Bidden na Hemelvaart
'Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Al wat gij de Vader bidden zult in Mijn Naam, dat zal Hij u geven ".' Johannes 16 : 23b
De Heere Jezus gebruikt in vers 21 een heel aansprekend beeld. Hij zegt daar tegen Zijn discipelen: 'Het zal zijn zoals voor een aanstaande moeder bij een bevalling. Eerst heeft zij pijn, smart; de weeën nemen haar helemaal in beslag. Maar dan, als zij het kindje ziet en hoort, dan is dat alles vergeten, dan heeft zij er dat graag voor over gehad. Zo mooi, rijk is het'.
I Bidden tot de Vader
Zo zal het ook voor de discipelen zijn, eerst smart en droefheid: alles overheersend verdriet: op Goede Vrijdag, als hun Meester lijdt en sterft. Op Hemelvaartsdag, als Hij hen verlaat en heengaat. Maar dan, daarna, op Pinksteren: blijdschap, die de smart verdrijft. De Heere Jezus komt terug in Zijn Geest, Hij zendt de Trooster.
En dat is zo rijk, zo heerlijk. Want die Geest doet roepen: 'Abba, Vader'. Geeft vrijmoedigheid om als verzoend kind tot de hemelse Vader te gaan. Dan zult gij Mij niets meer vragen, maar tot de Vader bidden. En Die zal alles geven. Want Hemelvaart betekent dat Hij de Zoon volle bevoegdheid gegeven heeft om uit te delen. Om hemelse gaven en schatten te schenken. Hemelvaart toont ons: De Zoon en de Vader zijn één. Wie de Zoon heeft, heeft ook de Vader; wie de Zoon bemint, is door de Vader bemind. Jezus zei dan ook tot Zijn discipelen: 'De Vader Zelf heeft u lief'. Hij zal u alles geven, en: Hij weet wat wij nodig hebben, want Hij peilt onze nood en ons verderf dieper dan wij ooit leren kunnen.
Wat mag er, dankzij Hemelvaart en Pinksteren, een vertrouwend bidden zijn. Dat tegelijk een zich onderwerpend bidden is. Alles wat goed is zal Vader geven. En: alles wat Vader geeft is goed, ook als het kastijdingen en beproevingen zijn.
Wat een vreugde, dit gebedsleven te kennen. Vader geeft wat goed is. Vader hééft gegeven wat ik Hem bad: vergeving van mijn schuld, leven in mijn dood, uitkomst in mijn nood. En: Hij zal alles geven: alle uitkomst in nood en dood, tot in eeuwigheid. Dan is het waar: niemand zal uw vreugde wegnemen. Deze vrede en vreugde blijft in eeuwigheid.
Wat arm zijn wij als wij dit gebedsleven niet kennen. Dan leven we of in valse gerustheid en schijnvreugde. Of we leven in gedurige ongerustheid. Geen Vader in de hemel te kennen. Dan is ons leven, juist ook ons gebedsleven, een schelp zonder parel erin: die zal eens worden weggeworpen. Laat dan dit uw nood zijn: mijn ziel dorst naar God, naar deze God.
Wie dit bidden kent, heeft een wonder geleerd. Want die kwam voor de vraag te staan: hoe kan dat? Hoe kan God mij goede dingen geven? Die God, Die al in de Doop betuigt dat ik kind des tooms ben, aan allerhande ellendigheid, aan de verdoemenis onderworpen, erfgenaam van Adam, van de eeuwige dood. Hoe kan God mij geven uitkomst en zegen? Hoe kan Hij mijn bidden horen? Omdat er staat:
II Bidden in Jezus'Naam
Het wonder zit in deze drie kleine woordjes: bidden in Mijn Naam. Dat is: in Jezus' Naam. Dat betekent: bidden op Zijn gezag. Zoals een klein kind voor zijn grote broer naar de winkel kan gaan. Want zijn grote broer heeft gezegd: ga dit of dat eens halen. Maar de meneer in de winkel kijkt sceptisch: hoe kan zo'n klein kind zoiets komen halen? Totdat het zegt: mijn broer heeft me gestuurd. Ik moest het van hem vragen. Zet het maar op zijn rekening.
