De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Enkele opmerkingen naar aanleiding van de gang van zaken met betrekking tot S.o.W.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Enkele opmerkingen naar aanleiding van de gang van zaken met betrekking tot S.o.W.

10 minuten leestijd

In het hierna volgende wordt niet iets te berde gebracht wat al niet bekend is. Het heeft slechts ten doel om, vrij van emoties, een aantal bestuurlijke en structurele aspecten te belichten welke van wezenlijk belang geacht moeten worden en door een wat eenzijdige nadruk op andere, overigens niet minder belangrijke, aspecten onderbelicht dreigen te blijven.

I. Bestuurlijk

1. De behandeling van de consideraties van de classis m.b.t. een concept-kerkorde van een V.P.K.N.

De uitkomst was totaal anders dan Leidschendam had verwacht. Gevraagd om commentaar op het concept-statuut van een V.P.K.N. spraken de classes zich ongevraagd uit over al of niet fuseren. De reactie van de meerderheid was niet positief. Dat mocht niet! De commissie KOA werd ingeschakeld. Zonder enige twijfel uit te spreken over de bekwaamheid van deze commissie inzake kerkordelijke aangelegenheden, vraagt men zich af welke bijdrage zou kunnen leveren aan het nog beter verstaan van duidelijke uitspraken van de classes. En toch heeft die commissie 'aangetoond' dat het merendeel van de classes wel degelijk op fusie wilde aansturen.

Df herinner mij twee boekjes die ik in mijn studietijd ooit in handen had. Het ging over statistiek. De titel van het ene luidde 'L'art de grouper des chiffres' (de kunst om cijfermateriaal te groeperen). Die van het andere was duidelijker: 'How to lie with statistics' (wat vriendelijk vertaald: hoe de hand te lichten met statistisch materiaal). Leidschendam volgde het advies van de commissie en wees via het moderamen van de synode een storm van protesten van de hand. De synode stelde zich in meerderheid achter het advies. Zomaar een vraag: hoe zou de uitslag zijn geweest bij een schriftelijke stemming? Voorlopige conclusies:

— het beleid van de kerk ligt in feite in handen van een ambtelijk apparaat dat veelal een meerderheid van de synode achter zich krijgt. Dit roept het beeld op van een autocratie.

— er bestaat een discrepantie tussen de synode en de stem van de door haar vertegenwoordigde classes.

Er is echter meer:

2. De vertegenwoordiging van de classes in de synode

De leden van de synode hebben daarin zitting als afgevaardigden van hun classis. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Hoe zit het echter met het gewicht van de verschillende classes? Daarbij kan niet voorbij worden gegaan aan aantallen en betrokkenheid bij de kerk van de binnen een classis wonende lidmaten.

Er zijn classes die elk in hun ressort nog vele duizenden kerkelijk meelevende lidmaten tellen. Daarnaast — en dat is ieder bekend — zijn er aan de periferie classes met niet meer dan enkele honderden al of niet meelevende lidmaten. Toch hebben de afgevaardigden van beide categorieën classes in de synodevergadering een gelijke stem.

Ter voorkoming van misverstand: dit is geen verwijt aan die kleine classes, doch bedoelt slechts aan te tonen dat het afvaardigingssysteem niet in orde is.

Deze situatie roept herinneringen op aan de uit de Engelse parlementaire geschiedenis bekende 'rotten boroughs'. Wat waren dat? Ik vertaal uit de Encyclopaedia Britannica: 'Ontvolkte kiesdistricten die hun oorspronkelijke vertegenwoordiging behielden. (...) Vóór het van kracht worden van de Reform Bill van 1832 werden meer dan 140 van de in totaal 658 parlementszetels bezet door vertegenwoordigers van 'rotten boroughs', waarvan een 50-tal minder dan 50 kiesgerechtigden had'. Aan deze misstand werd een eind gemaakt door wetten van 1832, 1867 en 1884.

