Globaal Bekeken
Een lezer uit Ermelo zond ons het volgende door hem gemaakte gedicht n.a.v. Klaagliederen 3.
Een klaaglied
Is er nog troost voor mij in mijn ellend,
een mens waarvan Zich God heeft afgewend,
ja zelfs kastijdt met roeden die Hij zendt.
Hij, die verbolgen,
mijn weg door zware duisternis laat volgen,
en niet in 't licht.
Zijn hand keert telkens weder,
fel tegen mij en drukt mij zwaar ter neder
ontneemt elk zicht.
Is er nog troost, nu God Zich van mij keert,
mijn vlees en huid door Hem zijn weggeteerd.
Hij alle hulp en redding mij ontbeert,
zelfs breekt mijn benen.
Vergif en moeite samen stuurt Hij henen,
't vergroot mijn nood.
Hij doet m'in duistre holen,
van 't kille graf verblijven en ronddolen,
als ben ik dood.
Is er nog troost, voor wie omsloten is,
en elke uitgang vast ontnomen is.
In boeien zwaar, waar geen ontkomen is,
is ingeklonken.
Zelfs als mijn schreeuw om redding heeft geklonken,
sluit Hij Zijn oor,
verspert mijn weg met stenen,
ommuurt mijn pad, dus kan ik nergens henen,
en nergens door
Is er nog troost, nu Hij het wild gelijkt,
ja als een beer, al loerende, mij blijkt,
een leeuw, die uit 't verborgen naar mij kijkt,
klaar te verslinden.
Zijn slaan moet ik verbijsterend ondervinden.
Hij spant de boog,
gereed om neer te vellen.
Op mij die Hij tot doelwit heeft doen stellen,
vest Hij het oog.
Is er nog troost, voor mij die arm en naakt,
door pijlen, door Zijn koker uitgebraakt,
in ingewand en nieren ben geraakt,
van pijn doordrongen.
Nu ook mijn volk een spotlied heeft gezongen,
mij lachend krenkt,
ben 'k snarenspel voor velen.
Hij doet mij van Zijn bitterheden delen,
met gal gemengd.
Is er nog troost,
voor mij gedrukt in 't stof,
verbrijzeld elke tand door stenen grof
geen redding ziet, noch reden tot Zijn lof,
van heil verstoten.
Vergeten is geluk, z'is toegesloten,
ik dacht vergaan,
mijn krachten en bezweken,
mijn hoop op God, zij is van mij geweken,
heeft 't ooit bestaan?
Is er nog troost, zo roept mijn ziel bezwaard,
ellende diep, mijn omzwerving op aard,
alsem, vergif dat in mijn vlees rondwaart,
mijn lichaam plagen.
Wanneer ik denk aan deze zielevragen,
buigt zij zich neer,
veranderd wordt mijn kermen
dit brengt mijn hart te binnen: Zijn ontfermen
geeft hope weer:
Dit is mijn troost, die mij verwachting geeft,
het zijn Gods gunstbewijzen dat ik leef
barmhartigheid, die nog geen einde heeft.
Genadig zorgen,
het houdt niet op, vernieuwd Hij elke morgen.
Zijn trouw is groot. Mijn deel is van de Heere,
zo spreekt mijn ziel en geeft Hem alle ere,
mijn hoop in nood.
Dit is mijn troost, de HEER'is goed voor hen,
die Hem verwachten, zoekende Zijn stem.
De ziel die stil, afhankelijk van Hem,
op Hem blijft wachten,
't heil zoekend hart. Hij wil het niet verachten.
't Is goed voor mij,
het zware juk te dragen,
dat Hij mij oplegt in mijn jonge dagen.
Hij is erbij.
Dit is mijn troost, niet eeuwig zal de HEER',
verstoten of mij drukken diep terneer,
als Hij bedroeft, ontfermt Hij zich te meer.
Zijn hulp zal blijken.
't Is naar de grootheid van Zijn gunstbewijzen:
Hij geeft geen smart.
noch drukt Hij neer de kleinen,
bedroeft Hij hen die Hij kent als de Zijnen
van ganser hart.
In Nederlands Theologiscti Tijdschrift schrijft Arie L. Molendijk over 'Vervluchtiging van het vrijzinnig protestantisme'. Uit dit artikel het volgende over de herkomst van de naam vrijzinnig:
'De term "vrijzinnig" betekent "tot vrijheid geneigd" zowel in politieke als in religieuze zin. In het begin van de negentiende eeuw werd het begrip reeds gebruikt om vooruitstrevende, liberale politieke groeperingen aan te duiden. In 1901 werd een politieke partij met deze naam opgericht: de "Vrijzinnig Democratische Bond". Daarnaast werd rond 1850 de term ook gebruikt ter omschrijving van een modern-religieuze richting. "Vrijzinnig" en "modern" ("moderne" theologie of richting) liggen zonder meer in het verlengde van elkaar. Het is mogelijk dat de term in eerste instantie polemisch door tegenstanders is gebruikt, zo bijvoorbeeld door Nicolaas Beets: "O Gy helden der vrijzinnigheid, der onbekrompenheid, der onbevooroordeelde beschouwing van goddelijke en menschlijke dingen..., wat belooft gij ons vrijheid, daar gij zelve dienstknechten zijt der verdorvenheid? " Aan het einde van de negentiende eeuw werd het begrip ook door de vrijzinnigen zelf gebruikt. In de twintigste eeuw begint deze benaming die van "modern" langzaam te verdringen. In deze religieus(-politieke) betekenis is de term vermoedelijk (een begripsgeschiedenis van de term heb ik niet kunnen vinden) voor het eerst gebruikt in de rond 1850 aanzwellende conflicten binnen het Nederlandse protestantisme - in tegenstelling tot de opkomende "rechtzinnigheid". "Vrijzinnig" is al met al een zeer globaal begrip, dat ook weer gebruikt werd om zich te onderscheiden van het oude, als naïef beschouwde modernisme.'
In Ecclesia (St. Vrienden van dr. H. F. Kohlbrugge) stond Een gebed van Kohlbrugge op Hemelvaartsdag:
'Here Jezus Christus, Gij hebt U gezet aan 's Vaders rechterhand in den hoge; - Gij hebt dat gedaan als Zoon voor het huis, dat wij zijn. Wat zijt Gij toch genadig om ai de goede gaven van Uws Vaders Huis onder ons mensen uit te delen! Zo bidden wij U dan, dat Gij met Uw Heilige Geest in ons midden werkzaam wilt zijn en onze ogen wilt openen, opdat wij niet op onszelf zien, maar op U, die Hogepriester zijt over het Huis Gods. Wij bidden U, wil genadig met ons zijn en blijven en ons voortdurend versterken en funderen; wil ons vrijmoedigheid geven om in al onze droefenis van U te vragen wat wij van node hebben, en te vertrouwen, dat Gij een Verhoorder der gebeden zijt. Ontferm U over ons en versterk onze harten in deze waarheid, dat naar Uw Woord onze wandel in de hemelen is! Amen.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's