Opwekking vroeger en nu... (2)
'Toon mij nu Uw heerlijkheid' door dr. D. Martyn Lloyd Jones
Altijd weer is centraal bij een opwekking dat God het Zelf moet doen. Het is niet en nooit een prestatie van onze menselijke actie. Ook niet van dode rechtzinnige inzet. Het is werk van niemand minder dan God Zelf. God Zelf, als God de Heilige Geest doet het. Dat betekent ook dat geen tegenstand te groot en te zwaar is. God de Heilige Geest kan er tegenop. Zoals God de Zoon als mensgeworden Heiland opgewassen was tegen de gigantisch zware taak de zonde te verzoenen, Gods toorn te dragen, satan en dood te overwinnen, zo is God de Heilige Geest er tegen opgewassen om glorierijk de strijd aan te binden tegen alle boze geesten die als heilloze winden in deze wereld waaien. Hierbij gaat het de Heilige Geest altijd weer om het verheerlijken van de Heere Jezus, opdat Christus en Zijn volbrachte werk het volle pond zullen krijgen bij vele vele mensen.
Gebed
Omdat het werk van de Heilige Geest zo van wezenlijk belang is bij een opwekking, is het noodzaak die Geest niet te bedroeven, niet uit te doven of tegen te staan. Veeleer is nodig voortdurend te bidden om vervulling met de Heilige Geest. God de Heilige Geest wil er om gebeden zijn.
De Heilige Geest wil hierbij de volle ruimte hebben en wij dienen die ruimte niet tegen te staan. Want de Geest wil zijn eigen soevereine gang gaan. We geloven aan de ene kant totaal in de onwederstandelijke werking van de Heilige Geest, aan de andere beseffen we onze algehele blijvende verantwoordelijkheid. Iets wat pijnlijk dichtbij komt wanneer we ontdekt worden aan onze eigen zonden en tekorten tegenover God. Een zeer noodzakelijk gebeuren in het geloof en zeker rond een opwekking. Alleen, zolang het gaat om ontdekking bij anderen, dan zijn we 'voor'. Doch gaat het mes er bij onszelf in, zelfs ook in ons 'vrome vlees', dan wordt het anders. Dan is er neiging tot verzet en afhouden. En toch is het nodig, zeker ook dan, om de Geest de volle ruimte te geven. Temeer omdat ontdekking aan zonden zo onopgeefbaar bepalend is voor een opwekking. Immers, die wordt altijd weer gekenmerkt door grote veroormoediging. Eigen zonden worden beleden. Tegenover God worden ze beleden. Maar evenzeer worden ze tegenover medemensen beleden. Teer en week van hart vallen alle hardheid en zelfhandhaving weg.
Geen kramp
Dat betekent ook dat we alle kramp verliezen om te doen aan diepgaand zelfonderzoek. De Geest maakt ons eerlijk zodat we volstrekt verlangen naar waarheid in ons binnenste. Hierbij gaat het in dit zelfonderzoek niet om iets wat ons depressief maakt. Dat gebeurt bij alle foute zelfonderzoek, waarbij we teruggeworpen worden op onszelf. We zijn ingekromd in onszelf en raken al meer en meer op onszelf geconcentreerd met alle depressieve gevolgen van dien.
Het goede bijbelse zelfonderzoek is anders... Dat is onderzoek van zichzelf in het licht van God en van Zijn heilig woord. Het is dus naar buiten gericht, d.w.z. op de eer en de zaak van God. Het wil alles opsporen en uit de weg ruimen wat een opwekking blokkeert.
Daarom raken mensen door dit zelfonderzoek ook niet ingekromd in zichzelf, maar ze raken uitermate naar buiten gericht nl. op de Heere en Zijn dienst. In plaats van depressief te worden, komen ze 'er uit' en 'er door'. In ware verootmoediging raken ze des te meer op God en Zijn genade alleen georiënteerd. En daarin op het heil voor medemensen in een geestelijke opwekking.
Daarbij moeten emoties niet geschuwd worden. Zeker, het is nodig hier nuchtere maat te houden. Excessen dienen gemeden te worden.
