Boekbespreking
J. van der Graaf, J. Maasland en W. Verboom (red.). Het Woord der prediking. Handreiking voor predikanten, deel 2. Uitgave Kok, Kampen 1996, 286 blz., ƒ65, - .
Het is een vruchtbare gedachte geweest van de redactie, toen ze op initiatief van het hoofdbestuur van de Geref. Bond in 1993 besloot, om met een zekere regelmaat een handreiking voor predikanten te doen verschijnen, in de vorm van een aantal preekschetsen. De eerste uitgave kreeg een goede ontvangst. Er blijkt dus behoefte aan te bestaan. Hopelijk betekent dit geen veronachtzaming van reeds bestaande reeksen, zoals die van Eichholz (Herr, tue meine Lippen auf), Iwand, Koopmans en de bekende Postilleserie.. Daarin valt bij de voorbereiding van de prediking veel waardevols op te delven. Dat neemt niet weg dat een aanvulling uit 'eigen kring' welkom was. Ook ditmaal is gestreefd naar een ruime variatie in de tekstkeuze, en naar een zekere diversiteit onder de scribenten. De opzet van elke schets is stereotiep: tekstkeus, exegese, theologische notities, homiletische aanwijzingen en liturgische notities. De werkstukken kunnen hier uiteraard niet worden besproken. Ik moet me tot een globale beoordeling beperken. Mijn indruk is dat de schrijvers heel zorgvuldig hebben geluisterd naar grondtekst en contekst van de Bijbel, alsook naar confessie en traditie, dat ze een rijkdom aan theologische gedachten ontvouwen en dat zij homiletisch en hermeneutisch zinvolle inspiratie bieden om zelf aan de slag te gaan. Dit laatste is de grote vooronderstelling van alle postilles. Ze nemen nauwelijks werk uit handen. Veeleer dienen zij als spoorslag om zelf door de tekst heen te kruipen, op zoek naar een vorm om de Boodschap verantwoord te vertolken.
Dat ook deze preekschetsen - opnieuw in een voorname band gebundeld - daarbij hand-en spandiensten verlenen, door ons telkens te attenderen op wat de tekst bedoelt èn niet bedoelt, is een hulpverlening om dankbaar voor te zijn. Preken voorbereiden is een nederig werk. Het vergt de besnoeiing die de echte horigheid eigen is.
Voordat men (s)preekt, moet het oor te luisteren worden gelegd: wat heeft de Geest mij en de gemeente in deze tekst te zeggen? Dat wij ons bij deze luisteroefening laten helpen door anderen, die hebben meegeluisterd, verdiept de nederigheid van het werk. Het is deze nederigheid die uitmondt in een hoge vreugde. Want nog steeds worden door het heerlijke werk van het herdersambt - zoals het klassieke bevestigingsformulier zegt - grote dingen uitgericht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's