De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Bijbel is Woord van God — een noodzakelijke positiebepaling (5)

Bekijk het origineel

De Bijbel is Woord van God — een noodzakelijke positiebepaling (5)

15 minuten leestijd

Onopgeefbaar

Het is voor christenen een bittere ervaring dat hun beroep op de Schrift steeds minder weerklank vindt in de samenleving en dat ze daardoor meer en meer in een isolement komen te verkeren. Maar zij zouden hun identiteit verloochenen, wanneer zij hun expliciete en consistente beroep op de Schrift zouden prijsgeven terwille van een betere communicatie met niet-gelovigen. Dat betekent niet dat van de nood een deugd gemaakt zou mogen worden. Waar mogelijk moet aansluiting worden gezocht bij het geweten en het zedelijk besef van de mensen. Er zijn wijd verbreide intuïties van goed en kwaad, een zekere basis-humaniteit of 'smalle moraal', waarbij het christelijk getuigenis aansluiting zoekt en dikwijls ook kan vinden. Maar tegelijkertijd moet worden ingezien dat het geweten van de mens door de zonde is aangetast en daarom ook vaak dwaalt, terwijl morele beseffen collectief uit kunnen slijten en zelfs gecorrumpeerd kunnen worden. Het moet de mens telkens weer 'van de andere kant' aangezegd worden wat goed en wat kwaad is. Wie voor de morele bezinning de openbaring niet nodig meent te hebben, gaat uit van een naïef optimistisch mensbeeld dat door de feitelijke gang van zaken in de wereld dagelijks wordt weersproken. Soms blijkt dat een fris verwoord bijbels verantwoord appèl de gewetens van de mensen mee heeft en weerklank vindt (zie Romeinen 2 : 15, over 'het werk van de wet' dat bij mensen van nature in de harten is geschreven). Dan weer stoten we op het trieste gegeven dat gewetens als met een brandijzer toegeschroeid kunnen zijn (1 Tim. 4 : 2) en zo door de leugen overmand dat er geen vatbaarheid meer is voor de waarheid. Er kan in een culturele ontwikkeling zoiets als een traditie van vervreemding van het Woord Gods optreden, zodat klankbord en klankbodem voor het bijbels appèl meer en meer wegvallen. Er is dan openheid voor allerlei opvattingen en stromingen, maar juist op het christelijk getuigenis wordt geprikkeld en afkerig gereageerd.

Onmisbaar

Het is niet alleen onopgeefbaar, maar ook onmisbaar om ons in de praktijk van het leven door het gezaghebbende Woord van God te laten leiden. Immers, buiten de Schrift heeft de mens geen enkele volmaakt betrouwbare oriëntatie. Het licht van de menselijke rede is door de zonde verduisterd, de stem van het geweten lang niet altijd betrouwbaar, de culturele omgeving veelszins vervreemd van de waarheid. De enige betrouwbare weg voor de mens van alle tijden en binnen alle culturen is dan ook zich te laten onderwijzen en opvoeden, ook zijn verkeerde opvattingen te laten weerleggen en corrigeren door het Woord dat alle tijden en culturen omspant (2 Tim. 3 : 16, 17).

Niet willekeurig

Aan het beroep dat christenen doen op de Schrift, mag en moet de eis van consistentie worden gesteld. Dat wil zeggen dat een willekeurig schriftberoep vermeden dient te worden. In de praktijk zien we vaak dat bepaalde teksten(reeksen) een voorkeurspositie krijgen, terwijl andere partijen uit de Schrift in de schaduw blijven of zelfs helemaal verdonkeremaand worden. Zoiets doet uiteraard afbreuk aan de waarde en de kracht van het beroep op de Bijbel. De indruk wordt gevestigd dat ieder er een eigen selectie van bijbelteksten op na houdt en het dikke Boek citeert in zoverre het in de kraam te pas komt. 'ledere ketter heeft zijn letter' en iedere zedepreker zijn eigen serie bijbelteksten. Nu is de mens zeker altijd weer geneigd de Bijbel te lezen vanuit zijn eigen 'Sitz im Leben', zijn eigen situatie of ook met zijn eigen 'leesbril' op. Het is niet mogelijk puur objectief teksten te lezen. De lezer komt altijd mee in het proces van interpretatie. Toch is het mogelijk en noodzakelijk een zo hoog moelijke graad van objectiviteit te bereiken in de uitleg van bijbelteksten. Dat wordt ereikt door de eerbiedige grondhouding, die ons verhindert de eigenmachtige uiteggingen te geven of willekeurige selecies te maken. En verder door middel van toetsing binnen de eeuwenomvattende en wereldomspannende kring van de gelovien die elkaar voor eenzijdigheden behoeden.

