Torenspitsen-Gemeenteflitsen
KATWIJK AAN ZEE
Vier eeuwen godsdienst bij het water
Aan de rand van de schier oneindige waterplas, eens haast volledig omarmd door brede duinenrijen, ligt Katwijk aan Zee, sedert jaar en dag samen met het binnendorp aan de Leidse Rijn een burgerlijke gemeente vormend. Door intensieve bebouwing groeiden beide dorpen geheel aan elkaar vast en toch bewaarden ze afzonderlijk veel van het eigene. Zo zijn er twee hervormde gemeenten, naast de deelgemeente 'De Rank', die een aantal jaren terug ontstond. Ooit waren die twee kerkelijke gemeenschappen geheel een. Dat was niet alleen voor de Reformatie zo, ook nog enige tijd erna. Met Valkenburg, dat voor de Kerkhervorming was losgemaakt van Katwijk, maar daarna tot 1619 ermee verenigd, onderhield men zijn dominee. Het protestants kerkelijk leven nam echt een aanvang met de ambtsbediening van ds. Wouter van Bameveld, die in 1578 kwam. In 1599 werd Katwijk aan Zee een zelfstandige gemeente. Ds. Josias Heinsius werd zijn eerste predikant. Hij preekte er in de oude kruiskerk; die voor de Reformatie gewijd was aan Andreas en waarschijnlijk ontstaan uit een eenvoudige bidkapel voor het vissersvolk. Storm-en watergeweld verzwolgen in de loop der tijden land en huizen en drongen de zeereep steeds verder tot smalte op. Tenslotte kwam Katwijks oudste bedehuis wel zeer dicht aan het water te staan.
Overleefde het nog steeds het tumult der elementen, anders werd dat toen de Tachtigjarige Oorlog het land op zijn grondvesten deed schudden. In 1572 kwam zijn einde. Alleen de toren bleef behouden. Weldra nam men het herstel van de kerk ter hand en het oude Godshuis werd ten dele weer in vroegere luister hersteld. Op nauwgezette wijze informeert ds. Adrianus Pars, die bijna een halve eeuw lang het Evangelie verkondigde in het binnendorp, ons over deze activiteiten in zijn 'Katwijksche oudheden'. Wanneer precies de herbouw voltooid werd, is niet met zekerheid te zeggen. De oudste protocollen vermelden dat op kerstdag van het jaar 1591 te Katwijk aan Zee het Heilig Avondmaal bediend werd. De kerk werd in de loop der geschiedenis enkele malen vergroot. In 1837 werd de toren zijn bouwvallige spits ontnomen. Daarvoor in de plaats kwam een houten koepel met balustrade. Uiteindelijk kon het oude bedehuis de groeiende gemeente niet langer bergen. Er werden plannen gesmeed om te komen tot het plaatsen van een nieuw kerkgebouw. In 1885 was het zover. Er werd gebouwd naar het ontwerp van de jonge Leidse architect H. J. Jesse. Op 12 januari 1887 werd het bedehuis, dat ruim 1500 zitplaatsen telde en later nog vergroot werd, feestelijk in gebruik genomen. De oude kerk aan zee werd afgestoten, maar gelukkig niet afgebroken. En dat laatste is mede te danken aan een actie van de vele nationale en internationale kunstschilders die in die tijd in het zeedorp penseelden. Zo bleef de witte kerk als dominant punt aan de Boulevard, Katwijks visitekaartje, bewaard. Niet alleen als oud monument, uithangbord of symbool, 'een kijkding voor liefhebbers', maar ook voor de eredienst. Of liever nog: juist daarvoor! Want na ruim 37 jaar voor andere doeleinden te zijn gebruikt, werd hij in 1924 weer in zijn oorspronkelijke functie hersteld. Met zijn twee zware pilaren, die samen de ingewikkelde eikenhouten dakconstructie torsen, zijn deftige borden waarop Gods Wet en de belijdenis van het oud geloof prijken, mag dit bedehuis weten de liefde en eerbied te hebben van iedere Katwijker. Het houdt de herinnering levend aan de stoere vroomheid van de voorgeslachten. Met bescheiden trots werd zeer onlangs' een nieuw orgel in gebruik genomen, uitnemend geschikt om de machtige Katwijkse kerkzang in te leiden en te ondersteunen.
In 1864 waren er voor het eerst twee predikanten om de wassende gemeente te dienen. In 1915 gevolgd door de derde, thans arbeiden tien dienaren des Woords in een evenredig aantal wijken, gekend naar twee modaliteiten in de vaderlandse kerk. Elke wijkgemeente heeft zijn eigen kerkeraad. Zo is de arbeid in zekere zin begrensd, doch zonder het geheel uit het oog te verliezen.
Wijkkerken passen niet in de Katwijkse opvatting van samen kerk zijn. De predikanten gaan in alle vijf kerkgebouwen bij toerbeurt voor. ledere zondagmorgen is daarnaast in een kerkelijke lokaliteit nog een aparte godsdienstoefening voor hen die het kostbare orgaan missen om het Woord te 'horen', bij wie zogezegd 'geen deuren naar de straat' zijn. Al dan niet met behulp van een tolk wordt hier in een 'dovendienst' het Woord des behouds gebracht. Op de oude dodenakker, die in 1791 werd aangelegd, rust het stof van onder meer de geleerden Borger en Van der Palm, mannen van wetenschap, ooit verbonden aan de Leidse Academie. Afval en kerkverlating gaan ook aan Katwijk aan Zee niet voorbij. Bij het vele dat bezorgd maakt is er ook veel waarvoor dankbaarheid en verwondering mag zijn. Er zijn nog goed bezochte kerkdiensten, waar men 'het Woord kwijt kan'. Het verenigingsleven kwijnt zeker niet. Net zo min als de Zondagsschool en het jeugdwerk.
Godsdienst is in het overwegend hervormde Katwijk aan Zee beslist niet een soort decorum. Veel is ons hier nog gelaten in een tijd waarin de kerk naar de rand van de samenleving is gedrongen. We kunnen ons nergens op verheffen, wel hebben we de roeping en taak zorgvuldig om te gaan met wat nog zijn mag en het te bewaren. Het kerkelijk zegel is versierd met een schip temidden van kolkende baren, hoe treffend voor een gemeente die eeuwenlang het brood uit het water haalde! De randtekst, 'Catti aborigines Batavorum' (de Katten stammen van de Batavieren af) verwijst naar Hebr. 6 : 19a, '... welke wij hebben als een anker der ziel, hetwelk vast en zeker is.' Het schip, voorstellende de gemeente of kerk in haar geheel, zal niet vergaan omdat het anker is uitgeworpen in een hechte grond. Het is Christus Die Zijn Kerk bewaart en behoedt. Hij heeft het beloofd: de poorten der hel zullen Mijn Gemeente niet overweldigen'. Hij is de Getrouwe. En dat heeft de gemeente van Katwijk aan Zee in haar lange bestaan mogen ondervinden! Veel stormen zijn over haar heengegaan, en wat in de schoot der toekomst voor haar verborgen ligt, weten we niet. En toch, het levend geloof sterkt zich in Hem van Wie de Kerk getuigt:
'Houdt Christus Zijne Kerk in stand, zo mag de hel vrij woeden; gezeten aan Gods rechterhand, kan Hij haar wel behoeden.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's