Gods Trouw en onze roeping in de Nederlandse Hervormde Kerk nu en in de toekomst
Bijgaand artikel zond ds. M. D. Geuze ter plaatsing in Woord en Dienst. Hij vroeg het ook in ons blad een plaats te geven. In deze bijlage, waarin we diverse stemmen in en buiten de Hervormde Kerk doorgeven, geven we ook deze bijdrage een plaats. Gezien de vele reacties, die bij de redactie binnenkomen inzake de ontwikkelingen in SoW, is het ons slechts mogeüjk van tijd tot tijd een ingezonden bijdrage te'plaatsen. Uit de diversiteit van meningen blijkt intussen hoe velen vanuit verschillende gezichtspunten worstelen met de vragen, die zich voordoen. Red.
'Uw goedertierenheid, HEERE, is in eeuwigheid; en laat niet varen de werken van Uw handen.'(Ps. 138:8).
Gevaar
Nu het 'Samen op Weg'-proces voortgaat, dreigt opnieuw het gevaar van afscheiding van de historische bedding, waarin de HEERE Zijn gemeente in deze lage landen aan de zee heeft geleid. Evenals bij de scheuring van het rijk van Israël ten tijde van koning Rehabeam, - waar de koning zelf aanleiding toe gaf door niet naar de oudsten (de vaderen!) maar naar zijn leeftijdgenoten (de stemmen van de eigen tijd!) te luisteren en zo de lasten van het volk te verzwaren - klinkt ook nu de oproep tot afscheiding: Wat deel hebben wij aan David? Ja, geen erve hebben wij aan de zoon van Isaï? Naar uw tenten, o Israël! Voorzie nu uw huis, o David! Zo ging Israël naar zijn tenten' (1 Kon. 12 : 16). Deze oproep tot afscheiding in verschillende vorm stelt de indringende vraag: Is het voor de HEERE, de God van ons voorgeslacht, verantwoord om nu reeds innerlijk en later uiterlijk afscheid te nemen van de Nederlandse Hervormde Kerk, de historische openbaring van Christus' gemeente in ons land, die wordt meegenomen in het 'Samen op Weg'-proces? ' Om reeds nu, terwijl de verenigde kerk nog geen feit is, te vluchten in een kerk die we zelf willen voortzetten, maar die in werkelijkheid een nieuwe en andere kerk zal zijn naast de nog toekomstige, grote landelijke Verenigde Protestantse Kerk in Nederland? Is het eerlijk om nu te spreken over kerkelijk denken en handelen, terwijl we in het verleden ons zo vaak aan kerkelijke verantwoordelijkheid hebben onttrokken en dat nu in een kritieke situatie opnieuw neigen te doen? Is dit geen vluchtpoging, die de wrange vrucht is van nog altijd voortlevend 'afscheidingsdenken en - handelen' waarvan het zaad gezaaid is en wordt door stellige uitspraken en voortijdige positiebepalingen dat nu ontkiemt en welig opschiet? Proberen we op deze manier de zaak van Gods gemeente in ons land en onder ons volk en (of) onszelf veilig te. stellen? Doen we dan niet als Uza, die de ark van God meende te moeten redden en zo het leven verloor (2 Sam. 6 : 6, 7)?
Gods trouw
Gaat het ten diepste niet om de vraag: Houdt Gods trouw jegens Zijn gemeente in ons land en onder ons volk op wanneer de Nederlandse Hervormde Kerk met de andere kerken in de gestalte van de VPKN verder gaat? 'Wi] mogen niet vergeten, dat Gods trouw groot geweest is vanaf het begin van Christus' gemeente in Nederland. Door de dienst van de zending is ons volk een discipel van de Heere Jezus geworden, een gedoopt volk, gebracht onder de zegenrijke heerschappij van Gods Drieënige Naam (Mt. 28 : 19). Dat is niet ons werk, maar Gods werk geweest. De christelijke gemeenten in ons land leefden eerst samen als Katholieke Kerk onder de pauselijke kerkregering. Toen kwam de Kerkhervorming van de zestiende eeuw, die door Rome helaas werd afgewezen. Op de Synode van Dordrecht (1618/19) werd het genadekarakter van het heil gehandhaafd en beleden, waarvan de remonstranten helaas niet wilden weten. Dit zijn hoogtepunten van Gods trouw in het leven van Zijn gemeente in ons vaderland geweest. Vanaf de Kerkhervorming leefden de gemeenten in ons land samen als Nederduitse Gereformeerde Kerken of Gemeenten onder een presbyteriale kerkregering. Zij vonden elkaar in een gemeenschappelijke gereformeerde belijdenis en zij aanvaarden een gereformeerde kerkorde. Hoewel belijdenis en kerkorde zwak functioneerden, was er de trouw van God, Die doorging met Zijn kerkvergaderend werk. Na de Franse Revolutie legde Koning Willem I de kerk een bestuursreglement op en werd de naam van de kerk Nederlandse Hervormde Kerk. Maar Gods trouw bleef, niettegenstaande het juk van de reglementenbundel en de betreurenswaardige afscheidingen die plaatsvonden. In 1951 werd een nieuwe kerkorde aangenomen, waartegen ernstige principiële bezwaren bestonden, die later helaas maar al terecht bleken te zijn. Maar Gods trouw bleef, zowel binnen de Nederlandse Hervormde Kerk als gelukkig ook daarbuiten.
