Wat de gemeente kan betekenen
• jongeren krijgen de aandacht die ze nodig hebben
• jongeren worden serieus genomen als lidmaten van Christus' gemeente
• in de kerkdienst wordt rekening gehouden met jongeren, onder andere door actuele prediking en eenvoudig woordgebruik
• herderlijke zorg moet zeker in crississituaties ook aan de lammeren van de kudde worden gegeven
• van ouderen mag een echte luisterhouding, openheid en eerlijkheid in de contacten met jongeren worden gevraagd
• het is van belang meer activiteiten te organiseren waarbij jongeren en ouderen elkaar echt kunnen ontmoeten
• daarbij moet het besef leven dat de gemeente kinderen en jongeren niet kan missen en dat niet alleen jongeren van de ouderen kunnen leren, maar ook omgekeerd ouderen van jongeren wijzer kunnen worden.
Is dit alles een onbereikbaar ideaal? Al zou dat waar zijn, wat ik nog zomaar niet aanneem, dan nog dienen we te beseffen dat we des te meer bereiken naarmate we ons naar het onbereikbare uitstrekken.
Visioenen van jongeren
Jonge mensen zullen gezichten, visioenen zien, zo heeft Joel geprofeteerd. Ook vandaag zijn er jonge mensen die dromen van een kerk en die zich willen inzetten om die droom te helpen realiseren, inzoverre dat menselijkerwijs mogelijk is. Ik geef een paar stemmen door:
'Een gemeente waarin de mensen er vooral ook voor elkaar zijn. Dat je, juist als het moeilijk is, elkaar opvangt en echt tijd en aandacht voor elkaar hebt. Fijn contact met iedereen. Minder individualistisch als nu (Kees, 16).
'Vooral kleiner. Vreemd misschien, maar het is allemaal te massaal. De gemeente is wel opgedeeld in wijken, maar binnen die wijken moeten er meer kleine ontmoetingsplaatsen komen... In de preek vooral samen naar de Bijbel luisteren... Meer aandacht in de preek en in de kringen voor levensheiliging en vooral de oproep tot bekering' (Karin, 21).
'Er zouden meer en betere geloofsgesprekken tussen jongeren onderling en tussen jongeren en ouderen moeten zijn. Dat mis ik enorm! Ik verlang ook naar meer jeugd in de kerk' (Peter, 20).
'De kerk moet ervoor zorgen dat de christenen over God blijven lezen. Als dat niet gebeurt, neemt het aantal christenen af en hebben de christenen geen stem meer in de maatschappij' (Piet, 16).
De gemeente van de toekomst?
Vaak wordt gezegd: de jeugd van de gemeente is de gemeente van de toekomst. Daarom is investeren in de jeugd van de gemeente investeren in de toekomst van de gemeente. Een aansprekende gedachte. Toch valt er wel iets op af te dingen. Ik las in een opstel van W. J. de Knijff in het pas verschenen boekje Bijbel en kind (Kampen 1996) een verwijzing naar Jerry Cook die stelt dat kinderen niet de gemeente van de toekomst zijn, maar de gemeente vandaag. Tijd en aandacht investeren in kinderen en jongeren doen we niet met het oog op de toekomst van de gemeente allereerst, maar omdat zij daar als leden van de huidige gemeente recht op hebben! En we doen dat allereerst om hen zelf!
We moeten als ouderen bij de jongeren niet de gedachte oproepen dat al wat in de gemeente plaatsvindt voornamelijk van belang is voor later als ze 'groter' of 'ouder en wijzer' zijn. Gebeurt dat niet veel te veel? In genoemd artikel zegt De Knijff: 'Veel jongeren hebben de indruk dat de bordjes maar één kant op staan en dat is van jong naar oud. De jongeren moeten zich maar aanpassen aan de dingen die nu eenmaal al eeuwen zo gaan. Er is zoveel veroordeling van jongeren van de kant van ouders en grootouders. En zo vaak op het terrein van afgeleide zaken en van buitenkant-aangelegenheden. Zo vaak op het terrein van kleding, haar, muziek en wat niet al. Zo vaak wordt het sjabloon van de eigen jeugd op de jongeren van vandaag gelegd. En zo vaak wordt er niet naar hen geluisterd vanuit geen ander motief dan behoudzucht en angst voor verandering. Het resultaat is dat jongeren voor zichzelf geen plaats zien, 't hoeft helemaal niet meer voor ze of in het gunstigste geval zoeken ze het in een andere kerk of gemeente, waar ze zich in hun beleving erkend voelen' (blz. 157, 158). Het is best mogeUjk om het één en ander af te dingen op wat in dit citaat wordt gesteld, maar naar mijn overtuiging zullen wij ouderen (zo mag ik dat toch wel even zeggen als vader van jong volwassenen) de kern ervan ons terdege hebben aan te trekken.
Hoe tellen wij?
