Uit de pers
Homohuwelijk?
Homohuwelijk? Er vielen begrijpelijk nogal wat reacties te lezen in de kerkelijke pers op de in de Tweede Kamer op 16 april aanvaarde motie waarin het kabinet wordt gevraagd voor 1 augustus 1997 met een wetsvoorstel te komen om het huwelijk voor homoseksuele mensen open te stellen en aan homoparen het recht te verlenen om kinderen te adopteren. Zou dat inderdaad gerealiseerd worden dan is Nederland het eerste land ter wereld waarin het homohuwelijk een wettelijke regeling krijgt. Nu is het nog niet zover. Staatssecretaris Schmitz voelt niets voor zo'n regeling. In De Wekker van 26 april 1996 reageert ds. J. Jonkman in de rubriek Nader Bekeken op een en ander.
'De bange vraag is: Hoe is het mogelijk dat zovelen in de Tweede Kamer tot dit ondoordachte standpunt zijn gekomen? Dat ons land totaal verwereldlijkt is en dat de secularisatie haar voltooiing heeft bereikt, wisten we helaas. Dat daarvan de neerslag en weerslag in de volksvertegenwoordiging openbaar komt, verbaast ons ook niet. Dat men weinig of niets moet hebben van Gods heilzame geboden voor een samenleving, ook dat wisten we. Al blijft deze wetenschap ons voortdurend pijn bezorgen. Maar dat men zich zo onder druk laat zetten, dat men zich zo laat leiden ja waardoor? Door de waan van de dag? Iemand uit de Kamer noemde het homohuwelijk het sluitstuk van een emancipatieproces. Terecht reageerde prof. mr. J. A. van Mourik uit Nijmegen daarop dat het homohuwelijk niets met emancipatie te maken heeft. En dat het homohuwelijk een sluitstuk van een proces is, is ook niet waar. We zijn er nu nog niet aan toe, maar het duurt indien het proces van geestelijke verduistering in ons land voortgaat, niet zo lang of er zal gepleit worden voor wettelijke geregelde samenlevingsvormen tussen drie of meer mensen. "Die drie, die vier zullen tot één zijn"... De roep om legalisering van de zonde, in steeds brutaler en openlijker vorm, zal niet verstommen. Wie dat meent, heeft geen inzicht in het werkingsproces van de zonde en in de methode van de satan, die een land met duisternis weet te slaan onder het mom van recht en liefde.
We kunnen als christenen niet somber genoeg zijn over deze ontwikkelingen. Prof. Van Mourik zei mijns inziens terecht dat een aantal kamerleden kampt met verstandsverbijstering. Ondertussen vertegenwoordigen ze (een deel van) het volk! Ook andere reacties liegen er niet om. De noem er een paar en ik kan me in al die reacties vinden zonder reactionair te zijn. Prof. dr. W. van 't Spijker sprak van de wereld op zijn kop. Kerken kunnen een homohuwelijk nooit accepteren. Deze kamemitspraak is het absolute dieptepunt in de neergang van de waardering van het huwelijk. Terwijl in de samenleving steeds minder mensen trouwen, willen homoseksuelen per se de huwelijksboot in. De dwaasheid gekroond. L. M. P. Scholten sprak van een zwarte dag in onze geschiedenis. Kardinaal Simonis had het — zeer terecht! — over begripsvervuiling in de term homohuwelijk.
Maar er zijn ook andere stemmen uit kerkelijke en christelijke kring en dat maakt alles zo verwarrend, verdrietig en vermoeiend. Jos Brink verkondigde voor de televisie dat het homohuwelijk van God echt mag. De Hervormde synodevoorzitter ds. W. Beekman vindt persoonlijk dat het homohuwelijk een goede zaak is. In de Remonstrantse Broederschap en de Evangelisch Lutherse Kerken in het Koninkrijk der Nederlanden worden homoseksuele "huwelijken" "ingezegend". Er wordt een zegen uitgesproken waar God Zijn onvoorwaardelijk neen heeft gesproken! In de Gereformeerde Kerken (synodaal) bestaat hier en daar bereidheid om homohuwelijken te bevestigen.'
Terecht wijst ds. Jonkman er op dat ons neen tegen het 'homohuwelijk' geen neen impliceert tegen welke medemens dan ook. Het 'neen' geldt de zonde en niet een medemens.
