Ik zal gedenken
Openingswoord Jaarvergadering Gereformeerde Bond
Het 90e jubileumjaar van de Gereformeerde Bond is zonder enige feestelijkheid voorbijgegaan. Toen wij 75 jaar bestonden, was er nog een plechtige herdenkingsdienst in de Domkerk van Utrecht, maar nu is er voor dit kroonjaar nauwelijks enige aandacht geweest. Wij menen niet, dat dit een teken aan de wand is. Veeleer is het een teken van strijd. Een soldaat kan temidden van de oorlog zijn tijd wel beter besteden dan aan feestvieren. De Gereformeerde Bond moet zijn weg nog steeds bewandelen temidden van de doornheg van de Nederlandse Hervormde Kerk. Links en rechts zijn er gevaren, men moet overal uitkijken. Daarom ditmaal geen feestvieren, maar wel gedenken. Dat mag het onderwerp van deze openingsrede zijn.
Wij willen een paar opmerkingen maken over 'gedenken' in godsdienstige zin. De algemeen secretaris zal spreken over 'gedenken' in historisch-actuele zin. Welnu, in psalm 77 meent Asaf, dat hij zijn God verloren heeft. Hij gevoelt zich van Hem verstoten. In de benauwdheid van zijn ziel schijnt het hem toe, dat God vergeten heeft genadig te zijn. Hij kan ook niet meer op 's Heeren toezeggingen of beloften staat maken. Zo ligt hij ongetroost op zijn bed te waken en te peinzen over de geestelijke verlatenheid, waaraan hij is overgeleverd.
Er zijn nu eenmaal van die tijden, waarin de herinnering aan vroegere ondersteuning van God de ervaring van het tegenwoordige leed niet vermindert, maar vermeerdert. Dan komen er angstaanjagende gedachten, slapeloze nachten, er komt onrust, ja vertwijfeling. Wij worden heen en weer geworpen. Wij zuchten en steunen. Wij houden de adem in. Wij kunnen niet helder denken. Ja, de nevels, waarin wij verkeren, ontwikkelen zich tot aanvechtingen. Willen wij verleden en heden met elkaar vergelijken, dan sluipt daar de twijfel aan. Wij kunnen Gods doen niet begrijpen en winden ons op over het bestuur van onze God. Zo ongeveer gaat het in onze kerk momenteel toe. Het is onder ons niet stil, maar druk. De ene blauwdruk verschijnt na de andere. Het ene voorstel verdringt het andere om een geestelijk dode tijd leven in te blazen. Het management in onze tijd viert hoogtij. En toch komt het ons alles voor als een projectontwikkeling, waaraan werkelijkheid en leven vreemd is. Wij gevoelen allemaal dat er met onze kerk iets mis is. Het ontbreekt aan fris leven, aan geestelijke bezieling. En nu doen wij alles om vooral de indruk maar te wekken, dat wij zo vol enthousiasme en geestdrift zijn. Maar prik je er door - dan is er alleen holheid en wind. Je mag het geestelijke verlatenheid noemen. Een geestig schrijver heeft onze situatie eens vergeleken met een indrukwekkend beeld. Hij zegt: Onze tijd gelijkt op een tramlijn. Er zijn overal halten. Er staan overal mensen te wachten, maar er is geen dienstregeling.
Wirwar voor en na; gedraaf, gevlieg, gejammer en getwist - maar geen alom bezielend levensidee.
Wat is het nu, dat Asaf zijn God doet wedervinden? Asaf zegt het nu zelf: het is 't zich verdiepen in het verleden, waarin van die verborgen God toch zoveel goeds ontvangen werd. Ik zal de daden des Heeren gedenken, ja, ik zal gedenken uw wonderen van oudsher. Ik zal gedenken - dat is het geheim om in de dag van benauwdheid lucht en in de dag van donkerheid weer licht te krijgen. Gedenken - dat is: zich herinneren een persoon of een zaak, en dienovereenkomstig gevolgtrekkingen te maken. Terugkeren in de geest naar het verleden. Wat ons betreft mag het zijn de geschiedenis ter hand te nemen van onze kerk, van ons eigen leven, van onze eigen gemeente. Daar ligt zoveel in opgeslagen, waardoor wij in staat zijn het verleden vast te leggen en op te roepen. In de historie wordt alles bewaard, al schijnt het ons soms dat het in de vergetelheid is weggezonken.
