De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

6 minuten leestijd

LEXMOND

Lexmond, een aantrekkelijk dorp in de Vijfheerenlanden, in het (Groene!) Hart van Nederland. Een eigen aansluiting op de A27 en kort bij de A2, 5 km van Vianen en 17 km van Utrecht af.

Tot ongeveer 1000 was de hele streek een moerassig gebied, dat bij hoog water al snel door het Lekwater overspoeld werd. De ontginning van de Lopikerwaard was al flink gevorderd, zodat de boerenzonen aan cultivatie van de Overlekse gronden gingen denken. De bisschop van Utrecht is hen welgezind en zo ontstaan de eerste behuizingen op een oeverwal langs het veenriviertje de Laak, uitmondend in de Lek, het begin van Laaksmond.

De ontginning verloopt voorspoedig, zeker als in 1282 begonnen wordt met de bedijking van de Vijftieerenlanden en de Alblasserwaard. Er komen hoeven in het buitengebied, maar de bewoners zie je regelmatig in het dorp bij de smid, in het winkeltje, in de herberg èn in het kerkje. Het moet een eenvoudig gebouwtje geweest zijn van hout, met riet gedekt. In 1273 valt de bende van Floris de Zwarte het dorp binnen, plunderend en brandstichtend. Ook het kerkje gaat in vlammen op, maar wordt spoedig herbouwd.

De indijking brengt wel jaarlijkse lasten met zich, maar per saldo ook een hogere welvaart. Daar deelt de kerk in mee, want tegen 1350 wordt een toren gebouwd met stenen, gebakken in de buitendijkse veldovens. En eer de eeuw ten einde is, wordt de houten kerk afgebroken; de daklijn is nu nog zichtbaar achter het orgel. Er komt een 'echte' kerk voor in de plaats, het huidige schip en koor. De kerk, gewijd aan de Heilige Martinus, krijgt de thans nog bestaande vorm als een eeuw later de noorder-en zuiderbeuk aangebouwd worden.

De hervorming verloopt rustig, de hele bevolking staat achter de nieuwe leer. Wat in de R.K. eredienst een rol vervulde, wordt weggehaald. Nog treft men de nissen aan, die hun functie verloren. In 1954 wordt in het koor een klein stukje muurschildering ontdekt, onderdeel van een afbeelding van de twaalf apostelen.

Ingrijpende verbouwingen doen zich niet voor, tot de kerkvoogdij in 1852 besluit het wat vervallen gebouw eens danig onder handen te nemen. De kas is krap, de liefde voor de erfenis der vaderen gering. Niks zorgvuldig bijwerken van ramen en houtwerk, maar wegbreken en zo goedkoop mogelijk vervangen, vensterglas en vurehout zijn voldoende. Vóór het koor komt een enorm houten schot met daarachter de consistorie. Een tweede houten schot sluit twee traveeën af, de kerkruimte is dan nog groot genoeg en een reserve bergruimte is nooit weg! Het buitenmetselwerk wordt afgesmeerd en witgekalkt. Onder de toren wordt een cachot gemetseld. De steunberen tegen de noorderbeuk zijn hinderlijk voor het toenemende verkeer op de Kortenhoevenseweg en worden dus (!) eenvoudig weggehakt. Het lofwerk op de preekstoel en omtuining in Lodewijk XVI-stijl wordt weggeplamuurd met een verfje eroverheen.

Nieuwe geslachten gaan zien, mede door '1852', dat gekerkt wordt in een Gode onwaardig gebouw. Maar de crisis der jaren dertig maakt de financiën schaars. Het blijft bij het weer blootmaken van de buitenmuren in 1939.