Mooi vond ik ook wat in hetzelfde boekje mevr. E. ter Welle-de Jonge zegt. Ze vertelt van Spurgeon die, thuis gekomen van een preekbeurt, van zijn vrouw de vraag kreeg hoeveel mensen er tot geloof gekomen waren. 'Twee-en-een-half', zei 'de prins der predikers'. Twee volwassenen en een kind? Nee, twee kinderen en een volwassene! 'Spurgeon wist juist te tellen. Een volwassene heeft al de helft van zijn leven achter de rug. Een groot stuk is al opgebrand, er is nog maar een gedeelte over om geleefd te worden. Een kind heeft het hele leven nog voor zich' (blz. 120). Tellen wij wel goed wanneer we in de kerkdienst de kinderen en jongeren vrijwel over het hoofd zien? Soms worden ze alleen maar aangesproken wanneer ze naar het oordeel van de prediker niet stil genoeg zitten! En hoe is het met het pastoraat gesteld wanneer 90% van de aandacht naar de ouderen uitgaat, terwijl een kwart van de gemeente uit kinderen en jongeren bestaat?
Kritische vragen
Laatst werd in een gemeente een klein onderzoekje gedaan door een jeugdouderling. Aan een aantal jongeren werd gevraagd: 'hoe kijken jullie nu tegen de kerk aan? Wat zijn volgens jullie de positieve en de negatieve punten van de gemeente? ' Als positief werd genoemd: dat je allemaal anders bent en toch één, dat er onderlinge gemeenschap is, met elkaar meeleven, elkaar steun geven om te kunnen blijven geloven in deze tijd.
Als negatieve punten werd genoemd: dat mensen elkaar vaak zo bekritiseren, dat er zoveel verdeeldheid is. Om allerlei ondergeschikte punten, zoals de manier van zingen, de liederen die gezongen worden, de vertaling of berijming die gebruikt wordt, het al of niet dragen van hoedjes door vrouwen enzovoort, maken mensen zich geweldig druk, alsof dat soort dingen het belangrijkste zou zijn. De kleinste verandering in de kerkdienst, bijvoorbeeld staande zingen, geeft al problemen. Zodoende is er ook voor jongeren die eens een andere aanpak willen, geen ruimte. Op die manier wordt het de jeugd niet gemakkelijk gemaakt om zich echt thuis te voelen in de gemeente. De gemeente zou best eens wat kindvriendelijker en jeugdvriendelijker mogen worden. Aldus deze kerkelijk meelevende jongelui.
Negatief is volgens hen ook dat er zoveel verschillende kerken zijn die langs elkaar heenleven. Allemaal christenen die toch belijden dat ze één en dezelfde Heere hebben, maar ze kunnen niet met elkaar aan één avondmaalstafel zitten! Over het algemeen is er te weinig verdraagzaamheid. En er wordt teveel langs elkaar heen geleefd. De gemeente hangt te vaak als los zand aan elkaar. De grote vraag is: hoe kun je die eenheid doen groeien? Kunnen we niet eens heel duidelijk en kernachtig aangeven wat ons verbindt en waarin wij één zijn, maar dan ook aan de andere kant de dingen aangeven waarin wij elkaar de vrijheid laten? Dat zijn de vragen die deze jongelui hebben gesteld. Het kan voor een gemeente alleen maar goed zijn om echt naar deze vragen te luisteren en er ook wat mee te doen!
Niet alleen maar kommer en kwel!
Laat intussen niet de indruk worden gewekt alsof het met de plaats van jongeren in de gemeente alleen maar kommer en kwel zou zijn. Ook in deze tijd is de gemeente voor veel kinderen en jongeren tot zegen. Ik denk bijvoorbeeld aan het verhaal van de 18-jarige Gerben in het onlangs verschenen boek De gevonden Vader In de Waarheidsvriend van 28 maart viel mij het artikel van dhr. J. Graveland 'Aan
..............
(Kampen 1996). Hij getuigt ervan dat hij tot persoonlijk geloof is gekomen tijdens een Praise-avond van de E.O. Maar hij kan zich heel goed vinden in zijn eigen gemeente:
'Het hoeft voor mij niet elke zondag zo vrolijk te zijn als op een Praise-avond. Het is ook wel eens goed dat gewoon de Bijbel wordt uitgelegd en dat er op hele noten wordt gezongen. Onze kerk wordt misschien door veel mensen als zwaar ervaren, maar ik heb er absoluut geen moeite mee. Het gaat er mij om hoe je met God omgaat, want het is ter ere van God. En dan maakt het voor mij in principe niet uit of er nou op hele noten wordt gezongen en of de dominee een toga draagt of niet. Het gaat mij om wat er gezegd wordt' (blz. 20).
Ook in onze tijd herkennen jonge mensen de echte boodschap van God en dan staren ze zich niet blind op de verschillende manieren waarop die boodschap vertolkt wordt. Als de prediking van Gods daden maar helder doorklinkt. Ook in onze tijd mag binnen de gemeente de boodschap van God overgedragen worden aan ouderen en jongeren en dóór jongeren en ouderen. Gods Geest werkt door en Hij is gelukkig niet afhankelijk van onze vertolking. Maar tegelijkertijd ligt er voor ouderen de roeping om als het ware in de huid van de jongeren te kruipen en de jongeren een jongere te zijn. Nog eens enkele stemmen van jongeren:
'De kerk is één van de weinige plaatsen die nog een ander geluid laat horen, waar nog een blijde boodschap wordt gebracht' (Gerda, 21).
'De gemeente is voor mij een hechte groep mensen die iets uitstraalt. Ik wil gewoon iemand in die groep zijn en iets voor anderen betekenen. Ik zou geen speciale taak willen hebben, maar ik zou gewoon willen helpen waar ze me op dat moment nodig hebben' (Fred, 18).
]]>
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's