Johannes Hus: voorloper van de Reformatie (5)
Drie vragen
Wat heeft Hus geleerd?
Wie is de mens Johannes Hus eigenlijk?
Wat is er van zijn volgelingen geworden?
Met deze drie vragen willen we ons in dit en het volgende artikel bezighouden.
Wat heeft Hus geleerd?
Het reformatorisch gedachtengoed van Hus vormt een ellips met als de twee brandpunten: het gezag van de Heilige Schrift èn de ware Kerk. Uiteraard zijn beide leerstukken op het nauwst met elkaar verbonden.
Wat de Heilige Schrift betreft, getuigt Hus met grote stelligheid dat de wet van Christus, waarmee hij niet uitsluitend maar wel nadrukkelijk het Nieuwe Testament bedoelt, onfeilbare autoriteit bezit en daarom in alle gevallen alleen normatief is. Hus komt met dit uitgangspunt heel dicht in de buurt van het Sola Scriptura.
Waar dit uitgangspunt volledig gehonoreerd wordt, is de ware Kerk. Zij bestaat uit de optelsom der uitverkorenen. Wie in uitwendige zin lid van de kerk of zelfs ambtsdrager is, heeft daarin geen garantie ook lid te zijn van de ware Kerk. Als men wel in, maar niet van de Kerk is, dan gelijkt men op het kaf tussen het koren op de dorsvloer en het onkruid tussen de tarwe op de akker. Deze woorden stemmen ook vandaag nog tot nadenken.
Christus is het fundament waarop de Kerk is gebouwd en als zodanig is Hij ook het enige Hoofd van de Kerk.
De consequenties die Hus uit dit laatste geloofsartikel trekt voor de positie van de paus laten ons zien dat Hus geenszins van plan was om te breken met de Rooms-Katholieke Kerk. Hij erkent namelijk de pauselijke volmacht en de daaraan verschuldigde gehoorzaamheid voor zover die in overeenstemming is met de wet van Christus. Hus wil uiteindelijk slechts weten van een beperkte volmacht van en een even beperkte gehoorzaamheid aan de paus.
Wie zich uit het tweede artikel herinnert wat Wyclif over deze leerstukken heeft gezegd, bespeurt een grote mate van overeenstemming tussen de hoogleraar uit Oxford en de magister uit Praag. Het verschil zit 'm in de gevolgen die ze uit beide leerstukken trekken. Daarin is Wyclif een aantal stappen verder gegaan dan Hus. Wyclif verwerpt radicaal alles wat niet gegrond is op de Heilige Schrift, hij wijst het pausdom aan als een gestalte van de antichrist en hij wijst de leer van de transsubstantiatie scherp af. Hus is duidelijk minder radicaal. Kerkelijke gebruiken die niet in de Heilige Schrift zijn gegrond, maar daarmee ook niet strijdig zijn, verwerpt hij niet. De paus kent hij beperkte volmacht toe en de transsubstantiatie wijst hij niet af.
Het laatste punt hebben zijn tegenstanders als een zware beschuldiging in Konstanz tegen Hus ingebracht, maar met alle kracht heeft hij die verworpen. Wèl heeft hij zich uitgesproken over het gebruik van het Avondmaal onder de twee gestalten van brood en wijn. Zoals bekend, wordt volgens de officiële kerkleer de beker met wijn niet uitgereikt aan de leken. Overigens was dat vóór het concilie van Konstanz slechts een langzaam gegroeide gewoonte en bestond hierover geen officiële kerkelijke uitspraak. In Bohemen was het echter al vele jaren gebruik om ook de beker aan de leken uit te reiken. Als men er vanuit Bohemen op aandringt dat Hus zich daarover uitspreekt, doet hij dat heel voorzichtig. Hij vindt het beter als de leken ook de beker ontvangen, maar acht het voor de zaligheid niet noodzakelijk. Als het concilie echter op 15 juni 1415 besluit om het uitreiken van de beker aan de leken te verbieden op straffe van de ban, verklaart Hus heel nadrukkelijk dat ook de beker aan de leken behoort gegeven te worden. Het gaat hem daarbij niet zozeer om de volledigheid van het sacrament als wel om onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan Gods Woord.
