De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Opstanding in het boek Openbaring

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Opstanding in het boek Openbaring

10 minuten leestijd

Het is Paasfeest op Patmos. Johannes, de in de dienst van zijn Heere vergrijsde apostel, is om het Woord Gods en het getuigenis van Jezus Christus verbannen naar een eenzaam eiland. Maar waarheen de keizer hem ook heeft verbannen, ook daar weet zijn Koning hem toch te vinden. Niet voor niets staat het dat het op de 'dag des Heeren' was, dat Christus aan Zijn apostel verscheen. Dat is immers de dag van de Opstanding, de dag bij uitstek waarop de Opgestane en Levende Heere Zich telkens weer op een bijzondere wijze aan de Zijnen openbaart. Het mag dan één keer per jaar Paasfeest zijn, wij mogen elke week beginnen met een Paasdag.

We lezen in de Evangeliën dat de Opgestane Heiland in de eerste tijd na Zijn verrijzenis uit dood en graf aan Zijn discipelen is verschenen. Het was vooral die eerste dag der week, die Hij voor zulke verschijningen uitkoos. Dat deed Hij om ze te bemoedigen met het oog op hun roeping om getuigen te zijn van Zijn overwinning. Dat hadden ze wel nodig, want ze zouden met een Woord van leven de wereld ingaan, waarin de ervaring van de dood nog zo oppermachtig zou blijven. En wie houdt het vol om te verkondigen dat de dood is verslonden tot overwinning, als het niet de Overwinnaar Zelf Zich telkens weer laat kennen in Zijn heerlijkheid?

De laatste Paasverschijning

Wij mogen de verschijning van de Opgestane Heere Jezus aan Johannes zien in de rij van de verschijningen aan de apostelen. Als Paulus in 1 Korinthe 15 zegt dat Christus uiteindelijk ook aan hem nog verschenen is, als aan de minste der apostelen, dan wil dat nog niet zeggen dat de openbaring op de weg naar Damascus de laatste keer is geweest dat Christus als de Opgestane verschenen is aan Zijn apostelen. Johannes ontvangt vele jaren later opnieuw een echte paasverschijning. Horen en zien vergaan hem, ja hij valt als dood aan de voeten van zijn hemelse Heere. Hij ziet Hem in hemelse glans staan temidden van de gouden kandelaren. De gemeenten die Johannes in grote zorg gedwongen had moeten verlaten zijn niet aan zichzelf overgelaten. Integendeel, de Opgestane Heere staat in hun midden en regeert ze door Zijn Woord en Geest. Hij houdt de sterren in Zijn hand. Dat is een overweldigend gezicht, dat Johannes maakt als een dode. Maar direct maakt de Levende Heere hem duidelijk dat hij dat niet zal zijn. Want Hij zegt: 'Ik ben dood geweest; en zie Ik ben levend in alle eeuwigheid'. Als Christus dood is geweest, dan hoeft, ja dan mag Johannes het niet meer wezen. En evenals de paasverschijningen in Jeruzalem bedoeld waren om temidden van alle vrees en schrik, achter gesloten deuren, de triomf van de opstanding te proclameren, zo is het ook op Patmos. Maar dan wel op zo grote schaal, dat het niet alleen in de beslotenheid van de opperzaal blijft, maar doorbreekt tot de uiterste einden van de wereld en geschiedenis, waarin Christus Zijn opstandingskracht wil openbaren. Zo heeft deze laatste verschijning een kosmische dimensie. De Opstanding in de geweldige geschiedenis van de wereld tot aan de voleinding. De betekenis van de Opstanding, als de verborgen hemelse overwinningsmacht in de tijd tot het einde, dat is kort samengevat de boodschap van het laatste Bijbelboek. En daarom hangt dit boek er maar niet zo wat bij, als een duister en onverklaarbaar aanhangsel van Gods openbaring. Het is het slotakkoord van het grote lied van kruis en opstanding. De jubel van het Lam, staande als geslacht, dat overwonnen heeft en overwinnen zal.

