Bevinding door Woord en Geest (2)
De ziel
Van God uit is de gemeenschap met zondaren alleen mogelijk door Christus. Zijn werk is het fundament waarop het gebouw van de relatie tussen God en mens rust. Het is op grond van Christus dat Hij de Geest zendt. De Schrift leert ons die machtige werkelijkheid van de inwoning van de Heilige Geest. Hij woont in het hart van de zondaar. Hij doet ons delen in het heil en Hij is een onderpand van het heil. In de Heilige Geest woont de drieenige God Zelf in de zondaar.
Dit voltrekt zich in de ziel. Zou dat in onze tijd niet teveel vergeten worden, namelijk dat wij een ziel hebben? Is dat niet de reden van zoveel psychische nood en mensen die uitgebrand raken? We zien een verafgoding van het lichaam. Medici zijn voor velen bijna halfgoden. De overdreven gezondheidscultus van onze dagen legt er getuigenis van af. Ook de aandacht voor het seksuele zie ik in dit licht. Lichamelijk beleven we in onze westerse cultuur ongekende bloeitijden. Maar kunnen we nu zeggen dat de mens gelukkiger is dan zonder al deze rijkdommen? Zou dat niet samenhangen met een schromelijke verwaarlozing van de menselijke ziel? Voor mij is het geen vraag. De ziel van de mens mag er zijn. God heeft ons geschapen met lichaam en ziel. Alle onderwaardering verschraalt het leven. Er is zeker het gevaar dat de aandacht voor de ziel ziel-ig wordt, maar uit angst voor dit extreem moeten we de ziel niet laten omkomen.
De Geest en de Kerk
De ervaring is de ervaring van de Geest. Hier ligt het risico van geestdrijverij dat alles zet op rekening van de ziel en al het uiterlijke veracht. We weten echter dat de Geest middellijk werkt. Hij eerbiedigt het schepsel-zijn. De herschepping herstelt de schepping en wat meer is, vernieuwt haar en brengt haar tot haar bestemming. Ware vroomheid betekent dan ook liefde tot de natuur en zorg voor het lichaam. Ook het lichaam is gekocht en betaald. De beweging van het Reveil laat ons zien dat geestelijke herleving wel degelijk oog geeft voor sociale nood.
Kenmerkend is ook dat velen een spanning ervaren tussen de kerk en persoonlijk geestelijk leven. Hoewel het waar is dat christelijke vroomheid het eenzaam-zijn kent om met God gemeenzaam te zijn in het persoonlijke gebedsleven, neemt dat niet weg dat de Geest ons bindt aan de structuren van de kerk. De Geest sticht de kerk, zelfs tegen verdrukking in. Als het geestelijk leven wel kan bloeien zonder gemeenschap, zouden christenen in de druk het zich wel gemakkelijker kunnen maken. Er is geen tegenstelling tussen Geest en ambt. De gebrokenheid van de kerk is een geweldige aanvechting voor het geestelijk leven. Toch blijft ze een moeder die geestelijke kinderen baart. De doop bevestigt het geestelijke leven en het avondmaal voedt het. De ambtelijke bediening heeft meerwaarde boven persoonlijke bijbelstudie en een stichtelijke toespraak.
De gemeente is meer dan een optelsom van individuen. Werkelijke vroomheid functioneert in de katholieke gemeenschap met de heiligen van alle tijden en plaatsen. Breuken met het verleden en breuken in het heden bedreigen ware vroomheid. De gemeenschap met al de heiligen bewaart voor sektarische deel-vroomheden. Zo verstaan we de volle rijkdom van de schat van Gods genade. Het is treffend dat Samuel Rutherford in een van zijn brieven schrijft dat het beste kenmerk van de christen is, dat hij 's morgens opstaat en 's avonds inslaapt met de betrokkenheid op Gods koninkrijk. Tussen de klippen van kerkisme en kerkelijke onverschilligheid floreert de vroomheid. Hier dringen actuele vragen zich op; is kerkfusie een garantie voor de eenheid in het geloof? Kan de ware vroomheid tot haar recht komen zonder de ondubbelzinnige belijdenis dat Jezus Christus God en mens is? Als de katholiciteit van de kerk en haar vroomheid in de belijdenis van Jezus Christus haar Hoofd ligt, verbreekt Leuenberg haar dan niet?
De Geest en het Woord
De Geest bindt Zich aan Zijn eigen Woord. De Schrift is niet alleen de openbaring van God zodat gemeenschap mogelijk is, het is ook de norm voor deze gemeenschap en de ervaring die daarin opgesloten ligt. De verborgen omgang met de Heere betekent dan ook de bede: 'Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast'. De charismatische beweging leert ons de vraag eerlijk onder ogen te zien of de zeer persoonlijke relatie met God en de geestelijke ervaring in de massaliteit van de volkskerk niet verloren is gegaan. Is echter haar grootste kwaal niet dat in deze stroming de ervaring haar eigen norm is? Ook bij bevinding zal de waarheidsvraag gesteld moeten worden.
Het zou niet moeilijk zijn om de rest van dit artikel te vullen met de verschillende ervaringen die de christen heeft als hij de drie-enige God leert kennen. Het opvallende daarin is dat de cultuur waarin mensen leven de bevinding kan kleuren, maar niet kan bepalen. De taal van het hart vertoont door de eeuwen heen en in wisselende culturen een grote mate van overeenstemming. Dat maakt de psalmen van David en de Confessiones van Augustinus zo herkenbaar voor de mens van de twintigste eeuw. De ontmoeting met God overstijgt de culturen.