Wie is Johannes Hus eigenlijk?
Het laatste hierboven genoemde punt brengt ons in de buurt van het antwoord op de vraag: wie is de mens Johannes Hus eigenlijk? Hus is bepaald niet origineel te noemen. Een groot, systematisch denker is hij evenmin. Vergeleken met Wyclif is hij wat een planeet om de zon is.
Ook als persoonlijkheid verschilt Hus van Wyclif. Als laatstgenoemde heel radicaal alles afwijst wat niet te herleiden is tot de Heilige Schrift, wil Hus best ruimte geven aan zaken die wel niet in de Bijbel zijn terug te vinden, maar er ook niet mee in strijd zijn. Zijn karakter vertoont duidelijk minder scherpe kanten dan van de man wiens leerling hij zich weet. Maar gaat het om de keuze: ingaan tegen de Heilige Schrift, de wet van Christus, of daaraan gehoorzaam zijn, dan bestaat er voor Hus geen compromis. Duidelijk blijkt dat uit het standpunt dat hij inneemt met betrekking tot het uitreiken van de beker aan leken, zoals we dat hiervoor zagen. Aanvankelijk was dat voor hem geen halszaak. Maar dat wordt het wèl als het concilie daarover een uitspraak doet die naar de mening van Hus strijdig is met de Heilige Schrift.
Die uitspraak doet het concilie op 15 juni 1415, precies een week na het laatste verhoor van Hus waarbij hem te verstaan is gegeven dat hij de vuurdood zal sterven als hij niet herroept. En terwijl allerlei pogingen in het werk gesteld worden om Hus tot herroepen te bewegen, doet hij er in tegengestelde richting zelfs nog een schep bovenop door nu, dwars tegen de uitsprak van het concilie in, zich uitdrukkelijk uit te spreken vóór het uitreiken van de beker aan leken.
Dat Hus van zichzelf zo moedig en standvastig niet is, weet hij zelf heel goed. Wie kennis neemt van de vele brieven die hij uit zijn gevangenis in Konstanz geschreven heeft, ziet voor zich het beeld verrijzen van een man die werkelijk niet gelooft in eigen moed en standvastigheid. We leren Hus uit deze brieven kennen als iemand die zichzelf niet beter acht dan Petrus. In de Engelse vertaling van deze brieven horen we de gevangene van 'Constance' dan oók voortdurend vragen of zijn vrienden voor hem bidden om 'constancy' - standvastigheid. Zelf doet hij intussen niet anders. Een van zijn laatste brieven besluit hij met het volgende gebed: 'Heere Jezus Christus, trek mij, zwak mens, naar U toe. Geef mij een gewillige geest, een onverschrokken hart, oprecht geloof, vaste hoop en vurige liefde opdat ik om Uwentwil geduldig en met vreugde mijn leven overgeef, amen'.
Hoe weinig hij intussen in zijn eigen standvastigheid gelooft, hij is te meer zeker van God, Die hem niet zal begeven in het uur dat hij het nodig heeft. Hoewel Hus zich zeer wel bewust is dat God hèm niet nodig heeft.
Een slachtoffer van zijn eigen naïviteit is Hus derhalve zeker niet. Was dat wel het geval dan zou in genoemde brieven een gedesillusioneerd man aan het woord zijn. De brieven van Hus getuigen echter van vreugdevolle overgave aan de weg die God met hem houdt. 'God heeft Jona bevrijd uit de buik van de vis, Daniël uit de tanden van de leeuwen, de drie jongelingen uit de gloeiende oven. Zo kan hij ook mij bevrijden als het is tot Zijn eer en voor de prediking van Zijn Woord. Maar als de dood volgt, laat het dan ook tot Gods eer zijn.' Als Gods wil maar geschiedt of hij nu sterft of in leven blijft. Ondanks zijn vrees als Petrus te zijn, is Johannes Hus door genade standvastig gebleven. Hij weet dat dit niet zijn verdienste is, zoals hij daarvan getuigt, geketend in zijn cel, zo'n twee weken voor zijn martelaarsdood: 'Johannes Hus, in hope een dienaar van Jezus Christus, van welke hoop de duivel mij nooit kan of zal scheiden door de hulp van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, geprezen tot in alle eeuwigheid. Amen'.
