere wereld is niet blij met dit licht. Als het mogelijk is zal ze het doven, zowel binnen als buiten de kerk. Maar laten we nooit vergeten hoe het licht ons bereikte. 'Want eertijds waart gij duisternis, maar nu zijt gij licht in den Heere wandelt als kinderen des lichts' (Ef. 5, vers 8).

Dat voortdurend te beseffen geeft dit licht een zachte glans.

Het lijkt op de glans van het Licht der Lichten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ben ik het Heere?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's