Het Lam staande als geslacht

Het is opvallend dat de Opstanding van Christus in de korte samenvatting van Zijn heilswerk op aarde, zoals we die vinden in Openbaring 12, niet wordt genoemd. Het gaat daar over de vrouw die baren zou en de draak die haar kind zoekt te verslinden. De Johanneïsche illustratie van de moederbelofte uit Genesis, van de strijd tussen vrouwenzaad en slangenzaad. Als in een bliksemflits wordt de hele weg van Bethlehem tot Hemelvaart samengevat in dit ene woord: 'en haar kind werd weggerukt tot God en Zijn troon'. Al de heilsfeiten worden besloten in één reusachtige heilige zwaai, van de troon en weer terug tot de troon. Daar is het Kind, dat Koning is, de Leeuw Die als het Lam heeft overwonnen. Kruis en Opstanding komen nergens heerlijker aan het licht dan daar, waar Het Lam wordt bejubeld, dat alle macht heeft en alle eer waardig is te ontvangen in hemel en op aarde.

Johannes wordt verwaardigd en begenadigd om van de aarde reeds door een geopende deur in te mogen zien in de hemelse heerlijkheid waar de overwinning van kruis en opstanding wordt gevierd. En waar voor de troon van God duidelijk wordt dat de geschiedenis op aarde vol bange aanvechting en strijd in een direct verband staat met de overwinning van de Levende Heere. Wat niet af te lezen is uit de waarneming hier beneden, dat wordt heerlijk zichtbaar voor de troon. De apostel mag zijn tranen drogen. Was er eerst de vrees dat niemand waardig en bij machte was om het boek van de wereldgeschiedenis te nemen en zijn zegelen open te breken, nu mag hij mee jubelen, want het Lam, 'staande als geslacht' neemt het uit de rechterhand van Hem Die op de troon zit. Hij krijgt alle recht en bevoegdheid en macht om de wereldgeschiedenis tot een goed einde te brengen.

Hoe ziet het Lam er uit? Het staat er 'als geslacht'. Het opvallende is dat het slachtoffer niet leeggebloed neerligt, vanwege de dodelijke keelwond. Een gekeeld offerlam is het beeld van uiterste machteloosheid. Maar als het Lam, ondanks de dodelijke wond toch staat als een Leeuw, in toonbeeld van overwinnende macht, dan is het duidelijk hoe bijzonder de overwinning is. Hij zegeviert niet zomaar. Hij is de Overwinnaar Die dood is geweest, dat is nog te zien. Maar zie Hij leeft, en Hij is zo de Overinnaar die de geschiedenis brengt tot de voleinding van Zijn Koninkrijk. Het bijzondere van Zijn overwinning is dat Zijn dood aan het kruis blijvend van kracht is in de wijze waarop Hij als de Opgestane regeert. Het gaat om de overwinning van de genade, de verzoening door Zijn bloed. In de hemel is er geen twijfel over, ontelbare zangers verenigen zich in de lof van dit Lam.

Wat is er nu anders geworden?

Maar hoe zit het nu op aarde? Wat komt er terecht van de kracht van Zijn opstanding, zo te zien? Er wordt zo weinig van de opstanding zichtbaar op aarde. Als Pasen de definitieve overwinning betekent van zonde, dood en duivel, waar lezen we dat dan af aan de gang van de geschiedenis? Johannes is een banneling op Patmos. De kerk bezwijkt haast onder de druk van de vervolging. De glorie en victorie van Pasen zijn niet af te lezen aan de conditie van de gemeente van Christus, die haar gang moet maken door de tijden heen. Als de gebeurtenissen van kruis en opstanding het keerpunt ten goede zijn van de wereldgeschiedenis, wat merken we daar dan concreet van? Is het een legitieme vraag om te stellen: waarom ziet het er alles nog zo onverlost en ten dode opgeschreven uit, als Christus toch de dood heeft verslonden tot overwinning en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht heeft gebracht? In de diepzinnige gedachten over de Openbaring die J. H. Bavinck heeft gegeven in zijn En voort wentelen de eeuwen vond ik een poging om een antwoord te geven op de aanvechting die de spanning tussen het juichen boven voor de Troon en het kreunen Jiier beneden teweeg brengt in het hart van de gelovigen. We geven de essentie daarvan gaarne aan u door.