Juist in de geschiedenis staat veel onheiligs en zondigs. Maar daarin is ook bewaard de herinnering aan talloze rijke geestelijke ervaringen, aan verrassende uitkomsten, aan beschamende gebedsverhoringen, aan veel ondubbelzinnige blijken van Gods goedertierenheid. Er staan wonderbaarlijke leidingen in. Rijpe persoonlijkheden worden erin getekend, die een voorbeeld voor ons kunnen zijn. Wij moeten niet menen dat onze tijd het toppunt van alle ellende is; er zijn nog veel meer kwade momenten geweest, waarin de kerk haast al tot niet scheen te zijn gekomen.
Alleen - hebben wij niet een geweldige fout gemaakt? In een tijd van Godsontlediging en verlatenheid werpen wij ons met een woedende energie op het streven om de kerk op te pompen. Wij hollen het nieuwste en allernieuwste na. De moderne gedachte aangaande het christendom doet van alles en nog wat om maar vooral bij de tijd te zijn. Progressiviteit, aangepastheid. Het kan niet modern genoeg zijn. Van het oude apostolische christendom hoor je niet zoveel meer. Neen, oecumene, fusie, vereniging dat zou alleen redding brengen. Moet het werkelijk altijd door bij dezelfde boodschap van zonde en genade blijven, bij het plaatsvervangende offer van Christus, bij zijn 'lijden' en sterven? Zijn er niet heel andere geestelijke niveaus, systemen, inzichten en methoden? Moet het aldoor blijven bij de oude leer? Het oude kruis?
Laten wij ons door dat alles niet in de war laten brengen. De apostel Johannes zegt in één van zijn brieven: Een iegelijk die overtreedt en niet blijft in de leer van Christus, die heeft God niet; die in de leer van Christus blijft, deze heeft beide de Vader en de Zoon. Dat betekent heel eenvoudig dit: wie dieper ingeleid is, of wie nieuwigheden aanbrengt, is op het verkeerde spoor. Johannes heeft de dwaalleraars op het oog, die zichzelf verlicht waanden en als zodanig geestelijk progressief zich achtten. Het blijven in de apostolische leer mag ouderwets schijnen, een puur volharden bij het oude, een angstig vastklampen aan de traditie - maar desondanks geldt toch: wie in de leer van Christus blijft, die heeft beiden de Vader en de Zoon.
Wij zeiden het al: Wij hebben redding gezocht in de toekomst. In het ontwerpen van tal van toekomstplannen voor en na om de Godsverduistering te ontgaan. Maar niet in de toekomst zit de redding - in het verleden. Juist in een tijd van geestelijke ontbering moet de historie tevoorschijn worden gebracht, moet ze nagespeurd, overwogen en betracht worden. Juist in onze huidige verlegenheid moet worden gezien dat God zo goed voor ons was en dat Hij nog steeds dezelfde is in ontferming. Niet in tomeloze veranderzucht is heil, niet in mateloos management, niet in bodemloze theologische concepties. Het gaat niet om een opvaart in wazige wolken, maar om een gehoorzame terugkeer naar de daden des Heeren.
Wij moeten het rijke verleden doorwandelen bij het licht van de indachtig makende Geest. Dan zullen wij overal de sporen van Gods voetstappen zien liggen. De wegen van de kerk zijn van oudsher reeds aangewezen. Het gaat er om die wegen met nieuwe trouw en nauwgezetheid zuiver te gaan. Er wordt van de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden wordt. Mij dunkt, het is de levensvraag voor onze kerk of ze trouw zal zijn, of ze het waagt met datgene wat haar is gegeven. Het heeft geen belofte naar buitengewone effecten te jagen, maar wel om in het gewone trouw te zijn en op het Woord des Heeren het net uit te werpen. Wij hebben nu jarenlang al riaar de toekomst gestaard. Daar zou het dan vandaan komen! Neen, wij menen dat wij op een heilige manier ouderwets moeten zijn. Goed, de leer van Christus kan tot een dorre droge vorm worden. Maar dat wordt ze alleen, wanneer men in haar niet meer de levende stem van Christus hoort. Tot slot - niet dus hoger vliegen, verder streven - maar gedenken! Blijven bij het oude Woord!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's