Zout in open wond
In het reformatorisch opinieblad Koers van 26 april 1996 gaat redacteur Paul Meinders in een Commentaar ook in op deze kwestie onder het opschrift 'Het homo-huwelijk: zout in open wond'. Hij belicht de zaak vooral vanuit de gelovige homofiele medebroeder en - zuster. Zij voelen zich zo vaak helemaal niet begrepen in de christelijke gemeente. En de kwestie van het 'homo-huwelijk' dreigt hen opnieuw te isoleren. Bovendien, als de overheid dit huwelijk zou mogelijk maken, verlaagt ze daarmee de drempel voor de gelovige met een homofiele geaardheid. Een dergelijke openstelling maakt het voor betrokkenen nog zwaarder het kruis blijmoedig te dragen, aldus Meinders.
'Het pleidooi voor het homo-huwelijk getuigt van de emotionele behoefte zich af te zetten tegen een tijdperk waarin er geen ruimte was om zelfs maar te praten over een andere seksuele geaardheid. Te lang hebben christenen volstaan met de constatering dat homoseksualiteit niet mag. Alsof daarmee een persoonlijke strijd is beslist. In die zin moet de christenheid eerst naar zichzelf wijzen alvorens zij deze niet-christelijke overheid in staat van beschuldiging stelt. Het is per slot van rekening een verkeerd gebruik van de christelijke moraal die deze irrationele en kwetsende reactie oproept.
Alle christenen hebben de roeping medemensen te wijzen op de vriendschap die de Heere Jezus biedt. En inderdaad, in de persoonlijke omgang met de Christus der Schriften ligt een diepe en fundamentele rust die de wereld nooit kan geven. Maar dat neemt niet weg dat alle mensen sociale wezens zijn en blijven. De verbondenheid in het geloof met Jezus Christus maakt het hartelijke contact tussen mensen niet overbodig, maar geeft dat contact juist een andere dimensie. Misschien zijn wij ons daarvan in het contact met homofielen niet altijd bewust geweest.
Liefde
Het is ten diepste een gebrek aan liefde als wij niet méér kunnen doen dan de homofiele medemens verwijzen naar de binnenkamer. Er is méér nodig. Daarbij valt te denken aan voorbede in de christelijke gemeente, maar ook aan authentieke niet-professionele belangstelling voor het leven van die ander. Het bewijzen van gastvrijheid, het aangaan van een persoonlijke vriendschap, het betrachten van wederzijdse openheid, het scheppen van een sfeer van duidelijkheid en het dragen van daadwerkelijke zorg voor elkaar zijn van onschatbare waarde bij het voorkomen van ontsporingen. Om maar niet te spreken van vergevingsgezindheid op het moment dat iemand toch in zonde valt.
Als de mogelijkheid van het homo-huwelijk straks bij de wet wordt vastgelegd, hebben homofielen in de christelijke gemeente de liefde van heterofiele medegelovigen meer dan ooit nodig. Want ten diepste is ook het homo-huwelijk een reële verleiding om toe te geven aan basale verlangens. Op deze manier wrijft de ontkerstende samenleving zout in de wond van de homofiel die zich, ondanks zijn/haar hartstochtelijk verlangen naar een volwaardige relatie, wil voegen naar hetgeen God wil.'
We kunnen hier alleen maar een dikke streep onder zetten. Laat het niet zo zijn dat de onterechte wens van een Kamermeerderheid juist medegelovigen nog meer onder druk zet.
Brug te ver
Dat is de mening van ds. E. Overeem (synodaal gereformeerd) over het voorgestelde homohuwelijk. Het is bekend hoe in zijn kerken over andersoortige relaties wordt gedacht. Ds. Overeem herhaalt het ook in zijn artikel in het Centraal Weekblad van 26 april 1996: Voor mij zijn andersoortige relaties geen mindere relaties. 'Als mensen hun andere relatie als een Godsgeschenk beschouwen, heb ik het recht niet om daarover welk negatief oordeel dan ook uit te spreken... In die lijn heeft de gereformeerde synode zo'n vijftien jaar geleden opgeroepen tot aanvaarding van homo's, tot in de kerkelijke ambten toe. Daar sta ik nog steeds volledig achter', aldus ds. Overeem.
'Maar dat is nog iets anders dan een homoseksuele relatie meteen maar een huwelijk te noemen. Ik vind dat geen gelijkberechtiging, maar taalvervuiling. In de bijbel is met het huwelijk de relatie tussen vrouw en man bedoeld. En wie mij nu meteen voor fundamentalist wil verslijten, moet dat maar doen; maar dan graag ook meteen de dikke Van Dale herschrijven, waar het huwelijk wordt omschreven als "de wettelijk geregelde, formeel bekrachtigde levensgemeenschap tussen man en vrouw". Uiteraard is dat bij besluit van een kamermeerderheid in een volgende druk wel te regelen, en in mijn editie van Van Dale komt de term 'homo-huwelijk' ook al voor. Maar er verandert wel iets, als we hier van een huwelijk gaan spreken. Hebben we deze term werkelijk nodig, als we de rechten van andersoortige relaties goed willen regelen? (...)