Einde van Gods trouw?
Zou Gods trouw dan nu ophouden wanneer het gaat in de richting van de VPKN? Zal Hij Zijn eigen werk niet in stand houden en tot een zegen stellen binnen de VPKN? Is de HEERE, onze God, niet bij machte om de beloften voor onze kerk gegeven te vervullen en de gebeden voor haar opgezonden te verhoren in de gestalte van de VPKN? Wij verdienen dat niet, maar zou Hij ons Zijn trouw niet willen betonen, wanneer wij trouw mogen zijn in de bediening van het Woord en de Sacramenten binnen de VPKN? Hij heeft ons de weg van de verootmoediging en van het gebed gewezen. Maar waarom bewandelen we deze weg nog zo weinig? Geloven we er niet in
Gods trouw op het spel?
Nu zou de vraag gesteld kunnen worden: Maar kunnen wij Gods trouw niet verspelen door ons te laten meenemen in het "Samen op Weg"-proces in de richting van de VPKN? ' Wanneer wij geloven, dat God ook ons volk (naast bv. het Engelse en Schotse volk) door de dienst van de zending tot Zijn discipel heeft gemaakt, dan is ons volk in een vergelijkbare positie met Israël, Gods verbondsvolk, gekomen. Dan mag ook ons volk in Zijn onverbreekbare trouw delen. Maar dan geldt ook Ps. 89 : 31-35. Gods trouw openbaart zich niet alleen in zegen, maar ook in vloek; niet alleen in genadebetoon, maar ook in strafgericht. Dat heeft Israël ervaren. Dat heeft ook ons Nederlandse volk ervaren, zowel in de Franse als in de Duitse tijd, alsook door andere strafgerichten. En wat kunnen we in de huidige situatie anders verwachten nu de kerkelijke breuk op het lichtst geheeld wordt zonder terugkeer tot God en Zijn Woord? Maar, God zij dank, altijd weer wil de HEERE in Zijn toorn aan Zijn ontferming gedenken. Dat kan en dat mag ook nu onze enige hoop zijn. Wij kunnen Zijn trouw nooit vernietigen. 'De genadegiften en de roeping van God zijn onberouwelijk' (Rom. 11 : 29). Wij kunnen echter wel Gods toorn opwekken en dan openbaart Zijn trouw zich in Vaderlijke kastijding tot bekering. Hij kan ons letterlijk en figuurlijk in ballingschap zenden door ons bv. de Hervormde kerkvorm te ontnemen en - wat nog veel erger is - Zijn aangezicht voor ons te verbergen. Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis getuigt: En deze heilige Kerk wordt van God bewaart, of staande gehouden, tegen het woeden van de gehele wereld: hoewel zij soms een tijd lang zeer klein en tot niet schijnt gekomen te zijn in de ogen van de mensen; gelijk Zich de HEERE gedurende de gevaarlijke tijd onder Achab zevenduizend mensen behouden heeft, die hun knieën voor Baal niet gebogen hadden' (art. 27). De zevenduizend als de kiem voor een geestelijke opwekking en voor het herstel van Zijn gemeente. Daarom is er in de donkerste tijd hoop op Gods trouw, die in eeuwigheid is.