Dan zien wij dat daar twee zijden aan zitten: bidden in Jezus' Naam. Dat is ten eerste: bidden op Zijn kosten. Want wie zal de hemelse gaven betalen? Niemand. Immers, voor ons ligt de rekening van de wet. Die moet voldaan worden. De rekening van volkomen gehoorzaamheid en dragen van welverdiende straf. Dan hebben wij alleen eeuwige armoede te wachten. Zonder dat wij de HEERE iets verwijten kunnen. Bidden in Jezus' Naam: Hij voldeed de rekening. Op Zijn kosten hemelse, eeuwige zegeningen vragen. Hij zegt: vraag het op Mijn kosten. En Hij zal het u geven.
Dat stelt ons voor de vraag: hoe bidden wij? Bidden wij zo, ootmoedig, rechteloos, erkennend nooit iets God te kunnen verwijten? Bidden wij zo, dankbaar omdat aan alles hangt het prijskaartje van Jezus' bloed. Zo duur verdiend en betaald.
Er is nog een andere zijde aan het bidden in Jezus' Naam. Het is ook: bidden op Zijn bevel. Om die dingen waarvan Hij zegt: vraag dit toch. Dan denken wij aan de beloften van de Heilige Doop: De Vader wil alle kwaad ten beste, tot ons nut keren. Hij wil in Christus alle schuld vergeven om onbevreesd voor God te verschijnen. Hij wil de Geest, Die vernieuwt en doet leven een nieuw leven vanuit de wedergeboorte schenken. De Geest, Die de Trooster is. Die, zoals Jezus heeft gezegd in de eerdere hoofdstukken: in al de waarheid leidt, overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel, het uit Christus neemt, u alles leren zal, u zal indachtig maken wat Ik gesproken heb. Al die beloften zijn even zoveel volmachten: vraag hier om, ga dit vragen. En zeg maar tegen Mijn Vader: de Heere Jezus heeft mij gestuurd. En Hij zal het u geven.
Dat stelt ons voor de vraag: hoe bidden wij? Waar bidden wij om? Want nergens kunnen wij Zijn Naam zo ijdel gebruiken als in ons... gebed! Als wij in Zijn Naam vragen om dingen die tegen het leven des geloofs ingaan, die de Naam van de Vader ontheiligen en Zijn hart verdriet doen. En: waarom bidden wij? Als wij daarom om gezondheid, slagen, voorspoed vragen, om daarmee te kunnen leven voor eigen genot en geluk alleen. Dan zegt Jezus: maar meent u dat Ik daarvoor Mijn bloed gegeven heb? Hoe durft u dit in Mijn Naam te vragen?
Bidden in Zijn Naam, zou dat geen bidden zijn met de bede: HEERE, doorgrond mijn verlangens en schroei eruit weg wat onzuiver en onheilig is. Want ik ben zo dwaas, zo blind, ik vraag misschien dingen voor mijzelf en mijn gezin die ik nooit in Uw Naam vragen kan en mag.
Weet u wat het ergste is: na Hemelvaart en Pinksteren te leven en nooit om deze dingen gevraagd te hebben: nooit verlegen geraakt om vaderlijke verzorging, vergeving van schuld en nieuw leven der wedergeboorte. En verloren te gaan, niet omdat de HEERE niet wilde geven, maar: gij hebt nooit begeerd wat tot uw vrede dient.
Weet u wat dan de Geest leert? Te mogen bidden in Zijn Naam en niet te kunnen bidden in Zijn Naam. Want ik verlang van nature alleen wat dit leven aangaat en wat mijn vlees streelt en ruimte geeft, en in plaats van ootmoed is er hoogmoed, in plaats van dankbarheid vanzelfsprekendheid. En in deze onmogelijk te vluchten tot God. Tot Christus: Heere Jezus, leer ons bidden, bidden in Uw Naam tot de Vader, door Uw Geest. Dan reeds is het woord vervuld:
'En zo gij iets bidt in Mijn Naam Ik zal het doen'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's