Aan de jongeren zal het niet liggen?
Ingezonden
Aan de jongeren zal het niet liggen' op. Misschien is dit geplaatst in samenwerking met de HGJB.
We vinden hierin een aantal meningen van jongeren tot 22 jaar over — eventueel — meer gemeenschappelijke activiteiten voor jong en oud.
Het gaat hier klaarblijkelijk over de vraag: passen de jongeren bij de ouderen en omgekeerd de ouderen bij de jongeren in de kerkelijke gemeente? Dhr. G. vindt meer samenwerking gewenst. Vandaar zijn vragen aan een aantal jongeren.
De antwoorden zijn merendeels negatief. De ouderen komen er niet zo gunstig af. Helaas niet ten onrechte.
Het valt mij op, dat de ouders nauwelijks ter sprake komen. Geen van de gevraagde jonge mensen noemt rechtstreeks zijn/haar eigen ouders. Is dit niet vreemd?
Ik ga een facet uit de Heilige Schrift noemen, dat m.i. hier aandacht verdient. We lezen vele keren in de Schrift, dat de ouders hun kinderen moeten onderwijzen. In Deuteronomium 4 : 9 bijv.: Gij zult ze (de woorden, die Ik u heden gebied) uw kinderen en kindskinderen bekend maken.'
In Deut. 6:7: Gij zult ze uw kinderen inscherpen en daarvan spreken.' Spreuken 22 : 6: Leer de jongen de eerste beginselen naar de eis van zijn weg; als hij ook oud geworden zal zijn, zal hij daarvan niet afwijken.' (Even een regel aan de laatste tekst gewijd: er is hier een opdracht: leer de jongen de eerste beginselen. Maar ook een belofte! Als hij ook oud geworden is, zal hij daarvan niet afwijken. De moeite waard om te luisteren.)
Er zijn vele bijbelteksten te noemen, die ouders opdragen hun kinderen het Woord te onderwijzen. Die opdracht is niet geheel en al aan de school over te dragen. Inderdaad, wij ouders komen veel tekort. Maar heeft geen van de jonge mensen in dit artikel ouders, die hij of zij hier gaarne had willen noemen?
Het lijkt mij, dat er nog een paar aspecten genoemd moeten worden, die de schrijver mogelijk ontgaan zijn: a) In Gen. 8 : 21 zegt de Heere: Het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd af.
Jer. 3 : 25 heeft: Wij hebben tegen de Heere onze God gezondigd, wij en onze vaderen, van onze jeugd af tot op deze dag.
Hier kan ook genoemd worden Jes. 47 : 12, Jer. 22 : 21 en Jer. 32 : 30 met ongeveer gelijke teksten. Zo maar een paar teksten, die ons leren, dat oud en jong van zichzelf uit onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Zelfs Paulus moet nog schrijven in Rom. 7 : 19: Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.'
b) Het vijfde gebod gebiedt: 'Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat de Heere uw God u geeft.'
In Coll. 3 : 20 lezen we: Gij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in alles, want dat is de Heere welbehagelijk. Gij vaders', volgt er, 'tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.' In Ef. 6 : 1 lezen we ongeveer hetzelfde. We lezen dus duidelijk in de Schrift, dat ouders en kinderen beiden een opdracht hebben: de kinderen opvoeden naar het Woord en de kinderen de ouders gehoorzamen. Het is zelfs een gebod met een belofte! Opdat uw dagen verlengd worden!
Hoé lang moet de opvoeding duren? Tot circa 12 a 14 jaar? Uit het artikel, dat we bekijken, zouden we het kunnen gaan denken. De jongste is 16 jaar. Ook zij spreekt niet over haar ouders.
Dat de opvoeding tijdens de eerste levensjaren van een kind buitengewoon belangrijk is, is buiten kijf. De Jezuïeten zagen dat ook. Zij zeiden tegen ouders met kinderen: 'Geef ons uw kinderen tot zij tien jaar zijn, en doe er dan mee, wat u wilt.' Goed, om hiernaar te luisteren. Maar ik denk ook aan het vijfde gebod. Er staat niet: Eert uw vader en uw moeder tot uw tiende jaar. Kennelijk heeft het kind zijn ouders te eren, zolang het ouders heeft.
Omgekeerd laten ouders hun kinderen niet los, alsof zij op een leeftijd van circa 15 jaar het maar zelf moeten weten. Leer de jongen de eerste beginselen naar de eis van zijn weg, dat is: houd rekening met zijn leeftijd, met zijn ontwikkeling en gaven.
Hieronder een voorbeeld, hoe het zou kunnen m.i.
Zeer jonge kinderen zeggen we, wat zij doen en laten moeten zonder meer. Oudere kinderen krijgen een toelichting met het waarom erbij, zodat zij begrijpen kunnen waarom iets gedaan moet worden.
Een verstandige vader en moeder zullen niet te vroeg hun kinderen laten beslissen of meebeslissen. Bij nog oudere kinderen, boven de tien jaar, gaan de kinderen dikwijls wel met verschillende zaken meebeslissen, maar dit moeten m.i. de ouders onder eigen beheer houden. Onder het mom van liefde kan veel verkeerd gedaan worden.
Met het ouder worden krijgen ze geleidelijk aan meer zelfstandigheid en zelfbeslissingsrecht. Dit zullen de ouders zelf ook willen. De kinderen moet volwassen worden. Maar het blijven voor de ouders hun kinderen en voor de kinderen hun ouders. De ouders zullen aan hun kinderen bij volwassen leeftijd, wanneer er belangrijke besluiten moeten worden genomen, hun misschien wat andere mening niet plompverloren opdringen. Omgekeerd zullen de kinderen rekening houden met de mening van de ouders, als die misschien zeggen: 'Zou je dit wel doen? ' Het is mij heel wat keren overkomen, dat jongere collega's in een bepaalde situatie zeiden: 'Gaat u maar voor, u bent ouder dan ik.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's