Boekbespreking
C. J. den Heyer, Opnieuw: Wie is Jezus? Balans van 150 jaar onderzoek naar Jezus, 232 blz., ƒ 35, - , Meinema, Zoetermeer 1996.
Het onderwerp, dat in dit boek aan de orde gesteld wordt, is door de Kamper Nieuwtestamenticus al eerder in enkele kleinere geschriften behandeld. Thans ligt een vlot geschreven overzicht voor ons van het nieuwtestamentisch onderzoek naar de historische Jezus, zoals dat op gang gekomen is sinds de publicatie van de geschriften van Reimarus (1778). De opkomst van het historisch-kritisch bijbelonderzoek onder invloed van de Verlichting betekende voor velen een afscheid van het kerkelijk dogma van Chalcedon en een breuk met het reformatorische Schriftprincipe. Meer en meer werd de vraag: wat kunnen we langs historische weg te weten komen over Jezus van Nazareth? De historische kritiek ging vraagtekens zetten achter de betrouwbaarheid van de evangeliën, die gezien werden als geloofsgetuigenissen van de latere gemeente.
Den Heyer geeft een boeiend verslag, waarin uitvoerig aandacht wordt geschonken aan de negentiende-eeuwse 'levens van Jezus', aan Albert Schweitzer, aan de twee-bronnen-theorie, de visie van Bultmann op de verkondigde Christus en de kritiek van zijn leerlingen die weer terugkeerden tot het onderzoek naar de historische Jezus. Verder geeft de schrijver aandacht aan de joodse visies op Jezus, aan de betekenis van de in Qumran en Nag Hammadi ontdekte bronnen, zoals het evangelie van Thomas. Ook geschriften uit de laatste decennia, waarin een beeld van Jezus geschetst wordt, dat op gespannen voet staat met het klassieke dogma en typisch eigentijdse trekken vertoont, ontbreken in dit overzicht niet; met name de invloed van de Engelstalige theologie op dit onderzoek komt aan de orde.
Het is een bont beeld dat de auteur ons toont. Kunnen we de echte woorden van Jezus op het spoor komen? En welke criteria gelden dan? Moeten we dan denken aan die woorden die overeenkomen met de visies van joden in Jezus' dagen of juist aan die woorden die op geen enkele wijze verklaard kunnen worden vanuit de joodse traditie?
Den Heyer zelf is van mening dat de evangelisten oude tradities bewaard hebben, maar tegelijk creatieve geloofsgetuigen waren, die de tradities actualiseeerden. In zijn laatste hoofdstuk probeert hij een soort mini-biografie te geven. Historisch onderzoek kan zijns inziens tot dat resultaat leiden, maar voor het overige hebben we te bedenken dat we in de evangeliën met geloofsgetuigenissen te maken hebben. Het Nieuwe Testament schetst een veelkleurig beeld, dat maar één conclusie toelaat: Jezus heeft vele gezichten.
Qua informatie is dit een voortreffelijk boek. De lezer wordt binnengeleid in de wetenschappelijke discussie, terwijl de noten achter elk hoofdstuk uitvoerige Uteratuuraanwijzingen geven. Met name voor cursussen en opleidingen kan dit boek goede diensten bewijzen.
Wat de visie betreft, we stemmen de auteur toe dat er binnen het N.T. verschillende stemmen klinken, maar ik heb toch de indruk dat Den Heyer deze op de spits drijft. Zijn er ook geen convergerende lijnen aan te wijzen? Alle schrijvers van het N.T. laten toch zien dat Jezus echt mens is geweest en dat we tegelijk mogen zeggen dat God in Hem onder ons present is. Alle bijbelschrijvers getuigen van het heil in zijn dood en opstanding. Juist de zoektocht naar de historische Jezus leert ons, dat de beelden die ontworpen worden, meer zeggen over de eigen tijd van de ontwerper, dan over het Schriftgetuigenis.
Moeten we niet veel meer rekenen met de aard van het nieuwtestamentisch getuigenis als verkondiging van feiten, die ons met apostolisch gezag worden doorgegeven? Raken we niet verstrikt in een struikgewas van hypothesen als we achter de woorden van de evangelisten om een beeld van Jezus pogen te ontwerpen op grond van vooronderstelde bronnen? Moeten we om de aard van de evangeliën te verstaan niet veel meer rekenen met woorden als Johannes 16 : 12, 113 en voorts ook het eerste slot van dit evangelie, nl. Johannes 20:30, 31?
Uiteindelijk valt de beslissing in de visie op de Schrift en de canon. Den Heyer is niet kritiekloos ten aanzien van het gangbare onderzoek, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken, dat zijn boek toch een typerend voorbeeld is van het huidige postmoderne pluralisme, dat dan teruggeprojecteerd wordt op het Nieuwe Testament.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's