De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

5 minuten leestijd

STAD AAN 'T HARINGVLIET

De laat-gotische kerk is in 1534 gebouwd en zoals gebruikelijk in oost-west richting. Aan de oostzijde stond het altaar, waarop de kerkgangers uitzicht hadden. Het is niet bekend aan wie de kerk was gewijd, maar omdat aanvankelijk priesters uit Middelharnis de missen celebreerden, zal de moederkerk daar geweest zijn. De hervorming had hier omstreeks 1575 .plaats. Sedert de beeldenstorm in 1566 was de kerk verwaarloosd. Eerst in 1586 knapte men het gebouw op en werd het gebouw ingericht voor de protestantse eredienst. In de eerste jaren van de hervorming was er geen eigen predikant. In 1584 kwam Arnoldus Gilliszoon Timmerman, geboren te Beveren in Vlaanderen, als predikant te Nieuwe-Tonge en preekte in Stad aan 't Haringvliet uit liefde. In 1593 werd Philippus Lowijck de eerste Stadse predikant. De huidige predikant is de 37e. In 1898 zat er een wespennest onder het daktorentje, in de hemel van de kerk. Metselaar F. J. Knoop brandde het uit, maar het bleef nasmeulen. De nachtwaker ontdekte op 19 augustus 's morgens om drie uur het brandende kerkdak. De brandspuit was spoedig ter plaatse, maar kon niet hoog genoeg spuiten, zodat de vuurhaard zich snel uitbreidde. Het dak stortte in en het gebouw, alsmede de consistorie, brandde geheel uit. Ook het kerkorgel, geplaatst op de in 1850 achter in de kerk gebouwde galerij, ging verloren. Het orgel was een geschenk van F. Was uit Sint Maartensdijk en op 20 april 1851 in dienst genomen. Na de brand werden de zondagse erediensten eerst belegd in de schuur van Adr. Braber op de zuidwesthoek van de Voorstraat en later in de school. De kerk werd door T. Mosselman uit Middelhamis herbouwd voor ƒ5.814, —. Alle vensters werden voorzien van gemetselde traceringen en glas-in-lood. Het torentje stond voorheen midden op het dak. Na de brand bouwde men tegen de kerk een nieuw torentje met een kleine spits. In 1923 werd het torentje vernieuwd en voor de huidige toren werd de eerste steen gelegd op 31 juli 1923 door burgemeester C. J. Sterk in aanwezigheid van de wethouders A. Koppenaal en L. Braber Op 30 april 1899 wijdde ds. J. Polhuys het vernieuwde kerkgebouw in. Deze predikant schonk bij zijn 40-jarig ambtsjubileum een zilveren doopvont. Dagelijks werd en wordt de klok geluid om 12.00 uur en 's morgens en 's avonds om 8.00 uur. De avondklok heette 'de papklokke'. Als de klok geluid had, at men nog een bord pap en daarna ging men naar bed, want men moest 's morgens zeer vroeg aan het werk beginnen. In de dertigerjaren werd het klokluiden op zondag, ter bevordering van de zondagsrust, afgeschaft, behalve het luiden voor de kerkdiensten. Tot 1829 werd er in de kerk begraven. De grafzerken werden begin vorige eeuw door een planken vloer aan het oog onttrokken. Bij de restauratie in 1963 bleek dat de grafzerken door de brand in 1898 ernstig zijn beschadigd. In de buitenmuur zit een ingemetselde grafsteen. Hierop staat met fraaie krulschrijfletters: 'Den Wel Eerwaarde Heer O. Spoelstra van Goch Predikant dezer Gemeente, overleden den 3 Juni 1828 in den Ouderdom van 25 jaren en acht maanden ligt alhier begraven ~ 1828 den 16 November overleed Mejuffer Maike van Goch in den ouderdom van 34 jaren en 4 dagen zuster van bovenstaande en ligt alhier begraven'. Het interieur zag er in 1922 als volgt uit — in het midden de vrouwenbanken, in de zijbanken en achterin zaten de mannen. De bank langs de noordelijke muur noemde men 'kasstoel'. Deze heette van oudsher schepenbank, terwijl het laatste deel juffrouwbank werd genoemd. Rechts naast de kansel, die men voor ƒ50, — in Ter Aa kocht, hingen drie borren (collectezakken) met lange stokken van ongeveer 2.50 meter. Daar waren de letters A (armen) en K (kerk) op geborduurd. Ook hingen er en hangen er nog twee prachtige koperen kaarsenkronen in de kerk. Na diverse restauraties zijn de zijbanken verdwenen en hebben de borren naast de preekstoel plaats moeten maken voor een eenvoudig Psalmbord. Bij binnenkomst valt direct het fraaie orgelfront op. Hierachter gaat het Leeflang-orgel schuil, dat op vrijdag 12 september 1980 na een ingrijpende vernieuwing officieel weer in gebruik werd genomen. Ons orgel heeft twee klavieren en een pedaal. Het werd in 1899 voor ƒ1.000, — gekocht van J. Proper te Kampen. Het avondmaalstel is kostbaar en bestaat uit twee bekers, een schenkkan, twee kleine schotels en een grote schotel. Het is gemaakt door de zilverkunst-smid Hendrik van Beest in de eerste helft van de achttiende eeuw. De schotels hebben een geprofileerde rand met een gegraveerd opschrift: 'Van Neeltie Krooswuyk voor Beyde De Armens tot Stat 1733'.

De burgerlijke gemeente telt ca. 1500 inwoners en maakt deel uit van de gemeente Middelharnis. De Herv. gem. heeft ca. 300 pastorale eenheden en ca. 800 zielen. De kerk biedt plaats aan ca. 250 kerkgangers. De morgendiensten worden goed en de avonddiensten redelijk goed bezocht. Ook in Stad hebben we te maken met secularisatie en kerkverlating. Het is de trouw van de Heere dat de gemeente naar Zijn Naam genoemd er nog mag zijn. Ook in Stad aan 't Haringvliet is het Woord van God de eeuwen door verkondigd en dat mag tot op de dag van vandaag nog van zondag tot zondag gebeuren. In diverse toonaarden en op vele verschillende manieren werd en wordt het de gemeente verkondigd dat wij in Stad geen blijvende stad hebben en dat de stad, die fundamenten heeft, gezocht moet worden. De stad waarvan God de Kunstenaar en Bouwmeester is en waarvan de Heere Jezus Christus het Fundament en de uiterste Hoeksteen is. En wie door Woord en Geest zijn en haar levenshuis op Hem leert bouwen, die vergelijkt de Heere Jezus met een voorzichtig man, met een voorzichtige, een verstandige bouwer en bouwster. Zulke bouwers mogen geloven dat zo hun aardse huis van hun tabernakel gebroken wordt, zij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt maar eeuwig, in de hemelen. God geve dat al de hoorders van het Woord daders, bouwers zullen zijn of zullen worden. Dat is de Heere zo waard en daar ziet Hij naar uit. Hem de dank voor al Zijn zorg en bemoeienis en al de weldaden ons als gemeente betoond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 mei 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 mei 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's