De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Gemeente na Pasen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Gemeente na Pasen

6 minuten leestijd

'Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op éénmaal, waarvan het merendeel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen.' (1 Kor. 15 : 6)

In de bijbel staan veel getallen. Maar slechts een enkele keer spreekt de Heere in Zijn Woord getallen uit, als het gaat over de gelovigen. Abraham mag een keer naar de sterren kijken en naar het zand van de zee. Elia mag horen van zeven duizend, als hij denkt dat hijzelf de enige nog is. Even kijken de drieduizend en vijfduizend op en na de Pinksteren om de hoek. En Johannes mag een schare zien, die niet te tellen is. En dat is het dan zo ongeveer wel.

Zou de Heere hiermee niet bedoelen: 'Ik heb Mijn Zoon een heerlijk loon beloofd op Zijn volbrachte werk: laat dan geloof in deze belofte u genoeg zijn.'

De Heere wil dus wel eens iets ervan zeggen. Tot bemoediging. Maar uitzondering blijft het.

Ook etaleert de Heere niet. Dat van die vijfhonderd in de tekst had een prachtig verhaal in de evangeliën kunnen worden. Een wel zeer boeiend verhaal ook, waar de juf op school zeker in de klas mee uit de voeten had gekund. En rondom Pasen is dat welkom. Heel bekend is dit verhaal ook zeker geweest, want het speelt in de dagen tussen Pasen en Hemelvaart. En meer dan vijfhonderd waren er zelf bij. Dan moeten de evangelieschrijvers er toch van hebben geweten. Maar geen van hen beschrijft het ons.

Wij hadden het nooit geweten zelfs, wanneer dit ene woord in 1 Kor. 15 : 6 niet nog net aan de pen van Paulus was ontglipt. Geen wonder, dat er bijna geen preek over te vinden is; soms een meditatie hier of daar.

En toch is ook hier de Heilige Geest bezig om bekend te maken, wat tot onze zaligheid geopenbaard wordt.

Intussen moet dat toch wel een bijzonder rijk gebeuren zijn geweest. Stelt u het zich maar eens wat voor: een kerk met meer dan vijfhonderd mensen; en Jezus in het midden, sprekend, vertroostend, zegenend... De opgestane Levensvorst door het geloof in oog en hart. Ach ja, dat moet wel onvergetelijk zijn geweest. Dan is er geen plaats voor de eenzaamheid der heiligen, waarin harten, zo vol van Hem, geen woord over Hem kwijt kunnen. Want daar is een stukje hemel op aarde geweest.

Maar wat heeft de Heere zo voor getuigen van Zijn opstanding gezorgd. Eén mens te ontmoeten, nu nog, die Jezus heeft ontmoet, doet een heerlijk gerucht van de Koning horen. Hoeveel temeer dan toen de vijhonderd!

Ach ja, hoe groot moet de vreugde wel geweest zijn, net als bij de discipelen op Pasen, 'toen zij de Heere zagen' (Joh. 20 : 20b).

De Korinthiërs kunnen navraag gaan doen aangaande Jezus' opstanding: het merendeel van de toen aanwezigen is nog in leven, 'is nog over'.

Misschien betrekt er nu hier of daar een gezicht. 'Nog over': dat 'nog' is een lelijk woord. Dat is dus die gelukkige gemeente van Paaskinderen? 'We zijn er nog'. 'Ik leef nog': als iemand dat zegt is 't niet zo best. Dus morgen, of overmorgen of wat later niet meer? Zijn ze daarvoor nu zo blij geworden met de Opgestane? Vertel me maar niets: ze moeten evengoed straks toch allen gaan sterven... Of niet?

Dat is waar. Althans als zij in hun leven de wederkomst van Christus niet meemaken. Dat is trouwens ook nu nog zo. Niet iedereen mag van de Heere de dood en het graf overslaan, zoals Henoch en Elia. Het kan wel. Dat bewijst ons 1 Thess. 4 : 17, die levend overgebleven zijn bij Jezus' komst worden opgenomen in de wolken, de Heere tegemoet, in de lucht.

Maar anders moet elke gelovige er wel op rekenen te moeten sterven. Daarom blijft het op aarde vreemdelingenland. Hier beneden is echt het land van de rust niet.

Maar op deze aarde stierf Jezus als Gevloekte (Op. 11 : 8). En hier beneden openbaarde Hij Zich als de Levensvorst. Dat maakt toch Paaskinderen, die door 't geloof Jezus zien, en op Jezus zien. Gekroond met eer en heerlijkheid. Dat doet opleven, moed vatten, terwijl het hart zich hecht aan Hem: Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is...

Dat toch geeft uitzicht, geloofstroost, die reikt over de verre of nabije horizon van dood en graf.

Paulus zei ervan: Hetzij dan dat wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des Heeren' (Rom. 14 : 7). En dat is meer waard dan dat een mens aan dood en graf ontkomt. Want het stille geheim blijft: iets kan scheiden van de liefde van Christus en... van het Leven in Hem.

Dat blijkt trouwens ook uit het laatste deel van de tekst: 'en sommigen ook zijn ontslapen'.

Zonder de Heere sterven is zonder vergeving sterven. In ongeloof, vreemd aan hartelijk bezig zijn met de vragen van zonde en genade. Vreemd aan die Geest, die naar zondag 27 aan verbondskinderen is toegezegd, opdat Hij geloof in de harten werke. Vreemd ook aan Christus' bloed, dat tot verlossing van de zonden is beloofd. Dan zijn we aan alles voorbijgegaan, hebben wij 't alles kunnen laten liggen. Dan is er  geen lichtstraal meer over ons sterven, geen lichtval in ons graf. Gelukkig daarom wie met de ene hand aan het voorhoofd en de andere op het hart niet meer los wil en kan komen van God. Ze mogen zeker op de Heere hopen. En niet tevergeefs! Geven wij dat onze^dnderen ook biddend mee?

Maar dan gaan Paaskinderen ook ontslapen, zegt Paulus. Een woord, waarvan iemand zou kunnen zeggen: 'een mooi woord voor een lelijke zaak'. Vergis u niet! De angel, de prikkel van de dood is er uit: de zonde. Dan is er door het geloof zicht op het Lam, Dat stierf en verzoende. De Levensvorst, Die stervensbereid maakt. Ook dit is ten dele. Niet al Gods kinderen gaan in grote ruimte dit leven uit. Tot in de laatste ogenblikken zijn we van de Heere afhankelijk. 'Nauw leven doet ruim sterven': als dat waar is, of maar enigszins waar is, mag het gebed om dichtbij de Heere te leven er elke dag wel zijn. Jongeren moesten daar maar heel jong mee beginnen, zonder 'vroom' te worden. Want dat laatste is het niet. Dicht bij Christus, het Lam leven, dat is het wel. Dat houdt klein en maakt rijk. Doet eenmaal ook 'in Christus ontslapen', tenzij Hij in ons leven wederkomt en wij deelgenoten worden van Henoch en Elia. Maar bovenal: dat brengt eenmaal thuis, waar Hij eeuwig Thuis is. En Zijn gemeente met Hem bij de Vader.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Gemeente na Pasen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's