Boekbespreking
A. J. Plaisier, De mens in het geding. Een kritische vergelijking tussen Pascal en Nietsche, 272 blz. ƒ 47, 50, Boekencentrum B.V., Zoetermeer, 1996.
Dit wordt een wat ongewone boekbespreking. Immers, schrijver dezes heeft niet alleen veel in de wieg van deze dissertatie gekeken, maar ook de groei van de boreling naar de volwassenheid intensief meegemaakt. Dat maakt hem als recensent partijdig, maar, eenmaal door de redactie van De Waarheidsvriend voor het blok gezet, heeft hij toch tot taak de schrijver, oud-zendingsman van de G.Z.B. (Ujung Pandang) en nu predikant te Leersum, daaronder niet te laten lijden. En evenmin diens proefschrift en de actualiteit daarvan.
Het is een uitnemende dissertatie waarop dr. Plaisier 7 maart jl. promoveerde, maar geen leesboek voor iedereen. Het werd zowel als vakwerk als vanwege de actualiteit van het onderwerp gewaardeerd. Daarover nu iets meer.
Blaise Pascal, ca. 1650, was behalve natuurkundige ook theoloog en filosoof: tot die tijd ongeveer probeerden geleerden nog alle vakken te beheersen en specialisatie te vermijden. Zijn wortels lagen bij de kerkvader Augustinus en diens leer van de vrije genade. Zijn aartsvijanden waren de Jezuïeten, die met hun casuïstiek, hun 'gevallenleer', niet alleen het hele leven in kaart hadden gebracht en tyranniseerden, maar ook kerk èn enkeling, inclusief zijn geweten, met wereldse macht aan zich onderwierpen. De Jezuïeten waren de mensen van de inquisitie en van de machtshandhaving van de roomse kerk! Voorts stond Pascal op het front tegen het rationalisme: de in zijn tijd opgekomen redelijkheid die zich een God schiep naar eigen gedachten, een 'idee', een eidolon, een afgod.
Pascal behoorde tot de Jansenisten, een beweging binnen de Rooms-Katholieke kerk, met als centrum het klooster Port-Royal vlakbij Parijs, die grote nadruk legde op persoonlijk geloof, op biecht en op boete, een stroming die zijn invloed tot in de 18e eeuw heeft doen gelden. Daaraan heeft trouwens ook de Oud-Katholieke Kerk haar ontstaan te danken: Pascal is door Rome geëxcommuniceerd, in de ban gedaan en uit de kerk gezet. Vandaar dat Oud-Katholieken het gezag van de paus ontkennen en reformatorische trekken vertonen.
Blaise Pascal was een man die gereageerd heeft op zijn tijd: een tijd waarin God werd teruggedrongen en plaats moest maken voor de menselijke rede (de Franse filosoof Montaigne). Een tijd leeg van de God van de bijbel. Een God zonder pretenties, die geen aanspraak maakte op gehoorzaamheid of overgave, mocht nog. Zo'n God was zelfs wel goed voor de massa, de gewone man, die toch im mers ergens geloven moest in iets wat algemeen vaststond, wilde de samenleving niet tot een chaos worden (de Franse schrijver Voltaire), maar de God van Abram, Izak en Jacob was uitgebannen. Ook uit het systeem van de rooms-katholieke kerk. De redelijkheid heerste.
Daartegen kwam Pascal op, als apologeet, verdediger van het christelijk geloof, door alle theorieën aan flarden te scheuren die vanuit de menselijke rede een weg naar God baanden: naar een redelijke God, die in feite een dode God was, een God van filosofen.
Pascal kiest radicaal voor de God van de openbaring in Christus en in diens mens-en vlees-wording, als een God die zich ontfermt over gevallen mensen. Hij was echter geen systematisch schrijver. Zijn theologische en filosofische nalatenschap bestaat uit kleine diepgravende, elkaar soms tegensprekende, studies en gedachten, soms fragmenten daarvan, die later gebundeld zijn, en die samen inzicht geven in de manier waarop hij zijn geloofskeuze verantwoordde en (diep) beleefde.
In dit boek wordt Pascal gecombineerd met Nietzsche (ca. 1875). Deze was bepaald geen christen. Hij heeft als geen ander zijn stempel gedrukt op de vorige eeuw. Bij hem vinden we voor het eerst de uitspraak dat God dood is. Hij is later vooral bekend geworden doordat hij de 'wil tot macht' als de diepste menselijke drijfveer heeft aangewezen, een drijfveer die alle andere drijfveren die een mens voortstuwen, bundelt en zo het klimaat heeft helpen voorbereiden waarin de 'supermens' het ideaal kon worden, met name het ideaal van het nationaal-socialisme.
