De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Erfenis van Luther

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Erfenis van Luther

9 minuten leestijd

Het komt nogal eens voor dat een divers en gemengd gezelschap het kantoor van de notaris betreedt omdat er een erfenis moet worden verdeeld. Familieleden die elkaar jaren niet gezien hebben en die soms met elkaar duidelijk niet in goede verstandhouding leven, luisteren toch samen met grote interesse naar het testament, waarin geschreven staat wat een ieder van de erfgenamen ten deel zal vallen. Om daarna weer uiteen te gaan, of — en dat gebeurt helaas ook wel eens — elkaar in de haren te vliegen vanwege de onenigheid over de verdeling.

Op 22 februari jl. waren ongeveer tweehonderd erfgenamen samen gekomen voor een bijzondere nalatenschap. De plaats van ontmoeting was geen notariskantoor, maar de aula van de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Kampen. Het ging om de erfenis van een erflater wiens verscheiden vierhonderdvijftig jaar geleden plaatsvond. Zijn naam was Maarten Luther, die op 18 februari 1546 het tijdelijke met het eeuwige verwisselde. Het ging niet om de opening van het testament dat direct na zijn dood van kracht werd, al kwam ook dat bijzondere document wel ter sprake bij een van de zogenaamde workshops. Het was een wetenschappelijk congres dat de grote betekenis van Luther tot op de dag van vandaag duidelijk wilde maken in een brede oecumenische context. Prof. dr. K. Zwanepol, de gereformeerde hoogleraar aan het Luthers seminarie, gaf in zijn openingswoord aan welke dubbele betekenis er aan het begrip 'erfenis' in dit verband kon worden toegekend. Enerzijds was er een stilstaan bij de dood van Luther, anderzijds is er daarmee onlosmakelijk verbonden sprake van de blijvende betekenis, waarin de traditie van Luther, zijn erfenis, levend wordt gehouden. Een en ander was een congres waard, dat op — dat moet gezegd worden — voortreffelijke wijze georganiseerd werd in samenwerking met de Interconfessionele Werkgroep Lutheronderzoek Nederland, waarin wetenschappers van lutherse, gereformeerde en rooms-katholieke huize participeren, met de Theologische Universiteit Kampen en het Evangelisch-Luthers Seminarium. Men probeerde op dit congres de verbinding van Luthers dood en zijn actuele betekenis te peilen. Deelname aan het congres was in de geest van Luthers 'sola gratia' bijna voor niets. De deelnemers werden in Kampen een dag lang op royale wijze onthaald, er was gezorgd voor een keur aan sprekers en men ging met een goed verzorgde congresbundel weer naar huis. En dat alles slechts voor ƒ 25, - . Inderdaad, eigenlijk 'voor niets'.

