Niet weg, maar ook niet mee?
In het Nederlands Dagblad reageerde prof. dr. J. Douma over opmerkingen van ondergetekende inzake een oordeel Gods, dat alsnog over de Hervormde Kerk gaat bij het doorgaan van SoW. Omdat de uitspraak over het oordeel Gods brede aandacht trok, plaatsen we bijgaand het artikel van prof. Douma met het antwoord van ondergetekende. V d. G.
Zoals ieder kan weten, is ir. J. van der Graaf, secretaris-generaal van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk, tegen het Samen op Weg-proces van zijn eigen kerken en de ('synodaal') Gereformeerde Kerken. Het lijkt erop dat er van dat 'samen op weg' nu eindelijk iets gaat komen.Maar dan zeer tegen de zin van Van der Graaf en de zijnen. Zware woorden worden daarbij gebruikt. Zo heeft Van der Graaf gesproken over Gods oordeel dat in dit Samen op Weg-proces zichtbaar wordt. Velen namen hem dit spreken kwalijk. Zo las ik in Trouw de reactie van iemand die zich afvroeg, of de Bond tegen het Vloeken hier niet iets tegen kon doen. Eindelijk heeft de synode op democratische wijze de knoop doorgehakt, aldus het ingezonden stuk, en ineens roept Van der Graaf als een hedendaags profeet: 'Dit is Gods oordeel!'
Wat is vloeken?
Van der Graaf is een ernstig en gelovig man, en we zullen hem niet gemakkelijk 'vloeken' kunnen verwijten. Wel werd ik, toen ik dit las, herinnerd aan een vraag die mij onlangs op een studentenbij eenkomst gesteld werd. Wat is vloeken eigenlijk? Bestaat dat uit het lichtvaardig noemen van de naam Gods, zoals we dat geregeld om ons heen op straat en voor radio en tv horen? Ik heb geantwoord dat dit zeker niet het eerste is waarop we moeten wijzen als overtreding van het Derde Gebod aan de orde komt,
In de Bijbel is vloeken hetzelfde als God door het slijk halen. En dat is meer dan op een ongepast ogenblik de naam van God noemen. Vloeken is de naam van God, die zwaar moet wegen, tot een lichtgewicht maken. Zo kunnen ook mensen gevloekt worden. Simeï maakte David uit voor een 'belialsman', een nietsnut. Hij vervloekte daarmee David, lezen we (2 Sam. 16, 7). David was koning, een man van naam; maar Simeï haalde die naam onderuit. Zo vervloekten eertijds de inwoners van Sichem hun koning Abimelech, door uit te roepen: 'Wie is Abimelech, dat wij hèm zouden dienen? ' (Richt. 9, 28).
Zo kan ook God gevloekt worden. Wat is dat eigenlijk voor naam dat wij die zouden eren? De jongeman die tijdens de woestijnreis uit Egypte naar het land Kanaan de naam van God lasterde en vloekte (Lev. 24, 10vvl, vloekte omdat hij minachtend over de Heere sprak. Zijn zonde was niet dat hij de naam van God uitsprak, maar dat hij die door de modder haalde. Het ligt voor de hand dat de ernst van het vloeken vooral uitkomt in wat er 'binnen' de gemeente van God en in de kerk van Christus gebeurt. Daar waar men Hem moet kennen, zal het minachten van Hem extra opvallen. Toen de maarschalk van de koning van Assur ten aanhoren van het volk op de muur van Jeruzalem de God van Israël lasterde, liepen de rillingen over de rug van Jeruzalems bewoners. Maar als iemand van het eigen volk zo spreekt, moet dat nog meer door merg en been gaan. Een valse profeet, die zichzelf verheft en God naar beneden haalt, is een groter vloeker dan hij die op straat de naam van God ijdel gebruikt.
Het is goed dat er een Bond tegen het Vloeken is. Deze Bond keert zich tegen het lichtvaardig gebruik van de naam van God in onze samenleving. Maar deze Bond bestrijkt niet het hele veld van het Derde Gebod. Ik heb elders het moderne vloeken een echo genoemd van het bijbelse vloeken. Gods naam wordt genoemd zonder dat men nog aan Hem denkt. Het bijbelse vloeken, dat een religieuze lading heeft, is geseculariseerd vloeken geworden. Men weet niet eens meer wat men zegt. Voor de meeste vloekers is God een dode God, met wie men in zijn eigen leven helemaal geen rekening meer houdt. Dat is erg genoeg, en het is belangrijk genoeg om op die leegheid van het leven zonder God te wijzen. De Bond tegen het Vloeken levert daaraan zijn eigen bijdrage. En wij moeten het ook doen door te waarschuwen tegen het lichtvaardig gebruik van de naam van God. Ook al is dat geen lasteren in de zware bijbelse zin van het woord, het is een droevige zaak dat de naam van God als stoplap en als krachtterm gebruikt wordt.
Maar, nogmaals, er is meer aan de hand in het Derde Gebod. Ook christenen die er niet over piekeren het woord 'god' of nog erger te laten vallen, staan altijd voor de vraag, of zij zinvol en zuiver over God spreken, of zij Hem eren of negeren, en of zij met al hun beste bedoelingen de naam van God terecht of ten onrechte aan een bepaalde zaak verbinden.
