De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Calvijn en de maatschappij

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Calvijn en de maatschappij

13 minuten leestijd

Van 8 tot 11 maart 11. werd in Aix-en-Provence aan de Faculté Libre een conferentie (carrefour) gehouden over de betekenis van Luther en Calvijn voor kerk en samenleving. Ondergetekende hield een kort referaat (25 minuten) over Calvijn en de maatschappij. De lezing werd door professor Tiendpond uit het Nederlands in het Frans vertaald. Bijgaand is een deel van het gesprokene (samengevat) opgenomen.

Lezing Aix-en-Provence

Wie het machtige oeuvre van Calvijn beziet - zijn Bijbelverklaring, zijn Institutie, zijn preken, zijn brieven - kan in kort bestek alleen maar een paar woorden stamelen.

Het Woord

Calvijn wordt wel genoemd de theoloog van het Woord, van de Bijbel, van de Schrift. Hij wordt ook wel de theoloog van de Heilige Geest genoemd. Calvijn is niet onder één noemer te brengen.

De Reformatie betekende wel herontdekking van het Woord van God. Calvijn heeft ook de betekenis van de Heilige Schrift voor de diverse levensgebieden en zo ook voor het maatschappelijk leven op een indrukwekkende wijze aan de orde gesteld. Vanuit het Woord trok hij lijnen naar de zichtbare kerk en de orde van de kerk.

Hij trok lijnen naar de wetenschap, maar ook lijnen naar de maatschappij, de economie en de politiek. Dat is in zekere zin niet zo vanzelfsprekend, want Calvijn legde ook sterk de nadruk op de overdenking van het toekomende leven, de meditatio futurae vitae. Ook spreekt hij over 'de verachting van het aardse leven'. Maar dat alles betekende voor hem geen kloosterleven. Het hele leven stelde hij onder de beheersing van de eeuwigheid. Daarom diende ook het hele leven gericht te zijn op de eer van God. Dat gaf aan Calvijn juist een geweldige inspiratie om ook in het maatschappelijke en politieke leven bezig te zijn.

Voorhoede

In de tijd van Calvijn kende de samenleving het ascetische ideaal, het ideaal van het afgezonderde leven. Men leze de bijdrage van L. J. M. Hage in 'Zicht op Calvijn', uitgave Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 1965. Het monnikswezen was eigenlijk de voorhoede van de kerk. Calvijn wist wel wel van in het Duits heet 'Innerweltliche Ascese'. Maar hij begaf zich nochtans met het Woord in alle sectoren van de samenleving.

Hij ijverde in politiek opzicht voor een theocratie in Geneve alsof die stad het eeuwige leven zou hebben. De roomse onderscheiding 'natuur en genade' wees hij af. Want daardoor zou het wereldlijke leven van lager orde zijn dan het geestelijk leven. Het natuurlijke achtte Calvijn echter niet van lager orde dan het bovennatuurlijke. Alles is voortgekomen uit de handen van de Schepper. De schepping mogen we gebruiken. Maar niet alleen dat! Calvijn kon ook heel sterk de schoonheid van de schepping bezingen. Het genieten van de schepping komt bij Calvijn derhalve óók volledig tot zijn recht, maar dan ook alles weer tot eer van God, de Gloria Dei.

Met Romeinen 12 : 1 is Calvijn van overtuiging, dat de gelovige zijn lichaam moet stellen tot een heilige, Gode welbehagelijke offerande. Dat raakt het persoonlijke leven. Maar het krijgt bij hem ook breder comtouren naar het totale leven van de maatschappij.

Standen

In de Middeleeuwen was er sprake van een hiërarchische indeling van de samenleving, met de onderscheiden standen. Maar superioriteit werd toegekend aan het comtemplatieve, het innerlijke leven. Het kloosterleven werd eigenlijk gesteld boven het arbeidsleven. Wat was hier echter het kenmerkende van Calvijn? Hij sneed de top uit de standenhiërarchie door het kloosterideaal radicaal af te zweren. Daardoor zette hij de standenmaatschappij zelf onder zware kritiek. Hij waardeerde de arbeid in èlk beroep. De arbeid als zodanig heeft hij overigens ook niet verzelfstandigd. Arbeid zou ook zijn 'dienst aan God'. Wanneer Calvijn dan ook op het maatschappelijke terrein activiteiten zag, die met het christelijke leven naar het Woord niet in overeenstemming waren, dan zag hij daar geen roeping voor de christen. Het beroep moet roeping zijn. Het beroep moet ook roeping kunnen zijn. Hij spreekt ook over het goddelijk beroep. De mens arbeidt niet voor zichzelf, maar tot eer van zijn Schepper. Zo alleen zal hij in zijn arbeid de gemeenschap en ook de naaste kunnen dienen.

