Uit de pers
Mijn God
Zondag 21 april maakte de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) het thema van de Boekenweek 1997 bekend: Mijn God. Religie en religieus gevoel keren terug in de literatuur, zo bespeurt althans de CPNB. Ze zal dat uiteraard niet opmerken vanuit evangelisatorische overwegingen. De CPNB is er om de verkoop van boeken te bevorderen en te promoten. Of je daarom zo enthousiast moet zijn over de keus van dit thema, afgezien nog van het feit dat de heilige Naam straks alom zal voorkomen op reclameboodschappen en aanplakbiljetten, is voor mij de vraag. Hans Werkman, zo las ik in het Nederlands Dagblad, acht het niet onmogelijk dat het thema vrucht kan opleveren. Religiositeit is nog wat anders dan geloof in God. Maar met de herdenking van het feit van de uitstorting van de HeiUge Geest op alle vlees vlak voor de deur, blijf je als christen hopen. Hopen op God Zelf en op de kracht van Zijn Geest. In het Hervormd Weekblad van 2 mei 1996 besteedde ds. B. H. Weegink in zijn rubriek 'Kruimels' aandacht aan de keus van het CPNB.
' "Mijn God" gaat het geschenk van de Boekenweek 1997 heten.
Zoveel dieps mag je er niet achter zoeken. "Mijn God" is gewoon een uitdrukking in het stoplapritme der Nederlandse taal. Van de diepte van een doorleefd en doorvoeld geloof heeft zo'n kreet niet te vertellen. "God" in de literatuur is zogezegd doodnormaal vandaag. Vooral als vloek. Doch ondertussen tekent zich wel een nieuwe trend af. Is u dat ook al opgevallen? Renate Dorrestein (1954) gaat het nieuwe Boekenweekgeschenk "Mijn God" schrijven. Zo dik is Renate nooit met de godsdienst geweest. Veeleer kennen we haar als een radicale vrouw van "Opzij", met lef tégen de godsdienst die voor haar gevoel immer naar onderdrukking en mannendrang zweemt. Met haar heeft in de loop der jaren een koor van schrijvers die godsdienst van zich af geschreven. Jongelui op de school kennen hun namen wel van de al of niet verplichte boekenlijst. Er moet dus wel iets gebeurd zijn dat Dorrestein opeens over God gaat spreken. En dan nog wel "Mijn God"! Dat is die andere trek die de laatste tijd valt waar te nemen. Nederlanders zijn koplopers in de secularisatie. In geen land ter wereld is aan kerk en geloof zoveel om zeep geholpen als in het Nederland van de laatste vijftig jaar. En nu raken die Nederlanders, die alles kwijt zijn, zo bloot van buiten en zo koud van binnen, dan blijkbaar toch weer wat trots op hun religieus gevoel. Schrijvers kiezen nota bene weer het item van de godsdienst. En steeds meer mensen zijn op zoek naeir iets van religie, een bedding voor het persoonlijke, een verbinding met het hogere en diepere van het naakte bestaan. Ze smachten naar riten en rituelen. En sommigen worden van de weeromstuit katholiek of zo. Dus weer "God". Zelfs "Mijn God", met een bezittelijk voornaamwoord voorop.