Deplorabele kerken
Ik kom nu terug op het Ingezonden in Trouw over Van der Graaf, die van vloeken beticht werd. Dat is niet juist. De Bond tegen het Vloeken hoeft er niet aan te pas te komen. Het zou ons zeker ook niet passen om te beweren dat Van der Graaf de naam van God lastert in de zware bijbelse zin van het woord. Duidelijk is het zijn bedoeling God te eren door de Nederlandse Hervormde Kerk niet af te voeren van, maar terug te brengen tot het zuivere Woord van God. En dat ziet hij bedreigd door het Samen op Weg-proces. Maar daarmee is de kous niet af. Want het is best mogelijk dat Van der Graaf de naam van God hier op een onduidelijke manier aan een bepaald kerkelijk gebeuren verbindt. Om hem recht te doen, citeer ik wat hij in een nadere verklaring over 'Gods oordeel' in Trouw van 5 maart schreef: 'Nu de Nederlandse Hervormde Kerk, na Afscheiding en Doleantie in de vorige eeuw te hebben overleefd, alsnog dreigt te verdwijnen en samen met de kerk der Doleantie dreigt op te gaan in een nieuwe kerk met verzwakt belijden, is te vrezen, dat dit een oordeel Gods is over de Hervormde Kerk. Honderd jaar na datum halen de Gereformeerde Kerken, die in hun losraken van de gereformeerde belijdenis ter synode een monolithisch beeld vertonen, alsnog de Hervormde Kerk, in haar veelszins deplorabele gestalte, in; in de dubbele betekenis van het woord.' Voor Van der Graaf is de Hervormde Kerk blijkbaar de kerk waaraan men koste wat het kost moet vasthouden. Afscheiding en Doleantie veroordeelt hij. De 'kerk der vaderen' was en is de Nederlandse Hervormde Kerk. En wat ziet hij nu gebeuren? Dat de kerk die hem lief is, samen zal gaan met de ('synodaal') Gereformeerde Kerken die er geestelijk gezien heel slecht aan toe zijn.
Nu zou men zeggen: als iemand niet synodaal-gereformeerd kan worden, kan hij ook moeilijk hervormd blijven. De ene kerk staat er immers, naar eigen zeggen van Van der Graaf, niet beter voor dan de andere. Beider toestand is deplorabel, als we op het belijden van die kerken wijzen. Maar waarom dan ineens Gods oordeel erbij gehaald als die twee kerken samen willen gaan? Is de Hervormde Kerk niet deplorabel of minder deplorabel als ze zonder de ('synodaal') Gereformeerde Kerken verder gaat?
Wij kennen het standpunt van Van der Graaf. Het kan bij de hervormden even slecht zijn als bij de synodalen; maar hervormd moet en zal men blijven. Dat is en blijft de 'kerk der vaderen'. Bekend zijn de woorden die Van der Graaf en de zijnen graag gebruiken: 'We kunnen niet weg en we kunnen niet mee'. Dat wil zeggen: we kunnen niet 'weg', zoals afgescheidenen en dolerenden in de vorige eeuw weggingen; maar we kunnen ook niet 'mee', zoals nu in het Samen op Weg-proces.
Welnu, naar mijn overtuiging ligt het anders. In de zestiende eeuw gingen 'de vaderen' met z'n allen weg toen God hen uit het diensthuis van de roomse kerk riep. Zo heeft Hij vaker mensen weggeroepen. En dan kun je niet zeggen: 'we kunnen niet weg'. Wie niet mee kan met een deplorabele kerk, die moet weg gaan. Niet weg van de kerk, maar weg van de roomse kerk, of van de hervormde kerk of van een Samen op Weg-kerk. En hij moet mee met hen die aan het geloof van de vaderen willen vasthouden. In de dagen van Ezechiël zat God niet vast aan het heiligdom in Jeruzalem, maar verliet Hij het. Hij zat in de zestiende eeuw niet vast aan de roomse kerk. Hij zit ook niet vast aan de Nederlandse Hervormde Kerk, of aan een Gereformeerde Bond in die kerk met allemaal afgescheiden diensten in plaatsen waar ook andere hervormde diensten belegd worden. En hij zit ook niet vast aan een Samen op Weg-kerk.
Geen derde mogelijkheid
Het lijkt me daarom vreemd als gereformeerde mensen zeggen: we kunnen niet 'weg' en we kunnen niet 'mee'. De kerkgeschiedenis maakt duidelijk genoeg dat onze 'vaderen' wel weggegaan zijn als zij de stem van Gods oordeel vernamen. Dat Van der Graaf op het oordeel Gods wijst, lijkt mij een goede zaak. Maar waarvoor wijst hij op dat oordeel? Om anderen te imponeren, of om er zelf mee te werken? Om te dreigen, of om zich door het oordeel Gods te laten gezeggen? Schermt hij met dat oordeel? Dan is het een ijdel gebruik van Gods naam. Berust hij erin als een soort Eli, zo in de trant van: de kerk onzer vaderen is een deplorabele kerk, Gods oordeel ontlaadt zich vandaag, maar 'wij kunnen niet weg en wij kunnen niet mee'? Of maakt het oordeel Gods hem werkzaam zodat Hij zich voor een beslissing geplaatst ziet. Wij kunnen niet mee en daarom gaan wij weg; wij willen hervormd blijven zoals onze vaderen het waren en daarom gaan wij niet samen op weg?
De geschiedenis maakt duidelijk genoeg dat wie niet 'weg' gaat, 'mee' gaat, mokkend of niet. Er is geen derde mogelijkheid. Maar als voor iemand vaststaat dat hij toch niet weg gaat, dan moet hij ook niet spreken van het 'oordeel Gods' over het Samen op Weg-proces. Want niemand kan toch meedoen aan wat God veroordeelt, ook niet mokkend. Van der Graaf vloekte niet, maar we mogen ons wel afvragen hoe ernstig zijn woorden over Gods oordeel zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's