Globaal bekeken
In De Wachter Sions troffen we drie 'joodse verhalen'. Hier volgt er één van:
'Rabbi Meir zei: 'Toen ik Thora kwam leren bij Rabbi Ishmaël, vroeg hij: 'Mijn zoon, wat doe je voor de kost? ' Ik antwoordde: 'Ik ben overschrijver van de Bijbel.' Hij zei: 'Wees voorzichtig met jouw werk, want het is het werk van de hemel. Als je ooit een enkele letter vergeet of er één toevoegt, kun je ontdekken dat jij de hele wereld vernietigt, alles'.
In deel 3 van 'de Parlementaire geschiedenis na 1945' verscheen de derde band (5) over het kabinet Drees — Van Schaik (1948-1951), uitgave Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, Nijmegen. Daarin staan ook biografische gegevens vernneld van de In het boek voorkomende Kamerleden, waarbij wordt geciteerd wat anderen over hen zelden.
Hier volgen van enkele bekende kamerleden uit die tijd typeringen:
• H.A. Algra (A.R.P.)
'Algra toonde zich (...) een overtuigd aanhanger van het dualisme in de verhouding van regering en Staten-Generaal. Door zijn ijver, kennis van zaken en het eigen karakter van zijn redevoeringen had hij een gezaghebbende plaats in de Kamer. (...) Een gezaghebbende, maar ook aparte plaats. Algra is geen gemakkelijk man. Niet alleen politieke tegenstanders, maar ook zijn medeleden in de antirevolutionaire fractie hebben dat ervaren. Bij verchil van mening hanteert hij graag het wapen van een ironie, die balanceert op de grens van het sarcasme.'(W. F. de Gaay Fortman in: Puchinger, Dr Algra); 'Zijn standpunt in het Indonesische vraagstuk is het oppositionele standpunt van de AR, maar de wijze waarop de heer Algra dit tot uiting brengt is rustiger dan men dat van zijn partijgenoten in de Tweede Kamer wel gewend is. Hij tracht er een opbouwend element in te brengen.' (Stempels)
'Defensie heb ik gekregen omdat niemand anders daar zin in had.' (Puchinger); 'Van de Duiters wordt terecht gezegd, dat zij vooral geen pogingen moeten doen om humoristisch te zijn, omdat zij dan óf grof worden óf sentimenteel zijn, en het laatste alleen met Weihnachten.'(HEK 1948-1949, p.734)
• H. K. J. Beernink (C.H.U.)
Nu was Beernink wel een stroef man om mee te onderhandelen, (Wttewaall van Stoetwegen); 'Een ijverig kamerlid. Wat hij behandelt, doet hij goed, met nuchter inzicht en grote accuratesse (Abspoel); Nuchter zakelijk, miste de gemoedelijkheid en vriendelijkheid van Tilanus. (Van Spanning); 'Een strijdersnatuur, maar zelden gelukkig in de keuze van zijn slagvelden.' (De Opmars, 3 okt. 1948).
• J. M. L. Cals (K.V.P.)
Over zijn begroeting als Kamerlid door Gerbrandy; 'Zo, bent u ook opgetrommeld om het Koninkrijk te vernietigen? ' Ik heb hem daarop ongeveer geantwoord: 'Hoe kunt u nu van een jongeman verwachten dat hij komt om iets te vernietigen? Die komt liever om iets op te bouwen.' Toen sloeg hij me keihard op de schouder, en zei: 'Dat is een prachtig antwoord, alleen maar jammer dat ze je verkeerd hebben ingelichtl' (Puchinger, Hergroepering).
• C. N. van Dis (S.G.P.)
Naar ir Van Dis wordt geluisterd, min of meer curiositeitshalve, omdat hij in menig opzicht dwars ingaat tegen alles wat in onze samenleving gemeengoed is geworden. Omdat hij als het ware optreedt als een van de laatstlevende vertegenwoordigers van de reformatie in de letterlijkste zin van het woord, die zich door dik en dun zal verzetten tegen alle verworvenheden sedert de Franse revolutie. En ook, omdat hij meent wat hij zegt.' (NRC geciteerd in Wie is wie? )
• J. A. H. J. S. Bruins Slot (A.R.P.)