Zouden we dan eindelijk zijn uitgeëxperimenteerd? Zouden we dan toch het doldraaien moede zijn geworden? Het lijkt er nog niet echt op. Maar dit aanstaande "Mijn God" is op z'n minst een teken dat er in de lucht verandering zit. Eigenlijk kon het zo ook niet langer. Wie "God" eruit heeft gezet en zichzelf in het midden, die is op de klippen gelopen. Maar misschien juichen we te vroeg. "Mijn God" kan een spreuk zijn van puur zelfbehagen. Dan zitten we weer op onze navel te staren. En "het goddelijke" in ons innerlijk op te vijzelen. Dan zijn we ouderwets godloos toch weer stiekem bezig om voor "God in het diepst van mijn gedachten" te spelen. En dat is in de verste verte de verborgen omgang met de Ander niet! Want het echte zoeken naar God drijft ons uit tot Hem, en af van onszelf. Niet juichen dus, maar wel heel nieuwsgierig zijn naar het Boekenweekgeschenk 1997. En een beetje hopen dat het van doen heeft met een reformatorisch reveil, een katholieke spiritualiteit, een evangelische golf, of hoe je het ook maar noemen wilt. In ieder geval... iets meer dan dat kale niks dat ons heden ten dage aan het bloedzuigen is. Ik las dat het boekje van Dorrestein uitkomt in maart 1997. Dat is precies in de Lijdenstijd van het volgend voorjaar. Misschien dat het nu zaak is om haar wat op verhaal te helpen. Renate, er is nog een ander Boek. We kennen het als "Boek van de week" en als "Boek voor elke dag". We noemen het ook wel eens: het Boek der boeken. En daarin staat precies Wie voor het eerst zo echt en hartgrondig "Mijn God" heeft gezegd. Het is Jezus, die aan het kruis zijn helse eenzaamheid deed horen. "Mijn God", tot tweemaal toe heeft Hij dat geschreeuwd. Zo heeft Hij de allerhoogste aangeroepen. En het is typisch reformatorisch om nu te beseffen dat Hij van God verlaten werd, opdat wij door onze God en Vader in genade aangenomen zouden kunnen worden. "Verzoening door voldoening" heet dat. Renate, door het bloed van Christus mag ik als mens in het reine zijn met "Mijn God". En nu hoop ik zo dat u, taalvaardig als u bent, dat ook op papier wilt zetten. Want het gaat om een Boekenweek-geschenk !'
Er staan wat feitelijke onjuistheden in collega Weeginks bijdrage. 'Mijn God' zal het thema van de Boekenweek zijn en niet de titel van Dorresteins boekenweekgeschenk. Renate Dorrestein zal daarom ook niet over God en geloof schrijven, maar geheel los van het gekozen thema haar boekje schrijven over iets wat ze zelf mag kiezen. Maar afgezien hiervan zijn ds. Weeginks opmerkingen tot nog toe de enige die ik gelezen heb in de kerkelijke pers en zijn ze waardevol om de gedachtengang over dit voor ons aangelegen punt op gang te brengen.
2000 post Christum natum
We naderen met rasse schreden het magische jaartal 2000. In de Kroniek van Kerk en Theologie (april 1996) schrijft prof. dr. J. A. B. Jongeneel erover onder het opschrift 'Het jaar 2000 post Christum natum'. De laatste drie latijnse woorden betekenen: na Christus' geboorte. Prof. Jongeneel geeft aan dat in de Rooms-katholieke kerk de bezinning over het jaar 2000 al in volle gang is. Op 10 november 1994 heeft paus Johannes Paulus II de apostolische brief Tertio millennio adveniente (=Bij het aanbreken van het derde millennium) gepubliceerd. Hij nodigt in deze brief de geestelijkheid en de gelovigen uit om zich op de viering van het jubeljaar 2000 grondig voor te bereiden.
'Sinds 1300 kent de Rooms-katholieke kerk jubeljaren. Deze zijn steeds ook met eeuwwisselingen verbonden. De wisseling van eeuwen is immers een goede gelegenheid om stil te staan bij het voortschrijden van de aan de mensen door God geschonken tijd. Elke nieuwe eeuw laat Rome in de afgelopen eeuwen met een jaar van speciale genade beginnen. Extra veel pelgrims gaan in deze jaren naar Rome om de vier aartsbasilieken en de catacomben te bezoeken en om zo mogelijk ook het openen van de porta santa in de Sint Pieter bij te wonen. Terwijl in het verleden alle accent op een pelgrimstocht naar Rome gelegd werd, wordt nu de viering van het geboortefeest in het heilige land — en in plaatselijke gemeenten over de gehele wereld verspreid — bijna even sterk benadrukt als die te Rome. Een bedevaart van de paus naar Jeruzalem en Bethlehem in het jaar 2000 ligt zeker in het verschiet. Hij denkt niet aan vrijwillig terugtreden om nog voor het jaar 2000 plaats te maken voor een jongere paus.
