Johannes Hus voorloper van de Reformatie (2)
Achtergronden
Wij zullen niet veel kunnen begrijpen van de voorlopers van de Kerkhervorming in het algemeen èn van leven en werk van Johannes Hus in het bijzonder als we hen niet plaatsen in de omlijsting van hun tijd. Om beter zicht op Johannes Hus te krijgen, is in ieder geval nodig dat we iets meer weten over het westers of pauselijk schisma èn over Wyclif. We zullen daarbij ontdekken dat het pauselijk schisma en de ontwikkelingsgang van Wyclif in elkaars verlengde liggen.
Het westers of pauselijk schisma
De dalende lijn, waarin de pauselijke macht zich al geruime tijd bevond, bereikte zijn trieste dieptepunt in het genoemde schisma (= scheuring). Op een gegeven ogenblik zijn er twee pausen, waarvan de één (Urbanus VI) in Rome en de ander (Clemens VII, die door Frankrijk in het zadel is geholpen) in Avignon zetelt. Beide pausen doen voor elkaar niet onder en spreken de ban over de ander uit. Daarmee zijn we aan het begin van het westers of pauselijk schisma dat duurt van 1378-1418.
Gevolg van dit schisma is dat de westerse christenheid in tweeën uiteen valt. Terwijl het aanzien van de kerk nog meer schade wordt toegebracht. Nóg meer, ja! Want het wereldse en weelderige leven van de geestelijkheid hééft het aanzien van de kerk al erg geschaad. Van alle kanten klinkt forse kritiek op de kerk. Vermoedelijk verdient ook op dat punt het beeld van de late Middeleeuwen, met name van de middeleeuwse mens, bijstelling. Hij was minder onderdanig dan vaak wordt verondersteld. Al zal het gewone volk vermoedelijk wel zo wijs zijn geweest zijn kritiek voor zich te houden als er geestelijken in de buurt waren - bij hun afwezigheid heeft het bepaald geen blad voor zijn mond genomen. Toch zijn er ook die niet geschroomd hebben hun kritiek aan het adres van kerk en geestelijkheid zélf te richten. Van elk een voorbeeld.
Hoe het gewone volk de laat-middeleeuwse kerk en haar geestelijkheid op de korrel neemt, wordt duidelijk uit de zogenaamde 'Canterbury Tales' uit 1386-1389. Dit is een bundeling verhalen die pelgrims op weg naar Canterbury elkaar (werkelijk!) verteld hebben. In een recensie van een onlangs verschenen Nederlandse vertaling van deze verhalenbundel (in het Reformatorisch Dagblad van 6 januari 1996) kwam ik in dichtvorm de volgende uit genoemd boek overgenomen kritiek op de geestelijkheid tegen. Ze spreekt voor zichzelf.
'Zodra de vrouw de clerus gaat proberen, /
Want ze betalen goed, die vrome heren/
Met Venus' munt en niet met loze duiten, /
De clerus gaat zich wel te buiten.'
Dit geldt de ontucht waarin de geestelijkheid, ondanks het celibaat, doorgaans leeft. De tweede kritiek-in-rijmvorm betreft de geldzucht van de clerus, die haar climax vindt in de weerzinwekkende aflaathandel, waartegen Luther, maar al ruim honderd jaar daarvoor ook Hus, fel heeft geprotesteerd:
'Sinds ik als aflaatkramer ben begonnen, /
Heb 'k jaarlijks met die trucs veel geld gewonnen...
Want mijn oogmerk is steeds mijn eigen winst./
Oog voor hun zonden heb ik niet in 't minst'.
Een voorbeeld van openlijke kritiek aan het adres van kerk en geestelijkheid zélf levert Catharina van Siena (overleden 1380). Deze boetepredikster en moedige verpleegster van pestlijders velt over de romeinse curie, nota bene de top van de geestelijkheid, dit harde oordel: het is een werkplaats van hels verderf.
Ook op andere manieren worden kerk en geestelijkheid onder kritiek gesteld. Al in een vroeg stadium, namelijk vanaf het begin van de twaalfde eeuw, hebben vrome mannen en vrouwen de door hebzucht en machtsbegeerte aangetaste geestelijkheid willen beschamen door apostolische prediking en in een leven van armoede om Christus' wil (overeenkomstig Matth. 10 : 9). In de beweging van de Waldenzen, aan het begin van de twaalfde eeuw, vond dit armoede-ideaal z'n beste vertolking.
Al deze vormen van kritiek hebben als het ware mede de schering gevormd waarop het patroon van de Kerkhervorming nadien kon worden geweven.
In dit geheel heeft ook het pauselijk schisma zijn betekenis gehad. Allereerst had dit zijn weerslag op de gewone gelovigen. Aan wie van de twee pausen, die allebei aanspraak maakten op de stoel van Petrus, moesten zij gehoorzaam zijn? Een voorbeeld van deze algemeen heersende onzekerheid is Geert Groote, die naar zijn beste weten een aanhanger is van paus Urbanus VI, maar bereid is zich aan beter inzicht over te geven.
