De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Weent niet over Mij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Weent niet over Mij.

5 minuten leestijd

Lucas 23 : 28 m Te lezen: Lucas 23 : 26-32

Pilatus heeft toegegeven. Jezus zal gekruisigd worden. Hij wordt weggebracht vanaf het rechthuis richting Golgotha. Allen met elkaar vormen zij een hele stoet. Een grote menigte van volk en van vrouwen volgde Hem. Die vrouwen hoorden natuurlijk ook bij dat volk. Toch worden zij apart genoemd. Zij weenden en beklaagden Hem. Men heeft gedacht aan de vrouwen, die met Hem uit Galilea meegetrokken zijn. Discipelinnen dus. En het zou geen wonder zijn, dat zij klaagden en weenden. Maar straks spreekt de Heere haar aan als 'vrouwen van Jeruzalem'. Het zullen dus zomaar vrouwen van de straat geweest zijn.

Die anderen zijn er ook. Een verborgen hand trok haar. Maar zij liepen niet vooraan. Zij hadden het niet nodig zich te vergapen aan Zijn leed. De tranen van déze vrouwen worden in stilte geschreid, omdat de liefde tot de Meester de diepste oorzaak is. Zij zien naar haar Heiland meer als een vragende dan als een klagende. Wat kan deze gang naar de dood betekenen? In haar oren klinkt het na, De Zoon des Mensen moet veel lijden en overgeleverd worden in de handen der mensen. Dat moet. God leidt de dingen naar Zijn — voorlopig nog onbegrepen — doel. Daar vallen wel tranen bij, maar het verdriet is niet zonder verwachting.

Maar die klaagvrouwen gaan zo diep niet. Zij huilen meer maar zij beleven minder. Zij hebben 't niet over De Zoon des Mensen. Zij denken, dat er zomaar een mens, tegen wil en dank, naar de plaats van het vonnis wordt gebracht. Zij wenen over Hem als over iemand, die sterven moet terwijl Hij leven wilde.

Ondanks deze onzuivere toonzetting doet de houding van deze vrouwen weldadiger aan dan die van de joodse Raad. Bij de Raadsleden alleen die harde blik, iets triomfantelijks ook, iets van zie-zo, nu gaat het dan toch gebeuren.

Toch is er in het medelijden van de vrouwen iets van verzoeking. Welke mens zou in zulke omstandigheden niet haken naar medelijden? Jezus moet een ontstellend gevoel van verlatenheid gekend hebben. De discipelen weg, alle genegenheid weg, de Vader, die Zich terugtrekt omdat Hij zijn recht eist van Christus' hand... Dan zijn die vrouwen, die tenminste nog wenen en klagen, nou, wat zijn ze? Een verzoeking! Want het gaat bij Christus niet om medelijden maar om geloof.

Wel een verschil hoe je in deze stoet meeloopt. Een verschil als tussen medelijden en geloof.

Ziet u ook Maria, helemaal achteraan? Als zij haar tranen laat vloeien is het meer dan medelijden wat haar beweegt. Jezus is haar Zoon. En Gods Zoon. Zij gelooft, hoewel zij geen raad weet met de vragen. Zij krijgt straks van Hem een bemoedigend woord: vrouw, zie uw zoon!

Maar de vrouwen op straat? Zie, daar staat Jezus stil. En Hij keert Zich tot de vrouwen. Hebt u er erg in? Dit is de laatste keer, dat Hij in het openbaar de schare aanspreekt. Noemt u het zijn laatste preek. De blijde boodschap voor een ieder, die gelooft. Het medelijden wordt afgewezen, het ongeloof de deur uitgezet, net als vroeger bij Jaïrus, toen klaagvrouwen in ongeloof Hem uitlachten.

Gij dochters van Jeruzalem! Had het niet gewoon kunnen zijn, komt vrouwen hoort naar Mij? Jezus legt de verbinding met de stad Gods. Jeruzalem is de woonplaats van God. Daar is de tempel, daar worden de offers gebracht. In Jeruzalem ziet alles uit naar Hem, die de weg naar de God van het verbond zal openen. De vrouwen zouden kunnen weten wat hier geschiedt.

En de preek zelf? Weent niet over Mij. U zou mogen vertalen met: houdt er onmiddellijk mee op! Waarom? Is het dan niet deerniswekkend Hem zo te zien gaan? Nee, en nogmaals nee! Weent niet over Hem want Hij gaat niet als een prooi of als een buit van de Schriftgeleerden, Hij gaat als de grote ambtsdrager, Profeet, Priester en Koning tegelijk. En Hij ontzet Zich over het lot vandit weerspannig geslacht. Zijn dood voor hen is niet zo beklagenswaardig als hun leven zonder Hem.

Weent niet over Mij. Zeker, Ik ga het kruis tegemoet maar achter het kruis ligt de overwinning en het leven. Ik verwerf dat leven voor u. Mijn weg is het heilige geheim van de Zoon met de Vader. Weent niet over Mij. U moet 't Mij niet beter toewensen. Het heilige geheim mag niet vertroebeld worden.

Eerbied voor dit lijden wordt maar op één manier getoond en dat is door het geloof, persoonlijk geloven, dat het bloed van Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonden. Dat is de eerste en de laatste evangelieverkondiging.

Een toets voor ons in de lijdensweken. Zien wij heden op onze Heere en Heiland, die onze schuld boet en voor ons de weg opent? Het is niet genoeg als wij zeggen de lijdenstijd aangrijpend te vinden. Ook niet als we er een traan bij wegpinken!

Dochters van Jeruzalem. Ik vertaal nu heel vrij: kinderen van het verbond, veegt u misschien tranen weg omdat meer Jezus geschilderd wordt dan dat de Christus verkondigd wordt? Houdt er mee op!

Weent over uzelf en over uw kinderen, want oordelen voltrekken zich over Jeruzalem. Tijden, waarin mensen tot de bergen zeggen, valt op ons en tot de heuvels, bedekt ons. Oude profetenwoorden.

Jeruzalem heeft die oordelen zien komen. Ze waren vreselijk. En achter die oordelen ligt het oordeel van de grote dag van Zijn komst. Dan is er maar één middel tot behoud. Dat ene middel is Hij, die in zijn laatste preek zei: houdt op met over Mij te wenen. Ik vraag geen medelijden, Ik vraag geloof.

Op weg naar Golgotha spreekt de grote Profeet. Van Golgotha gaat Hij naar Jeruzalem. Wij mogen Zijn lijden en Zijn dood zien in het licht van Pasen. En op die eerste dag verstaan wij: 't is alles heerlijkheid voor ieder, die gelooft. Weent dan niet, maar gelooft!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Weent niet over Mij.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's