De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Fakkeltocht van de generaties

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Fakkeltocht van de generaties

Troffel en zwaard

11 minuten leestijd

Sinds jaar en dag pleeg ik op Hemelvaartsdag de bondsdag van de hervormd gereformeerde jongeren bij te wonen. Na enkele jaren naar Den Haag te zijn uitgeweken is men gelukkig weer teruggekeerd naar de vertrouwde Doelen in Rotterdam, een gelegenheid die zich zeer goed leent voor gesproken woord, muzikale omlijsting en ontmoeting.
Niet alleen jongeren ontmoetten er de jaren door elkaar, maar de 'bondsdag' was ook een plek voor ontmoeting van (een aantal) ouderen en jongeren, of voor ouderen, vaak afgevaardigden, onderling. In de loop der jaren is echter het aantal ouderen, die de bondsdag bezoeken, naar mijn waarneming althans, minder geworden. De tijd is in ieder geval voorbij, dat er enkele lange rijen stoelen bezet werden door ouderen, die allerlei verbanden vertegenwoordigden. Ook het aantal predikanten, die de dag bezoeken, is geleidelijk afgenomen. Waarom eigenlijk? Is er verminderde belangstelling voor het jongerenwerk? Passen ouderen daar niet meer? Willen en moeten de jongeren een dagje onder elkaar zijn?

In ieder geval geeft de jongerendag gelegenheid om te ervaren waar jongeren vandaag gelegerd zijn. Afgezien van de 'traditionele' toespraken is er ook een creatieve en muzikale omlijsting van de dag, waarin een bepaalde cultuur, een trend tot uitdrukking komt, waaraan ook het kerkelijk jongerenwerk onderhevig is.

Er mag wel oprecht meeleven zijn met al diegenen, die vandaag zich inzetten voor de jongeren, en die in het brede geheel van jongerenactiviteiten in en buiten de kerk een eigen plaats zoeken voor het hervormd gereformeerde kerkelijke jongerenwerk. Het is een zegen als er in de kerk en in de gemeente mensen, ook predikanten zijn, die een bijzondere gave hebben om jonge mensen aan te spreken. Er mag ook wel gebed zijn, dat het jongerenwerk zich blijft bewegen binnen de banen van het gereformeerd belijden. Ook wat dit betreft is er concurrentie. Jongerendagen van evangelische snit trekken ook velen uit de gereformeerde, zeg ook de reformatorische hoek. Men mag zich afvragen waarin die aantrekkingskracht schuilt. Waarom neemt bijvoorbeeld de bundel 'Opwekking' zo'n hoge vlucht? Met het gevaar overigens, dat de psalmen naar achter gedrongen worden!

Een andere vraag is waarin de bekoring schuilt van liederen, die met kracht ten gehore worden gebracht, terwijl ze, alleen al omdat ze engelstalig zijn — maar niet alléén daarom — niet verstaanbaar zijn. Een korte weergave van de titel in het Nederlands zegt nog niet alles.

Om overigens geen misverstand te wekken: bepaalde muzikale momenten op de bondsdag waren zeer de moeite waard. Al was het alleen maar het joodse (Jiddische) ensemble, 'Klezmerband' Mazzeltof.

Traditiegetrouw is en blijft op de jongerendag vertegenwoordigd onze mannenbond. En zo geviel het, dat ds. J. van Wier van de mannenbond en ondergetekende elkaar flankeerden bij het aanhoren van de toespraken en de muzikale omlijsting en bij het waarnemen van de creatieve momenten, verzorgd door de jongeren. Ds. Van Wier zag 'ze' nog niet op de mannenvereniging zitten. Feit is, dat de sfeer van het jongerenwerk bepaald anders is dan die van het mannenwerk. Zo is het altijd geweest. Bovendien voltrekt zich het mannenwerk ook in een bepaalde leeftijdscategorie. Leeftijdsverschillen betekenen ook verschillen in leef-en belevingswereld. Als dan de brug maar geslagen wordt! Onze vrouwenbond heeft in het vrouwenwerk een zekere differentiatie aangebracht, door speciale activiteiten voor en onder jonge vrouwen te ontwikkelen. Dat maakt de overgang van jongerenwerk naar volwassenenwerk eenvoudiger.

Verbinding

Bij jongeren krijgt de daad bij het Woord vandaag sterke aandacht. Zo beeldden op de jongerendag de jongeren zelf binnen het thema 'Vrede in beweging' het bouwen van de muren van Jeruzalem ten tijde van Nehemia uit, waarbij het motto 'troffel en zwaard' centraal stond. Welnu, zijn er niet ook mannenverenigingen, die de naam 'Troffel 'en zwaard' dragen? En ligt niet hier de dwarsverbinding?