Aan de andere kant mogen emoties volop hun plaats hebben. Geloof kent immers bevinding. En dat brengt weer tot een zekere spontaniteit, vooral naar de lofprijzing toe. ledere opwekking kent veel lofprijzing. God wordt geloofd en gedankt voor Zijn grote genade.
Temeer omdat die grote genade zich manifesteert in de bekering van zeer vele mensen. Het bewogen zijn met het eeuwig heil van medemensen wordt rijk gezegend. Velen komen tot geloof. En daarin komt God aan Zijn eer. Zijn genade in Christus blijkt allerminst tevergeefs te zijn. De tot Hem opgezonden gebeden worden verhoord. Mensen die worstelen om hun schuld kwijt te raken komen tot volle ruimte. En in dat alles betoont God zijn rijke gunst. Hij verheerlijkt Zichzelf. Wat weer tot gevolg heeft dat vele Hem gaan eren. Weer zoiets dat sterk naar voren treedt bij een opwekking. De eer van God komt centraal te staan.
Eer van God
Lloyd Jones noemt als kenmerk van een christen dat hij groot verdriet heeft over het feit dat God niet verheerlijkt wordt
door medemensen. Een christen maakt zich zorgen over de heerlijkheid en eer van God onder de mensheid. Er wordt verlangend uitgezien naar een uiting van Gods heerlijkheid, waarin de vijanden des Heeren verstrooid worden en God de overwinning behaalt. Kortom: er wordt geworsteld om een opwekking waarin de Heere Zijn heerlijkheid zal tonen. Hierbij wordt zelfs de eer en de heerlijkheid van God als nog belangrijker gezien dan volle kerken. Niet dat de Kerk mag groeien en bloeien is allereerst belangrijk, maar dat Gods heerlijkheid weer openbaar zal worden. Dat is de eerste zorg. En dan kan het niet anders of met de Kerk komt het ook goed. Ondertussen is het wel zaak hier de juiste volgorde aan te houden. De Kerk is geen doel op zich en dient zeker ook niet tot meerdere glorie en roem van kerkgangers en
ambtsdragers. Het gaat om God en Zijn eer. En die eer gaat in de woestijn van het kerkelijk leven bij een opwekking weer bloeien als een roos.
Niet te organiseren
Hoewel bij een opwekking mensen door God worden gebruikt, is het geen mensenwerk. Mensen kunnen het niet organiseren. Evangelisatie-campagnes kunnen opgezet worden. Een opwekking niet. Dat moet helemaal van God komen. En daarbij is geen enkele kerkelijk malaise een hindernis. Integendeel. Vaak komen opwekkingen juist voor in tijden dat het er met de Kerk allerdroevigst voorstaat. Menselijk gesproken is het verloren en is de kerk een afgelopen zaak. De Kerk is woestijngebied. Alles dor en mat en zonder water. Alles de dood in de pot. En daarom met de rug tegen de muur. Menselijk gesproken geen verwachting meer. Het lijkt op de situatie van Israël voor de Rode Zee. Geen kant op kunnen. Geen weg die begaanbaar is. En toch... juist dan zorgt God voor een weg. Een pad door de zee. Door Hem Zelf gebaand met machtige hand. God grijpt daarbij mensen aan en gebruikt hen voor een opwekking. Dat kan een onopvallende predikant zijn in het meest onopvallende dorpje dat er bestaat. God grijpt hem aan door Zijn Heilige Geest en schakelt hem in. Soms maar voor enkele jaren. Dan is het weer voorbij. De persoon die gebruikt is treedt terug. Maar de zaak waar het om gaat is niet te stuiten. De opwekking die op gang gekomen is gaat door. Afhankelijk ook weer van de omvang van de opwekking. Er zijn nl. grote en kleine opwekkingen. De reformatie in de zestiende eeuw was bv. een heel grote opwekking. Doch er zijn ook kleinere, zoals het réveil in de vorige eeuw. Maar groot of klein, altijd werkt een opwekking kortere of langere tijd door.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's