Hebben wij nu werkelijk het idee dat we zonder slag of stoot internationaal de handen op elkaar krijgen voor adoptierecht voor homo-paren? Wij kunnen in Nederland wel zeggen dat wij dat willen. Maar als daarmee internationale verdragen over adoptie in gevaar komen? Dan mogen we ons nog wel eens achter de oren krabben. Want we bedoelen toch niet dat adoptie vanuit Nederland door welk paar dan ook onmogelijk wordt? Mag ik dan toch ietsje kriegelig worden van de hele kwestie? Ik krijg het gevoel van; wij moeten weer zo nodig voorop lopen. Het kleine Nederland als gidsland voor de hele wereld. De Tweede Kamer kan enige ervaring hebben met het verduidelijken van Nederlandse standpunten naar het buitenland...
De meerderheid van de Tweede Kamer kan trots zijn: we hebben weer een lichtend voorbeeld van Nederlandse progressiviteit en tolerantie neergezet. Driewerf bravo en een staande ovatie. Dat het standpunt wel eens precies het omgekeerde effect zou kunnen hebben: daar heeft de kamermeerderheid blijkbaar niet over nagedacht. Terwijl dat toch ook een politieke vraag is...'
Over het punt van de adoptie tenslotte nog een citaat uit Hervormd Nederland van 27 april 1996. Wim Zonneveld, voorzitter van Wereldkinderen, wordt in de rubriek Mini geïnterviewd over het homohuwelijk en adoptie onder de titel Homohuwelijk slecht voor buitenlandse adoptie.
'Waaruit blijkt dat het mogelijke Nederlandse homo-huwelijk een slechte invloed zal hebben op de adoptie van buitenlandse kinderen?
"Dat blijkt nergens uit, want adoptie door een homo-paar is nog nooit voorgekomen. Het is puur gokwerk. Er is ook nog geen formele reactie op het homo-huwelijk uit het buitenland gekomen. Er worden ons soms argumenten tegen het homo-huwelijk in de mond gelegd. Voor zo ver we weten, sluiten alle landen waar de kinderen vandaan komen adoptie door een homo-paar uit.
Het gaat dan vaak om zwaar katholieke landen in Latijns-Amerika. Ook door Aziatische landen wordt het uitgesloten. Het is belangrijk om te beseffen dat Wereldkinderen zich bezighoudt met adoptie van uitsluitend buitenlandse kinderen. Niet met Nederlandse. In de nota Leefvormen van staatssecretaris Schmitz (justitie), waar het allemaal om begonnen is, staat dat in gevallen van buitenlandse adoptie homo-huwelijken zijn uitgesloten."
Is Wereldkinderen tegen adoptie door homo-paren, ongeacht wat het buitenland vindt?
"Ik denk niet dat we het als organisatie zouden toejuichen als het zou gebeuren. We hebben daarvoor twee belangrijke argumenten: ten eerste zal de opvang succesvoller verlopen als het kind de mogelijkheid heeft zich te identificeren met ouders van verschillende geslachten. En het belangrijkste argument: een adoptief-kind heeft vanwege zijn of haar problematische achtergrond recht op een gezinssituatie die door de buitenwereld als 'gemiddeld' wordt ervaren.
Die situatie moet dus zo weinig mogelijk uitzonderlijk of opvallend zijn. Dat verzinnen we niet zelf, maar deze argumenten zijn gebaseerd op wetenschappelijk pedagogisch onderzoek, speciaal voor ons verricht. Bovendien: je kunt niet aan mensen zien of hun huwelijk goed is. Je kunt wel met ze praten, ja. Mensen die niet aan adoptie toe zijn, worden er hopelijk uitgezeefd door de kinderbescherming".'
Verwacht wordt dat het homohuwelijk in het buitenland nauwelijks erkenning zal vinden. Begrijpelijk is mede daarom de aarzeling van onze regering om aan de wens van de Kamermeerderheid tegemoet te komen. Als het hek van de dam van de Schrift weg is, is kennelijk alles mogelijk. Ons gebed voor onze overheid blijft nodig, zeker voor hen die het overheidsambt bekleden vanuit een christelijke geloofsovertuiging.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's