Selectiecriterium?

Niemand zal de stelling willen verdedigen dat ieder moreel voorschrift dat wij in de Bijbel aantreffen vandaag nog altijd letterlijk moet worden opgevolgd en nagekomen. Ten aanzien van sommige voorschriften is er sprake van blijvende geldigheid, ten aanzien van andere niet. Zo is het verbond tegen tovenarij en allerlei vormen van occultisme en spiritisme een constant bijbels element, maar de levitische spijswetten worden in de nieuwtestamentische gemeente geleidelijk aan geheel afgeschaft. De Amerikaanse theoloog Mac-Quilkin heeft terecht gesteld dat al wat de Schrift leert universele geldigheid heeft, tenzij de Schrift zelf duidelijk maakt dat een bepaald gegeven maar beperkte geldigheid heeft (gehad). Dit komt dus neer op een 'ja, tenzij' ten aanzien van de normativiteit van de bijbelse gegevens, waarbij het 'tenzij' door de Bijbel zelf wordt ingevuld en afgebakend (vergelijk J. Hoek, 'Hoe is de Bijbel normatief voor ons? ', in Het gezag van dé bijbel, Kampen 1987, 144-151).

Dat laatste is van essentieel belang. Het criterium van de selectie ligt dan niet buiten de Schrift, bijvoorbeeld in de publieke opinie of in de huidige stand van de wetenschap, maar in de Schrift zelf. Vanuit de bijbelse verbanden, met name gelet op de voortgang van Gods openbaring in het oude en nieuwe verbond, kan het duidelijk worden dat een bepaald voorschrift in de eens gegeven vorm niet meer toepasbaar is. Zo wordt in een veranderde heilshistorische situatie het onderscheid tussen reine en onreine dieren dat eeuwenlang voor Israël van eminente betekenis is geweest, terzijde gesteld.

Met name door latere Godsopenbaring kan blijken dat een eerder gegeven gebod inmiddels 'vervuld' is, zoals dat bijvoorbeeld geldt voor de vele gedetailleerde voorschriften inzake de offers onder Israël, die hun vervulling hebben gevonden in het unieke en volmaakte offer van Christus. Jezus geeft ook aan dat het door Mozes ingevoerde instituut van de 'scheldbrief' een tijdelijke noodmaatregel was, waarachter Hij weer teruggrijpt naar de oorspronkelijke scheppingsordinantie.

Van context naar context

Bij de uitleg en toepassing van bijbelteksten moeten we in dubbele zin contextueel te werk gaan. We trachten de intenties van de auteur in de context van zijn eigen tijd te peilen en bezinnen ons vervolgens op de toepassing van dat geïntendeerde in de context van onze eigen tijd. Het gebod 'gij zult niet echtbreken' had bijvoorbeeld in de toenmalige context vooral de zin om de vrouw als de zwakste partij te beschermen. Die intentie kan worden geschonden door een klakkeloos beroep op de letter van het gebod in een situatie waarin het huwelijk voor een vrouw een martelgang is geworden.