Hoewel deze woordcombinatie in de Schrift niet voorkomt, is de zaak waarom het gaat duidelijk. Nehemia kreeg van Godswege 'in zijn hart' (Neh. 2 : 12), dat hij de muren en de poorten van Jeruzalem moest herbouwen. Hij riep het volk tot de herbouw op — 'komt en laat ons Jeruzalems muur opbouwen...' — in de wetenschap, dat God van de hemel het hun zou doen gelukken. Maar de bouwers hanteerden behalve de troffel ook het zwaard: Die aan de muur bouwden, en die de last droegen, en die oplaadden, waren een ieder met zijn ene hand doende aan het werk, en de andere hield het wapen. En de bouwers hadden een ieder zijn zwaard aan zijn lenden gegord, en bouwden...' (Neh. 4 : 17, 18).

Jongeren uit Krimpen aan de IJssel brachten de herbouw van Jeruzalems muren in woord en beeld aansprekend tot uitdrukking. Jongeren van beide geslachten staken in bouwkleren de handen uit de mouwen. Op een bepaald moment passeerden twee categorieën gemeenteleden de bouwers. Enkele degelijke kerkgangers in het zondagse pak, die al die activiteit maar zó zó vonden. De zondagse kerkgang was zo ongeveer alles waar het in de gemeente voor hen kennelijk om draaide. En verder passeerde een groep onverschillige jongeren, die er kennelijk het nut niet van inzagen om ook maar énig kerkelijk werk te doen.

Opbouw

Ongetwijfeld werd op deze wijze goed getypeerd hoe het in de doorsnee gemeente toegaat. Er zijn mensen, die alleen consumeren. Ze volstaan met de zondagse kerkgang en men krijgt hen nooit voor kerkelijke activiteiten. Er zijn anderzijds de doeners, de handen-uit-de-mouwen-stekers, die niettemin ook trouw zijn onder het Woord. En er zijn de onverschilligen, die noch voor de kerkdienst, noch voor de kerkelijke activiteiten warm lopen. Nehemia weet echter van troffel èn zwaard. Er moet gebouwd worden en er moet verdedigd worden. Het is treffend, dat de profeet in het derde hoofdstuk van zijn boek een complete naamlijst geeft van alle bouwers aan de muren en de poorten van Jeruzalem, mannen en vrouwen beiden (Neh. 3 : 12). Van ene Baruch wordt zelfs vermeld dat hij 'zeer vurig' was (3 : 20).

Activiteiten binnen en vanuit de gemeente mogen dan ook niet bij voorbaat met activisme worden afgedaan. Wat zou de kerk, wat zou de gemeente de eeuwen door zijn geweest wanneer niet telkens weer mensen de handen uit de mouwen hadden gestoken inzake concrete kerkelijke arbeid? Letterlijk hebben mensen de handen uit de mouwen gestoken om kerken te bouwen of te herbouwen. Men ziet dat de laatste jaren in landen in Oost-Europa, waar kerken met hulp van vrijwilligers worden herbouwd.

Het Oude Testament weet ervan, dat mensen ook voor allerlei handwerk door de Heilige Geest met bijzondere gaven zijn begiftigd (vgl. Ex. 31 : 3). Maar ook voor geestelijke taken van de gemeente zijn mensen nodig: voor evangelisatiewerk, jeugdwerk, leiding aan zondagsschool en clubwerk, bezoekwerk, specifieke vormen van pastorale nabijheid, diaconaat (ook jeugddiaconaat), met alle daarvan afgeleide taken. Er zijn verder organisaties op allerlei terrein, direct of indirect verbonden met de kerk of met de gemeente, waarvoor mensen beschikbaar moeten zijn.

De kerk is nu eenmaal niet louter spiritueel of onzichtbaar maar heeft een concrete zichtbare gestalte. Dat vraagt concrete inzet van de leden der gemeente. Bidt en werkt. Een levende gemeente mag ook zichtbaar worden in concrete taken, die ter hand worden genomen. Gemeenteopbouw is geen zaak, waarvoor men beducht moet zijn. Ze gaat terug op bijbelse opdracht.

Het zwaard

De gemeente is echter ook niet allereerst doe-gemeente. De gemeente is allereerst horende gemeente. Ze hoort wat de Geest tot de gemeente zegt. Efeze 6 spreekt over het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord. Vóórdat Nehemia ging bouwen was hij in gebed: laat toch Uw oren opmerkende zijn en Uw ogen open zijn, om te horen naar het gebed van Uw knecht... Wij hebben het volkomen tegen U verdorven...'. En vóórdat hij tot bouwen opriep lag hij met Zijn oor aan de mond Gods. De vreze Gods, waarover Nehemia spreekt (1 : 11), wordt gewekt en gesterkt onder de prediking, als de gemeente het oor te luisteren legt bij de opening van de Schriften. Dat Woord wekt geloof en bekering. Dat Woord Gods hebben we nodig in de praktijk van alle dag, in de strijd der geesten, die altijd weer, in elke tijd anders, gaande is.

Geen troffel zonder zwaard, geen zwaard zonder troffel.

Een troffel zonder zwaard leidt tot geesteloos activisme. Een zwaard zonder troffel leidt tot valse gerustheid of gezapigheid. Door de tijden heen zijn er mensen geweest, die tot handelen waren geroepen in kerk en gemeente.