De kerk blijft in de oorlog ongeschonden. Dankbaar wordt in 1945 een kapitaal bedrag ingezameld, maar wie is in staat de restauratie op gang te brengen? Pardoes komt in 1952 de oplossing. De kerkvoogdij heeft gezien dat een trekbalk in de noorderbeuk aan één kant langzaam naar beneden neigt. De gemeente-architect wordt erbij gehaald. De man schrikt danig, want de balk is afgerot. Levensgevaarlijk! In ijltempo wordt een stuttende stellage opgetrokken. Burgemeester Pellikaan haalt de Rijksdienst voor de Monumentenzorg erbij. Baron Van Asbeck krijgt de opdracht de algehele restauratie voor te bereiden. Er komt een plaatselijke restauratiecommissie. Subsidies worden aangevraagd en weer tonen de gemeenteleden zich offervaardig. 18 oktober 1954 gaat fa. L. Woudenberg & Zonen beginnen met puinruimen, 27 februari 1958 wordt het kerkgebouw in al zijn glorie weer in gebniik genomen. Het onheil van 1852 is meer dan ongedaan gemaakt. Op het warme eikehout valt het licht door het Oudhollands glas-in-lood. Het tongewelf is geheel hersteld en blauw geschilderd. Consistorie en heteluchtverwarming (in 1993 vernieuwd) zijn ondergebracht in een stijlvolle aanbouw. De oude koperen kronen zijn weer opgehangen. De doorgangen onder de toren zijn weer open. Enzovoorts!

In 1979 wordt door veel vrijwilligers de vijand van veel oude gebouwen aangepakt: salpeter! Bikwerk en drainage. Om energie te sparen wordt het tongewelf overdekt met een warmte-isolerende deken, in 1988 gevolgd door onopvallende buitenvoorzetramen. Aan het kerkplein, in 1990 opnieuw bestraat, treft men sinds 1986 het fraaie verenigingsgebouw De Voorhof aan.

Op 16 oktober 1791 voltooide Joh. Strümpfler de bouw van het orgel in de zuiderbeuk tegenover de gezinsbank van de ambachtsheer, de schenker. In 1925 zijn de pijpen aan vernieuwing toe. Bij de kerkrestauratie 1954 verhuist het instrument naar de torenmuur en worden de sleepladen vervangen. Geen succes, want ze kunnen de temperatuurverschillen in de winter niet doorstaan; in 1983 opnieuw vervanging en uitbreiding der dispositie.

'De schutters van Lexmond, door liefde hiertoe gedreven, hebben Christi gebet en al dit werk gegeven.'

Dit rijm vormt de afsluiting van het enorme Schuttersbord in de noorderbeuk, waarop het Onze Vader in Oudhollands schrift staat uitgeschreven. Schilder J. van Nunnikhoven bracht tevens rijke versiering aan èn vermeldde de namen der gulle gevers compleet met huismerk. Een nakomelinge van één der schutters heeft in 1954 op eigen kosten het sterk vervallen bord laten herstellen.

Een sober bord herinnert aan de Brederodes, bewoners van het kasteel Bolsweert op een landtong in de Lek. Zij trokken door heel Europa tot in Portugal toe, belast met een hoge regerings-of militaire opdracht.

Eenvoudige tot rijk gebeeldhouwde grafzerken uit 1570 tot 1793 vullen het koor.

De Lexmondse gemeente heeft nu haar 33e voorganger, ds. A. Cijsouw. De eerste predikant was in 1581 de ex-pastoor van Vianen. Zijn opvolger was ds. J. E. Husinga, tevens schout, die 48 jaren bleef. Toch nog langer dan ds. P. Muilman, 'slechts' 45 jaren. Ds. F. Caron kwam in 1680 met zijn Japanse vrouw uit Ambon (zijn vader was kapitein bij de V.O.C). De in Vlaams-protestantse kringen overbekende Nic. de Jonge (Silo!) stond hier vier jaren. De voorlaatste predikant, dr. A. van de Beek, is thans kerkelijk hoogleraar aan de Leidse Rijksuniversiteit. Genoemd of ongenoemd, de Heere God kent hun trouw! Kom eens kijken in Lexmond!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1996

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1996

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's