Ter voorbereiding op het jaar 2000 zijn in de eerste plaats boetedoening en bezinning nodig. Hiervoor heeft de paus de jaren 1996 en 1997 bestemd. Op deze periode van spirituele voorbereiding op het grote feest volgt een periode van concentratie op de goddelijke drie-eenheid. Zo wordt het jaar 1997 door hem aangewezen als het Christusjaar, het jaar 1998 als het Heilige Geestjaar en het jaar 1999 als het Vaderjaar. Het jaar 2000 zelf is dan "jubeljaar" (vgl. Leviticus 25). Het feest van de vleeswording van het Woord 2000 jaar geleden zal via een Internationaal Eucharistisch Congres te Rome oecumenisch, maar vooral eucharistisch ingekleurd worden: "Het jaar 2000 zal een intens eucharistisch jaar zijn: de Heiland die 20 eeuwen geleden in de schoot van Maria mens werd, blijft zich als bron van goddelijk leven aan de mens-^ heid schenken".'
Hoe je over deze invulling ook moge denken, de aandacht voor Jezus Christus is terecht voor ieder die zich christen weet. Hoe zit dat in de kringen van het protestantisme? Daarover schrijft prof. Jongeneel:
'Op protestants erf is er nog lang niet zo grondig over het vieren van het jaar 2000 na Christus nagedacht als door Rome. Ik ken geen oecumenische bezinning op het jaar 2000 als jubeljaar of als ...jaar. De evangelische beweging zal zeker ook in het jaar 2000 wel haar marsen voor Jezus houden. Belangrijker dan deze marsen in het jaar 2000 zelf zijn evenwel de programma's die evangelische christenen tamelijk wereldwijd ontwikkeld hebben om in de aanloopperiode naar het jaar 2000 kerken te planten in alle megacity's ter wereld en zo mogelijk in alle kleinere steden en dorpen. Het jaar 2000 is dan geen sacramenteel eucharistisch jaar, maar een missionair eucharistisch jaar, dat is een jaar waarin de Heer van de oogst gedankt wordt voor de zegen, dat het evangelie in alle landen ter wereld gepredikt wordt en dat overal kerken ontstaan zijn. Met Rome hebben de evangelische christenen gemeen, dat zij niet alleen 'het jaar van onze Heer' 2000 uitbundig willen vieren, maar ook de koppeling van dit feest aan de missionaire taak van de kerk in de wereld beklemtonen en gestalte geven.
Persoonlijk wil ik hier een paar gedachten opperen voor een zinvolle viering van de 2000e geboortedag van Jezus Christus. Het zal in de eerste plaats zaak zijn om met joden de plaats van Jezus in de geschiedenis van het joodse volk te bepalen. Jezus Messias was een jood tot in het diepst van zijn gedachten. Daarom kan het jaar 2000 door de kerk niet buiten de ontmoeting met het joodse volk om gevierd worden. De kerken in ons land moeten de geboorte van Jezus in het jaar 2000 primair vieren als het geboortefeest van "de zoon van Abraham" (vgl. het evangelie naar Mattheüs).
In de tweede plaats is het van belang om tot uitdrukking te brengen dat Jezus ook "de zoon van Adam" is (vgl. het Lucasevangelie). In de afgelopen eeuwen hebben kerk en theologie Jezus vaak vertekend: niet alleen is hij afgeschilderd als ware hij geen jood, maar ook is hij, met name in allerlei kinderbijbels, afgebeeld als ware hij een blanke. Als zoon van Adam behoort Jezus niet alleen maar aan het blanke ras, maar aan de ganse mensheid toe. Hij staat aan de wieg van het slechten der muren tussen joden en niet-joden (blank en niet-blank). Daarom is het zaak om in 2000 de geboorte van Jezus vooral interraciaal te vieren. Nu wij in Nederland tientallen niet-westerse kerken hebben, zijn wij ook voor het eerst in onze kerkgeschiedenis in staat om een echt oecumenisch Kerstfeest — voor alle volken - te vieren.