Vervolgens heeft het schisma ook gevolgen voor de politieke verhoudingen in die dagen. Vanzelfsprekend werd de keuze voor de paus die in Rome of in Avignon zetelde, ingegeven door de verhouding die een staat tot Frankrijk had. Maar de ontwikkeling die van belang is geworden voor de Kerkhervorming is dat een zwakke kerk, die eeuwenlang hele volken in haar macht had, nu ruimte bood voor de ontwikkeling van zelfstandige, nationale staten.
Niet alleen de kritiek die allerwege over kerk en geestelijkheid werd uitgestort, maar niet minder het ontwikkelingsproces van nationale staten en kerken, door het schisma in een stroomversnelling geraakt, heeft de weg tot de Kerkhervorming geëffend. Deze zou niet tot stand zijn gekomen als er niet een zekere zelfstandigheid van de nationale staten ten aanzien van de pauselijke aanspraken op macht was gekomen. Het pauselijk schisma heeft dit proces versneld.
Engeland
Een duidelijk voorbeeld van de ontwikkeling naar een zelfstandige staat en kerk is Engeland. Vanwege de altijd al geïsoleerde ligging bestond daar vanouds de neiging om een betrekkelijke zelfstandigheid ten opzichte van de paus in te nemen. Maar dit streven wordt bevorderd door de kerkelijke verwikkelingen als gevolg van he schisma. Zo ontstond een klimaat waarin Wyclif zich kon ontwikkelen tot wat hij is geworden.
Wyclif
John Wyclif (±1320-1384) kwam bij ziji studie aan de universiteit van Oxford in de vrije kunsten, godgeleerheid en wijsbegeerte vooral onder invloed van zijn leermeester Thomas Bradwardine, die op die empirische wetenschap was gericht. Deze filosofische stroming was tegengesteld aai de overheersende filosofie van het nominalisme, waarin niet zozeer werd uitgegaan van de empire, de werkelijkheid maar van allerlei ideeën. We noemen deze tegenstelling omdat verderop zal blijken hoe die doorwerkt op de verdere ontwikkelingen van de Praagse universiteit. Met alle gevolgen van dien voor Hus.
Van belang is ook te weten dat Wyclif zich o.a. bijzonder heeft toegelegd op de exegese van de Bijbel. Ongetwijfeld zal deze belangstelling het fundament gelegd hebben voor de uitgave van een Bijbelvertaling in de volkstaal, die, hoewel met anderen tot stand gekomen, grotendeels aan Wyclif wordt toegeschreven.
Zowel in zijn colleges in Oxford als in zijn preken, die hij houdt in Londen, bestrijd hij de wereldlijke macht èn de vele bezittingen van de kerk. Ook geeft hij blijk er voorstander van te zijn dat de kerk haar goederen afstaat ten gunste van de adel. Daarmee is hij een warm pleitbezorger van het hierboven gesignaleerde armoede ideaal en sluit daarmee aan op een traditie die al ruim anderhalve eeuw oud is.
Wyclifs visie op de kerk
Door het inmiddels uitgebroken pauselijk schisma intensiveert Wyclif zijn aanvallen op de kerk in woord en geschrift. Maar het blijft niet bij kritiek. Hij behoort tot de velen bij wie als gevolg van de ontwikkelngen van de Rooms-Katholieke Kerk de ogen ervoor open gaan dat Kerk en christenheid niet samenvallen met het pausdom. Maar wat is de Kerk dan wel? Kortom: hij bezint zich op de vraag naar het wezen van de Kerk.
Door zijn voortgaande studie van Augustinus komt hij meer en meer onder invloed van deze kerkvader. Zo rijpt bij hem het inzicht dat de Kerk niet de zichtbare optelsom is van de clerus en de gelovigen, maar gevormd wordt door de onzichtbare gemeenschap van de ware gelovigen. Deze bestaat uit leken en geestelijken. Opmerkeiijk is de gewijzigde volgorde: eerst de leken en vervolgens de geestelijken. Daaruit blijkt dat Wyclif de kerk niet meer hiërarchisch, van bovenaf bepaald zie maar van onderaf, vanuit het algemeen priesterschap van alle gelovigen.
In zijn geschrift over de macht van de paus wijst Wyclif aan dat er in de oude kerk geen verschil bestond tussen bisschop en priester. Elke gelovige is 'a real priest made of God' (door God tot echt priester gemaakt).
Verworpen moet worden alles wat niet op de Heilige Schrift is gegrond, zoals pausdom, monnikendom, celibaat, bedevaarten, heiligenverering en relikwieën. Dit zijn maar menselijke bedenksels.