Trouw op onze plaats
Op grond van Gods trouw worden wij geroepen om trouw op onze plaats te blijven en de bediening, die we aangenomen hebben in de Heere, trouw te vervullen (Kol. 4 : 17), welke consequenties dat ook mag hebben. In donkere tijden bleven Hanna en Samuel, Simeon en Anna trouw op hun post. En zijn de Heere Jezus Zelf en Zijn apostelen niet binnen Israël gebleven, totdat zij uitgeworpen werden? Voor alles gaat het om de voortgang van de bediening van het Woord en van de Sacramenten en de opbouw en uitbreiding van de plaatselijke gemeenten en dat die bewaard worden voor verdeeldheid en verscheuring. Wat het geheel van de Nederlandse Hervormde Kerk en de toekomstige VPKN betreft, past ons niets anders als bewogenheid zoals de HEERE bewogen was met Zijn volk Israël: Hoe zou Ik u overgeven, o Efraïm? U overleveren, o Israël? Hoe zou Ik u maken als Adama en u stellen als Zeboïm? Mijn hart is in Mij omgekeerd, al Mijn berouw is tezamen ontstoken' (Hosea 11 : 8). Wij zijn verantwoordelijk voor het hele kerkelijke leven in ons land. We staan ook mee-schuldig aan de kerkelijke situatie en ontwikkehng, zowel aan de verkeerde manier van bezig-zijn in 'Samen op Weg' (zie 'Boodschap voor het "Samen op Weg"-proces' van 1994), alsook aan een verkeerd reageren op 'Samen op Weg' door ons nu te willen afscheiden. Moet de Heere het niet meer tegen 'rechts' (wat bijbelgetrouw begeert te zijn) als tegen 'links' (wat niet bijbelgetrouw is) hebben, omdat 'links' de wrange vrucht van 'rechts' is? Waarom is er zo weinig echt gesprek meer tussen de vooren tegenstanders van 'Samen op Weg' en passeren zij elkaar als schepen in de nacht? Wanneer wij aan de voor-en tegenstanders zouden vragen wat ze tegen elkaar hebben, zouden we dan niet schrikken en ons moeten schamen? Is er geen herstel van onderlinge relaties nodig, voordat we in de Nederlandse Hervormde Kerk samen verder kunnen gaan?
Het is bijbels om allereerst en allermeest de schuld bij onszelf te zoeken. Maar heeft de Generale Synode zelf - als koning Rehabeam - geen aanleiding tot de scheidingsgedachte gegeven door de ongeestelijke synodale druk inzake de ouderlingkerkvoogd, door akkoord te gaan met de ernstige verzwakking van de gereformeerde belijdenis in de concept-kerkorde en door andere synodale besluiten, die als in strijd met de Heilige Schrift worden ervaren en in gewetensnood brengen? Waarom wordt er in het hele kerkelijke leven weinig of niet geluisterd naar de stemmen, die tot waarachtige inkeer tot onszelf en terugkeer tot het Woord van God oproepen?
Trouw in het strijden
Op grond van Gods trouw worden wij geroepen om in Gods kracht te blijven strijden voor het bijbelse (gereformeerde) karakter van de Nederlandse Hervormde Kerk en van de toekomstige VPKN. De naam, de grondslag en de geschiedenis van de Nederlandse Hervormde Kerk hebben we lief. Die willen we niet kwijtraken, maar behouden tot zegen van het hele kerkelijke leven in ons land.
Vertrouwen
Naarmate de eindtijd inkort, zal de strijd zwaarder worden en het lijden aan de kerk toenemen. Het meegenomen-worden in het 'Samen op Weg'-proces, zoals dat tot nog toe gestalte heeft gekregen, is moeilijk en vervuld met grote zorg voor de toekomst. Als wij ons niet bekeren, blijft dan niet van kracht: Om dit alles keert zich Zijn toom niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt' (Jes. 5 : 25)? Maar toch, Gods goedertierenheid. Zijn verbondstrouw, is in eeuwigheid. In die geloofszekerheid mogen we staan en strijden en in geloofsafhankelijkheid mogen we volhardend bidden: En laat niet varen de werken van Uw handen. In Uw toom gedenk aan Uw ontferming' . In een zondig dieptepunt kan èn wil de HEERE een genadig keerpunt geven. Zoals de HEERE eenmaal tot Jeruzalem weerkeerde met ontfermingen en beloofde: Mijn huis zal daarin gebouwd worden', zo kan Hij ook nu tot ons wederkeren en Zijn huis in ons land en onder ons volk bouwen' (Zach. 1 : 16). Nooit kan het geloof teveel verwachten. Nu er momenteel zoveel stemmen klinken en acties ondernomen worden geldt meer dan ooit: Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de HEERE der heerscharen' (Zach. 4 : 6) en 'deze allen waren eendrachtig volhardende in het bidden en smeken' (Hand. 1 : 14). In de weg van verootmoediging en gebed wil God grote wonderen doen. 'Zou iets voor de HEERE te wonderlijk zijn? (Gen. 18 : 14a).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's