Bondsnieuws
Gerard Nienhuis, Het gezicht van de wereld. Wetenschap en wereldbeeld. (Christelijk wijsgerige reeks: Verantwoording nr. 10), uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1995, 84 pag., ƒ 18, 75.
De schnjver van dit boek is hoogleraar natuurkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden. Vanuit zijn christelijke achtergrond geeft hij zijn visie op de verhouding tussen geloof en wetenschap. Hij heeft grondig nagedacht over de aard en strekking van z'n vak, en geeft zich daar nu rekenschap van. Een soort tweede Van den Beukel dus, zou men kunnen zeggen. Die parallel dringt zich bij lezing van dit boek inderdaad op. Nienhuis schrijft weliswaar wat minder onderhoudend en autobiografisch dan Van de Beukei, maar neemt als ik het goed zie zakelijk een soortgelijke grondpositie in: wanneer men geloof en wetenschap maar zorgvuldig van elkaar onderscheidt, is het mogelijk beide onvermengd naast elkaar te laten staan zonder dat ze elkaar 'bijten'. Er is niets in de natuurwetenschap dat tegen het christelijk geloof pleit, maar er is ook niets in het geloof dat tegen de hedendaagse stand van zaken in de natuurwetenschap pleit. Wie maar zorgvuldig de grenzen bewaakt, zal dan ook naar geen van beide kanten iets hoeven 'in te leveren'.
Zeer helder en informatief is Nienhuis' beschrijving van de huidige stand van zaken in zijn vakgebied. In kort bestek doet hij de betekenis uit de doeken van de twee meest ingrijpende recente ontwikkelingen, nl. de relativiteitstheorie en de quantummechanica. Dat gebeurt zonder ongecontroleerd vakjargon, zodat het betoog in principe ook voor geïnteresseerde buitenstaanders goed te volgen is. Duidelijk wordt bovendien hoe spannend en fascinerend het is om werkzaam te zijn aan de grenzen van het hedendaagse natuurwetenschappelijke bedrijf, d.w.z. in het onderzoek naar het allergrootste, het heelal, en ook naar de allerkleinste deeltjes waaruit onze werkelijkheid is opgebouwd.
De schrijver gebruikt vervolgens de reformatorische wijsbegeerte om de verhouding tussen de natuurkunde en andere wetenschappen duidelijk te maken (daardoor past het boekje ook goed in de reeks waarin het is opgenomen). Natuurkunde, scheikunde, biologie, psychologie, sociologie, ethiek - ze beschrijven steeds 'hogere', complexere lagen van de werkelijkheid waarin wij leven. Terecht verzet Nienhuis zich tegen de tendens om in wetenschap en techniek het één en al te zien, en te vergeten dat er andere zeker zo belangrijke levensterreinen zijn waarover de wetenschap niets te melden heeft. Dan gaat het over de vragen van goed en kwaad en over de zin van het leven. Op deze terreinen komt de eigen waarde en betekenis van het geloof in beeld. Helder wordt aangetoond hoe spraakmakende auteurs als Hawking en Davies ten onrechte vanuit de natuurkunde conclusies trekken over de verhouding van God en de wereld.
Ondanks al deze verdiensten heeft het boek er mij niet van overtuigd dat het verdedigde 'tweewereldenmodel' (geloof en wetenschap als twee aparte 'werelden') de afdoende oplossing voor alle problemen biedt. Met name rondom de vraag, hoe God nu volgens de schrijver in deze wereld handelt, blijft veel onduidelijk. Weliswaar houdt Nienhuis overeind dat God handelt, en ook dat Hij de oorsprong van de wereld is. Maar hij benadrukt sterk, dat het daarbij gaat om onze (gelovige) interpretatie van bepaalde gebeurtenissen. Toch lijkt het me onopgeefbaar om ook in een objectieve zin over het handelen Gods te spreken, nl. als een handelen dat wel degelijk een causaal (veroorzakend) karakter heeft. We kunnen immers slechts dan bepaalde gebeurtenissen terecht als handelingen van God interpreteren, wanneer ze dat ook daadwerkelijk zijn. Hetzelfde geldt voor het geloof dat de wereld Gods schepping is. Wie woorden als 'handelen', 'oorsprong' en 'Schepper' ontdoet van iedere causale betekenis, veroorzaakt kortsluiting met wat het christelijke geloof er altijd onder verstaan heeft. Nu wordt dus niet geheel duidelijk of de schrijver dit wil - maar indien niet, dan zal hij het handelen van God toch nauwer moeten betrekken op de natuurwetmatige werkelijkheid dan het 'twee-wereldenmodel' toelaat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's