De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Doet dit tot mijn gedachtenis (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Doet dit tot mijn gedachtenis (2)

8 minuten leestijd

N.a.v. dr. J. van Beelen, Doet dit tot Mijn gedachtenis, uitgeverij J. J. Groen en Zoon, Leiden 1996, 247 blz., prijs ƒ 39, 95.

Inleiding

In het vorige artikel over het boek van dr. J. van Beelen, Doet dit tot Mijn gedachtenis gaf ik een overzicht van de inhoud van het boek. In dit tweede artikel probeer ik een impressie te geven van de studiedag in het Herv. seminarie, die aan deze studie was gewijd (18 maart). Er waren ongeveer 40 belangstellenden aanwezig. Als referenten waren uitgenodigd dr. A. Noordegraaf en prof. dr. J. Boendermaker (lutheraan). De leiding was in handen van drs. H. de Leede, rector van het seminarie.

Na de opening in de kapel kreeg dr. Van Beelen eerst de gelegenheid enkele kernpunten uit zijn studie naar voren te brengen. In hetgeen hij zei kwam vooral naar voren dat het avondmaal een uiting is van de gemeenschap van de gemeente. Het is geen sacrament als handeling voor de gemeente, maar een handeling door de gemeente.

Het referaat van dr. Noordegraaf

Vervolgens kreeg dr. Noordegraaf het woord, die inging op hoofdstuk 4, een kernhoofdstuk uit het boek, dat handelt over gegevens over het avondmaal in het Nieuwe Testament.

Allereerst beklemtoonde Noordegraaf dat je voorzichtig moet zijn om al te stellige uitspraken over de avondmaalspraktijk te doen op grond van gegevens in bepaalde teksten en pericopen in het Nieuwe Testament. We weten niet precies hoe de avondmaalsviering in de gemeente toeging. Een scharnierpunt voor Noordegraaf is dat er sprake is van heilsbemiddeling in het avondmaal. Deze notie is bij Van Beelen niet aan de orde gekomen. Dat komt mede door zijn inzet bij 1 Corinthe. Je moet niet bij 1 Corinthe beginnen, maar bij de instelling van het avondmaal in de (synoptische) Evangeliën. Jezus' laatste maaltijd was een pascha-maaltijd, die een nieuwe inhoud kreeg. Jezus is de Gastheer. Vanuit deze instelling moet je de lijn doortrekken naar het avondmaal in de gemeente. Dan is het avondmaal een maaltijd van de Kurios (Heer). Christus is het subject van zijn tafel. Dat het avondmaal een expressie van de gemeenschap van de gemeente is in 1 Corinthe is wel waar, maar het is veel meer. Het gaat om het heil van Christus. Gaat het in 1 Cor. 10 : 16 wel om de gemeente als lichaam van Christus? gaat het niet om Christus zelf? Er is sprake van een 'presentia realis' (werkelijke aanwezigheid) van Christus in het avondmaal.. Krachtens die presentie van Christus is er pas de onderlinge gemeenschap. Van Beelen denkt te veel Zwingliaans (het avondmaal als gedachtenismaaltijd). Het handelen van de gemeente staat teveel op de voorgrond. Het avondmaal staat om zo te zeggen teveel in het stuk van de dankbaarheid, terwijl het ook in het stuk der verlossing dient te staan.

Wordt het avondmaal alleen maar gevierd? Nee, het wordt ook bediend. We kunnen het alleen maar vieren als het bediend wordt. Als in de instelling, bijv. bij Mattheüs gezegd wordt door Christus: neemt, eet, dat is mijn lichaam, dan is dat omdat Hij het brood eerst zegent, breekt en geeft. De gemeente is dan niet passief, maar receptief. Verder zou Noordegraaf het juist gevonden hebben als ook 1 Cor. 16 : 20-24 besproken was. Vers 22 ('Indien iemand de Heere niet liefheeft die zij een vervloeking') behoort tot de avondmaalsliturgie. Het 'anathema' (de vervloeking) is het uitgesloten zijn van het avondmaal.

Wat betreft het ambt is Dingemans duidelijker dan Van Beelen. Dingemans stelt: er is in het Nieuwe Testament geen ambt. Van Beelen laat het in het midden. In elk geval zegt hij dat er geen voorschrift is dat een ambtsdrager het avondmaal moet bedienen. Maar al staat dit niet met zoveel woorden in het Nieuwe Testament, dan betekent dat nog niet dat er geen ambtsdragers geweest zijn en dat ze niet het avondmaal bediend hebben. Als Van Beelen het 'wij' uit 1 Cor. 10 : 16 (het brood dat wij breken) exegetiseert, betrekt hij dat 'wij' teveel op de gemeente (vers 17). Echter, leg je er dan niet te veel in? Is het 'wij' hier niet veel algemener bedoeld? Van Beelen ontkomt niet aan het gevaar dat men zich teveel richt op losse teksten en de grote verbanden teveel laat liggen.

Dat het avondmaal een heilsbemiddelend aspect heeft, is voor Noordegraaf duidelijk. Dat heeft alles met het ambt te maken. Het ambt hoort gewoon bij de historische oorsprong van de gemeente, ook als het gaat om het avondmaal.

Antwoord

In zijn antwoord merkte Van Beelen op dat het hem niet duidelijk is waarom het avondmaal een heilsbemiddelende betekenis heeft in het Nieuwe Testament. Wees voorzichtig met het ambt en de ambtsdrager teveel de nadruk te geven. God is de handelende, niet de ambtsdrager. De te grote nadruk op de ambtelijke presentie kan niet goed zijn.