Er is reeds herhaaldelijk op gewezen dat, wil recht worden gedaan en wil de synode een afspiegeling zijn van de kerk, een wijziging van het systeem van afvaardiging de hoogste urgentie heeft. In de actuele situatie dringt dit te meer. Immers, reeds thans bleek, zelfs zonder weging, het merendeel van de classes geen fusie voor te staan. Bij een meer evenredige vertegenwoordiging — de tegenstanders van fusie zitten vooral in de volkrijke classes — waarbij dan bovendien de stem van een aantal afgevaardigden niet diametraal staat tegenover de mening van de hem/haar afvaardigende classes, zou de S.o.W.-discussie reeds lang zijn afgesloten en had zeer veel kostbare tijd kunnen zijn besteed aan wezenlijke taken van de kerk. Om nog maar niet te spreken van wat het S.o.W.proces tot dusver al heeft gekost.

Er wordt gesteld dat de leden van de synode de vrijheid moeten hebben om naar eigen inzicht te stemmen. Wat hiervan zijn moge — in het algemeen kan dit wel worden beaamd — deze zelfstandigheid dient echter zijn grenzen te hebben: wanneer het gaat om het al of niet voortbestaan van onze kerk moet ook bij de huidige structuur de stem van de classes volledig doorklinken.

Tegen het argument van 'evenredige vertegenwoordiging' is van de zijde van Leidschendam aangevoerd dat de kerk geen democratie is maar een Christocratie ('behoort te zijn': G. R). Dit gelegenheidsargument is, enigszins gewijzigd, ('de kerk is geen autocratie met een Christocratie') echter veeleer te hanteren als een boemerang, terugslaand naar de hiërarchische top (zie onder 1), dan dat hieruit een wapen kan worden gesmeed ter bestrijding van een betere vertegenwoordiging van de kerk in haar hoogste ambtelijke orgaan.

Er is echter nog meer.

3. De besluitvorming

Het is gebruikelijk dat in verenigingen of daarmede vergelijkbare lichamen besluiten met betrekking tot lopende zaken worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Voor meer ingrijpende besluiten schrijven de statuten, mits opgesteld door een terzake deskundige, als regel een gekwalificeerde meerderheid voor. Dit betekent dat voor het nemen van die besluiten aanzienlijk meer dan de helft plus een van het aantal stemmen nodig is. Dit is steeds het geval wanneer het (zelfstandig) voortbestaan van de vereniging of dgl. in het geding is: opheffing of fusie.

Naar ik meen te weten komen in onze kerkorde — de grondwet van de Nederlandse Hervormde Kerk — zodanige bepalingen niet voor. Indien dat zo is moet dit als een ernstig manco worden beschouwd. Dat betekent echter niet dat het niet indruist tegen de meeste elementaire regels van behoorlijk bestuur indien ook onder de bestaande kerkorde door de synode zo maar met een gewone meerderheid van stemmen in principe wordt besloten tot fusering met twee andere kerken om daarmede een eind te maken aan het zelfstandig voortbestaan van onze kerk. Een zeer gekwalificeerde meerderheid en dan van een synode die geacht kan worden een afspiegeling te vormen van de kerk — zie onder 2. — zal nodig zijn.

Samenvatting en vervolg

1. Uit de consideraties van de classes naar aanleiding van het concept-statuut voor een V.P.K.N. is niet op te maken dat een meerderheid van de (zelfs ongewogen) classes een fusie met de G.K.N, en de Lutherse Kerk voorstaat. Toch besluit de synode om op de ingeslagen weg voort te gaan.

2. Het is bekend dat het met name de volkrijke classes zijn waarin de tegenstanders van fusie gezocht moeten worden. Dit in aanmerking genomen kan slechts de conclusie luiden dat een ruime meerderheid van de kerk een fusie afwijst. Desondanks blijft Leidschendam onder meer bij monde van de voorzitter van de synode de stelling poneren dat de kerk S.o.W. wil. En de synode dan?

Op 15 maart jl. heeft de synode niet de wijsheid weten op te brengen om recht te doen aan de overtuiging van de meerderheid van de kerk. In het voetspoor van Leidschendam heeft zij, met gewone meerderheid besloten om het besluit (? !) van een triosynode te bekrachtigen.

3. Daarbij komt ten overvloede nog dat, indien een synode al het recht zou hebben om te beslissen over het al of niet (zelfstandig) voortbestaan van de kerk (hetgeen kan worden bestreden, zie hierna), een zodanig besluit slechts zou mogen worden genomen met een zeer gekwalificeerde meerderheid van stemmen en dan van een synode die geacht kan worden een zo zuiver mogelijke afspiegeling te zijn van de kerk.

