De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bevinding door Woord en Geest (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bevinding door Woord en Geest (3)

8 minuten leestijd

Liefde

Op de bodem van alle ervaringen ligt de ervaring van de liefde. Rom. 5 : 5 maakt ons duidelijk dat de gave van de Heilige Geest betekent dat de liefde van God in onze harten is uitgestort. De liefde van God die ook de liefde tot God is, doortintelt het hart en stempelt het leven.

Een boek als het Hooglied maakt ons duidelijk dat het leven van liefde er wel degelijk bijhoort als het gaat om de omgang tussen God en de zondaar. De liefde in Gods hart wisselt niet, maar de liefde in ons hart des te meer. Deze liefde kan branden, maar kan ook verkoelen.

Onze belijdenis is niet vreemd aan deze ervaringstaai. Keer op keer komen wij de ervaring van het hart tegen. Ik geef slechts een voorbeeld.

Als de Dordtse Leerregels omschrijven hoe mensen in de wedergeboorte tot geloof kwamen, spreken zij: 'Het is een gans bovennatuurlijke, een zeer krachtige, en tegelijk zeer zoete, wonderlijke, verborgen, en onuitsprekelijke werking, die, naar het getuigenis van de Schrift (die van de auteur van deze werking is ingegeven), in haar kracht niet minder noch geringer is dan de schepping of de opwekking uit de doden' (D.L. III/IV, art. 12). Onze vaderen laten de woorden over elkaar heentuimelen om het geheim van de wedergeboorte maar duidelijk te maken. Vooral het woordje 'zoete' maakt wel duidelijk dat het hier om levende ervaring gaat. Dat blijkt ook in het volgende artikel waar zij belijden dat zij deze werking van de Heilige Geest niet begrijpen, maar 'ondertussen stellen zij zich daarin gerust, dat zij weten en gevoelen, dat zij door deze genade Gods met het hart geloven en hun Zaligmaker liefhebben'.

Drie-enige God

Ik wil de vinger leggen bij een volgende uitdrukking in mijn omschrijving van bevinding. Wij hebben gemeenschap met de drie-enige God. Er is geen dieper woord dan het woord 'gemeenschap'. Het heerlijkste geheim hiervan is toch wel dat deze gemeenschap wederzijds is. Vader, Zoon en Heilige Geest hebben gemeenschap met de zondaar en de zondaar heeft gemeenschap met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Als het geestelijke leven gaat om de gemeenschap met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, dan betekent dat ook dat het niet gaat om de ervaring op zichzelf. Zoals een huwelijk niet gaat om de ervaring van liefde, maar gericht is op de ander, zo is het geestelijk ook. Nochtans is er bij een huwelijksrelatie zonder ervaring niet meer te spreken van een relatie. De geestelijke ervaring kwalificeert de omgang met de Heere.

De gemeenschap met de drie-enige God geeft al dadelijk aan dat er in de geestelijke ervaring eenheid en verscheidenheid is. De Geest maakt geen massaproducten, maar een harmonische veelkleurigheid, waarin de eenheid schittert. Al de kinderen van Gods gezin zijn anders, maar ze zijn te herkennen als de kinderen van deze ene Vader. Het gaat in bevinding om een veelheid van ervaringen, die echter alle te herleiden zijn tot de gemeenschap met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Velen komen in verwarring omdat hun beleving anders is dan van anderen. De duivel weet daar misbruik van te maken. Hier kan het heilzaam zijn te bedenken dat persoonlijke beleving geen norm voor anderen kan zijn. De vraag is in hoeverre Vader, Zoon en Heilige Geest betekenis hebben in het persoonlijke leven.

Treffend belijden wij in onze Nederlandse Geloofsbelijdenis over de belijdenis van de drie-eenheid: 'Dit alles weten wij, zo uit de getuigenissen van de Heilige Schrift, als ook uit Hun werkingen, en voornamelijk uit degene, die wij in ons gevoelen' (art. 9).

De Vader

Wij hebben gemeenschap met de Vader. Hier duizelt het ons. God is Rechter. Hij spreekt misdadigers vrij, niet bij gebrek aan bewijs of uit zwakheid of wegens onwetendheid, maar op grond van Christus' plaatsvervanging. Het verstaan van de rechtvaardiging van de goddeloze is een wezenlijk element voor ware vroomheid. Zonder dit besef is het geestelijk leven wettisch. Veel dieper gaat echter dat Hij Die de goddelozen rechtvaardigt, hen ook wil aannemen tot Zijn kinderen en erfgenamen. Hij aanvaardt ons zoals we zijn. Dit kan niet anders dan diepe bewondering en aanbidding in ons hart geven.

