...met Mij in liet Paradijs...
Lucas 23 vs. 42 Te lezen, Lucas 23 vs. 33-43.
Met Jezus werden twee moordenaars gekruisigd. De ene links, de andere rechts van Hem. Jezus in het midden. Tot een oordeel in deze wereld gekomen, dat wil zeggen, dat bij Hem de scheiding valt. Bij Hem wordt het zichtbaar vóór of tegen. Zijn kruis staat precies, waar het staan moet. Zijn kruis is de wig tussen de beide andere kruisen.
Spot is er van alle kant. Vooral Farizeeën en Schriftgeleerden beleven hun dag. Over een enkel uur zal de mond van Jezus voor altijd gesloten worden. Misschien nog wat naweeën maar daarna zal niemand 't meer over Hem hebben...
Spot, ook van de kruiselingen, links en rechts. U leest dat bij de andere Evangelisten: 'hetzelfde verweten Hem ook de moordenaars, die met Hem gekruisigd waren'. Lucas laat het licht vallen op de ene, die na zijn aanvankelijke spot tot ander inzicht is gekomen. Lucas is de enige evangelist, die ons het korte gesprek tussen de beide kruiselingen doorgeeft. En vooral het gesprek tussen de bekeerde moordenaar en de Heere Jezus heeft een geheel eigen niveau. Het openbaart ons de Middelaar, die vrucht mag zien op Zijn arbeid. Laten we dan ook die Middelaar zien!
Wat de moordenaar betreft, hij is niet beter dan zijn makker. Ook als moordenaar veroordeeld en mee-gespot met de ander. Te gretig grijpen wij naar zijn woorden. Hij begint straks met 'Heere'. Zit daar geen erkenning in? Hij denkt, dat Jezus een koninkrijk zal ontvangen en hij vraagt, wilt U dan aan mij denken? Dingen, die bij de eerste moordenaar niet ter sprake komen. Dus, hij is toch anders, hij is veranderd.
Rustig aan, zou ik zeggen. Op zichzelf genomen hoeven zijn woorden niet van een bijzondere betrekking op Jezus te getuigen. Er zijn bijbelhandschriften, die in de plaats van dat 'Heere' gewoon Jezus hebben staan. En dat koninkrijk, wat wordt daarbij gedacht? Taxeert men het niet vaak puur aards? En dan dat gedenken, je vermoedt er een soort voorspraak-idee achter. Begrijpt u mij goed. Ik wil u uw mooie gedachten over de bekeerde moordenaar niet ontnemen. Maar waar is hier het mooie en hoe ontdekken we dat. Op de klank af liggen er hier geen bewijzen, dat de tweede moordenaar een gelovige is. En zou dat niet goed zijn? Geen bewijs, ontleend aan de kruiseling zelf. Dan komt er ruimte voor het bewijs in Christus. Niet het enigszins vage woord van de man maar de bindende belofte van Christus is een bewijs, dat er aan deze man genade is geschied.
Nu durf ik wel zeggen, 't was bij hem anders dan bij de eerste. Hoe dat gekomen is? Ik weet het niet. Daar zit het verborgen werk van Gods Geest tussen. Verborgen, net als bij de wind. Maar het is er. Onnaspeurlijke wegen. Maar wel wegen! Wie twijfelt er nu nog? Oprecht geestelijk leven leidt tot Christus, die de grond van dat leven is. Dat weet u toch persoonlijk ook?
Welke gelovige kan zwijgen als Hij Zijn Heiland hoort honen en waar blijft de grond tot zelfrechtvaardiging als God je je schuld laat zien, hoe durf je je mond open te doen als je de reactie kunt verwachten: sinds wanneer ben jij vroom geworden? Vroegere zonden willen nogal eens belemmering zijn om vrijuit te getuigen... tenzij, tenzij dat ene er bovenuitkomt, dat is, wat Hij gedaan heeft aan mijn geest. Dan hoor ik geloofstaal.
Het is er bij de tweede moordenaar allemaal: liefde voor de Meester, opkomen voor Zijn eer, veroordeling van zichzelf: Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan maar wij, jij en ik. Begrijpt u wat hier op Golgotha gebeurt?
Van het middelste kruis geen woord. Het is voor de Heere geen tijd van spreken. Hij komt tot de diepte van Zijn lijden. Hij trotseert de grijnslach van de hel, die in de spot van mensen doorklinkt, in een verheven zwijgen. Hij werkt de zaligheid van al de Zijnen.
Temidden van die zware strijd een bemoediging vanuit de hemel, een moordenaar, die door de Geest gezet wordt op de vaste Rots van zijn behoud. De Vader contra Satan.
Heere gedenk mijner. Geen aards rijk verwacht hij. Dat is trouwens aan de Man in het midden wel te zien. En dan toch: denk aan mij. Kan dan een stervende Jezus, dat is Zaligmaker heten? Ja, in het geloof kan dat.
Ik nodig u tot naast de moordenaar aan het kruis. Staat u er echt? Met hetzelfde geloof?
Hoor dan: heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.
Heden, dat is vandaag nog. Vandaag nog wordt het eeuwigheid. En wat zal de eeuwigheid zijn. Eeuwige dood of eeuwig leven bij de Heere? Hoeveel mensen zuchten niet, als ik maar zeggen kon geborgen te zijn in het bloed van de Middelaar. Kunt ü het of twijfelt u. Is er dan geen oprecht geloof in het woord, Ik voor u?
Voor de moordenaar wordt de twijfel genadig weggenomen. Hij zal in het Paradijs zijn. Waar had u dat woord, die naam eerder gehoord. Zeker het is een pijnlijke herinnering aan het verleden. In het Paradijs ligt de oorzaak dat èn de moordenaar èn Christus onder hetzelfde oordeel zijn. Maar voor gelovigen is er een toekomstig Eden, zonder zonde, doornen, tranen en rouw. Het bedekt het verloren Paradijs. Gelovigen mogen ervan getuigen.
Wellicht kent u de woorden van Guido de Brés. Uitgesproken, enkele uren voordat hij aan de galg zou sterven: 'Het komt mij voor, dat mijn ziel vleugels heeft om ten hemel te varen want ik ben heden genodigd tot de bruiloft van mijn Heere, de Zoon van God'. Geloofstaal, gegrond in het kruiswoord van Christus.
Misschien dat volgende kruiswoorden een aanvechting voor de moordenaar zijn geweest. De Zoon van God, verlaten door God? Maar Zijn belofte is hechter dan wat aanvechting kan breken. En dat voor... een moordenaar: met Mij in het Paradijs, waar de boom des Levens in het midden is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's