Calvijn geeft ook aan de landbouw bijvoorbeeld niet de middeleeuwse voorkeur. Alle beroep is gave van God. Hij geeft een voorbeeld. Als in Jesaja 23 de profetie over de verwoesting van de handelsstad Tyrus wordt uitgesproken, dan betekent dat niet, dat handel niet mag. De exsessieve uitoefening ervan moet echter worden veroordeeld. Winst mag worden gezien als vrucht van vlijt, maar er mag geen sprake zijn van onbeperkt winststreven. De goederen van de naaste mag men niet tot zich trekken op een wijze, 'die van de zuivere liefde afwijkt'.

Rente

Dit heeft voor Calvijn ook consequenties voor zijn visie op rente. In 1545 schrijft hij in een brief aan zijn vriend Claude Sachin over rente. Dan wijst hij op Lucas 6 : 35, waarin wordt gezegd, dat men niet mag lenen met de hoop er iets voor terug te ontvangen. Hij concludeert daaruit, dat men weldadig moet zijn tegenover de armen en dat men geen misbruik van anderen mag maken.

Hij onderscheidt dan 'consumptieve' en 'produktieve' leningen. De consumptieve lening is hulp aan de behoeftige medemens. Dan mag men geen rente vragen, want God gaf Zijn genade ook voor niets. In de produktieve lening mag men rente vragen om met het geld nieuwe winst te verwerven. De rente moet dan echter wel in overeensteming zijn met 'natuurlijke bilHjkheid'.

Billijkheid is een woord, dat Calvijn vaak gebruikt. Het geven van rente moet overeenstemmen met de regel van Christus, als Hij zegt: Alle dingen dan, die gij wilt dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo'(Matth. 7 : 12). Rijkdom staat dan ook niet tot een onbeperkte beschikking van de bezitter. De rijke bezit zijn goederen niet voor zichzelf, maar om de naaste in zijn behoefte te helpen.

Ik vat hier datgene wat ik over Calvijns visie op de maatschappij tot hier heb gezegd samen in drie woorden.

Tegenover het kloosterideaal en wat ermee samenhangt stelt hij het rentmeesterschap, het billijkheidsbeginsel en de soberheid. Daarin heeft Calvijn met zijn visie diep ingewerkt in calvinistische landen, zoals ook in Nederland.

Politiek

Maar bij dit alles is het meest wezenlijke bij Calvijn geweest, dat hij het maatschappelijke leven plaatsen onder een theocratisch genormeerde politieke ordening. Calvijn kende een twee-rijken-leer, maar anders dan Luther. Door de prediking van het Woord, zegt Calvijn, worden de mensen onderwezen om rechtvaardig en vroom te leven. Die regering vanuit het Woord richt zich niet alleen op het eeuwige leven, maar richt zich ook op het leven van elke dag, op de praktijk van het leven van elke dag. De kerk oefent vanuit het Woord tucht, uiteraard zonder zwaard. De kerk roept op tot vrijwillige rechtvaardigheid. De kerk handelt ook uit liefde om te behouden en dan raakt haar boodschap het hele leven, ook maatschappelijk. Zo heeft de kerk ook een profetische roeping naar de overheid toe. De kerk zal de politiek ook vanuit het Woord bijlichten.

De burgerlijke regering gaat intussen over goede en kwade mensen. Maar dan heeft de burgerlijke regering de taak om door wetgeving en rechtspraak een leefbaar leven voor allen mogelijk te maken. Daarbij is het gebod van God - de wet, de tien geboden - , de mens 'ten goede'. Dat geldt voor allen. De overheid heeft de taak om de kwaaddoeners te straffen. Maar de overheid heeft ook de taak om de kerk te beschermen. De kerk bevordert de gezonde leer van de Godzaligheid. Zij moet de mogelijkheid hebben om de boodschap ook uit te dragen in de samenleving, zodat het leven van de maatschappij ook wordt gefatsoeneerd, zegt hij.

De zeden in de samenleving moeten stroken met de bijbelse gerechtigheid. Vrede en rust moeten bevorderd worden.

