De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eenzaamheid (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenzaamheid (3)

8 minuten leestijd

Alleen zijn

Uiteraard zijn er vele overeenkomsten tussen eenzaamheid en alleen zijn. Maar bij enig doordenken komt toch openbaar, dat wij er zeker goed aan doen beide begrippen niet voor één en hetzelfde te houden. Natuurlijk komen eenzaamheid en alleen zijn voor een bepaalde periode wel eens tezamen voor, maar het is goed noch de woorden, noch de ondervinding op eenzelfde vlak te trekken. Het woord 'alleen' komt in de Bijbel dikwijls voor, maar dat kan slechts in zeer weinige gevallen met 'eenzaamheid' worden gelijkgezet.

Eenzaamheid is het gevolg van een gebrek aan menselijke nabijheid of zinvolle activiteit. Alleen zijn daarentegen betekent niet in gezelschap met anderen te zijn. Eenzaarnheid is altijd en van haar wezen uit een negatieve ervaring, terwijl het alleen zijn vaak vol positieve en verfrissende ervaringen is. Er bestaat een gevoel van alleen zijn, dat tevens creatief en motiverend is, terwijl eenzaamheid een gevoel van verlatenheid en depressie met zich meebrengt, dat verwoestend werkt. Eenzaamheid neigt er toe gevoelens van hoop en inzicht te verstikken, ja, alle initiatieven te doden. Eenzaamheid is onvrijwillig, ze komt ongevraagd. Alleen zijn daartegenover is geheel vrijwillig en wordt bewust gekozen.

De Heere onze God verklaarde reeds in het tweede hoofdstuk van Genesis, dat het niet goed was dat de mens alleen zou zijn. Hij schonk hem een hulp tegenover hem. Zo maakte de Heere reeds in de dageraad van de mensheid duidelijk, dat de mens tot gemeenschap en niet voor isolement is bestemd. Wij werden geschapen als een sociaal wezen, bekwaam om liefde te kunnen uitstralen en te ontvangen. Er is een verband gelegd tussen God en mens en medemens. De volledige zin van de schepping kan nooit in het isolement worden tot werkelijkheid gebracht, het gaat juist om gemeenschap met andere mannen en vrouwen. Juist omdat wij van nature uit sociale schepselen zijn, veroorzaakt het gebrek aan een vriend of een levensgezel een emotioneel vacuüm, dat voor lichaam en ziel vernietigende gevolgen hebben kan. Eenzaamheid is niet alleen een kwestie van alleen zijn, maar veel meer het gevoel, dat niemand zich werkelijk erom bekommert hoe het met ons afloopt. Eenzaamheid ontstaat niet noodzakelijkerwijze uit nare omstandigheden — ze is een geestessituatie.

Alleen zijn heeft slechts met fysieke scheiding van doen, eenzaam zijn daarentegen met spirituele en psychische isolering. Je kunt alleen in een dakkamertje zitten om te studeren, terwijl het gezin waarmee je hartelijk verbonden bent, gewoon zijn gang gaat. Eenzaamheid vooral, bemerk je in een hotel waar vele mensen werken — maar ieder eigen doel nastreeft. Eenzaamheid veroorzaakt een alleen zijn van het hart; een gevoel van anderen te zijn afgesneden, die wij gaarne als vrienden zouden willen hebben.

Nu is een zekere graad van eenzaamheid — met zijn gedachten alleen zijn — in een normale toestand en noodzakelijk voor de onderhouding van het geestelijke leven.Wij beleven allen tijden, waarin het van belang is zich aan het gewoel van de massa te onttrekken en op een opbouwende manier tot onszelf in te keren. Dat is wat anders dan aldoor maar om zichzelf heen te draaien. Zonder zulke tijden van gegronde inkeer zullen wij in het geestelijke leven diepte en verfrissing missen. Juist een welkome afwisseling tegenover de drukte van het moderne leven is nodig. De meesten van ons zijn zozeer gebonden in de dingen van het onderhoud van het tijdelijk leven, dat zij er heel niet toe komen na te speuren of ze ook boven het leven kunnen staan. Ze dreigen weg te zinken in de rimram van elke dag.

Wij hebben het alleen zijn nodig om ons ware zelf te ontdekken en ons daarmee te confronteren. Zulke tijden van gedisciplineerd alleen zijn kunnen een schat van zelfkennis schenken en voeren tot een nieuwe visie op het leven. Ja, nog meer — tijden van eenzaamheid kunnen wanneer ze maar op een meedogenloos eerlijke manier gebruikt worden, ons in staat stellen anderen te helpen, die met soortgelijke problemen te strijden hebben. Zo zien wij in Christus' leven ook gedurig weer de behoefte om alleen te zijn, om op een berg te bidden. Door de gemeenschap met de Vader gesterkt en bemoedigd, keerde Hij dan terug, beter toegerust om de aanspraak van de behoeftige en eenzame massa tegemoet te komen, die Hem gedurig omringde.