Door de eeuwen heen zijn er ook de mensen geweest, die niet direct met allerlei concrete taken waren belast en nochtans steunpilaren waren voor de gemeente. Ze onderzochten het Woord, hadden inzicht in het Woord, waren dienstbaar aan de prediking en het geestelijk leven doordat ze afdaalden in de schachten van het Woord en daar goud opdiepten.

Overdenken en handelen hebben beide hun plaats in de gemeente. Maar het Woord zal centraal staan. Gemeenteopbouw vindt plaats vanuit de verkondiging van het Woord. Dat is het centrum van waaruit gemeenteopbouw plaatsvindt maar waartoe het ook terugkeert. Bij alle concrete taken in de gemeente gaat het er in feite om, dat mensen worden bereikt of versterkt met het Evangelie van Gods genade in Christus, dat zowel het innerlijke leven raakt alsook de levenspraktijk, het leven naar Gods inzettingen en beloften.

Fakkel

In het algemeen zullen jongeren, die zich geestelijk betrokken weten bij de gemeente, meer vurigheid tonen als het gaat om het bouwen op allerlei terrein. Ds. J. van Oostende schreef recent in Alle den Volke, dat zich bij de G.Z.B, veelvuldig jongeren melden, die in zendingsdienst willen gaan. Jongeren heffen nogal eens de klacht aan, dat er zo weinig uitstraling is van de gemeente naar buiten, in de praktijk van alle dag. Mede daardoor voelen sommigen zich aangetrokken tot buitenkerkelijke gemeenschappen. De klacht is vaak niet ongegrond. Ouderen echter ervaren méér en méér, dat er geestelijke diepgang nodig is, wil een gemeente op de hoogte van het Woord blijven. Er zijn eigentijdse machten, ideologieën, stromingen, die de gemeente gemakkelijk op buitenbijbelse wegen brengen. Daarom is verdieping in het Woord nodig.

De fakkel van het Woord moet worden overgedragen op de volgende generatie. Daarom mogen ouderen wel betrokken zijn op het werk onder en van de jongeren in de gemeente. De gemeente staat in de fakkeloptocht van de generaties. Ouderen kunnen van de jongeren niet zeggen, dat ze hen niet nodig hebben. En jongeren kunnen dat van de ouderen niet zeggen. Het gaat om de fakkeltocht der generaties. Wat is een kerk, wat is een gemeente zonder jongeren? Daarom mogen ouderen wel van hun belangstelling blijk geven voor bezinning onder jongeren. Daarom mag er anderzijds ook wel zorg zijn over doorstroming van jongeren naar de verbanden, waar leden van de gertieente op andere wijze bezig zijn met gemeenteopbouw.

Zuinig

We mogen dankbaar zijn, dat en wannéér er nog jongeren zijn, die van harte meele­ven in en met de gemeente en zich binnen de gemeente ook voluit willen inzetten.Zeker, elke tijd kent haar eigen jeugdcultuur, waar ouderen weleens vragen bij kunnen hebben. Als er maar de wisselwerking blijft, zodat er sprake kan zijn van continuïteit in de opeenvolging der generaties.

                                                                 ***

In Kerk en Theologie schreef dr. A. A. Spijkerboer over een concrete Amsterdamse situatie:

'Tenslotte heb ik nog een vraag: waar zijn de jongeren, als die er tenminste zijn? Al weer een aantal jaren geleden heb ik in Amsterdam-West contact gehad met jongeren die het evangelie naar de moslims wilden brengen. Ze waren evangelical, dat laat zich raden en ze deden dingen die helemaal niet mogen (welke? , v. d. G.) of die althans buiten het gezichtsveld van de officiële organen van onze kerken vallen, maar ze waren met verve bezig, en daar waar het evangelie enthousiasme opwekt, plegen mijn bezwaren als sneeuw voor de zon weg te smelten. Ik weet niet of die groep nog bestaat, want zulke groepjes schieten als paddestoelen uit de grond en kurmen ook heel vlug weer wegsmelten, maar het zou me niet verbazen als er ook in Oud-West zulke groepjes waren. Ik denk altijd dat zij leven in de brouwerij kunnen brengen en dat de traditionele kerken hun een soort vastigheid kunnen geven waar ze zelf niet aan toekomen.'

Ik zeg het dr. Spijkerboer na. Laten we er bij zijn waar de jongeren zich bezinnen. Maar laten we dan ook samen waken voor dat 'soort vastigheid', dat met en in het gereformeerd belijden is gegeven. Hopelijk wordt zo ook in onze tijd een nieuwe generatie gevormd van mensen, die in het gereformeerd geloof geworteld zijn. Wat is dan gereformeerd geloof? Ik zeg het met een woord van wijlen ds. L. Vroegindewey: gereformeerd zijn is tot God bekeerd zijn. Zichtbaar in het concrete leven!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Fakkeltocht van de generaties

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's