De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dordt vandaag

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dordt vandaag

8 minuten leestijd

Onder deze titel publiceerde dr. C. A. van der Sluijs, hervormd predikant te Rotterdam, zeer recent een studie, waarvan de (dubbele) ondertitel luidt: Actualisering van de Dordtse Leerregels. Over Godsverlichting temidden van Godsverduistering. Mij is gevraagd aan deze publicatie een artikel te wijden. Ik vind dat niet eenvoudig. In de eerste plaats omdat het geen gemakkelijk onderwerp betreft; met name het thema van de dubbele predestinatie blijft voor mij tot op heden een van de meest weerbarstige en spanningsvolle onderdelen van de theologie. In de tweede plaats omdat de auteur het zijn lezers niet gemakkelijk maakt. Dit laatste wordt niet alleen veroorzaakt door zijn niet alledaagse hantering van de taal, maar ook door zijn meervoudige doelstelling: commentaar bij de Leerregels, theologie-historische achtergrondinformatie èn actualisering van Dordt naar het heden. Dat maakt dat het beeld nogal eens verspringt. Liever dan dit boek bespreken, wil ik het inleiden door enkele impressies weer te geven.

Overtuiging

Het eerste wat bij mij na lezing van Dordt vandaag bleef haken, was het woord: overtuiging. Van der Sluijs heeft zich intensief met de Dordtse Leerregels beziggehouden. Hij heeft geprobeerd de tekst te peilen en te verstaan in het kader waarin die thuis hoort, namelijk in het geding om de exclusieve genoegzaamheid van de genade, zoals dat geding in de vroege zeventiende eeuw werd gevoerd tussen Remonstranten en Contra-remonstranten. Uiteraard leidde dat zijn aandacht terug naar eerdere conflicten rond deze kwestie, zoals de botsing tussen Pelagius en Augustinus en die tussen Erasmus en Luther. Kroongetuige voor de reformatorische positie van Dordt is natuurlijk Calvijn, al signaleert de auteur in Dordt een (infralapsarische) mildheid, die de reformator niet altijd eigen was. Al deze stemmen zijn door Van der Sluijs' hoofd heen gegaan. Maar daar bleven ze niet hangen. Ze nestelden zich in zijn hart, waar ze een overtuiging teweegbrachten, die hij in de vorm van een appèl kwijt moest. In ieder onderdeel van zijn studie spring die oproep naar voren. Als overtuigde wil hij ook anderen overtuigen. Zoals de ondertitel aangeeft, verwacht hij van de Dordtse genadeleer verlichting temidden van Godsverduistering. In de hoop aan zijn bedoeling voldoende recht te doen, geef ik een selectie van zijn boodschap weer aan de hand van een vijftal trefwoorden: vrijmacht, doodsstaat, onwederstandelijkheid, zekerheid en actualiteit.

Vrijmacht

Men kan gerust zeggen dat het begrip vrijmacht als een rode draad door dit boek heen loopt. Gods soevereiniteit vormt voor de auteur de scherpe tegenstelling van allerlei vormen van menselijke mondigheid, inbreng en bijdrage, hetzij van Pelagiaans of humanistische snit, hetzij in remonstrantse of modieuze gestalte. God is God.

Heel het behoud komt uitsluitend uit Zijn hart en handen. ledere tegemoetkoming van 's mensen kant is daarbij even overbodig als verboden. Want zij verduistert het genadekarakter van het heil. Niemand hoeft God te bewegen, want Hij is al bewogen. Dat is de hoofdteneur. Maar evenmin als Dordt kan en wil de schrijver er omheen, te belijden dat God in deze vrijmacht met recht en reden zondaren kon voorbijgaan en verwerpen. Even lijkt het er zelfs op dat hij pleit voor een 'evenwichtige' predestinatieleer (pag. 8), waarbij verkiezing en verwerping zouden zijn op te vatten als twee gelijkwegende besluiten. Maar al spoedig blijkt dat hij deze kant, die naar willekeur tendeert, toch niet op wil. Het gaat er hem veeleer om, te onderstrepen dat Gods genadebetoon nooit algemeen en vanzelfsprekend is, maar berust op het hoogst bijzondere en onwaarschijnlijke wonder van Zijn welbehagen.

Doodsstaat

Het kan niet verbazen dat deze uitgesproken inzet bij de vrijmachtige en vrijwillige genade wordt getekend tegen de donkere achtergrond van de zonde. Deze wordt door de auteur heel radicaal ingevuld. Zonde impliceert algehele onwil en onmacht om de Godsvervreemding die zij behelst ongedaan te maken. Ofschoon de mens schepsel is gebleven en hem vonkjes van algemene religiositeit resten, is zijn status er een van volstrekte verlorenheid. Hij is dan ook niet gebaat bij een appèl op zijn redelijke en zedelijke verantwoordelijkheid. Niet omdat die opgeheven zou zijn, maar omdat zij slechts onderstreept dat de mens verantwoordelijk is voor zijn afval van God en dus niet te verontschuldigen is. Tot positieve verantwoordelijkheid komt het alleen door het wonder van de wedergeboorte, waarin men door Woord en Geest wordt opgewekt uit de dood en ingelijfd in het nieuwe leven van Hem die het Leven is. Veranderde mensen zijn dus geen mensen die zichzelf veranderen met behulp van genade, maar mensen die door werkzame genade het eigendom van de Ander werden. Zij zijn van de dood overgegaan in het leven.