Wie echter dit alleen zegt, gaat voorbij aan de diepe ernst en het diepe verdriet (Nietzsche was zoon van een predikant) dat aan het eind staat van Nietzsche's kritische beschouwingen van zijn eigen tijd. Hij scheurt iedere redelijke constructie aangaande welke soort God ook aan flarden. Hij is de eerste die zijn tijd ziet als radicaal nihilistisch, leeg van God en daaruit de consequenties trekt.
In de tijd van Pascal probeerde men nog de mens in een zinvol verband te stellen waarmee God iets te maken had en waarvan hij als het middelpunt was, zodat alles toch nog een beetje om hem draaide, hoe redelijk God ook werd opgevat en hoezeer hij ook een constructie van mensen was. In Nietzsche's tijd is zelfs ook dat verdwenen: net zo min als de zon om de aarde draait (Copernicus! Daar was men intussen achter!) kan God het om de mens. Er draait niets om de mens, niets wat groter is dan hijzelf. Daarom is er geen enkele weg van de mens uit naar welke god dan ook toe.
Nu zou het voor de hand kunnen liggen om de mens om God te laten draaien, maar die weg weigert Nietzsche, als zoon van zijn nihilistische tijd, pertinent te gaan.
Op dit punt dient zich nu de mogelijkheid tot vergelijking voor dr Plaisier aan: beiden, Pascal èn Nietzsche, hebben iedere mogelijkheid om van de mens uit tot God te naderen, een god te 'bedenken' die echt god zou kunnen zijn, aan flardengescheurd. Beiden hebben zij hun tijd en het godsbeeld daarvan, de 'schijn-god', ontmaskerd. Geen wonder dat Nietzsche zich heel vaak op Pascal beroept. Immers, Pascal stelde ons mens-zijn in al zijn verwarring en tegenstrevende driften en doelloosheid-in-zichzelf (zijn 'misère') in het licht. Zo zoekt hij, via het afbreken van al onze denkconstructies, naar het eigene, de grootheid van de mens (zijn 'grandeur'). Ook Nietzsche breekt de mens af in de bedoeling er iets geheel eigens en nieuws als het diepst-menselijke voor in de plaats te stellen. Echter, hij kiest, eenmaal met het puin van de afbraak in handen, radicaal tegengesteld aan Pascal.
Net als Pascal stelt ook Nietzsche zijn tijd voor het blok, en trekt hij er de consequenties uit, maar hij maakt een radicaal andere keuze. Hij kiest dan niét, zoals Pascal deed, voor de God die zich vanuit zijn heerlijkheid openbaart in de geschiedenis en de mens genadig in Christus op zijn voeten zet (zijn 'grandeur'), maar voor de mens als driftwezen en zo voor een 'verklaring' van de mens uit de natuur. Waarbij men dan natuurlijk kan vragen of ook dit niet een stukje filosofie, redelijkheid, is, maar de bedoeling is het niet. Eigenlijk is het eveneens een geloofsstandpunt: Nietzsche gelooft in de mens. Pascal daarentegen in de soevereine zich openbarende God.
In zijn analyses maakt Nietzsche opvallend vaak en met instemming gebruik van Pascal, al benut hij hem op zijn eigen manier en geeft hij aan diens woorden vaak een eigen uitleg. Dr. Plaisier is nagegaan hoé en waarom dit gebeurt. Heel zorgvuldig en vaktechnisch. En door zich zo op Pascal te richten hevelthij een in Frankrijk al lang lopende discussie als eerste over naar Nederlandse bodem.
Ik hoef er niet bij te zeggen hoe de keuze van de schrijver uitvalt. Wèl wijst dr. Plaisier erop dat bij beide denkers individualisme heerst, zelfs een zekere vervreemding van de schepping (bij Nietzsche de 'natuur' genoemd). Begrijpelijk bij een man als Pascal, die zich teweer stelde tegen een front (de Jezuïeten!) dat de mens behandelde als materiaal voor uitoefening van kerkelijke macht en diens persoonzijn en geweten onderdrukte en knechtte. De gemeenschapsgedachte komt tekort. Maar Pascal heeft ons iets heel bijbels voorgehouden: dat het de Heilige Geest is die ons inlijft in Christus, ons tot zijn lichaam maakt en zo in een geestelijke gemeenschap stelt.
Dr. Plaisier schreef een diepgravend en technisch boek. Niet op een manier waarop men kan preken. Maar wie het boek heeft geschreven en gelezen weet wèl wat hij te preken heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's