De ontmoeting met God geeft in ieder geval eerbied en ontzag. Mozes doet de schoenen van zijn voeten. Elia doet zijn mantel van kamelenhaar over zijn hoofd als de Heere spreekt in het suizen van een zachte stilte. We spreken niet meer over God als over onze buurman. Meer eerbied dan voor Hare Majesteit zal in ons hart zijn voor de Koning der koningen.
Onwaardig
We lezen in de Schrift van onwaardigheid. Overigens te onderscheiden van minderwaardigheidsgevoel. Dat is een psychische categorie, terwijl we het nu hebben over een geestelijke ervaring. Enkele voorbeelden. Ik denk aan de gelijkenis van de verloren zoon waarin de Heere Jezus Christus zo trefzeker schildert hoe een zondaar tot de hemelse Vader komt. Hij zegt niet: daar ben ik weer, maar hij voelt en belijdt: 'Ik ben niet waard uw zoon genoemd te worden. Maak mij als een van uw huurlingen' (Luk. 15). Hij is zijn vader vergeten en hij erkent dat hij alle rechten verspeeld heeft om nog langer als een zoon behandeld te worden. Als zijn vader hem niet meer als zoon wil erkennen, kan hij dat billijken.
We vinden dat ook op andere momenten. We kunnen denken aan de hoofdman die de Heere Jezus door middel van de joodse ouderlingen laat roepen voor zijn zieke knecht. Jezus gaat met deze boodschappers mee. Ze spreken goed van de Romeinse hoofdman, omdat hij hun zoveel goeds heeft gedaan. Als Jezus vlakbij zijn huis is, zendt de hoofdman over honderd nogmaals knechten om te zeggen dat Hij de moeite niet moet nemen 'Want ik ben niet waard dat U onder mijn dak zou inkomen. Daarom heb ik ook mijzelf niet waard geacht om tot U te komen, maar zeg het met een woord, en mijn knecht zal genezen worden' (Luk. 7 : 6-7).
Door het besef van Gods heiligheid en het besef van eigen zondigheid gaan we door de Heilige Geest ervaren dat we het niet waard zijn dat de Heere ons aanneemt. De tollenaar stond van verre en hij durfde zijn ogen niet op te heffen naar de hemel toen hij uit de diepte van zijn hart bad: O God, wees mij zondaar genadig' (Luk. 18 : 13).
De boetepsalmen van het Oude Testament hebben ons de woorden gegeven om de verbrokenheid van het hart voor God tot uitdrukking te brengen. Om maar een voorbeeld te noemen, dan denk ik aan de indrukwekkende psalm 51. We treden hier het heiligdom van een verootmoedigde ziel binnen. David heeft niet alleen diepe zelfkennis, maar hij beleeft zijn zonde als zonde tegen God. En het ook belijdt. Zijn hart voor de Heere openlegt: 'Tegen U, ja U alleen heb ik gezondigd en gedaan wat kwaad is in Uw ogen'.
Ook ps. 130 is zo treffend: 'Zo Gij, HEERE, de ongerechtigheden zou gadeslaan, Heere, wie zal bestaan? Maar bij U is vergeving, opdat gij gevreesd wordt. Ik verwacht de HEERE, mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord'. David heeft er een diep besef van dat de Heere alle reden heeft om Hem voorbij te gaan. Daarbij heeft hij ook oog voor de vergeving. We zien hier dat verootmoediging nooit losstaat van geloof en vertrouwen. David wacht niet in het onzekere, maar verwacht en hoopt.
Vreugde en verlangen
Een andere geestelijke ervaring in de omgang met God is vreugde. Petrus spreekt in zijn brief van onuitsprekelijke en heerlijke vreugde (1 Petr. 1 : 8). Zacheüs ontvangt de Heere Jezus de laatste sabbat van Zijn leven met blijdschap in zijn huis (Luk. 19 : 6). We zullen hierbij niet alleen aan emotionele opgetogenheid moeten denken, hoewel dat ook een plaats mag hebben, maar vooral ook aan de diepe vrede in het hart. Deze vrede met God geeft ook vrede met het lot. Zo kan David in ps. 4 zingen als hij moet vluchten voor Absalom: 'Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ten tijde als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn'. Gods vriendelijk aangezicht geeft vrolijkheid en licht, ten troost verspreid in smarten (Ps. 97).
We komen de ervaring tegen van het verlangen. We denken aan ps. 63: 'Mijn ziel dorst naar U. (...) want Uw goedertierenheid is beter dan het leven'. We bemerken hierin dat het in de geestelijke ervaring om God Zelf gaat. Hem te kennen is het leven. Hem te missen is erger dan de dood.
Treffend zijn ook de woorden van de pelgrim naar Sion: Mijn ziel is begerig en bezwijkt ook van verlangen naar de voorhoven van de HEERE; mijn hart en mijn vlees roepen uit tot de levende God' (Ps. 84 : 3).
Deze ervaring van verlangen krijgt juist in de aanvechting gestalte. In ps. 30 : 8 lezen we daarvan: Toen Gij Uw aangezicht verborg, werd ik verschrikt'. Gods wegen zijn wel eens hoger dan onze wegen, zodat we er niets meer van begrijpen. En toch zal juist in de aanvechting de toevlucht tot God ervaren worden. Jesaja verwoordt het als volgt: Als hij in de duisternissen wandelt en geen licht heeft, dat hij betrouwe op de Naam des HEBREN en steune op zijn God' (Jes. 50 : 10b). Luther zei dat onder andere aanvechting nodig is om een goed theoloog te worden. De theologie van de verlichting heeft teveel de ergernis uit het Woord gehaald. Het kan wel eens zijn dat juist in onze tijd van secularisatie waarin zo weinig van God ervaren wordt in de praktijk van alledag, dit aspect van de vroomheid extra gestalte zal krijgen. Het is met deze bedeling gegeven dat ook de ervaring gebroken is. Het ganse schepsel zucht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's