De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verbreiding en verdediging van de waarheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verbreiding en verdediging van de waarheid

Over 'Evangelisatie' in de Westerse wereld van toen en nu

8 minuten leestijd

(Lezing voor de contio van G.B.-predikanten, Driebergen, 3 januari 1996.)

INLEIDING

Titel

Onder de titel 'Verbreiding en verdediging van de Waarheid' gaat het vandaag over 'evangelisatie' in onze tijd. Collega Verhoef zal in een volgende artikelenserie de theologische en praktische actualisering van dit onderwerp voor zijn rekening nemen, terwijl ik nu graag wat verkennende opmerkingen wil maken rond het thema. De titel is een knipoog naar de naam van onze Bond, maar is vooral ingegeven door het werk van de apologeten in de vroege kerkgeschiedenis. Zij waren de eerste systematische theologen in de geschiedenis van de kerk en het was hun doel om op academisch niveau de Waarheid tegenover de buitenwacht te verdedigen; te verdedigen tegen karikaturen en aanvallen. Die verdediging bedoelde echter meteen ook de verbreiding van de Waarheid. De apologeten waren geen theologen die de Waarheid van een rationeel bewijs wilden voorzien. Zij waren evangelisten die van de Waarheid getuigden om die zo te verbreiden. Het is overigens opvallend dat de systematische theologie ontstaan is aan het front. Reflectie naar 'binnen' wordt blijkbaar gevoed door de confrontatie met 'buiten' en kan die confrontatie ook niet missen.

In de titel wordt ook gesproken over de Waarheid. De kerk van alle eeuwen heeft immers maar niet een bepaalde leerstelling of levensvisie willen presenteren, maar zij heeft zichzelf getuige van de Waarheid geweten. De Waarheid is niet alleen een geheel van opvattingen, maar vooral een Persoon: Jezus Christus. Door alle tijden heen heeft dit vuur in de kerk gebrand: het vuur om instrument te zijn in handen van de waarachtige en getrouwe Getuige en om zo ook zelf getuige te zijri van deze Waarheid.

Ondertitel

In de ondertitel is het woord 'evangelisatie' gebruikt, omdat dit woord spontaan bij ons de associatie oproept met: getuigen in de eigen omgeving. Wat de zaak betreft, gaat het daar nu inderdaad ook om. Het woord 'evangelisatie' is in dit verband echter minder correct. Straks daarover meer. Verder zal het gaan over de Westerse wereld, vooral over de situatie in ons eigen land. De situatie van de kerk hier is heel anders dan die in Afrika, Zuid-Amerika of Azië. Terwijl bij ons de ontkerkelijking schrikbarend is, groeit de kerk elders in de wereld. Wij zullen proberen om ons enigszins te verdiepen in de vragen die ons hier in onze situatie raken. Tenslotte: het gaat over 'toen en nu'. De apologeten kwamen al even ter sprake. Wij zullen niet alleen kijken naar onze eigen tijd en situatie. Wij gaan in enkele korte flitsen ook terug naar de wereld van het Nieuwe Testament en de vroege kerk om het 'nu' te confronteren met het 'toen'.

Wellicht geeft ons dat stof tot nadenken.

Zending en evangelisatie

Eerst enkele opmerkingen over de termen 'zending' en 'evangelisatie'. De zaak lijkt vrij duidelijk, wanneer het gaat over de woorden 'zending' en 'evangelisatie'.

Zending verbinden wij met het getuigenis van de kerk overzee. Bijna automatisch denken we daarbij aan de eerste verkondiging van het Evangelie, gericht op hen die er nog nooit eerder van hoorden. Opvallend bij deze gedachtenassosciatie is dat zich bijna automatisch een gevoel van bewogenheid van ons meester maakt, wanneer we aan dit werk denken. We vinden het ook vanzelfsprekend dat zendingswerkers een gedegen opleiding krijgen met veel aandacht voor de cultuur, waarin zij terecht zullen komen. Het is immers belangrijk dat zij aansluiting vinden bij de plaatselijke cultuur en dat hun boodschap niet in het luchtledige vervliegt.

Evangelisatie heeft voor ons gevoel te maken met het getuigenis in onze eigen omgeving, geadresseerd aan mensen die wel van het Evangelie gehoord hadden of er zelfs bij betrokken waren geweest, maar die ervan vervreemd zijn geraakt. Voor ons geestesoog zien we een groepje jongeren met een gitaar op het marktplein zingen of een spreker een zeepkist beklimmen, gewapend met een megafoon. We hebben bewondering voor de moed van mensen die dit doen, maar onwillekeurig roept het ook al gauw een gevoel van afstand en drammerigheid bij ons op. Theoretisch zijn we overtuigd van de noodzaak van evangelisatie, maar de praktijk schrikt ons af, wellicht ten gevolge van het beeld dat we min of meer automatisch voor ons zien. Over een opleiding voor evangelisatie denken we nauwelijks na. Waarschijnlijk omdat we ons te weinig bewust zijn van de enorme kloof tussen ons en onze tijdgenoten. Toch is de afstand van 5 meter naar de voordeur van onze buurman geestelijk vaak een afstand als tot een andere planeet en ligt er een culturele kloof die even groot is als naar het zendingsveld overzee. Bezinning op onze eigen context is broodnodig.

