De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pasen-Pascha

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pasen-Pascha

8 minuten leestijd

Pasen, het feest van de christelijke kerk, twintig eeuwen lang gevierd ter gedachtenis aan de opstanding van Jezus Christus uit het graf op de derde dag na Zijn kruisdood.

Pascha, het feest der feesten van Israël, al ruim drieduizend jaar door het joodse volk gevierd ter gedachtenis aan Gods reddende genade in de uittocht uit Egypte. Pascha betekent: het verderf stapt aan dit volk voorbij, ofte wel: het stapt er overheen. Dankzij het bloed aan de binnenkanten van de deuren van hun woningen.

Twee gedenkwaardige heilsfeiten. Hebben deze wat met elkaar te maken?

Het Pascha voor Jezus

Wij weten allemaal, dat Jezus in de laatste nacht van Zijn leven met Zijn jongeren te Jeruzalem Pascha en Pasen aan elkaar verbonden heeft. Jezus had geen afkeer van de joodse feesten. Hij vierde die vanaf Zijn jongste jaren (Luk. 2 : 41 vv.). Hij roemde met Zijn volk mee de grote daden van God in de geschiedenis. Spijzigde met vijf gerstebroden en twee visjes (Joh. 6 : 4 vv.).

Jezus koos uitgerekend de seder-avond uit om met de Zijnen in 'huiselijke kring', zoals gebruikelijk, de paasmaaltijd te houden. Dat was in de opperzaal te Jeruzalem waar 'de eetzaal was waar Jezus het Pascha met Zijn discipelen at' (Mark. 14 : 12 vv.). Waarom? Was het niet, omdat Jezus wist, dat Zijn ure gekomen, juist toen het joodse Pascha naderbij kwam? 'Zijn ure dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot de Vader'(Joh. 13 : 1).

Wat God lang tevoren gedaan had, toen Hij Zijn volk uit het slavenhuis van Egypte bevrijdde, dat is niet in de vergetelheid geraakt, ook niet bij Jezus. Ook niet bij Jezus' jongeren. En dat mag het ook niet bij ons.

Het rakelings voorbijgaan van het verderf, omdat wij met de ganse wereld voor God verdoemelijk zijn. En ook dat wondere redmiddel van het bloed van een lam dat vrijwaart van het oordeel. De God die zo geschiedenis heeft gemaakt in Israël, is juist zo ook voor ons de God van ons betrouwen.

In deze 'setting' van het uittochtgebeuren is het alleen recht te verstaan wat Jezus als het ware Paaslam betekent. Het 'paasfeest der joden' (Joh. 2:13) heeft dus voor christenen zeker geen denigrerende klank.

Pasen als vervulling van de heilsgeschiedenis

Het valt echter wel op, dat de (laatste) Paasmaaltijd van Jezus waarvan ons de Evangeliën verhalen, overstemd wordt door iets anders. Iets wat de harten van Christus' jongeren meer ontroerd zal hebben dan door wat ze uit de geschiedenis van het joodse Pascha vernamen. Daar was onder hen in Jeruzalems opperzaal de droefheid om de aanstaande dood van hun Meester, waarop Hij hen voorbereidde. En daar mocht ook de blijdschap zijn over alles wat Hij voor hen ging doen, in kruis en opstanding en hemelvaart.

Het is vooral het Evangelie naar Johannes, dat ons een blik gunt in die diepere betekenis die Jezus' Paasviering stempelde. Het joodse Pascha wordt hier als het ware getransponeerd. Hij, Jezus is het Lam dat geslacht gaat worden. En het brood en de wijn zijn de tekenen van Zijn verbroken lichaam en vergoten bloed. Moest Hij daarom ook niet sterven aan Zijn kruis uitgerekend op de voorbereidingsdag van het Joodse Pascha (Joh. 19 : 14)?

Daarmee vulde Hij als het ware Paaslam dat Pascha der joden tot op de bodem. Zijn 'exodus' (uittocht te Jeruzalem) spreekt van Gods grootste daden. Er is asiel achter het bloed van dit Lam. Er is bevrijding uit de slaafse banden van zonde, dood en satan. In Zijn opstanding uit de doden.

Pascha-Pasen. Eenmaal per jaar. Maar ook als een feest dat eenmaal per week gevierd mag worden.

Evenals voor Israël elke sabbat een wekelijks paasfeest is, is ook voor de christelijke gemeente elke zondag een wekelijkse paasdag. Ter gedachtenis van Gods grote daden: de bevrijding uit Egypte, de verlossing door het bloed van het Lam. En welk een zegen zou het zijn, als jood en heiden zich dan mochten verenigen in de lofprijzing van deze God van grote verlossing!

Gescheiden wegen

In mijn agenda staat bij de datum van 4/5 april 1996: Isr. Pasen. En bij 5 april ook: Goede Vrijdag. Dat komt net zo uit. Maar dat is in andere jaren wel eens wat anders. Bij de joden immers is er de vaste Paasdatum naar Bijbels voorschrift:14/15 Nisan; de lentemaand; begin van de gersteoogst.