Ook is het van belang na te gaan of een auteur een bepaald voorschrift al dan niet verankert in Gods geopenbaarde wil. Zo heeft Paulus nergens een principiële fundering gegeven van de slavernij. Het tegendeel is het geval: dit instituut is juist fundamenteel door zijn onderwijs ondermijnd. Maar de apostel heeft wel degelijk een bepaalde ordening in de man-vrouw verhouding gefundeerd in de bedoeling van God de Schepper. Men mag dan het spreken over dg man als hoofd van de vrouw niet afdoen als een cultureel achterhaald verschijnsel vergelijkbaar met de door Paulus nog getolereerde slavernij. Alleen: de wijze waarop aan deze ordening vorm werd gegeven, zal in Paulus' dagen anders zijn geweest dan in onze tijd. Wellicht nam de vrouw toen in de maatschappij over het algemeen een meer teruggetrokken plaats in, terwijl zij nu meer geëmancipeerd is en zich vrij op alle maatschappelijke terreinen beweegt. Dat zijn acceptabele culturele verschillen, waarbij genoemde emancipatie van de vrouw tot op grote hoogte positief kan worden begroet als doorwerking van evangelische beginselen.

Supra-en lokaal-cultureel

Wij kunnen nu concluderen dat de vormen en uitdrukkingen in de Schrift zowel supra-als lokaal-cultureel zijn bepaald. In het eerste geval is dat wat beschreven of geboden wordt van universele betekenis, bijvoorbeeld 'gij zult de Naam van de HEERE niet ijdel gebruiken'. In het tweede geval kunnen de culturele vormen wijzigen al naar gelang de verschillende context dat vraagt. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van de voetwassing, zoals beschreven in Johannes 13. Jezus schrijft de voetwassing niet letterlijk voor aan de Kerk der eeuwen, omdat Hij zich in Zijn voorbeeldige handeling eenvoudig aansluit bij een reeds bestaand gebruik. Stellen we daartegenover de instelling van het Heilig Avondmaal, dan zien we hoe Jezus daar opzettelijk nieuwe handelingen introduceert, die dan ook bedoeld zijn om letterlijk te worden nagevolgd tot aan Zijn wederkomst.

Nogmaals: of een schriftwoord louter supra-culturele of ook lokaal-culturele elementen bevat, wordt bepaald door de Schrift zelf en niet door een buiten-bijbels hermeneutisch filter. Dat laatste leidt tot eigenmachtige en eigendunkelijke bijbel-'uitleg'. Wij mogen dus niet selecteren vanuit het moderne levensgevoel, het veranderde zedelijk besef of gedrag, de gewijzigde situatie (bijvoorbeeld: voorechtelijk geslachtsverkeer zou mogen omdat de anticonceptiepil is uitgevonden!), wetenschappelijke ontdekkingen of technische ontwikkelingen (bijvoorbeeld: menselijk leven zou op verzoek beëindigd mogen worden in een tijdperk van medische macht), het optreden van emancipatoire processen (bijvoorbeeld: de kerk die hopeloos zou achterlopen als zij de vrouw niet tot alle ambten toelaat) of wat dies meer zij. Het is evenmin geoorloofd om bepaalde verschuivingen in denken en ervaren zomaar aan de Heilige Geest toe te schrijven en dan met een beroep op de voortgaande leiding van de Geest expliciete bijbelwoorden terzijde te schuiven (bijvoorbeeld inzake de veroordeling van homoseksualiteit). Slechts door nauwlettende studie van de Schrift zelf, door de Bijbel voor zichzelf te laten spreken, en niet te laten buikspreken, kunnen hier verantwoorde beslissingen genomen worden. De Schrift is haar eigen uitlegster en dient dus ook zelf uitsluitsel te geven over de aard van haar spreken, en dus van haar normativiteit voor ons leven.

Grammaticaal-historische methode

Een grondbeginsel van de 16e-eeuwse Reformatie, als een beweging terug naar het Woord, is geweest dat voor de uitleg van de bijbeltekst dient te worden uitgegaan van de letterlijke, dus niet de allegorische betekenis. Er bestaan eenvoudige, objectieve regels van de taal, waardoor er in een tekst wel degelijk staat wat er staat. God heeft in menselijke taal duidelijk gemaakt wat Hij bedoelt en wij mogen die heldere zin der woorden niet verduisteren door achter de woorden interpretaties te zoeken, zoals bijvoorbeeld een theoloog als Drewermann dat vandaag de dag doet in een psychologisering van het bijbels getuigenis. 'When the normal sense of the Scriptures make common sense, seek no other sense'. Als de voor de hand liggende betekenis van de Schrift zinvol is, behoeven we geen andere betekenis te zoeken. Doen we dat laatste toch, dan laten we opnieuw ofwel een kerkelijke traditie of een groepsopvatting of een strikt individuele benadering heersen over de tekst.