II. Structureel

In het voorgaande wordt erop gewezen dat zwaarwegende besluiten ook in de kerk behoren te worden genomen met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Betekent dat, dat ook een fusie-besluit onder deze zwaarwegende besluiten valt? M.a.w. dat een synode, zij het met genoemde meerderheid zou kunnen beslissen over het lot van de kerk? Want daarover gaat het thans. Het moet in dat verband duidelijk zijn dat een besluit tot opheffing c.q. fusie van een geheel andere aard is dan welk ander door een synode te nemen besluit. Andere besluiten hebben steeds een binnenkerkelijk karakter. Men kan het daarmee als kerklid eens zijn of niet, men kan als uiterste consequentie zelfs de kerk verlaten. Men kan ook blijven. Beide in volle vrijheid.

Wat nu op het spel staat ontneemt mij als kerklid die keuzevrijheid, omdat na een fusie mijn kerk als zodanig niet meer bestaat. Ik kan niet blijven omdat mijn kerk verdwijnt. Ik wil trouw blijven aan mijn kerk, maar dit dreigt mij onmogelijk te worden gemaakt omdat hogere organen, die de trouw hebben opgezegd, m.a.w. hebben besloten om mijn kerk te doen opgaan — ondergaan — in een groter geheel. De vraag moet gesteld worden: is het rechtens wel mogelijk dat een bestuursorgaan, i.e. een synode, buiten mij om kan bepalen of ik lid blijf van de Nederlandse Hervormde Kerk dan wel, tegen wil en dank, word ingeschreven in de registers van een nieuw opgerichte creatie? Het antwoord kan slechts 'neen' zijn. Deze vraag dringt overigens te meer — en ik kom nog eenmaal terug op het onder I gestelde — nu het als vaststaand kan worden aangenomen dat een meerderheid van de kerk geen fusie wil.

Als dit laatste nolens volens (tegen wil en dank) eindelijk zou worden erkend door de beleidsbepalende top, komt vervolgens de vraag naar voren: wat te doen? Door de voorstanders van S.o.W. wordt om strijd als axioma (= is een onomstotelijke waarheid die geen bewijs behoeft) verkondigd: 'er is geen weg terug'. Dit is slechts schijn. Zo goed als op synodaal niveau is besloten om een S.o.W.-proces in gang en voort te zetten, evenzo goed kan dat besluit door hetzelfde orgaan ongedaan worden gemaakt.

Maar er is al zoveel tijd (en geld!) aan besteed. Op zichzelf mag dit geen argument zijn om op de ingeslagen weg voort te gaan. Ook hier geldt: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

Maar S.o.W. is in vele plaatsen al gerealiseerd. Dit is inderdaad het geval. Echter — en dat is bij de beoordeling van wat thans aan de orde is van doorslaggevend belang — het samengaan vond steeds vrijwillig plaats op grond van een besluit, genomen op plaatselijk niveau. Terwijl het individuele lid van de kerk steeds de vrijheid had om mee te gaan dan wel in de hervormde kerk te blijven.

De vraag is: hoe moet het dan met al die reeds bestaande S.o.W.-gemeenten? Het antwoord lijkt niet zo moeilijk. Waarom zouden al die reeds bestaande S.o.W.-gemeenten, en zij die er op grond van vrijwillig genomen besluiten nog bijkomen, zich niet op een of andere wijze bundelen tot een soort VPKN? Het concept-statuut ligt al klaar.

Wat betekent dat voor onze kerk? Dat SoW zo snel mogelijk van de agenda van de synode verdwijnt. De daardoor vrijkomende tijd kan dan worden besteed aan aangelegenheden die van wezenlijk belang zijn voor de kerk. Waarbij ook aandacht dient te worden besteed aan de bestuurlijke opbouw van de kerk met het doel om die te transformeren van (feitelijk) episcopaal/hiërarchisch naar meer presbiteriaal. Stellig zal de commissie K.O.A. aan een eventuele herstructurering een waardevolle bijdrage kunnen leveren. U vraagt: kan daar nog iets van worden verwacht? Ik eindig met een wedervraag: gelooft u nog in een God van wonderen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Enkele opmerkingen naar aanleiding van de gang van zaken met betrekking tot S.o.W.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's