Echt waar — het alleen zijn geeft een diepe zegen. In tijden van stilte bloeit de creativiteit op, evenwel niet in de verwarring van het moderne leven. Wij zijn zo gemaakt, dat ondanks ons verlangen naar de nabijheid van andere mensen er toch tijden zijn, waarin het alleen zijn noodzakelijk is, vooral de stilte van het alleen zijn met God. Dan zwijgen de andere stemmen, dan hebben wij de unieke mogelijkheid in alle rust Zijn zachte stem te vernemen. Het biedt alleen maar winst. De gemeenschap met de eeuwige God is het doeltreffendste middel om gevuld te worden van binnen.

Nooit waren stilte en alleen zijn zo noodzakelijk als heden. Wij moeten het weer leren allen te zijn en eenvoudig te leven. Het wemelt in onze dagen teveel van gemeenschap. Het vergadert alles zonder einde, het praat en het confereert alles oeverloos. Wij moeten de moed bezitten de televisie eens uit te laten, de radio af te zetten.Wij lijden aan een mediacomplex. Wij moeten de geestelijke zegen van het alleen zijn weer ontdekken. Trek u eens een moment terug. In een kamer of op een wandeling, als het u mogelijk is. U zult dan bemerken, dat u dan tot dieper nadenken komt.

Het alleen zijn biedt de mogelijkheid de geheimen van het leven in hemels perspectief te zien. Dat was de ondervinding van de psalmdichter Asaf in psalm 73. Hij giet zijn hart geheel uit in deze psalm en deelt ons zijn zwarigheden mee. En nu moet u eens opletten, hoe dit gebeurt. Toen hij naar de wereld om zich heen keek en het geluk van de bozen, onder wie hij leefde waarnam, zou hij welhaast zijn geloof verliezen, tenminste — wanneer hij daarnaast eigen ellende vergeleek. Het was hem een raadsel, dat God het toeliet, dat de goddelozen met hun boze daden voorspoed en welvaart kregen, terwijl de Godvrezenden dikwijls enkel tegenspoed en lijden ondervonden. Was het wel rechtvaardig van God om op deze manier te handelen? Juist in dit licht van deze schijnbare onrechtvaardigheid van God kwam Asaf er toe om zich af te vragen wat dan wel het doel en het nut van de vreze des Heeren was...

Asaf handelt over de rechtvaardigheid van het Godsbestuur die meermalen door de feiten weersproken schijnt te worden. De dichter worstelt in deze psalm met dit inderdaad zware probleem. Asaf probeerde wel het raadsel bij het licht van het menselijk verstand te doorgronden. Maar het gelukte hem niet. Het bleef een zoeken en een tobben, totdat hij in Gods heiligdommen inging, waar Gods licht straalt. Toen nam het hemels perspectief de overhand en herwon het geloof in zijn ziel de rechte plaats.

Kijk, evenzo vergaat het de profeet Habakuk. Toen hij van zijn eenzame wachttoren uit de wereld om zich heen beschouwde, was hij evenzo verward als Asaf. Hij uit de klacht: geweld! Maar hij kan niet verstaan dat de Heere dat alles zo lang aanziet zonder in te grijpen. Intussen — waar vond de profeet het antwoord op zijn vragen? Toen hij zich stelde op zijn uitkijktoren en naar de steun van God luisterde. Heiligdom en uitzichttoren — dat zijn de stille plaatsen, waar de Heere antwoord geeft.

In de drukte van ons dagelijks leven laten wij zo gemakkelijk onze dagindeling dicteren door de wereld. Wij laten ons vormen naar haar eisen en ideeën. Wij zijn ons helemaal niet bewust hoezeer onze maatstaven en waardeoordelen dan nauwelijks merkbaar verschuiven. Let daarentegen eens op Jezus. Niet eens de dringende noden en het lijden van de massa's mensen konden Hem er toe brengen de tijden van stilte en inkeer in te perken. Het waren voor Hem geheiligde oasen in de woestijn van de wereld der menselijke zonde. Hij doorleefde toch in de uiterste eenzaamheid gemeenschap met Zijn Vader.

Thomas a Kempis geeft ons een heilzame raad met het oog op de waarde van de eenzaamheid. 'Zoek een bekwame tijd uit om met uzelf alleen te zijn en overdenk menigvuldig de weldaden Gods. Laat varen wat de weetgierigheid bevredigt en lees grondig zodanige stoffen, die meer geschikt zijn om u te verootmoedigen, dan om u aangenaam bezig te houden. Indien gij u onttrekt aan overbodige gesprekken en aan ijdele omgang, niet minder aan het opvangen van nieuwtjes en geruchten, zult gij voldoende en geschikte tijd vinden om te volharden in goede overpeinzingen.'

De aartsvader Jacob bleef in Genesis 32 : 25 alleen terug. Daar zit iets treurigs in. Maar in het vervolg ontdekte Jacob tot zijn grote verrassing dat hij mèt God alléén was. Weliswaar vreesde Jacob voor de nadering van Ezau. Reeds had hij have en goed weggezonden. Alleen — nu komt de strijd met God. Maar daardoor alleen komt er overwicht. Alleen gelaten worden en zonder God zijn betekent de hel. Maar met God alleen gelaten zijn is een voorsmaak van de hemel. Diepe eenzaamheid onder de louterende werking van het Woord schept krachtige persoonlijkheden en sterke karakters. Hebben wij die in deze tijd niet meer dan ooit nodig?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Eenzaamheid (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's