Bevinding door Woord en Geest (1)
Met het onderwerp 'bevinding' zitten we in het hart van het christelijk geloof. Bevindelijk geloof is een levend geloof. Zonder bevinding is er geen sprake van geloof. Het is dan ook mijn diepe overtuiging dat het christendom in het Westen nergens zo'n dringende behoefte aan heeft als aan een herleving van dit bevindelijk christendom. In de huidige verlegenheid van de kerk horen we vele stemmen. De een roept om oecumene als oplossing van de problemen om zo de kerk nieuwe kracht te geven in de samenleving. Een ander roept om grotere aandacht voor de charismata. We kunnen meer voorbeelden noemen. Het zal ons inmiddels duidelijk zijn dat het laatste woord niet gesproken is. De verwarring wordt er eerder groter door. Ik besef dat het erg pretentieus is, en toch zeg ik het, dat de kwaal van de kerk aan het einde van de 20e eeuw vooral ligt aan de verschraling van de innige vroomheid. Temidden van alle zorgen en spanningen rondom het SoW-proces moeten we het hart van de zaak niet uit het oog verliezen.
Kerkgeschiedenis
De kerkgeschiedenis kan ons dat leren. Als we de geschiedenis van de kerk moeten samenvatten dan zouden we dat kunnen doen als een worsteling om op de twee benen van leer en beleving van die leer te wandelen. We zien waar een van die beide benen wankelt het hele lichaam van de kerk wankelt. Als of de leer, of de vroomheid taant, komt er een verval in de kerk. Waar en de leer en de beleving nieuwe aandacht ontvangen veert de kerk weer op uit haar lauwheid en is ze een factor van betekenis voor de samenleving.
De boodschap van de kerk is niet alleen een kwestie van confessie, dat vervalt tot dode orthodoxie, maar een geloven met het hart, dat voorop, en zo een belijden met de mond. Kerkelijk en geestelijk leven beweegt zich voortdurend rondom deze twee polen. We kunnen het ene niet uitspelen tegen het andere. We kennen de strijd om het verstaan van de leer van Gods Woord. In de Vroege Kerk spitste het zich toe op het verstaan van het getuigenis van het evangelie aangaande Jezus van Nazareth. Is Hij wel God, is Hij wel mens, is Hij een bijzonder mens, is Hij geen halfgod of een tussenvorm tussen God en mens? Het was een zaak van de publieke opinie. De katholieke belijdenissen van Nicea en Athanasius zijn er de kroongetuigen van hoe deze worsteling beëindigd is. De krachtige belijdenis dat Jezus de Zoon van God is, heeft de cultuur van die dagen gevormd. Hoe heeft Augustinus gestreden om het juiste zicht op de genade en op de kerk. In de tijd van de reformatie ging het wel degelijk om helderheid in de leer. Velen hebben hun leven ervoor over gehad. De reformatorische belijdenisgeschriften spreken duidelijke taal. De kerk kan niet zonder een heldere boodschap. Juist in onze tijd van onzekerheid moeten wij als kerk niet met een mond vol tanden staan, maar weten in Wie we geloven.
Daarnaast zien we, in de kerk voortdurend de worsteling om de authentieke geestelijke ervaring. In de Confessiones van Augustinus zijn we de schuchtere getuige van een onmstig hart dat vrede zoekt met God. Dat maakt zijn werk na bijna zestien eeuwen nog actueel. Ook al was de leer in de tijd van de Middeleeuwen erg onbijbels, de stroom van geestelijk leven gaat door in een persoon als Bernardus van Clairvaux en een beweging als de Moderne Devotie. We vinden in de donkere Middeleeuwen toch lichtpuntjes van innige vroomheid. Luther was in zijn strijd voor de ware leer geen kil filosoof, maar we blikken hem in het hart. Zijn spiritualiteit is zo bruisend dat we het kunnen vergelijken met een overstromend glas bier Ook in de Institutie van Calvijn valt het ons op hoe hij vaak ervaringswoorden als proeven, smaken, gevoelen gebruikt om de werkelijkheid van het geloof tot uitdrukking te brengen. Zijn spiritualiteit lijkt dan misschien meer op een glas wijn, sprankelend is het wel.
Piëtisme en Nadere Reformatie
Hoezeer de verlichting ook de cultuur heeft doen schudden en een breuk in de geschiedenis heeft gegeven, het heeft de persoonlijke vroomheid niet kunnen uitdoven. Integendeel, we zien juist in de tijd dat velen vrezen dat het christendom spoedig haar laatste adem zal uitblazen haar kracht in de internationale beweging van het piëtisme dat een antwoord van het hart zoekt op het rationalisme in die dagen. In Nederland krijgt deze beweging vorm in de Nadere Reformatie en het (Friese) Reveil. In de Angelsaksische wereld is de beweging van de Great Awakening waaraan de namen van Edwards, Whitefield en Wesley verbonden zijn. In Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Hongarije en zelfs Rusland kennen we ook verschillende opwekkingsbewegingen.
Hoeveel warmte komt daarin naar voren als men spreekt over het innerlijk doorleven van ellende, verlossing en dankbaarheid. Kortom, wat er door de eeuwen heen veranderd is, er is een constante stroom van bevindelijk geestelijk leven.
Wat is bevinding?
Na deze historische duiding van het bevindelijke geloofsleven, dringt de vraag wat nu bevinding eigenlijk is? Hoe is de verhouding met het geloof? Wat is de verhouding met de moderne mystiek van New Age e.d.? Hoe functioneert bevinding in het christenleven? Is alle spiritualiteit ook bevinding? Op deze vragen wil ik in deze artikelen ingaan. Daartoe geef ik eerst een omschrijving van het begrip 'bevinding' om van daaruit enkele opmerkingen te maken die mijn omschrijving nader toelichten en uitwerken. Bevinding is de geestelijke ervaring die we opdoen als we door Woord en Geest in Christus gemeenschap oefenen met de Drie-enige God.
