Van nu aan...
Mattheüs 26:64 Te lezen Matth. 26:57-68
Jezus voor de hogepriester Kajafas.
Hij kwam uit de hof, waar angst, bloed en tranen zijn deel werden. De sporen moeten wel op zijn kleding zijn achtergebleven. Kajafas heeft niets geleden. Die staat daar in vol ornaat, met de status van hogepriester. Maar wie is in deze zaal nu eigenlijk de hogepriester? Met het getuigenis is het niets geworden. Vele getuigen, dat wel. Maar geen eenparigheid. Tenslotte alleen het manke citaat van Jezus' woord over de tempel van zijn lichaam.
Als de hogepriester op een weerwoord aandringt, antwoordt de Heiland niet. Zijn zwijgen is teken, dat Hij alle onrecht doorziet. Er is geen beschuldiging; er valt niets te verdedigen.
Zonder het getuigenis nog te noemen, wendt Kajafas het roer. Hij komt tot zijn eigenlijke vraag: ik bezweer u bij de levende God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God.
Een geladen moment! Begrijpt u waarom? Hier wordt uw Heiland als een onbetrouwbare onder ede gesteld.
De levende God. Zo is de Heere steeds genoemd in onderscheid met de goden van de heidenen. Die goden waren van hout of van steen. Die hadden oren maar hoorden niet, ogen en zagen niet. Israël heeft een levende God. Die God is getuige en Hij verwacht waarheid in ons spreken. Tegen die achtergrond willen wij het beide van u horen (a): of u de Christus bent en (b): of u de Zoon van God bent. Een vraag naar het ambt en een vraag naar de persoon van Jezus. Een ambt is iets, wat men ontvangt. Maar je persoon, je natuur, daar word je in geboren, dat zegt iets van je wezen.
Welnu Christus! Ik bezweer U!
Opnieuw zwijgen? Nee nu niet. Hier is gelegenheid voor een duidelijke zelfopenbaring. De laatste tegenover het sanhedrin... Eenvoudig antwoord: Gij hebt het gezegd. Het is precies, zoals u zegt. Ik bekleed dat ambt en Ik bezit de eeuwige goddelijke natuur. Ik ben de Christus, de Zoon van God! Hoe denkt u, dat het in de zaal is toege gaan? Ik denk, dat Jezus onder doodse stilte dit zelfgetuigenis heeft afgelegd. Niemand heeft er een woord van hoeven te missen. Voor bijna 70 paar oren is het gezegd: Hier staat, o Israël, uw Messias! Hogepriester, joodse raad, is dit niet het moment, waarop u knielt en aanbidt?
Laatste prediking van Jezus voor het Sanhedrin. Een prediking met de oproep: bekeert u toch en kiest wat tot uw vrede dient. Jeruzalem, hier is uw heil!
Het klare antwoord brengt de hogepriester niet tot ander inzicht. Voor hem stond het al lang vast, beter dat er één sterft dan dat het hele volk omkomt. Maar voor de anderen... 't Is toch een wonderlijk antwoord. Een man in boeien, een hopeloze mens, kan die aanspraak maken op de titel van Messias, kan Hij de Zoon van God zijn? Gods Zoon in banden, de Redder Zelf gebonden?
Het is alsof de Heere deze bedenking aanvoelt. Hij wil het bij zijn eenvoudige bekentenis niet laten. Er komt nog een stuk zelfgetuigenis bovenop. Straks zal niemand van de Joodse Raad kunnen zeggen: dat heb ik niet geweten. Niemand te verontschuldigen!
Ik zeg ulieden: Van nu aan zult ge zien, de Zoon des Mensen, zittende aan de rechterhand van de kracht Gods en komende op de wolken des hemels.
Kost voor Schriftgeleerden. De Heere grijpt naar het woord van de profeet Daniël. Vier dieren zag de profeet opkomen uit de rivier. Ze zijn het symbool van vier wereldmachten. Toen het laatste dier was verschenen, zag Daniël in het visioen, dat God zich opmaakte tot het gericht. Maar Hij zal niet Zelf rechtspreken. Er komt er Eén, gelijk aan een mensenzoon, met de wolken des hemels. Serafs brengen Hem tot de troon van God. Daar ontvangt Hij de macht en het koninkrijk. Daniël zag de verheerlijking van de Zoon des Mensen. God heeft het wereldregiment aan zijn Zoon gegeven. En nu, in het huis van de hogepriester klinkt het: Heden Kajafas, heden Joodse Raad is deze Schrift in uw oren vervuld! Onder ede verklaard...
Troost voor mensen, die zichzelf als een bedrieger hebben leren kennen. Zit u ook niet met zo'n arglistig hart? En vraagt u zich misschien af of u dan toch in de ellende eenmaal zult omkomen? Zo vaak al de strijd verloren. Moet ik dan altijd het onderspit delven?
Gebeden worden omhoog gestoten: Heere help mij! Soms zijn zij gepaard met een bange vraag naar de mogelijkheid. Zou de Heere kunnen helpen, ik heb het niet verdiend. Maar voor wie zichzelf veroordeelt en toch op God hoopt, opent de Geest de ogen voor Hem, die zichzelf een onbetrouwbare het maken. Zijn verklaring onder ede is een wonder van genade. Zij zegt mij: Ik ben de Zoon van God, die na de grote wereldrijken komt en wiens troon in eeuwigheid zal zijn. Houdt moed in uw strijd. Er is Eén koning. Zijn bloed en zijn banden tonen Hem in Zijn levensgang als van een Priester. Door lijden tot heerlijkheid!
Zag u en hoorde u De Hogepriester? Welke?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's