Luther en de dood

Twee hoofdsprekers vulden het morgengedeelte van het congres. Prof. dr. O. H. Pesch, een autoriteit op het gebied van Lutherstudie vanuit de rooms-katholieke achtergrond, gaf een doorwrocht overzicht van de wijze waarop dood en sterven in de theologie van Luther aan de orde kwamen. Hij liet zien dat binnen de context van zijn tijd door Luther op een bijzonder existentiële wijze rekenschap werd gegeven van het cruciale moment van het sterven. Luther kon bijzonder realistisch spreken over de werkelijkheid van de dood, met alle huiver en aanvechting die daarmee te maken hadden. Luther nam ook de psychologische en menselijke situatie van de stervende tot op de bodem serieus. Sterven was voor Luther de voltooiing van de doop. In het sterven worden de zonden uiteindelijk 'verzopen'. Sterven is ten diepste de kern van het geloof, waarin de mens sterft om te leven in Gods genade. In de hoop op de opstanding is ook het laatste sterven overwinning. Pesch trok aan het einde van zijn referaat, dat met vele citaten van Luther doorspekt was, enkele lijnen door voor de christenen van de twintigste eeuw. Hij meende bij Luther aanzetten te vinden tot een modem verstaan van de 'absurditeit' van de dood. Luther heeft de doodsangst niet zonder meer willen wegverklaren door een blik op het hiernamaals. Al was er wel degelijk de hoop op het leven der heerlijkheid, bij Luther was er oog voor de echt-menselijke worsteling met de dood. Pesch meende overigens, als rechtgeaarde rooms-katholiek, dat er bij Luther naast de concentratie op Christus en het Evangelie, ook sprake was van de 'lieve heiligen' en de sacramenten als hulpen in het sterven. Hij vermeldt er echter niet bij dat de 'heiligen' die Luther bedoelt, niet de verheerlijkte vromen zijn met een overvloed aan goede werken, maar de gemeente van de gelovigen in Christus, die de stervende in zijn doodsure troosten mogen. Het hart voor de vertroosting in de ure des doods was voor Luther, zoals Pesch dat liet zien, in God Zelf en in Hem alleen: 'God in de opgewekte Christus is het anker van de hoop in leven en dood. Dat te weten is genoeg. In de ure zelf van de laatste beproeving, op zijn doodsdag heeft Luther zich ook zelf in gebed daaraan gehouden'. Met deze conclusie besloot Pesch zijn lezing, die hij later op de dag in een workshop nog nader uitwerkte. Hij deed dat met een grote existentiële bewogenheid, die grote indruk maakte.

Schriftlezen is spoorzoeken

De tweede hoofdspreker was prof. dr. J. P. Boendermaker, die sprak over Luthers laatste aantekening, waarvan de slotwoorden heel bekend zijn. De korte aantekening bevat volgens Boendermaker ook een sleutel voor de wijze waarop Lüther met de Heilige Schrift omging. De hele aantekening luidt als volgt: 'Niemand kan de Bucolia en de Georgica van Vergilius verstaan, tenzij hij vijf jaar herder of boer is geweest. Cicero in zijn brieven (die toch de voornaamste zijn, neem ik aan) verstaat niemand, tenzij hij 40 jaar verwikkeld en geoefend is in geweldige, beslissende staatsaangelegenheden. Niemand mene de Heilige Schrift genoeg te hebben geproefd, tenzij hij 100 jaar met de profeten de gemeente heeft geleid. Daarom: geweldig is het wonder van Johannes de Doper, van Christus en de apostelen. Tracht niet de goddelijke Aeneastocht te ondernemen, maar aanbid voorovergebogen de sporen. Wij zijn bedelaars, dat is waar.' "

Boendermaker legde uit hoe hij in deze aantekening aan het einde van Luthers leven de sleutel zag van zijn hermeneutiek. Wij krijgen, hoe wij de Schrift ook van harte onderzoeken, nooit een greep op de waarheid, we blijven altijd bedelaars van het Woord. Het doel wordt nooit bereikt en daarom blijft het heilige spoorzoeken. Luther zou nooit een fundamentalist zijn geworden, volgens Boendermaker. Dit anachronisme mag op zich juist zijn, Luther kan m.i. ook niet gerekend worden tot de voorlopers van de moderne kritisch-hermeneutische omgang met de Schrift. Niet dat Boendermaker dat direct zo suggereerde, maar de vergelijking van Luther en het (toch latere) fundamentalisme kan de gedachte voeden dat Luther wellicht de an-dere tegenpool zou hebben gekozen. Het dilemma waar wij in onze Schriftvisie vandaag voor staan, tussen fundamentahsme en kritiek was voor Luther ten enen male niet aanwezig.