Tegen de achtergrond van de zwaar overtrokken rooms-katholieke sacramentsleer moeten wij Wyclifs uitspraak verstaan dat de verkondiging van het Woord heilzamer is dan de uitdeling van sacramenten. Begrijpelijk is dat hij dan ook (en hij doet dat met een voortdurend beroep op de Heilige Schrift en Augustinus) de leer van de transsubstantiatie, de wezensverandering van brood en wijn in het Heilig Avondmaal, verwerpt. Brood en wijn veranderen niet. De manier waarop de gelovigen het lichaam en bloed van Christus ontvangen, is slechts geestelijk.
Ten aanzien van het sacrament van de biecht leert hij dat alleen berouw noodzakelijk is. Gedwongen biecht is in strijd met het evangelie en aflaten zijn zonder meer godslasterlijk.
Zijn exegetische arbeid heeft, zoals we al zagen, ongetwijfeld het fundament gelegd voor de uitgave van een Bijbelverklaring in de landstaal. Maar zijn visie op de Kerk, als onzichtbare gemeenschap van de gelovigen die door God tot ware priesters zijn gemaakt, de belijdenis van het algemeen priesterschap der gelovigen, heeft daartoe feitelijk de stoot gegeven. Als elke gelovige een priester is, behoort de Heilige Schrift het bezit te zijn van elke gelovige.
Invloed van Wyclif in Engeland
De invloed die Wyclif door woord en geschrift oefende, werd steeds groter. Op het laatst leek hij de overwinning over zijn teenstanders te behalen. Juist op dat moment brak er onder het volk, dat door Wylifs prediking in grote beroering was geracht, een boerenopstand uit. Deze optand wordt door Wyclifs tegenstanders op diens naam geschreven. Nu keren zijn kansen en een aantal van zijn stellingen worden door een synode als ketters verordeeld. Niet om deze reden laten de koning en het Hogerhuis Wyclif aan zijn lot ver. De eigenlijke reden van hun distantie is dat de geesten die Wyclif door zijn prediking blijkt te hebben opgeroepen de maatschappelijke orde van die dagen dreigen omver te werpen. Juist dit feit is veelzeggend voor de nieuw onstane politieke situatie als gevolg van het pauselijk schisma: die van betrekkelijke zelfstandigheid van nationale staten ten aanzien van de geestelijkheid in het algemeen en de paus in het bijzonder.
Invloed van Wyclif op Hus
Als lijst om het leven en vooral werken van Hus hebben we het portret van Wyclif nogal uitvoerig getekend. Als we dit beeld bij ons houden, zullen we er staks veel, soms letterlijk, van terugvinden bij Hus.
Grote nadruk heeft Wyclif gelegd op de prediking. Hus is hem in dat spoor geolgd door zijn prediking in de Bethleemkapel in Praag en toen het daar niet meer mogelijk was, overal buiten Praag waar het wel mogelijk was.
Tenslotte legt Wyclif er telkens weer de vinger bij dat de theologie van zijn tijd steeds verder is verwijderd geraakt van de Heilige Schrift, door hem consequent de Lex Dei, wet van God genoemd. Ook die uitdrukking vinden we letterlijk zo bij Hus terug.
Op één punt is Hus zijn leermeester niet gevolgd en dat betreft de verwerping van de leer van de transsubstantiatie.
De betekenis van Wyclif
Wyclif noemt, zoals we zagen, de Heilige Schrift consequent de lex Dei, de wet van God. Dat is veelzeggend voor zijn visie op het Evangelie, dat niet echt aan bod komt in Wyclifs pogen tot vernieuwing.
De Heilige Schrift is voor hem de wet van God omdat ze hem de norm aanreikt voor zijn streven naar herstel van de oude kerk. Radicaal is hij vervolgens in het wegsnoeien en uittrekken van alles wat de kerk aan menselijke tradities heeft overwoekerd. Voor die tijd is hij tot aan uiterste grenzen gegaan. Dat dit mogelijk was, is te danken aan de betrekkelijke zelfstandigheid die Engeland en de Engelse kerk konden ontwikkelen als gevolg van de onmacht die de roomse kerk demonstreerde tijdens het pauselijk schisma.
Maar al heeft Wyclif voor die tijd tot aan uiterste grenzen kunnen gaan, welbeschouwd is zijn streven niet uitgelopen op echte reformatie. Hij houdt het bij de gangbare leer, die hij wil ontdoen van al het menselijke waardoor ze is overwoekerd. En omdat Wyclif zich door de Heilige Schrift en Augustinus laat leiden, nadert hij weliswaar op bepaalde punten het Bijbels getuigenis. Maar tot een fundamentele vernieuwing van de leer der kerk komt het bij hem niet. Het geluid van de Romeinenbrief, dat zo krachtig bij Luther klinkt, horen we bij Wyclif niet. We zullen zien dat Hus op dit punt een voorzichtige, zij het wel beslissende, stap verder gaat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's