De viering van Jezus' geboorte kan niet beperkt blijven tot de viering van zijn geboorte als zoon van David (in verbondenheid met het joodse volk) en als zoon van Adam (in verbondenheid met de gehele volkerenwereld), maar moet ook en vooral de viering van zijn menswording zijn (vgl. het Johannesevangelie). Jezus is ultiem de zoon van God. Hij is niet alleen met het joodse volk en met de ganse mensheid, maar ook met God verbonden. Voor jood en niet-jood is hij de ladder naar de hemel. Het jaar 2000 moet daarom niet een soort gedachtenisjaar van de "historische Jezus" (een uitvinding van de Verlichting) worden, maar een jaar waarin de christenheid haar verbond met God in Christus uitbundig viert en voor het komende millennium vernieuwt. Alleen als christenen in het jaar 2000 hun trouwbelofte vernieuwen en hun loyaliteit aan Jezus voor het derde millennium in woord en daad tot uitdrukking brengen, heeft het vieren van 2000 jaar menswording zin.
Aan vlagvertoon in het jaar 2000 heb ik geen behoefte. Om concreet te zijn: op marsen voor Jezus zit ik evenmin te wachten als op het pontificaal openen van de porta santa te Rome. Het op bedevaart gaan van de paus naar Bethlehem en Jeruzalem — samen met de secretaris-generaal van de Wereldraad van Kerken en patriarchen van de Oosterse orthodoxie — kan zinvol zijn. Het behoeft niet per definitie een spektakelstuk te zijn. Een pleidooi van kerken om met het oog op het jaar 2000 of in het jaar 2000 kwijtschelding, althans vermindering van derde wereldschulden te bewerkstelligen vind ik uiterst zinvol. Vrijlating behoort, bijbels gesproken, essentieel bij de viering van een jubeljaar. Het belangrijkste voor mij is evenwel de verbondsvernieuwing. Een uitbundige viering van Jezus' geboorte heeft weinig zin, als deze ons niet dichter bij God brengt.
Hopelijk worden wij als oecumenische christenen ons bewust van onze taak om het jaar 2000 zinvol te vieren. Dit kan niet geschieden zonder de nodige voorbereiding. Het feit dat wij in het Westen in een postkerkelijk geestesklimaat terechtgekomen zijn, is geen blokkade voor een inhoudsrijke viering van het jubeljaar 2000. Eerder is het een nieuwe kans. Ook buiten de kerk zijn er diverse mensen die tot in het diepste van hun gedachten en hun hart op Jezus Christus georiënteerd zijn. Voor hen moeten wij ook oog hebben. Immers er zijn christenen in de nietwesterse wereld die in het verborgene christen zijn, en er zijn ook christenen in de westerse wereld die in een kerk-vijandige omgeving leven en daardoor belemmerd worden. Moet er in de aanloop naar het jaar 2000 en in het jaar 2000 zelf daarom niet ook intensief gesproken worden over godsdienstvrijheid? De geboorte van Christus kan in het jaar 2000 lang niet overal ter wereld in het openbaar en in de kring van de gemeente uitbundig gevierd worden.'
Een CPNB kiest uit commerciële overwegingen voor het thema 'religie' en 'religiositeit'. De christelijke kerk mag zich in haar apostolaire activiteiten zeker laten bepalen door de '2000e verjaardag' van haar Heer en Hoofd. We hebben immers zoveel goeds van Hem door te geven? We raken soms mismoedig door cijfers van statistieken en die maken ook niet echt vrolijk. We mogen echter kerk van Christus zijn vanuit 'het einde'. Het 'eindresultaat' ligt vast in Hem Die belooft met ons te zijn tot de voleinding van de wereld. Hij geeft ons een voorschot in Zijn Geest. De oogst komt er aan. Samen met alle heiligen uit heel Gods wereld is het onze roeping op te komen voor de eer en de glorie van Jezus Christus. Intussen blijven we uitzien naar Zijn komst in heerlijkheid. Met de Geest samen zij het ons blijvend gebed: Heere Jezus, kom toch haastig!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's