Gij zijt die man (1)
Incest in het gezin
Dr. Joh. C. Borst, Nederlands hervormd predikant in Apeldoorn-Noord en justitiepredikant van de penitentiaire inrichting te Zutphen, is onlangs gepromoveerd op een studie naar de pastorale zorg van incestdaders. Zijn dissertatie kreeg de titel mee: 'Gij zijt die man!', een woord van de profeet Nathan aan koning David toen hij hem op zijn zonden aansprak. In een reeks van vier artikelen gaat dr. Borst in op incest in het gezin (1); de incestdader (2); pastoraat en incest (3) en incest in de gemeente (4).
Geen deur voorbij
Geen deur voorbij. Als beginnend justitiepredikant in een groot huis van bewaring in het westen van het land werd ik geconfronteerd met mannen, die alle mogelijke misdrijven gepleegd hebben. In een huis van bewaring zitten gedetineerden die nog veroordeeld moeten worden. De één krijgt een eis van een paar weken of maanden, de ander van vele jaren met t.b.s. En de meeste mannen kom je als gevangenispredikant tegen in de kerk-achter-tralies: In de kerkdienst, het groepsgesprek of het gesprek op cel. Voor vele gedetineerden zijn de eerste weken een tijd van tegenslag op tegenslag. Ze verliezen niet alleen hun vrijheid, maar ook het normale contact met vrouw en kinderen, raken zonder werk, zijn onzeker over hun toekomst, worden geconfronteerd met talloze regels en moeten dat allemaal achter een stalen deur verwerken. De gang naar de kerkdienst, het zich kunnen uitspreken in een groepsgesprek of onder vier ogen met de predikant is voor velen van betekenis. Zo mag het justitiepastoraat een 'vrijplaats' zijn in een 'totaal instituut' waar een andere taal wordt gesproken dan op de ring en waar mensen niet alleen over hun daden kunnen spreken, maar ook over hun tranen.
Geboren en getogen in de Rotterdamse binnenstad had ik van veel misdrijven al vroeg gehoord. En wie ben ik om te zeggen dat 'iets' mij niet zal overkomen? Waar ik wel eens van had horen fluisteren, maar nooit in eigen kring meegemaakt, was bloedschande of incest. En dan krijg je van de een op de andere dag enkele briefjes in je postvakje met een verzoek voor een gesprek met gedetineerden, die verdacht worden van incest met een of meerdere dochters of zonen. Voor de leesbaarheid wordt steeds over mannelijke incestdaders gesproken — in de regel vaders — en over vrouwelijke incestslachtoffers — in de regel dochters. De laatste cijfers geven weer dat van de mannelijke incestdaders ca. 19% de (stief)vader is; 25% een oom; 25% een broer; 9% een grootvader; 9% een neef; 12% andere gezins-of familieleden en 1% de moeder.
Zelf net vader geworden loop je met lood in je schoenen naar zo'n cel - of liever: je loopt die cel eerst enkele dagen voorbij. Ik weet natuurlijk heel goed waar mijn weerzin vandaan komt. Maar als je dan in een jeugddienst zo overtuigend mogelijk preekt over de tekst 'Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen...' (Matth. 25 : 36), dan stap ik toch naar binnen, met alle menselijke gevoelens die een dominee eigen zijn.
Alles lijkt zo gewoon
Wat fijn dat u mij opzoekt. Ik wist wel dat een dominee mij niet zou laten vallen. U zult wel begrijpen, dat ik hier eigenlijk niet thuishoor. Maar de politie, ook maar gewone mensen natuurlijk, hebben die verhaaltjes van mijn dochter en vrouw voor waar gehouden. Ik zal het u uitleggen. Maar, neem eerst een stoel, trouwens, ik heb maar één stoel... (incestdader)
Een man, 41 jaar, (meelevend) gemeentelid, na enkele dagen op het politiebureau gezeten te hebben is hij nu een week in het huis van bewaring. Hij is vader van een gezin met vier kinderen, twee jongens en twee meisjes. Hij heeft een aardige baan, is actief in het kerkelijke werk, woont met zijn vrouw, met wie hij achttien jaar getrouwd is, in een rijtjeshuis met een tuintje voor en een tuintje achter. Hij gaat eenmaal per jaar met vakantie en tweemaal per zondag naar de kerk. Alles lijkt zo gewoon....
Dat zat ik me te bedenken terwijl hij — zittend op zijn bed — een lang verhaal hield. Hij sprak over alles en nog wat, een huis-, tuin-en keuken-babbel, behalve over zijn oudste dochter, die hij de laatste drie jaar seksueel heeft misbruikt. En ik zat me af te vragen: heeft deze man, deze medebroeder, zijn eigen kind, zijn erfdeel (Psalm 127 : 3), verkracht?