'Vanaf de Paasmorgen is de wereldgeschiedenis anders', zegt Bavinck. 'Maar het betekent echter niet dat alles hier mooier en hoopvoller is geworden, maar juist omgekeerd. De Paasmorgen is, gezien in de totale samenhang van de wereldgeschiedenis, niet het eerste lichten van het morgenrood, niet het preludium van een hooggestemde triomfzang, maar hij is de inleiding op een gebeuren dat eenvoudig ontstellend genoemd moet worden. Er komt een samentrekken van de boze machten, er komt een krachts-concentratie van zo onrustbarende omvang, dat het wel schijnt alsof op de Paasmorgen de doodsklokken geluid hebben over alle menselijke rust en vrede. (...) Vanaf de Paasmorgen begint de razernij van de geschiedenis' (blz. 30).

Hoe valt er dan in het geloof te leven met dit 'averechtse effect', waar de Openbaring zo aangrijpend van laat horen en zien? De demonie van de geschiedenis lijkt na Pasen immers sterker dan ooit. In deze spanning heeft de kerk met haar geloof in de Opgestane haar standplaats tot aan de voleinding. En ze mag zich getroost weten door de boodschap van de Overwinning van het Lam. Dat zal niet zonder bloed, zweet en tranen gaan. 'De Paasmorgen ligt achter haar, maar een lucht van donkere wolken zwart ligt voor haar.' De Kerk moet zich in deze wereld voorbereiden op de strijd die wacht. Maar ze mag weten dat deze strijd geen afbreuk hoeft te doen aan haar geloof in de opstanding en het leven, maar dat het er juist de consequentie van is. Het lijden van deze tegenwoordige tijd is een direct gevolg van de Paasmorgen, en het is ook een voorbode van het komend Koninkrijk, waarin straks de laatste vijand onder de voeten van het Lam vertreden zal liggen.

De Levende Heere biedt Johannes en de strijdende kerk op aarde in dit machtige visioen van de Openbaring het perspectief van de Opstanding, waardoor het uit te houden is in het strijdperk van dit leven. Want onze Koning is van Israels God gegeven. Hij is het Lam in de troon. De conclusie is: 'Wanneer Johannes ons één ding met machtige klem op het hart wil binden, dan is het dit, dat de overwinning er al is, dat alle bedreiging en verschrikking tegen die achtergrond van de overwinning moet gezien worden, en dat alleen wanneer we zó zien, wij er niet door verbijsterd zullen worden'. Wij mogen ons dus na Pasen getroost weten door het grote wondere geheim van de eigenlijke geschiedenis, die met Pasen in een definitieve doorbraak zichtbaar is geworden voor het geloof. We hoeven ons niet te verkijken op de tegenspraak van de wereldgeschiedenis. Op het strand van Patmos is er een zondagmorgen geweest, die een rust heeft gegeven temidden van de woelige baren van de geschiedenis, een rust die ook voor vandaag overblijft voor het volk Gods. De kosmische betekenis van de Opstanding is in Openbaring ook een heel directe persoonlijke troost voor de gelovige: 'Ik weet dat het gaat naar de Morgen, al voert Hij mij ook door de nacht'. Tenslotte: 'Alleen wie begrijpt dat de geschiedenis alleen een fragment is van een veel omvangrijker gebeuren en wie weet dat in dat omvangrijke gebeuren de heerlijkheid van Christus allesbeheersend is, die maakt zich niet overmatig bezorgd en die laat zich niet opzij drukken door demonische machten. Die heeft zijn standplaats gevonden in God en daar staat hij zeker. (...) Die mens kan de toekomst in zien, zonder ook maar één ogenblik te sidderen. "Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van Zijn Gezalfde", 38, 39.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1996

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De Opstanding in het boek Openbaring

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1996

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's