Groepsgesprekken

Hierna gingen de aanwezigen in groepen uiteen om aan de hand van enkele opdrachten over het onderwerp van gedachten te wisselen, waarna een plenaire discussie volgde. Helaas moest dr. Noordegraaf weg, zodat hij de verdere gedachtenwisseling niet kon meemaken. Een nieuw punt dat in de plenaire bespreking nog naar voren kwam, is dat de gemeente in het avondmaal wel verkondigt (nl. de dood des Heeren), maar dat dat niet hetzelfde is als het spreken van de instellingswoorden bij het avondmaal. Hierin zit toch ook het ambtelijk element.

Het referaat van prof. dr. Boendermaker

's Middags hield prof. dr. J. Boendermaker zijn referaat. Hij ging niet zozeer in op de Nieuwtestamentische gegevens als wel op de kerkhistorische en dogmenhistorische punten die in de dissertatie van Van Beelen aan de orde komen. Aan de hand van tien stellingen sneed hij deze punten aan.

Als Van Beelen het heeft over avondmaalsmijding, dan herkent Boendermaker dat. Ook bij de luthersen is er mijding, hoewel vroeger onder piëtistische invloed meer dan vandaag. In onze tijd wordt zelfs een avondmaalsdienst beter bezocht dan een preekdienst.

Veel aandacht besteedde Boendermaker aan de verhouding ambt en avondmaal. In de Vroege Reformatie zag men het zo dat het ambt in dienst staat van het Woord, functie is van het Woord. Dat Woord komt van buiten en bevrijdt ons. De kerk is schepping van dat Woord. Het gewijde ambt van de priester wilde Luther niet. Iedere gelovige is priester. Maar is er wel een bijzonder ambt nodig, dat in dienst staat van het Woord? De kerk roept wel tot het ambt, maar het staat in dienst van Christus en zijn Woord.

Anders dan Van Beelen ziet Boendermaker het avondmaal als verkondiging van het Woord, gestalte van het Woord aan de gemeente. Zichtbaar Woord (verbum visibile). Gestalte van het verlossend woord, dat vanbuiten komt. Er is daarbij een voorganger nodig. Het avondmaal is niet de maaltijd van de gemeente, maar maaltijd van de Heer. Geschonken door Christus aan de gemeente. Christus deelt ons Zijn gaven uit. Wij ontvangen ze als een bevestiging van het heil dat van buiten tot ons komt. Het avondmaal komt niet uit de gemeente op, maar schept en sticht evenals de prediking de gemeenschap. Door Christus wordt het pas een maaltijd van de gemeente. Christus is dan ook onzichtbaar aanwezig bij het avondmaal. De voorganger representeert niet de Afwezige, maar spreekt namens de onzichtbare Aanwezige. In Hand. 20 : 7 t/m 11 en 27 : 33 t/m 36 gaat het ook om bronnen van avondmaalsviering (brood breken). Juist deze gedeelten laten zien dat hij die het brood breekt en het avondmaal bedient, leiding en bemoediging geeft.

De laatste stelling ging over de tucht rondom het avondmaal. Die tucht dient pastoraal van aard te zijn.Luther zegt in zijn Grote Catechismus dat hij niet met zijn eigen waardigheid naar het avondmaal kan komen, maar alleen maar komt omdat Christus het bevolen heeft.

Afronding

Na dit referaat vond een afrondende discussie plaats, waarin geen nieuwe gezichtspunten meer naar voren kwamen. Vanuit de zaal kwamen wel heel wat vragen aan de orde, maar tot een echte doorbraak kwam het niet. Dat was ook niet de bedoeling van de dag. De gedachtenwisseling rondorn een zo wezenlijk thema als het avondmaal moet wel voortgaan. Het raakt als maaltijd van Christus toch wel het gemeente-zijn en het geloofsleven van de gemeente tot in de kern. Daarom komt het er zo op aan dat er duidelijkheid is, juist ten behoeve van de gemeente. Er zijn toch wel grote verschillen tussen de visie in Van Beelens boek en de klassiek gereformeerde avondmaalsopvatting. Die gaan de oorspronkelijke opzet, nl. het verschil in visie op de avondmaalsmijding ver te boven. Het lijkt me onopgeefbaar, dat het avondmaal niet alleen wordt gezien als viering, maar dat het ook bediend wordt. Dat prediking en avondmaal bijeengehouden worden, als verkondiging van het heil, aanbod van Gods genade aan de gemeente. Zonder in een hoogkerkelijke ambtstheologie te vervallen, lijkt het me toch van groot belang het zo te zien, dat Christus zelf aanwezig is bij het avondmaal als de Gastheer, door de Heilige Geest. Vanuit de gemeenschap met Hem ontstaat de gemeenschap onder elkaar, als een twee-eenheid, maar wel in deze onopgeefbare volgorde.

Tenslotte sloot drs. H. de Leede de studiedag af. Een dag als deze is bijzonder waardevol. We danken het rectorium van het seminarie voor de mogelijkheid die ons daarvoor geboden werd.

Dr. Van Beelen heeft ons een studie geboden die om voortgaande bezinning vraagt aangaande de bijbelse en historische wortels van onze gereformeerde avondmaalsopvatting. Deze bezinning zal niet zonder inbreng van deskundigen kunnen plaatsvinden, maar ook niet zonder de gemeente. Alleen dan kan aan de intentie van het boek van dr. van Beelen worden recht gedaan en zal de bezinning tot zegen zijn van de kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Doet dit tot mijn gedachtenis (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's