Deze man is echtgenoot en vader van een gezin. De vraag is: wat is er nu in dat gezin aan de hand? Hoe is het mogelijk dat daar, in zo'n 'gewoon' gezin, het seksueel misbruik zo lang heeft kunnen voortduren? Komt incest in de lagere sociaal-economische milieus vaker voor dan in de hogere milieus? Of is het juist andersom? Komt incest in kerkelijke gezinnen meer voor dan in niet-kerkelijke gezinnen? En als het binnen de kerk al voorkomt, komt het dan meer in de zogenaamde orthodoxbevindelijke gezinnen voor?
Deze vragen zijn mij meerdere malen gesteld op bijvoorbeeld een lezing voor een classis, een ring, voor een groep hulpverleners, een gastcollege op een universiteit etc. Het zijn vragen waarop moeilijk antwoord is te geven, omdat we alleen weten wat er bekend wordt over incest. Over wat er (tot nu toe) bekend is uit sociaal-wetenschappelijk, onderzoek is het volgende te zeggen: Incest komt in alle milieus voor: hogere en lagere sociaal economische milieus, kerkelijke en onkerkelijke milieus. In sommige milieus is er een aantal factoren die ertoe kunnen leiden dat in 'dat' milieu eerder incest voorkomt. Als voorbeelden komen we tegen factoren als drankmisbruik, werkloosheid, één-ouder-gezinnen e.d. Een algemeen kenmerk is dat niemand het in 'dat' gezin verwacht...
Achter de gordijnen
Een opvallend kenmerk van een incestgezin is hoe de leden, vooral de vader, met macht omgaat. Maar ook broers, opa's en ooms kunnen extreem dominant zijn. Ze zeggen meestal het goede met hun kinderen te hebben voorgehad en ze beklemtonen dat ze nooit hebben gemerkt dat het kind de incest niet gewild zou hebben. Ze benaderen de kinderen als kleine volwassenen en belasten hen met verantwoordelijkheden en ervaringen die hun leeftijd verre te boven gaan. Zo missen de kinderen een (gedeelte van) hun jeugd (missing childhood).
Incest kan dus in alle milieus voorkomen. Maar: 'Fatsoenlijke' gezinnen zijn alleen maar beter in staat incest te verbergen en zullen niet zoveel onder de aandacht komen van maatschappelijke instanties. Wat gebeurt er achter de gordijnen? Er is een groot verschil tussen de binnenwereld van het gezin en de buitenwereld.
Dominee, wij zijn een kerkelijk meelevend gezin. Altijd geweest trouwens. Ik heb mijn kinderen grootgebracht met het Woord...
Enkele jaren geleden begon het, ze was toen dertien, een nakomertje. Ik snap zelf niet hoe het heeft kunnen gebeuren. Niemand had iets in de gaten. Later bleek dat mijn vrouw wel vermoedens had, maar die heeft ze nooit durven uiten. Mijn dochter en ik hadden een eigen taal. Als mijn vrouw zei, dat ze boodschappen ging doen, hoefde ik haar maar aan te kijken...
Neen, ze is nog niet op bezoek geweest. Ze heeft het er moeilijk mee, dat haar vader als een boef in de gevangenis zit. Dat heeft ze nooit gewild, toen ze met haar mentor van school ging praten...
(incestdader)
Binnenwereld: Een ander kenmerk van het incestgezin is de geslotenheid van het gezin. Sociale contacten met de buitenwereld zijn niet zelden bedoeld om een beeld voor de buren en de buurt op te houden. Het lijken goed geïntegreerde gezinnen, die vaak bij allerlei school-en kerkelijke activiteiten betrokken zijn, maar dat beeld stemt niet overeen met het wérkelijke gezin. Het leven van het gezin achter de gordijnen, de binnenwereld, is verdeeld. De sfeer onderling in de woonkamer is anders dan in de kinderkamer. Het woord 'douchen' heeft voor sommige gezinsleden een dubbele betekenis. De vader, die onder de schemerlamp de krant of aan tafel uit de Bijbel leest, is een andere vader, dan de vader die 's nachts de slaapkamer van zijn dochter(tje) binnensluipt. De vader, die op vrijdag het kerkblad rondbrengt en op zaterdag actief is bij de bazar, is een andere vader dan de vader die zijn zoontje wil masseren als moeder haar kooravondje heeft.