Op deze eenvoudige regels van lezen en verstaan doen bijbelgetrouwe christenen een beroep tegenover rechters, politici en opiniemakers die met een beroep op eigentijdse inzichten een uitleg van de Bijbel willen opdringen die haaks staat op de voor de hand liggende letterlijke betekenis van de betreffende teksten (dit was bijvoorbeeld urgent toen wijlen minister mevr. I. Dales in het parlement meende te kunnen vaststellen wat de juiste uitleg van bepaalde bijbelse teksten over homoseksualiteit was, terwijl die uitleg allerminst strookte met de letterlijke betekenis èn de eeuwenoude kerkelijke opvatting van die teksten).

Afwijzing van de nieuwe hermeneutiek

Steeds meer worden orthodoxe christenen in de huidige samenleving geconfronteerd met een nieuwe hermeneutiek, die niet meer de regels voor uitleg en toepassing van Gods Woord aan de Bijbel zelf wenst te ontlenen, zoals in de voorheen gangbare hermeneutiek het geval was, maar een dialoog met de Bijbel wenst aan te gaan vanuit het eigentijdse levensbesef. Hermeneutiek is dan niet meer een leesbril bij de Schrift om het levende Woord beter te verstaan, maar het is een toverstaf geworden om het dode Woord tot nieuw leven te wekken (zie hierover J. van Bruggen, Het lezen van de Bijbel — een inleiding, Kampen 1981 en A. Noordegraaf, Leesbril of toverstaf. Over het verstaan en vertolken van de Bijbel, Kampen 1991). Het Woord zou pas levend worden vanuit mijn creatieve verwerking ervan, waarbij mijn eigen inbreng niet onderdoet voor die van de tekst! Zo is de nieuwe hermeneutiek geen ieeskunde' meer, maar zij is 'verstaansfilosofie' geworden (J. van Bruggen).

Zo verwordt het lezen van de tekst tot een belezen van de tekst! Zo kan het gebeuren dat moderne ethici binnen de kerken vormen van promiscuïteit, dat wil zeggen dat mensen in homo-of heteroseksuele verwildering' hun lijf openlijk met velen delen', menen te kunnen verbinden met noties als 'vrijheid' en 'trouw'. Hier geldt kennelijk: 'lees maar, er staat niet wat er staat'. Maar als woorden nog iets betekenen, als er nog zoiets als een objectief vast te stellen betekenis is, kan zo'n interpretatie natuurlijk van geen kanten. Dergelijke 'theologen' laten de Bijbel precies het omgekeerde zeggen van wat hij werkelijk zegt. Noem dat maar gewoon Schriftvervalsing, valse profetie.

Om nog een voorbeeld te noemen: wanneer een woord als Hand. 4 : 12, 'En de zaligheid is in geen Andere; want er is ook onder de hemel geen andere Naam, die onder de mensen gegeven is, door welke wij moeten zalig worden' of als Joh. 14 : 6, 'Ik ben de weg, de Waarheid en het Leven' zo worden 'uitgelegd' dat de unieke betekenis van Christus wordt miskend, dan moet het licht op rood springen. Men stelt dat dergelijke teksten die eeuwenlang exclusivistisch zijn opgevat, thans als belijdende uitspraken worden gezien, die duidelijk maken dat vroege christenen Jezus zo zagen. Wij zouden in onze tijd vanuit de ontmoeting met andere religies en in dialoog met andere opvattingen heel anders met die teksten mogen omgaan en bijvoorbeeld in plaats van exclusiviteit slechts normativiteit aan Christus mogen toekennen! Hiermee wordt de christelijke grondovertuiging dat Christus niet een weg, ook niet de voornaamste weg, maar de unieke weg tot het echte, eeuwige leven is, losgelaten.