Herkenning en vervreemding

Bij de lezingen en in de discussies en workshops werd het ook telkens duidelijk dat het bezig zijn met Luthers erfenis vandaag een spannend gebeuren is. Luther is een getuige uit het verleden die wij in het heden soms heel existentieel herkennen, maar die tegelijk vanwege de afstand in de tijd en de context ook moeilijk te volgen is, zo was het de gedachte van velen. Er is sinds 1546 een verdere weg gegaan in de kerk en de traditie. Er zijn andere wegen gekozen, er zijn nieuwe vragen geboden. De vraag was dan ook tijdens het congres telkens aanwezig wat Luthers getuigenis de kerk en theologie nu werkelijk te bieden had voor het heden. Tijdens een van de workshops kwam dat heel indringend aan het licht in de vraagstelling, of Luthers troost nog wel werkte voor wie niet in de toekomst aan de overkant van het bestaan gelooft. En zijn de angsten vandaag niet meer die van de menswaardigheid binnen dit begrensde bestaan in plaats van die van Luther, die gericht was op de uiteindelijke rechtvaardiging van het bestaan voor God in de eeuwige beslissing? Heel eerlijk, maar ook onthullend werd het geformuleerd: 'Het is de vraag, of ook in het lutheranisme geen afstand genomen is van Luthers godsbeeld van vertrouwen in Zijn handelen ondanks alles'. De discussie over de laatste stelling gaf mij geen duidelijkheid. Het is te vrezen dat de stelling inderdaad opgaat voor diegenen die zich wel op Luther beroepen, maar dan alleen omdat hij herkend wordt als een existentieel levend mens, die het bestaan tot op de diepste diepten heeft gepeild en op onnavolgbare wijze de existentiële worsteling van de mens onder woorden heeft gebracht. Het lijkt mij echter onmogelijk om een eerlijk gezelschap van Luther te vormen, terwijl men als het gaat over de bestemming van de mens, en over de Schriften die daar vermanend en vertroostend een weg in wijzen, een wezenlijk andere gedachte heeft als Luther had. Wie Luthers erfenis alleen wil gebruiken om de mens in dit tijdelijk begrensd bestaan aan verheldering en zingeving te helpen, die gebruikt het legaat niet in de zin van de erflater. Het ging Luther niet om de verzoening met het bestaan in een absurde tijd, maar om de verzoening met een rechtvaardig God door het kruis van Christus, in dezelfde klassieke zin als het ook nu beleden en beleefd mag en moet worden.

De laatste vraagstelling stond in het kader van een workshop die als titel had: 'Luthers erfenis voor de verenigde kerk'. Het congres had immers ook een zijdelings SoW-gehalte. Dat werd onder meer duidelijk in de inbreng van lutheranen en gereformeerden die elkaar in de organisatie van dit congres van harte gevonden hadden. Naar mijn indruk behoorden ook de meeste deelnemers tot beide genoemde partners van het SoW-proces. Hervormden waren uiteraard ook aanwezig, maar in de minderheid. Daar is misschien niet direct een conclusie aan te verbinden. Hopelijk betekent het niet dat Luther onder Hervormden niet geliefd is. Ik meen dat dat niet zo is. Velen die als Hervormden in de traditie van de Reformatie willen staan in de kerk van vandaag hebben veel aan Luther te danken. Wellicht was het interconfessionele kader van het congres voor hen een oorzaak dat het aan voldoende herkenning ontbrak om aan dit congres mee te doen. Dat is jammer, want er valt van de kant van deze groep van erfgenamen ook best een woordje mee te spreken bij de waardering van de erfenis. Het probleem vandaag is immers dat de erfgenamen elkaar onderling zo weinig herkennen. Als een vernieuwde oriëntatie op een grote erflater van de traditie daarin zou kunnen helpen, zou het een zegen zijn. Als echter een ieder de erfenis op eigen wijze invult, wordt de verwarring alleen maar groter. Het onomstotelijke gezag van het Woord van God, de kardinale vraag van de rechtvaardiging van ons bestaan voor de heihge en rechtvaardige God, de betekenis van Christus en Die gekruisigd, het zijn dingen die bij Luther in zijn leven en sterven direct worden herkend. Waar deze dingen in een tijd waarin geseculariseerde theologie en heilsverwachting in veel kerkelijke praktijk de boventoon lijken te voeren, weer spreekrecht krijgen, daar valt nog iets te verwachten voor de erfgenamen samen, ook in SoW.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Erfenis van Luther

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's