Boekbespreking
Bernhard Rootmensen (eindred.), Van God los. Over oude en nieuwe godsbeelden. 131 blz., ƒ 23, 50, Meinema, Zoetermeer, 1996.
In dit boekje geeft een zevental predikanten in een achttal bijdragen zijn of haar visie op God, zoals zij deze uit de bijbel en door het filter van hun ervaring heen hebben verworven. Deze visies lopen uiteen, al naar gelang ervaring en cultuurverandering inspraak hebben ontvangen. Ieder laat zijn eigen aspecten gelden. In deze zin is het een spiritueel en door bewogen mensen geschreven boekje.
Wij geven hun namen in de volgorde van de bijdragen: B. Ledegang, A. C. Grandia, weer B. Ledegang (resp. over God als Vader en als Schepper), H. van Andel, N. J. de Jong-Dorland, P. Verschoor, L. Thijs en G. H. van der Bom.
Het sterkst ben ik geboeid door de combinatie van het inleidende woord van B. Rootmensen, samen met zijn nabeschouwing aan het slot. Daarin biedt de eindredacteur een rechtvaardiging van het streven om vandaag anders over God te spreken dan men in het verleden deed. De gronden daarvoor zijn duidelijk en herkenbaar: de cultuur is veranderd en daarmee ook ons, vaak aan de westerse filosofie ontleende, taalgebruik. Voorts heeft de rauwheid van onze hedendaagse werkelijkheid - Auschwitz! - ons de mogelijkheid afgepakt om nog harmonie, zin, aan het wereldgebeuren te kunnen geven die op God kan worden teruggeleid. Vervolgens is voor de moderne mens God niet echt meer nodig, omdat hij al zoveel in zijn eigen greep heeft genomen dat er haast geen 'onverklaarbare resten' meer overblijven, die dan, ter verklairing, op het handelen van God zouden moeten berusten. En dit alles heeft dan een wijze van bijbellezen opgeroepen, die veel meer cultuur-en ervaring-bepaald is dan in het verleden. Men kan niet meer uitgaan van een ook voor het verstand grijpbare eenheid van het schriftgetuigenis, maar dient meer oog te hebben voor de Schriften als verzameling van door ervaring gestempelde getuigenissen.
De vraag die zich nu voordoet is wat ons op deze wijze (nog) met het verleden verbindt. Rootmensen antwoordt: het mysterie, als een oorlogsverklaring aan iedere ideologie, aan iedere filosofische constructie waarvan ons godsbeeld dan het resultaat is. Eén ding is zeker: naar God als de boven-tijdelijke kunnen we niet meer terug.
Ik versta deze gedachtengang, geboren als deze is uit tijd-betrokkenheid, tenslotte ben ook ik zoon van mijn eigen tijd maar zeg er tegelijkertijd bij dat men op deze wijze niets meer overhoudt dan de eigen ervaring, van waaruit men dan zijn eigen God schept, zonder dat er aangaande hem iets te prediken valt. God is tot een mysterie geworden, dat vrij en onverplicht voor anderen te benoemen valt.
Op zichzelf is dit al een zwaarwegende afwijzing. Maar ik stel het scherper: ik vind het niet eerlijk om het klassieke belijden en het Griekse denken over één kam te scheren, als waren we geroepen ons tegen deze beide in-enen en als één te verzetten. Het is niet alleen historisch onjuist, maar ook onrechtvaardig om allen die in verleden en heden meer langs klassieke wegen gedacht hebben en denken op te voeren als pleitbezorgers van de Griekse god, de onbewogen albeweger, het onaandoenlijk opperwezen. Daar zit ook iets van onverdraagzaamlieid in zo'n bewering, mede getuige de wijze waarop de zgn. Utrechtse school (110) als vooralsnog onbetekenend en heel terloops wordt afgedaan en dan ook nog als representant van scholastiek denken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's