Deze omschrijving maakt gelijk al duidelijk dat we met het begrip 'bevinding' middenin het hart van het diepste geheim verkeren. Bevinding heeft te maken met het mysterie dat zondaren gemeenschap hebben met God, namelijk Vader, Zoon en Heilige Geest. Als wij reeds duizelen bij het nadenken over God, wie zal dan woorden hebben om te spreken over de gemeenschap met God? Wat een afstand is er tussen Hem en ons. Hij is de Schepper en wij zijn Zijn schepselen. Hij is de Heilige en wij zijn zondaren. Hij is de Rechtvaardige en wij staan schuldig. De Schrift verwoordt het zo dat Hij een ontoegankelijk licht bewoont. Niemand kan God zien en leven. Hij houdt de schuldige geenszins onschulding.
Christocentrisch
Vandaar mijn uitdrukkelijke uitgangspunt dat ik in de omschrijving gezegd heb dat üeze gemeenschap met God altijd Christocentrisch is. Er is geen belangrijker uitdrukking in de Schrift en dan vooral in het Nieuwe Testament dan de uitdrukking 'in Christus', in gemeenschap met Christus. Alle kennen van God en omgang met God zonder Christus is heidens. Er is geen gemeenschap met God mogelijk zonder verzoening. Er is geen verzoening mogelijk zonder de menswording van de Zoon. Hij kan ons als God niet verlossen, maar Hij is mens geworden om de mens te verlossen. Hij is niet alleen tot de mens gekomen, maar Hij is mens geworden. Als mens heeft Hij geleden. Zijn leven lang, als mens is Hij gestorven, als mens heeft Hij de vloek van God gedragen in Zijn kruisdood, als mens is Hij opgestaan en zit Hij nu aan de rechterhand van Zijn Vader om te oordelen de levenden en de doden.
Mystiek
Daarin ligt ook het principiële onderscheid met mystiek. Alle vormen van mystiek kenmerken zich door eenwording met God zonder Christus. Het is uiteindelijk een weg van de mens tot God. Terwijl de gemeenschap met God op de wijze van het geloof in Christus betekent dat God tot de mens komt in Zijn Zoon. We zien het terug in de mystiek van de Middeleeuwen bij mensen als Pseudo-Dionysius, Fransiscus, Bonaventura, Eckhart, Tauler, Van Ruusbroec, en anderen. Mensen zoeken naar eenwording met God op zodanige wijze dat alle onderscheid tussen Schepper en schepsel wegvalt. Men moet zich van het aardse en schepselmatige en dus ook van zichzelf onthechten om een te worden met God. De ziel moet eerst rein zijn voordat zij tot God kan komen. Door zelfontlediging kan de mens één worden met God. Men stijgt uit boven de schepping en keert terug naar het eeuwige Zijn. Dat is de geboorte van God in de ziel. De eniggeboren Zoon staat op. Als men na een lange weg van nederigheid, ascese, boetedoening, dienstbetoon, gebed en meditatie komt tot de uittreding uit zichzelf en de aanschouwing van God spreekt men van extase. Deze mystieke godservaring (vaak in bijna pantheïstische woorden) is einddoel van het geestelijke leven. De huiver voor veruitwendiging van het geloof kunnen we aanvoelen, we kunnen echter niet mee in de verinnerlijking van de heilsfeiten in de Heere Jezus Christus. Bovendien kenmerkt de mystiek zich door een verzwakking van het zonde-begrip. Men meent dat men in eigen kracht boven het zondige uit kan komen.
We zien het mystieke element terug in het labadistische resignatio ad infernum van vroeger en nu. De Labadie meende dat alleen degenen behouden werden, die gewillig waren om verloren te gaan. We zien ook daarin dat door menselijke nederigheid alle natuurlijke gevoelens ontkend moeten worden om tot zaligheid te komen. De zondaar die diep genoeg vernederd is, is geschikt om verhoogd te worden. Ook het New Age-denken en de spiritualiteit van oosterse stromingen kenmerkt zich door de afwezigheid van de Middelaar Jezus Christus. Het heeft veel in zich van de vroege Gnostiek. Men zoekt een te worden met het goddelijke in het heelal en in zichzelf.
De gemeenschap met God is altijd door Christus. Er is niet alleen een besef van Christus, en een volgen van Christus als voorbeeld, maar een levensverbondenheid met de Heere Jezus. Niet op de wijze van mystieke eenwording, het onmiddellijke, maar op de wijze van het geloof. Onnavolgbaar schoon vinden we dat verwoord in Gal. 2 : 20: Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, maar niet meer ik, maar Christus leeft in mij. En hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof van de Zoon van God, Die mij liefgehad heeft en Zichzelf voor mij overgegeven heeft'. Het Christocentrische is de schildwacht bij alle geestelijke ervaring. Waar Christus ontbreekt, moet er een alarmschel gaan rinkelen, omdat we dan de mystiek nabij zijn. Het Christocentrische geeft de eigen plaats aan van de christelijke ervaring in kerk en wereld waarin een grote roep bestaat om spiritualiteit. Het is de Geest van Christus Die geestelijke ervaring werkt. Christelijke vroomheid vindt haar uitgangspunt dan ook niet in algemene religiositeit, maar ze is van een andere orde. De strijd om het 'filio-que' is niet achterhaald, maar meer dan ooit urgent.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's