De moeder wordt in de meeste onderzoeken beschreven als een passieve vrouw, die veel ziek is of afwezig en die vooral vaak zwijgt (silent partner). Ze zou de signalen, die het slachtoffer (ongetwijfeld) uitzendt niet (kunnen) opvangen, negeren of zelfs de incest oogluikend toestaan. Het blijkt nogal eens dat het slachtoffer in zo'n geval meer moeite heeft met moeder dan met vader. Hét slachtoffer vindt dat moeder beter had moeten weten. De relatie tussen moeder en dochter is dan ook vaak ambivalant.
Buitenwereld: Het 'model' gezin dat in een rijtjeshuis woont, op zondag tweemaal naar de kerk gaat en altijd klaarstaat voor een ander, straalt harmonie uit. De buitenwereld merkt vrijwel niets van het leven achter de gordijnen. En als dan de incest ter sprake komt, in vrijwel alle gevallen door het slachtoffer, zal de buitenwereld reageren met ongeloof, verbijstering, bagatelliseren of negeren. De werkelijkheid is ook zo schokkend, dat het ook niet te bevatten is wat er gebeurd is...
Mijn ouders gaan wekelijks naar de kerk. Ik heb er veel moeite mee, maar ik heb er ook mijn contacten. En bovendien: Ik ga naar de kerk voor de Heere en niet voor de mensen...
Maar begrijpt u dat het wel eens moeilijk is om naast mijn vader te zitten, als het 's nachts weer gebeurd is... ? (incestslachtoffer)
Kortom: de conmiunicatie in het incestgezin is paradoxaal en de verantwoordelijkheden lopen door elkaar. Een veelvoorkomend verschijnsel is dat de dochter langzaam de verantwoordelijkheden van moeder overneemt (parentificatie). De grenzen tussen ouderschap en minnaarschap worden steeds onduidelijker. 'Niet zozeer het autoritaire van het ouderschap schept de onverenigbaarheid, maar het ouderlijke van de autoriteit. Niet in de eerste plaats autoritair gezag, maar in de eerste plaats ouderschap is onverenigbaar met minnaarschap.' (S. van der Kwast, Over de incest.) In het gezin gelden allerlei geheime codes, bondgenootschappen en de spelregels zijn niet aan alle spelers bekend. Dit geldt niet alleen voor de relatie incestdader-incestslachtoffer, maar ook voor de overige gezinsleden. Soms vermoeden of weten de andere gezinsleden wel iets, ook de moeder, maar kiezen zij ervoor te zwijgen uit angst dat het gezin uit elkaar valt. Men spreekt wel van een 'kluwengezin' of een 'multi-problem-gezin'. Er wordt niet — via derden — of op een schizofrene manier gecommuniceerd, gedicteerd, bevolen of gezwegen.
Signalen van incest
Het incestgezin, vooral het incestslachtoffer, zal vroeg of laat, afhankelijk van tal van factoren, signalen uitzenden. De vraag is: Wie vangt die signalen op?
Uit onderzoek blijkt dat vrijwel alle incestgevallen aan het licht komen via het slachtoffer, vrienden of vriendinnen van het slachtoffer en in enkele gevallen via een ambtsdrager. Zelden wordt in een eerste contact over de incest gesproken. Er gaat heel wat aan vooraf aan strijd, angst en verdriet, voor een slachtoffer of een ander gezinslid ook maar iets aan de buitenwereld durft te vertellen. Vaak is er op vage signalen niet gereageerd, omdat ze te onduidelijk waren of omdat men er geen raad mee wist.
Collega, ik durf mijn handen voor die man in het vuur te steken. Het is een meelevend gezin, vader heeft een hoge functie op het ministerie en moeder is actief in het jeugdwerk. Ik heb het gevoel dat u zich wel erg door dat meisje laat inpakken...
Ja, inderdaad, ze automutileert. Dat is, denk ik, een kwestie van aandacht trekken. U ziet toch ook wel dat het wat oppervlakkige verwondingen zijn... Neen, ik heb haar zelf nooit gesproken. Maar, nogmaals, ik ken de vader. Bovendien, u bent dan wel gevangenispredikant, maar wat weet u van het gemeentewerk? (Enkele fragmenten uit een 'collegiaal' gesprek)
Tenslotte: In dit artikel zijn maar enkele aspecten van het incestgezin ter sprake gebracht. In de volgende artikelen wordt een ander accent gelegd, o.a. op de incestdader (2), het pastorale contact met slachtoffer en dader (3), incest in de gemeente en preventie (4), maar er wordt steeds weer een verbinding gelegd met het gezin.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's