Geen verkondiging zonder Iieilsgeschiedenis

Wat te denken van de predikant die verkondigt dat 'het kerstverhaal' volledig zijn diepe betekenis behoudt, ook al is het Kind Jezus nooit in Bethlehem geboren, maar gewoon als de natuurlijke zoon van Jozef en Maria in Nazareth ter wereld gekomen? Uit taalkundig opzicht is een dergelijke 'uitleg' absurd en uit theologisch opzicht volstrekt verwerpelijk. In een benadering die de tekst losmaakt van de heilsgeschiedenis waarvan die tekst getuigt, kan de verkondiging van Gods ontferming door de eeuwen heen niet ongeschonden blijven. Hier ligt, bij alle goede dingen die er ook van te zeggen zijn, de ontsporing van de zogenaamde 'Amsterdamse school'. Terecht stelt M. Vrijmoeth-de Jong 'dat er in deze theologie geen ruimte is voor de strijd vanaf de zondeval tussen het zaad van de vrouw en dat van de slang, dat er geen oog is voor de heilshistorische lijn in de geschiedenissen van het Oude Testament, dat de centrale boodschap van genade en verlossing uit de macht van de zonde door het offer van Christus miskend wordt en dat er geen plaats is voor de oproep tot persoonlijke bekering en het levensvemieuwend werk van de Heilige Geest in het leven van de gelovigen' (Is ons kind op maandag vei-lig? , Amersfoort 1994, 6). Via de methodes die worden uitgegeven door de Nederlandse Zondagsschool Vereniging (Kind en zondag; Kind op maandag) heeft deze theologie grote invloed.

Groot gevaar

Het is zeer urgent dat hedendaagse christenen diep doordrongen zijn van het grote gevaar dat de moderne hermeneutiek meebrengt, in zoverre deze niet meer uitgaat van de tekst en de te achterhalen objectieve 'meaning', de oorspronkelijke betekenis van de tekst, maar zich slechts richt op de relatie tussen tekst en lezer, die dan niet meer dan een subjectieve 'significance' aan het licht kan brengen. Een bekende uitspraak van de moderne hermeneut Gadamer is dat 'het verstaan behoort tot de zin van datgene wat verstaan wordt'. Hiermee is de kern van diens filosofische hermeneutiek aangegeven. Er zou niet zoiets als een historische, objectieve waarheid bestaan, maar alleen de voortdurende dialoog tussen teksten en lezers. De tekst is slechts drager van de relatie tussen de verstaander en datgene wat deze zoekt te verstaan. Daartegenover zeggen we met Maarten Luther: 'het Woord, dat zult gij, laten staan'. Dat betekent ook dat er een objectieve betekenis van de tekst is, de mening des Geestes, die wij vanuit een eerbiedige luisterhouding meer en meer leren verstaan en vervolgens ook leren vertolken en toepassen in onze eigen situ­ atie. Het is van de grootste betekenis om de tweeheid van explicatie en applicatie, uitleg en toepassing, niet te reduceren tot een proces van verstaan waarbij mijn eigen inbreng evenveel gewicht in de schaal zou leggen als datgene wat mij van de andere kant wordt aangereikt. De waarheid moet ons aangezegd worden. Wij komen er niet zelf op, wanneer we maar een aanzet zouden krijgen. God reikt ons in Zijn openbaring de hand om ons uit de duisternis te bevrijden en tot het licht te brengen. Dat is principieel iets anders dan dat Hij ons een handje zou helpen bij onze eigen zoektocht naar waarheid.

Echte fronten

Hopelijk is in het bovenstaande iets duidelijk geworden van de echte fronten waar christenen in deze tijd strijd hebben te leveren en zich hebben te verzamelen onder het vaandel van de Bijbel als het Woord van God. Zoveel energie wordt vermorst door binnenbraüdjes en onheilige broedertwist. Hier ligt echter het front waar de krachten gebundeld moeten worden en hier is de linie waar de inzet gevergd mag worden. Om bijbelgetrouw te zijn in opvoeding, onderwijs, hulpverlening, wetenschappelijk werk, kortom op alle terreinen van het leven. Wie buigt voor het Woord en strijdt met het Woord zal in Christus' kracht meer dan overwinnaar zijn!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De Bijbel is Woord van God — een noodzakelijke positiebepaling (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's