Dit verlost van alle krampachtigheid. We dienen God niet zoals een knecht die bang is niet genoeg te doen en die uitziet naar loon. Een kind dient vader zo anders. Een kind heeft vrijwillig lief. Waar de Geest des Heeren is, is vrijheid. Mysticisme maakt passief, geestelijke bevinding maakt actief. Het ontkent niet de persoonlijkheid, maar het vormt de persoonlijkheid. Men gaat niet op in God, maar men heeft een relatie met God. De Vader wil Zijn kind gelukkig maken. De hemelse Vader heeft zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar Hem voor ons allen overgegeven. Hier doortintelt de vreugde ons hart en roepen wij uit: Ziet, hoe grote liefde God ons gegeven heeft, dat wij kinderen Gods genaamd worden' (1 Joh. 3:1).

Gemeenschap met de Vader betekent zo afhankelijkheid van Hem, onderworpenheid aan Hem, respect voor Hem, maar ook vrijmoedigheid om tot Hem te gaan en onze noden aan Hem voor te leggen, in het vertrouwen dat deze hemelse Vader het goede voor ons zoekt en Hij ons nimmer af zal wijzen. Zijn trouw staat vast, ons kinderleven schommelt. Dat ontneemt al teveel de vrijmoedigheid Hem als Vader aan te spreken. Hoe vinden wij het als onze kinderen nooit 'papa' zeggen? Als ze vreesachtig ontwijken juist als we hen aan willen halen?

Wat krijgt de moeite in ons leven zo een plaats. Hij doet wat wij nooit zouden doen. Hij geselt zonen die Hij aanneemt. Met pijn in Zijn hart. Het is Zijn trouw en liefde als Hij het dan toch doet. Terwijl ons leven geknakt is, mag het geloof nochtans zeggen dat alle dingen meewerken ten goede.

De Zoon

Wij hebben gemeenschap met de Zoon. Als de Nederlandse Geloofsbelijdenis over het rechtvaardigende geloof schrijft, verwoordt zij dat in ervaringstermen die herinneren aan het huwelijksleven: 'Wij geloven dat, om ware kennis van deze grote verborgenheid te krijgen, de Heilige Geest in onze harten ontsteekt een oprecht geloof, dat Jezus Christus met al Zijn verdiensten omhelst. Hem eigen maakt, en niets anders meer buiten Hem zoekt. (...) het geloof is een inistrument, dat ons met Hem in de gemeenschap van al Zijn goederen houdt' (NGB, art. 22). We worden door het geloof één met Christus en ontvangen zo gemeenschap aan Zijn goederen, samengevat in rechtvaardiging en heiliging.

Als wij door het geloof de bruid van de Bruidegom Christus zijn, dan mag dat inhouden dat niet alleen de bruid verheugd is over de Bruidegom, maar de Bruidegom nog meer verrukt is over Zijn bruid. In Hooglied 4 : 9 lezen we zo diep aangrijpend: Gij hebt Mij het hart genomen met een van uw ogen'. Zijn hart staat in vuur en vlam voor Zijn bruid. De liefde van Hem kan door vele wateren niet uitgeblust worden. Het kan niet anders dan dat Zijn liefde in ons hart het vertrouwen werkt of versterkt en de vlam van wederliefde aansteekt.

De Heilige Geest

We hebben gemeenschap met de Heilige Geest. De tollenaar heeft God boven zich. God voor zich, maar ook in zich. Dat is het geheim dat hij geen slechtere tollenaren weet aan te wijzen dan hijzelf, dat hij met een beschuldigd geweten nochtans de toevlucht neemt naar het heiligdom en als een onwaardige een beroep doet op Gods genade. Hij is de Trooster Die bij ons blijft in der eeuwigheid. Hij vervult zondaren, zodat zij leeg zijn van zichzelf en gedrongen zijn door de liefde van Christus. Troosten betekent ten diepste zaakwaarnemer, getuige. Hij neemt het voor de gelovigen op tegen de duivel en de wereld. Paulus erkent dat hij niet weet te bidden gelijk het behoort, maar de Geest bidt in hem met onuitsprekelijke zuchtingen.

De Geest is ook het onderpand van de verkregen verlossing. Dat houdt in dat Hij de vooruitbetaling is. De aanwezigheid van de Geest in ons hart is zo een garantie dat de volkomen veriossing eens zal komen, waarin we met lichaam en ziel de Heere mogen grootmaken op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waarop gerechtigheid zal wonen. Tegelijk betekent het ook dat de vooruitbetaling van hetzelfde soort is als de volle erfenis. We zullen geen vreemde God ontmoeten. Het is dezelfde liefde, dezelfde vrede en dezelfde vreugde. Hier genieten we het in beginsel, maar straks zal onze blijdschap onbegrensd zijn, door het licht dat van Zijn aangezicht straalt. Omdat we nu zien door een spiegel in een duistere rede, maar dan mogen zien van aangezicht tot aangezicht. Nu wandelen we door geloof, dan door aanschouwen. Het geloof blijft achter, maar de ervaring van de liefde blijft. God zal zijn alles en in allen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bevinding door Woord en Geest (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's