Wanneer we onze spontane associaties toetsen aan de werkelijkheid, kunnen we constateren dat onze inhoudelijke vulling van de woorden 'zending' en 'evangelisatie' niet of niet meer in overeenstemming is met de feiten. Zendingswerk in het buitenland voltrekt zich bijna nooit meer in een situatie waarin het Evangelie een volslagen onbekende grootheid is. Om een voorbeeld te noemen: in Zuid-Amerika is de rooms-katholieke missie al eeuwenlang aanwezig en heeft de Rooms-Katholieke Kerk een machtspositie. Je zou daar eerder spreken van evangelisatie dan van zending. Daarnaast heeft veel zendingswerk het karakter gekregen van toerusting van de gemeenten overzee om in de plaatselijke situatie als getuige te kunnen leven en bewaard te worden bij het Evangelie. De opleiding van predikanten en andere kerkelijke werkers speelt een grote rol. Dat laat zien hoe belangrijk de plaatselijke gemeente is bij zendingswerk. Omgekeerd is het bij het getuigenis in onze eigen (Westerse) situatie al lang niet meer zo dat wij alleen te maken hebben met mensen die op de hoogte zijn of waren van de inhoud van het Evangelie. Vele duizenden mensen om ons heen in Nederland hebben geen flauwe notie van de Bijbelse waarheid. Ze zijn er niet meer bij opgegroeid en ook niet in hun nabije omgeving mee in aanraking gekomen. Bovendien is de Westerse samenleving in snel tempo een multiculturele en (daarmee) multi-religieuze samenleving aan het worden. Een situatie waar wij ongemerkt aan wennen, maar die in feite onze directe omgeving sterk doet lijken op de leefwereld die wij gewoonlijk associeerden met het 'zendingsveld'.

Vanuit de missiologische bezinning, ondersteund door bovenstaande ervaringsgegevens, hanteren we bij de IZB het woord 'zending' als aanduiding voor de roeping van de kerk tot het getuigenis naar buiten, zowel in het binnenland als in het buitenland. Onder dit koepelbegrip zending zijn dan verschillende aspecten van zending onder te brengen. Ik noem er enkele:

— evangelisatie: het element van Woordverkondiging dat fundamenteel is voor zending, zowel daar als hier, in het Nieuwe Testament heeft het woord 'evangeliseren' vooral te maken met dit Woord-gehalte van het christelijke getuigenis.

— diaconaat: de dienende presentie als middel om gestalte te geven aan de inhoud van het Evangelie, dit uiteraard naast de eigen betekenis die het diaconaat heeft, los van de missionaire kaders; het is bovenden belangrijk om bij diaconaat niet in de eerste plaats te denken aan grootschalige diaconale projecten, maar aan de dienstvaardigheid van gemeenteleden in hun dagelijkse leefwereld.

— voorbede: het Nieuwe Testament laat zien dat de voorbede een grote rol speelt in het werk van de apostel Paulus en zijn medewerkers; iedere brief in het Nieuwe Testament legt er getuigenis van af dat er een 'netwerk' van voorbidders geweest is rond het zendingswerk onder de heidenen. Treffend is dat ds. E. van der Ham vanuit Kenya signaleert dat er op de bandjes met kerkdiensten die hij uit Nederland ontvangt, slechts spaarzamelijk in de voorbede aandacht is voor de zending.

— kerstening: direct nadat de christelijke kerk een meer aanvaarde positie kreeg in de antieke wereld, is er oog geweest niet alleen voor het heil van de enkeling, maar ook voor de kerstening van de structuren in de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan de uitvaardiging van wetten rond de zondagsheiliging bij de christianisering van het Romeinse Rijk.

— toerusting en onderricht (catechese): hierbij gaat het om aandacht voor de versterking van het fundament in de wordende gemeente met het oog op het uitdragen van het Evangelie naar buiten (zie bv. Hand. 11 : 19-26). In het Nieuwe Testament blijkt dat vaak een organische eenheid te zijn: geloofsverdieping binnen de gemeente en uitbreiding van de gemeente; die toerusting betrekt zich overigens niet alleen op de persoonlijke geloofsverdieping, maar ook op de gemeente-opbouw (een goed gebruik van de gaven in de gemeente!). Verder is de aandacht voor de jeugd wezenlijk bij de zendingsopdracht: catechese dient mede vorming te zijn met het oog op het leven in een heidense omgeving en het getuige-zijn.

Al deze elementen zijn aspecten van het ene begrip zending. Het is zinvol om ze als aspecten te onderscheiden, om het beeld scherp te krijgen van de roeping waarvoor we staan, in de situatie waarin we staan. Tegelijk moeten we bedenken dat we deze aspecten niet van elkaar mogen scheiden. De volgorde kan wijzigen — al naar gelang de situatie —, maar ieder element is even onmisbaar. Wanneer er geen grondige bezinning is op de context, waarin wij leven en het Evangelie verkondigen en op de vraag wat in welke context accent verdient te krijgen, kan die verkondiging gemakkelijk een slag in de lucht worden. Goed bedoeld, maar toch een slag in de lucht.

Al met al dus een pleidooi voor het hanteren van het begrip 'zending' als koepelbegrip voor de roeping van de kerk tot het getuigenis naar buiten. Voor het verschil tussen de uitvoering van die opdracht hier en in het buitenland lijkt mij de benaming 'uitwendige en inwendige zending' meer adequaat dan de onderscheiding 'zending en evangelisatie'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Verbreiding en verdediging van de waarheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's