Stille Zaterdag
'aldaar dan legden zij Jezus...' (Joh. 19 : 42a)
Stille Zaterdag is doorgaans niet zo stil als de naam wel zou doen vermoeden. Handen en voeten toch reppen zich in zoveel voorbereiding naar de komende Paasdagen. De dag ligt wat weggedrukt tussen Goede Vrijdag en Pasen.
Toch bevat ook de Stille Zaterdag rijke troost voor de gelovige. En stille overdenking ervan wil leiden tot rijke zegen.
Jezus is begraven geworden. Ook dat hoorde er voor Hem bij. Hij wilde niet slechts voor zondaren geboren worden en voor hen leven. Maar ook voor hen sterven en begraven worden. Vóór hen... dat is in hun plaats. Maar zo dan draagt Hij voor hen het loon op de zonde, gaat Hij voor hen de weg van wieg tot en met graf.
En dus rust nu Jezus in het graf. U moet dat zo wel laten staan. 'Jezus in het graf.' Maakt u er vooral geen 'stoffelijk overschot' of iets dergelijks van. Dat is puur heidens. Dan wordt het lichaam een soort weg werpverpakking, richt alles zich op de ziel alleen. In de bijbel worden mensen begraven. Abraham, Izaak, Jakob, David, Jezus... Of: het lichaam, bv. Luk. 23 : 55 'en aanschouwden, ... hoe Zijn Lichaam gelegd werd'. Er blijft ook na het sterven toch vanuit het Woord van God een betrekking tussen ziel en lichaam. Er wordt nooit 'iets' begraven zozeer, maar altijd 'iemand'.
Het graf. Plaats van onze doden. Het verstilde gelaat, gevat in het mat-bleek van de dood. Geen stemming weerspiegelt zich meer. Geen woord gaat uit van de zwijgende mond. Zelfs geen fluistering wordt gehoord. Noch van de zonde, noch van de lof des Heeren.
Hebben we wel eens goed geluisterd op onze begraafplaatsen. En de stilte gehoord! Ja, wat is het er stil, al staan wij met velen rondom het open graf. 't Is bevestiging van het Woord van God, sinds mensen gingen breken met God: In 't stille graf zingt niemand 's Heeren lof, het zielloos lijf, gedompeld in het stof, kan God geen glorie geven' (Ps. 115). O, maar dat dat nu van Jezus geldt! Geen bedrog is in Zijn mond geweest. Als Hij' gescholden werd schold Hij niet terug. Alleen het loflied van de Vader was op Zijn lippen, zelfs door de diepten van 't angstig lijden heen. De gouden draad door alles bleef: Vader, Ik heb U verheerlijkt op de aarde'(Joh. 17:1, 4).
En nu is dan ook Zijn mond gesloten. Hij, Die zelfs in de lijdensnacht de lofzang gaande hield toen alles zweeg; nu is ook Zijn stem ontnomen, het lied verstomd...!
Willen we daar op Stille Zaterdag en rondom Pasen nog eens aan denken? Misschien voert uw weg in deze dagen wel langs de graven. Loopt u het pad eens op, langs de vele bekende en niet bekende doden die daar rusten. Wat is het er stil! Maar sta er ook eens stil, en overdenk: Alzo heeft ook de Heere in het hart van de aarde gelegen. Hoe groot en diep is de vernedering van de Zoon des mensen midden onder ons geweest...
Stille Zaterdag: hier past enkel diepe verootmoediging. Maar ga niet ongetroost de weg langs de graven. En ga vooral niet ongetroost bij de graven vandaan, het leven weer in. Het leven, zo dagelijks vol van doodsschaduwen. Ach nee, bedenk toch: Jezus lag er niet voor Zichzelf, maar voor anderen. Voor hen, die zich veroordelen en deze ontluistering zichzelf waardig keuren. Die t leven met meer waard zijn, maar het stervensloon van de zonde. En die God binnen hun levenskring hebben Ieren trekken, omdat Hij hen binnen die cirkel trok door de macht van Zijn heilig, getrouwe Woord.
Immers: 'aldaar legden zij Jezus'. Maar onder alle graven van de hele wereld vindt u het Zijne niet meer terug. Zijn begrafenis was een 'tijdelijke begrafenis', 't Gaat Pasen worden, 't is Pasen geworden: toen Hij daar stond als verrezen Levensvorst in de morgenzonnestralen van de eerste dag des Heeren in de hof van Jozef van Arimathéa. En straks klinkt Zijn stem: 'Ik ben dood geweest, maar zie: Ik leef...' (Openbaring 1).
Maar dan is Hij dus vrijgelaten door Zijn Vader. De vloek van de zonde opgeheven, en ook: de vloek van het graf teniet gedaan.
Wat dat niet inhoudt, als we stil onze weg nemen langs de graven. Het geheim van de Stille Zaterdag gaat open: Waar de Koning kon wezen, daar kan Zijn volk nu ook zijn'. In het licht van het begraven Lam mag Jesaja het graf van de gelovigen reeds noemen een slaapstede, door God bereid (Jes. 57 : 2). Daniël reeds mag gaan 'rusten' (Dan. 12 : 13) tot het einde der dagen. En Davids vlees zal zeker wonen (Ps. 16 : 9), al ziet hij ook de verderving van het graf (Hand. 13 : 36). Ach ja, dan gaan we Job 19 : 26 en Jesaja 26 : 19 (!) naast elkaar zetten: Ik zal uit mijn vlees aanschouwen', en: Uw doden zullen leven, zij zullen opstaan, Heere...'.
Kunnen we zo al denken aan ons eigen graf? 'Eigen graf.' Dat dacht Jozef van Arimathéa ook. Gereserveerd voor hem. Wat een troost straks voor deze late in het Koninkrijk Gods: 'Hij was mij toch voor. Ik ben "slechts" tweede, na Hem. Als 't graf weer leeg is, waar "eerst" de Heere gelegen heeft'.
Wordt u eenmaal voor eigen rekening begraven? Of voor rekening van Jezus. Geen onbelangrijke vraag. Want de troost van Stille Zaterdag valt of staat er mee. 'Aldaar dan legden zij Jezus...' - 'Ook zal mijn vlees zeker wonen.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1996
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1996
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's