Onwederstandelijkheid

Omdat de zonde van de mens insluit dat hij noch van zins noch bij machte is om het verbroken contact met God te herstellen, kan de Godsgemeenschap louter en alleen door God Zelf ter hand worden genomen en tot stand worden gebracht. Hier heerst strikt eenrichtingsverkeer. De schrijver neemt dit, in het spoor van Dordt, voluit ernstig. Zakelijk sluit hij zich hier aan bij een stelling die Van Ruler ooit in de formule goot, dat het niet alleen genade is om genade te ontvangen, maar ook om genade te aanvaarden. Dat wil zeggen dat Gods genade niet slechts in de vorm van een aanbod op ons toekomt, maar daarenboven zich ook onweerstaanbaar toegang verschaft tot de binnenkant van ons bestaan. De Heilige Geest volstaat niet met ons een aanzoek te doen, waarbij de reactie aan onze inwilliging wordt overgelaten, maar Hij verovert het hart in die zin, dat de weerstand tegen genade wordt gebroken om plaats te maken voor ontvankelijkheid, instemming en gewilligheid. Het is door dit wederbarende wonder van Gods innerlijke genadewerking dat het eenrichtingsverkeer tot de wederkerigheid van de Godsgemeenschap leidt. Want daar is het Gold om begonnen. Zijn onwederstandelijke werking is niet te verwarren met de onpersoonlijke dwangmaatregel van een despoot die meedogenloos zijn wil oplegt, maar zij is te houden voor de hoogst persoonlijke liefdesverklaring van die God Die vol mededogen onze vijandschap omzet in wederliefde. Deed Hij dit niet, dan bleef de persoonlijke omgang tussen God en mens pertinent achterwege.

Zekerheid

Een van de grieven die Dordt koesterde tegen de remonstrantse positie was dat daardoor de geloofszekerheid aan het wankelen werd gebracht. Ofschoon de Remonstranten zeker niet ontkenden dat de zaligheid aan Gods genade moet worden toegeschreven, had hun genadebegrip twee kwetsbare flanken. De eerste was dat de genade die de mens behoeft om tot geloof te komen, weliswaar onmisbaar, maar toch slechts van helpende aard was. Omdat zij in het onwederstandelijk karakter van de genade, zoals de Contra-remonstranten voorstonden, de vrijwillige reactie van de mens bedreigd zagen, wilden zij niet verder gaan dan te stellen dat de genade ons de mogelijkheid en inspiratie biedt om tot geloofsovergave te komen. De Contra-remonstranten waren van oordeel dat de mens op deze manier uiteindelijk toch aangewezen blijft op zijn eigen inbreng. En het is juist deze menselijke bijdrage die de zekerheid van het geloof ondermijnt. Werkelijk zeker is een mens eerst dan, wanneer hem het heil van a tot z uit handen is genomen en het hem uit de handen van de drieënige God wordt toebedacht, toegezegd èn toegeëigend.

De tweede zwakke plek van de remonstrantse genadeleer was gelegen in hun gevoelen omtrent de volharding. Uit vrees voor zorgeloosheid wezen zij de gereformeerde leer van de volharding der heiligen af. Hoezeer die vrees ook valt te verstaan, met Dordt is het er op te houden dat de geloofszekerheid van een christenmens niet alleen het stellige vertrouwen in zich bergt dat God van eeuwigheid af begon, maar ook, dat Hij tot in alle eeuwigheid volvoert wat Hij begon. Dat deze zekerheid kan omslaan in zorgeloosheid, valt niet te ontkennen. Maar evenmin is te ontkennen dat zij in haar rechte gestalte een kostbaar en onopgeefbaar geloofsgoed vormt, waardoor veeleer de ootmoed en de toewijding worden gevoed. Want de volharding der heiligen ligt uitsluitend voor anker in de volharding van de Heilige en de Eeuwige.

Actualiteit

Van der Sluijs vindt dat deze Dordts-reformatorische positie hernieuwde aandacht en zelfs voorrang verdient in de huidige botsing der meningen. Links en rechts signaleert hij veronachtzaming, verachting of vertekening van Dordt. Zijn zorg is niet uit de lucht gegrepen. Zoals gezegd wil hij die zorg overdragen. Of ze ook echt overkomt, zal moeten blijken. Wie zijn overtuiging deelt, en bovendien gevoelig is voor stellige uitspraken, zal er door aangesproken worden. Maar die categorie vormde denk ik niet primair zijn doelgroep. Zijn betoogtrant is immers sterk antithetisch van karakter. Hij wil 'afwijkers' van Dordt weerspreken. En of die hun mening ook werkelijk weerlegd zullen weten, is de vraag. Naar mijn besef zou het verhaal aan wervingskracht gewonnen hebben, wanneer het meer de vorm van een gesprek had gekregen, waarbij de vragen aan Dordt niet al te vlot worden uitgeschakeld. Die vragenstellers behoren immers lang niet allen tot het soort dat 'niet gehinderd wordt door enige kennis van zaken', om een herhaalde uitdrukking van de auteur te gebruiken. Het lijkt mij goed mogelijk dat iemand de Dordtse genadeleer van harte onderschrijft, zonder evenwel het antwoord paraat te hebben op enkele lastige vragen die door critici van Dordt worden gesteld. Dat noopt tot voortgaand gesprek. Nu hoop ik maar dat dit overleg door Van der Sluijs' bijdrage niet wordt geblokkeerd, maar gestimuleerd. Zijn inzet is het waard.

N.a.v, dr. C. A. van der Sluijs, Dordt vandaag. Actualisering van de Dordtse Leerregels. Over Godsverlichting temidden van Godsverduistering, 160 blz., Groen - Leiden 1996.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Dordt vandaag

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's