De regering heeft echter niet alleen de taak ervoor te zorgen, dat de mensen kunnen leven, eten en drinken, al heeft ze hier een belangrijke taak in. Maar, zegt Calvijn, de overheid heeft ook de taak afgoderij en lastering tegen de naam van God te weren. De kerk moet de geboden van God in samenleving ook present stellen.

Openbaar

Dan komt hij tot de uitspraak, dat er onder de christenen 'een openbare vorm en gestalte van hun godsdienst' moet zijn. De kerk heeft niet alleen een naar binnengekeerde functie, maar ook een functie, die naar buiten is gekeerd in het publieke leven.

Calvijn gaat bij dit alles uit van de soevereiniteit van God. Hij citeert bijvoorbeeld Psalm 82 : 1, waar gezegd wordt, dat God in de vergadering van de goden staat. De goden zijn in zijn uitleg de overheden, met verwijzing naar Johannes 10 : 35 en 36. God oordeelt over wat in de vergadering van de regeringen wordt besproken.

Dan zegt hij, dat overheden in de Naam van God recht zullen oefenen en gerechtigheid zullen bevorderen. Hij kiest daarbij echter niet voor één bepaalde regeringsvorm.

Tegen de monarchie heeft hij bezwaar, omdat die tot dicatuur kan leiden. Tegen de democratie heeft hij bezwaar, omdat die tot oproer kan leiden. De aristrocatie heeft zijn voorkeur, maar deze is nog geen garantie voor een rechtvaardig regeringsbeleid. Elke vorm van regering dient, naar Calvijns opvatting, theocratisch te worden genormeerd.

De wet van de tien geboden, de decaloog, heeft een functie in het openbare leven. Ook een politieke functie.

Ook de eerste tafel van de tien geboden moet dan volgens Calvijn een plaats hebben in de politiek, want de eer van God zal ook op de straat tot uitdrukking moeten komen. Het gaat ook om de liturgie van het leven.

De tweede tafel van de wet heeft met name echter betekenis in het politieke handelen.

Calvijn wijst op de profeten, die alle onrecht in de samenleving aan de kaak stellen.

Hij zegt dat Jeremia de koningen vermaant, dat ze recht en gerechtigheid zullen doen, dat ze onderdrukten van hun onderdrukkers verlossen, dat ze vreemdelingen, weduwen en wezen niet bedroeven, niemand verongelijken, geen onschuldig bloed vergieten.

Hij wijst ook op Psalm 82, waarin staat, dat de arme en gebrekkige recht moet worden gedaan, dat hulpeloze armen moeten worden bevrijd.

Hij wijst op Mozes, die zijn plaatsvervangers oproept de zaak van de broeders te horen, niet vooringenomen te zijn in de rechtspraak, zowel de kleinen als de groten tot hun recht te laten komen en niemand te zullen vrezen, 'omdat het gericht en het oordeel van God over allen gaat'. De wetten van het land, moeten naar de wet van God worden genormeerd, zegt hij. Dat leidt tot billijkheid in de samenleving.

Gehoorzaamheid

De tweede tafel van de tien geboden, bevat eigenlijk wat er in het hart van de mensen ook lééft, zegt Calvijn. Mensen weten, dat datgene, wat in de tweede tafel van de tien geboden wordt bevolen, góéd is voor de mens. God heeft die wetten al in hun harten afgedrukt. Overheden, wanneer ze naar de wet van God handelen, zullen dan ook de mens en de samenleving ten goede zijn. Ze zijn dienaressen van God. De onderdanen moeten daarom gehoorzaamheid aan de overheid betrachten, niet omdat ze bang zijn voor straf, maar om wille van het geweten.

Hier wijst Calvijn op Romeinen 13 : 5. We moeten de machten, die over ons gesteld onderdanig zijn.

Er moet ook sprake zijn van politieke voorbede. We moeten voor koningen en overheden bidden (1 Timotheüs 2:1).

Maar dan gaat Calvijn over het scherp van de snede. Hij zegt: geen revolutie, maar ook geen gehoorzaamheid tot élke prijs. In een uitvoerig stuk zegt hij: 'Wie verlangt niet naar een magistraat, naar een overheid, die vader des vaderlands is? '

Wij - zeg ik tussen twee haakjes - kennen zo iemand in onze geschiedenis in Neder­land: Willem van Oranje werd vader des vaderlands genoemd.