In de christelijke kerk is er een wisselende paasdatum met een vaste dag, de zondag; de eerste zondag na de eerste volle maan na 21 maart (de aanvang van de lente). Wij kunnen - afhankelijk van de maan dus - een vroege of late Pasen hebben. Aldus is dit, na veel geharrewar van vroeger tijden, besloten op het concilie van Nicea (325 n. Chr.).

Er is reden toe om dit besluit van Nicea te betreuren. Waarom kwam de Pinkstergeest op de dag van het joodse Pinksterfeest (Hand. 2 : 1vv.)? En waarom moest de gedachtenis van het Paaslam dat voor ons geslacht is (1 Kor. 5) worden losgemaakt van het joodse Pascha?

Nu het eenmaal zover is gekomen, zal de klok wel moeilijk terug te draaien zijn. Toch kan ik geen goede reden bedenken, waarom Pascha en Pasen niet op één en dezelfde dag zouden kunnen vallen. Het is trouwens zeker ook de gewoonte geweest van de eerste christenen (1e en 2e eeuw) om Pasen als een herinnering aan het kruislijden van Christus op dezelfde dag te vieren als waarop de joden hun Pascha vierden.

De Jeruzalemse volgelingen van Jezus in de tijd kort na Jezus' hemelvaart zullen in elk geval hebben deelgenomen aan het joodse ritueel van het slachten van de paaslammeren op de voorbereidingsdag van het Pascha. En daarbij zullen zij in hun 'paaswake' - op de avond van de 15e Nisan - Christus als het Lam van God hebben aangebeden een aangeprezen. Zij vierden dan ook de maaltijd des Heeren met een sterk heimwee in het hart naar de spoedige wederkomst van Christus.

In later tijden echter is er een ontkoppeling gekomen tussen het joodse Pascha en Pasen. Het accent bij de christelijke Paasfeestviering is ook meer komen te liggen op de opstanding van Christus uit de doden.

'Vader, wat hebt gij daar voor een dienst? '

Hoe dit alles ook zij, de kerk mag Israël niet vergeten. Zij mag het onberouwelijke werk der genade aan dat volk, bewezen in de uittocht uit Egypte niet vergeten. Dat is en blijft de historische context waarbinnen het Paasgebeuren in Jezus' kruis en opstanding moet worden gezien en verstaan. In de uittocht uit Egypte heeft Israël zijn volksbestaan uit genade van God gekregen. En dat volk is altijd nog het Godsvolk op de aarde waaraan de Heere een heilrijke toekomst heeft beloofd: en verlossing die verder reikt dan bevrijding uit de slaafse banden van de vijanden, nl. een verlossing door het bloed van 'het Lam van God dat de zonde der wereld wegneemt' (Joh. 1 : 29; Rom. 11 : 26).

Daarom ook mag Israël haar Messias Jezus Christus niet vergeten. Niet, als de paaslammeren worden geslacht. Niet, als op de seder-avond een vijfde beker, gevuld met wijn wordt klaargezet voor Elia (Mal. 3:23).

Elia is gekomen. En de Messias is gekomen, Jezus Christus. Hij kwam om Zijn volk te bevrijding uit een groter ellende nog dan die van Egypte en van Syrië en van Saddam Hoessein. Hij gaf niet alleen Zijn bloed. Hij stond ook weer op uit de doden. Tijd om grote schoonmaak te houden. Goede Vrijdag en Pasen horen bijeen. In één adem. Een nieuwe lente. Een nieuw geluid. Als in de natuur. 'De rechterhand des Heeren is verhoogd; de rechterhand des Heeren doet krachtige daden' (Ps. 118:16).

Laten de joodse jongetjes op de sederavond maar vragen: Vader, wat hebt gij daar voor een dienst? ' (Ex. 12 : 26v; 13 : 8, 14). En laten de joodse vaders hen maar vertellen, wat grote dingen de God van Israël heeft gedaan.

Laten onze kinderen met Pasen maar vragen: Vader, wat hebt gij daar voor een dienst? ' En laat ons hen maar vertellen welke grote dingen de Heere in Israël heeft gedaan, toen Hij naar Zijn volk in hun ellende omzag in Egypte en toen Hij het ware Paaslam liet sterven aan een kruis en Hem als de Verlosser van zonde, dood en graf op Pasen deed opstaan. 'Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, nl. Christus' (1 Kor. 5 : 7b; 1 Petr. 1 ; 18, 19). 'De Heere heeft grote dingen bij ons gedaan...'

Maar laten jood en heiden beiden wel bedenken, dat het verderf elke dag rakelings aan hen voorbijgaat. Daar hebben wij het naar gemaakt. En laat ons samen wel bedenken, dat er alleen ontkoming is, als de Heere het bloed van het Lam ziet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1996

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Pasen-Pascha

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1996

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's