'De rechtvaardiging, die de mens in Christus nodig heeft, was voor hem geen vrome frase, maar nuchtere, niet piëtistische beleefde werkelijkheid. (...) Echt populair is hij in brede kringen van de AR-partij nooit geweest.' (Van Kaam in Bruins Slot); 'Uitstekend Kamerlid; volbloed anti-revolutionair gedegen kenner van de parlementaire geschiedenis, sterk principieel gericht, en hij probeerde die gerichtheid ook waar te maken in de practische politiek.' (Puchiner, Hergroepering); 'een zachtzinnig soort autoriteit, minder stoeiend op verworven macht dan op persoonlijk prestige (...) ook aardig, charmant, argeloos, weerloos, verlegen en emotioneel' (Van Amerongen).
• A. B. Roosjen (A.R.P.)
'behoorde in het politieke leven tot de revolutionaire 'tachtigers', de groep beginselvaste 'mannenbroeders' die tot in de jaren vijftig haar stempel drukte op de bewogen geschiedenis van de ARP. Roosjen stond algemeen bekend als een beminnelijk en geestig man, met een tolerante geest, die polarisatie zo veel mogelijk vermeed.' (BWN): 'uiterst banale figuur (Van der Goers van Naters); ironische, samenbindende figuur (Bosscher); 'Roosjen behoorde tot mijn goede kennissen, hij vergat mijn verjaardag nooit, al werd in onze kring beweerd dat hij de BVD hand-en spandiensten verleende. (Gortzak).,
• J. Schouten (A.R.P.)
'gespierde en gedragen, nu en dan naar het dramatische overhellende taal' (Abspoel); 'Schouten en Gerbrandy (...) konden het helemaal niet met elkaar vinden. Dat zat hem niet in het Indonesiëbeleid, want daarin stonden ze dicht bij elkaar, maar in hun geheel verschillende persoonlijkheidsstructuur
Schouten had geen gevoel voor humor. Gerbrandy wel.' (Bruins Slot); 'Zijn oppositie in de Indonesische kwestie vestigde de indruk niet reëel te zijn. Maar consequent is Schouten stellig, consequent zonder duidelijk rekening te houden met hetgeen zich in de Zuid-Oost-Aziatische werkelijkheid aan het voltrekken is' (Stempels).
• P. J. Gerbrandy (A.R.P.)
'bijzonder begaafd jurist (...) zeer onafhankelijk man (...) Zijn genegenheid voor en zijn afkeer van mensen waren fel en duurzaam.' (BWN); 'Gerbrandy, onstuimig, emotioneel, op het kernpunt hard als graniet (...) een volstrekt onberekenbaar anti-revolutionair partijlid dat tegelijkertijd nooit ernstige brokken maakte.'(...) verscheen 'tot ontsteltenis van verscheidene leden van de fractie in 1948 in hun midden'. (Bremmer); volgens Romme: een laudatoris temporis acti (een lofredenaar van het eigen verleden); 'Een typische representant van de buitenparlementaire oppositie. Het comité Handhaving Rijkseenheid was dan ook zijn comité.' (Stempels).
• J. Fokkema (A.R.P.)
'Wie de rechte, rijzige figuur van de 'geachte afgevaardigde, de heer Fokkema in de katheder ziet staan en zijn stemgeluid de Kamer hoort vullen, twijfelt, ook zonder hem te kennen, er geen ogenblik aan, dat hier een dominee aan het woord is. Maatschappelijk werk, jeugdvorming, sociale aangelegenheden en geestelijke verzorging van hen die bij het leger dienen en van de gevangenen zijn de onderwerpen, die ds. Fokkema als Kamerlid in het bijzonder tot zijn terrein rekent.' (Abspoel).
• R Zandt (S.G.P.)
'Krijgt dominee Zandt het woord, dan schuifelt hij, zijn volgeschreven blocnotevelletjes haastig uit zijn binnenzak opdiepend, zo vlug als hem dat mogelijk is, naar het spreekgestoelte en begint dan moeizaam, met doffe, nu en dan hakkelende stem zijn betoog voor te lezen. Volledig volgen kan men hem, althans op de perstribune, niet, ondanks de geluidsversterking. Wie het onveranderlijke standpunt van dominee Zandt kent, heeft aan enige opgevangen brokstukken echterat voldoende. De gevaren van Rome's toenemende macht, het goddeloze van de vaccinatie, de voortdurende ontheiliging van de zondag en Gods dreigende toorn overal het verderfelijke in de wereld, vormen het vaste thema van zijn betoog.' (Abspoel) 'Ds. Zandt heeft stand gehouden, compromisloos tegen de geest ter tijden en de goden van de eeuw, nooit wijkend voorpolitieke en ideologische veranderingen van weer en wind, steeds zich zelf blijvend gelijk een boetgezant uit het Oude Verbond.' (Kortenhorst, HTK 1960-1961, p. 677)'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's