Calvijn spreekt echter ook over andere magistraten: 'Veel vorsten leven in wellust en overdaad, ze buiten het arme volk uit, ze doden onschuldige mensen, ze plunderen huizen, ze schenden maagden en getrouwde vrouwen'. Als het zó erg is met een overheid dan kunnen ze niet op gehoorzaamheid rekenen. In de overheid moet Gods beeld zichtbaar worden. Dat beeld hoort in een magistraat op te lichten. Als dat niet het geval is, roept men om opstand. Ik citeer letterlijk: 'Voorwaar deze gezindheid is in de harten der mensen altijd ingeplant en geworteld geweest, dat ze met net zo'n grote haat en vervloeking de tirannen vervolgen als ze wettige en oprechte koningen met liefde en eerbied bejegenen'.

Is er dan recht op opstand? Calvijn bindt dat recht aan de lagere overheden. Maar hij zegt ook: 'God kan soms door op zichzelf ongeoorloofde opstanden slechte overheden door betere vervangen'. 'Soms verwekt hij uit zijn dienstknechten openbare verlossers, die Hij op Zijn bevel wapent om wraak en straf te oefenen over een onrechtvaardige regering'.

Intussen schrijft hij aan Jeanne d'Albret, koningin van Navarre, een brief, waarin hij zegt dat hij haar niet zo behoeft te vermanen. Veel koningen en vorsten onttrekken zich aan de onderwerping van Jezus Christus, zegt hij, en ze maken van hun bevoorrechte positie een schild, waarachter ze zich verschuilen. Ze schamen zich om tot de schaapskooi van de Grote Herder te behoren. Maar, zegt hij, dat is bij u niet het geval. Hij roept haar alleen maar op om getrouw het Woord te bestuderen. Dan kan ze dat ook dienstbaar maken in haar regering.

Evaluatie

Samenvattend wil ik zeggen, dat bij Calvijn kerk en politiek beide een plaats hadden in hetzelfde rijk van God. Met die integrale visie heeft Calvijn diepe invloed geoefend in calvinistische landen. Het stond bij hem alles onder het beding van de eer van God. Vandaar trok hij lijnen inzake het arbeidsethos, het economieethos en het politieke ethos. Ook in zijn overpeinzing overigens van het toekomstige leven, als de laatste zin van het leven, heeft hij geen afgrendeling ten aanzien van wetenschap, cultuur en politiek gepredikt.

Waarin is Calvijn ook vandaag nog actueel? De tijd immers ingrijpend veranderd! Onze samenleving is niet meer te vergelijken met die van de 16e eeuw. Toch noem ik vijf punten, waarin Calvijn behartigenswaardige lijnen trok als het om de maatschappelijke vragen vandaag.

1. Allereerst zijn nadruk op soberheid en billijkheid. Dat betekende in zijn tijd dienstbaarheid van rijken aan armen. Nu spreken we over een mondiale samenleving. Maar Calvijn trok lijnen, die vandaag voor de kerk heel heilzaam zijn, nameiijk als het bijvoorbeeld gaat om werelddiaconaat. Hij spreekt over de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan en past deze zo toe, dat we hebben wèl te doen aan alle mensen. Krachtens schepping zijn we als mensheid met elkaar verbonden. Daarom hebben we juist als christenen de opdracht om de mensheid, alle mensen samen, te helpen, wanneer er sprake is van nood en armoede.

2. Het tweede wat ik zou willen noemen is, wat prof. dr. B. Goudwaard noem: 'de economie van het genoeg'. De economie van een land moet en mag ook gericht zijn op andere landen in de wereld, waar het veel moeilijker is. De uitdrukking 'economie van het genoeg' is een bijbelse notie, in de lijn van Calvijn.

3. Het derde wat ik wil noemen is: Calvijns zicht op politiek in het licht van de tien geboden, dat is: met een belofte. Het gebod is ten goede. Een vooraanstaand politicus in Nederland, die zelf geen christen was (prof. dr. P. J. Oud), jarenlang burgemeester van de stad Rotterdam en parlementair, heeft gezegd, dat op de tweede tafel van de wet van de tien geboden eingenlijk de hele (rechtvaardige) politiek te baseren.

4. Calvijn legt telkens de nadruk op recht en gerechtigheid in de samenleving: politiek in dienst van het recht. De calvinist is eigenlijk de beste socialist.

5. En tenslotte: Calvijn stelde zijn hele theologie in het licht van de Gloria Dei', van de eer van God. Dat mag de doodsteek heten voor alle 'ik-gerichtheid'. Dat is ook vandaag heilzaam voor de samenleving.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Calvijn en de maatschappij

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's