Wat is er geworden van volgelingen van Hus
Al toen bekend werd dat Hus ondanks het vrijgeleide van koning Sigismund toch gevangen gezet was, heeft de Boheemse adel alles in het werk gesteld om langs diplomatieke weg bij koning Sigismund te bewerken dat hij zich alsnog voor de veiligheid van Hus zou inspannen. Het mocht niet baten.
De gruwelijke dood van Hus ervoer men als een smaad voor de gehele Tsjechische natie. De volkswoede om de dood van hun geliefde magister zocht èn vond een uitweg in de moord op een aantal priesters en de belegering van het paleis van de bisschop, die ternauwernood aan de woedende menigte kon ontsnappen.
Terwijl koning Wenzel de dingen opnieuw op zijn beloop laat, maar koningin Sophia haar sympathie voor de volgelingen van Hus niet onder stoelen of banken steekt, durven een aantal edellieden het heft in handen te nemen om de beweging die onder het volk is ontstaan in goede banen te leiden. In 1415 nog wordt een landdag gehouden die in naam van 452 hooggeplaatste personen bij het concilie van Konstanz protesteert tegen de gang van zaken met betrekking tot Hus en tegelijk over Hus zelf een zeer eervol getuigenis geeft. Verder resulteert deze landdag hierin dat de genoemde 452 personen zich verplichten om de vrije prediking van Gods Woord in hun gebied te beschermen.
Men hoopte de koning aan z'n kant te krijgen, maar die kiest noch voor het Hussitisch convenant, noch voor het kort daarna, overigens door een veel kleiner aantal edelen, gesloten rooms verbond.
In 1418 wordt Koning Wenzel echter gedwongen partij te kiezen. Paus Martinus V, door het concilie van Konstanz vanwege de 'causa unionis' gekozen als enig hoofd van de kerk, is vast van plan alles wat aan Hus herinnert met wortel en tak uit te roeien. Hij vindt daarbij Koning Sigismund van Duitsland aan zijn zijde: Laatstgenoemde stelt zijn broer Wenzel nu voor de keus: partij kiezen voor de paus of het gevaar lopen zijn koningschap te verliezen. Wenzel kiest de weg van de minste weerstand, dus vóór de paus. Een jaar later, 1419, sterft Wenzel en wordt opgevolgd door Sigismund die nu over Duitsland en Bohemen regeert.
Van deze koning hebben de Hussieten geen heil te verwachten. Hij voert vanuit Duitsland oorlog tegen hen van 1419 tot 1436. De eerste zeven jaar vindt die hoofdzakelijk op Tsjechisch grondgebied plaats, daarna gaan de Hussieten in de aanval. Deze 'oorlogen des Heeren' voeren hen overwinnend door heel Duitsland en zelfs tot de landen aan de Oostzee.
Als duidelijk wordt dat de Hussieten zich niet met geweld laten onderwerpen, komt er ruimte voor een minnelijke schikking. Onder meer om die reden is het concilie van Bazel (1431-1449) bijeen geroepen, waar zich het ongehoorde feit voordoet dat de kerk met vertegenwoordigers van een heel volk, het Tsjechische, onderhandelt over de reformatie van de kerk.
De Tsjechen leggen als 'harde' eis op tafel dat alleen Gods Woord, het getuigenis van de oude kerk èn de leer van de kerk die daarop gegrond is de enige norm is in alle verschilpunten.
De winst van dit overleg is dat, in tegenstelling tot het besluit van het concilie van Konstanz, in Bohemen en Moravië ook de kelk aan de leken mag worden uitgereikt. Op alle andere punten wordt echter een compromis van homeopathische verdunning bereikt. Waartoe dat uiteindelijk leidt, vertelt het volgende artikel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's