Irene van Lippe-Biesterfeld: dialoog met de natuur (1)
In oktober vorig jaar verscheen een boek van de hand van prinses Irene, getiteld 'Dialoog met de natuur'. In enkele maanden tijds beleefde het verschillende herdrukken. Ik denk niet dat dat is omdat Irene lid is van de koninklijke familie. Het gaat om de inhoud van het boek. Irene praat met de bomen, de bloemen en de dieren, schreef de pers. En het is waar. Irene droeg haar boek onder andere op aan 'de natuurwezens, de dolfijnen, aan mijn kinderen en andere lieven'. De natuurwezens en de dolfijnen worden daarbij eerder genoemd dan haar kinderen en geliefden, terwijl haar kinderen haar toch zeer lief zijn. Irene heeft een grote liefde voor de natuur en voor alles wat groeit en bloeit. Laten we eens naar de inhoud van haar boek zien.
Herinneringen
Irene begint met haar eerste levenservaringen, ver weg van Holland, in een land van glooiend groen en ruimte en rust (Canada), terwijl in Europa de oorlog wordt. Haar naam, Irene (=vrede), had ze gekregen in de hoop dat de oorlog niet zou uitbreken, maar die hoop bleek ijdel. Ze herinnert zich de enorme spanning waarmee de grote mensen naar de radio luisterden. Het maakte op haar de indruk dat er iets heel ergs aan de hand was in het land waar zij hoorden.
Al jong is ze onder de indruk van de geweldige rijkdom van de natuur. Het beeld van stralende witte bloesem, omhuld door groene bladeren, tegen een strakblauwe lucht, grijpt haar als vijfjarig meisje zo aan, dat het nog steeds op haar netvlies gegrift staat.
Dan komt, na de oorlog, Soestdijk: statige rode beuken, reuze-rododendrons, konijnen, en een bos om heerlijk in te dwalen. En het grote huis met zoveel ruimte, waarin ze zich heerlijk kan terugtrekken om weg te dromen en zichzelf te zijn.
Als dertienjarige prinses verricht ze haar eerste officiële daad: de eerste-steenlegging van de Austin Friars kerk in Londen. Vele ogen zijn op haar gericht. Zij ziet alleen de grote boom, die voor haar gevoel de enige is, die ziet wie ze is, en ze hoort de boom zeggen: 'Kom onder mij zitten, je mag spelen, er zijn hier kameraadjes voor je, die ook van spelen houden'. De grote mensen horen dat niet en weten niet dat de troost die het kerkgebouw moet bieden, al bij de boom te vinden is. Vanaf dat moment heeft ze een wezenlijk contact met bomen.
Zware tijd
Een heel aantal jaren later: Een zware tijd breekt voor haar aan door een mislukt huwelijk. De scheiding is rauw en bitter, de kinderen zijn ontredderd, verdriet en onbegrip is er om haar heen.
In Madrid geeft ze zich aan het werk van migrantenvrouwen, die leven in moeilijke omstandigheden. Ze is allergisch voor onrechtvaardigheid.
Terug in Nederland zet ze soortgelijk werk in Utrecht voort. Pijn en woede heeft ze te verwerken, ze huilt wat af, met andere vrouwen. Ook kan ze uren naar de sterren turen en vurig wensen met dat warme 'iets' in die immens ruimte in contact te zijn.
Geestenwereld
Wat later vindt ze contact met geesten uit de onzichtbare wereld. Bij hen vindt ze begrip en troost: het zijn wezens die met haar meeleven.
Nog later neemt ze van een Amerikaanse vrouw, die meer ziet in de mens dan wat voor het oog zichtbaar is, de reïncarnatiegedachte over. Ze komt er achter dat ze al vele levens in vorige levens heeft geleefd. Ze gelooft dat ieder zelf zijn geboorte bepaalt, uit welke ouders, in welke cultuur en omstandigheden, enz., om te leren wat in een vorig leven niet lukte of wat men niet afmaakte. Zo kom je, door vele levens heen, langzamerhand verder.
Ze ervaart ook in iedere vorm van leven de aanwezigheid van wat we 'goddelijk' zijn gaan noemen, maar wat zij liever 'licht' noemt. Al het licht samen op aarde is, denkt ze, een deeltje van de oerbron, dat de generator van het licht is.
Ze ontdekt ook dat gerichte aandacht voor een steen, een bloem, of voor welke levensvorm ook, de steen of de bloem of de levensvorm een sterkere levensenergie geeft. Dat is het onzichtbare, wezenlijke, in de natuur. Wij zijn echter zo gegrepen door het materiële dat we niet meer verbonden zijn met het wezen van de natuur, met elkaar als mens, met eikaars culturen, met moeder Aarde, met de geestenwereld, enz.
Natuur
De grote doorbraak voor haar komt tijdens een vakantie in Zwitserland: de weiden boordevol bloemen, de stilte van de donkergroene bossen, de machtige bergen. Luisteren, ademen, voelen, diep de blauwe lucht in je opnemen, de sparren, de vogels! Van alles gaan vibraties (trillingen) uit, waarvoor je je moet openstellen en waarnaar je moet luisteren.
Helaas slokt het dagelijkse leven ons zo op, dat we als het ware in twee verschillende werelden leven, in die van de mensen en in die van de natuur. We kennen 'elkaar' niet meer. We moeten leren om ons hart weer te openen voor de onvoorwaardelijke liefde van de natuur, dan zullen we horen dat de natuur praat, niet in woorden, maar met je gevoel.
Praten met de bomen
Zo komt ze ertoe om met de bomen te praten. 'Ik loop naar mijn vriendin, de oude lariks. Even hallo zeggen en kijken hoe het haar gaat'. Ze stelt haar een vraag en de lariks geeft antwoord.
Ze praat ook met de zon, op de snelweg in België, als ze 180 km rijdt en zo moe is. Ze hoort de zon zeggen: 'Rust maar uit' en ze krijgt achter het stuur van haar auto een geweldige rust. 'Ik wil nooit meer alleen zijn, zon, nooit meer, ik heb zo'n vreselijke pijn gehad, ik wil dit niet meer.' Vanuit een zonnestraal komt het antwoord: 'Dat hoeft ook niet, dat hoeft ook niet'. Diep gelukkig en blij komt ze thuis. 'Wat kunnen we elkaar toch veel geven', schrijft ze, 'tenminste, de zon geeft aan mij; Wat geef ik? Vertrouwen, liefde, dankbaarheid, ik bied mijn persoon open aan'. Ook met de rode beuk, de libelle en de spin heeft ze contact. Door al je aandacht erop te concentreren, gaat die boom of dat diertje veel sterker stralen. En dat maakt haar zo blij. 'Soms voel ik me een zusje van de aarde en al wat erop groeit. Het is zo anders, nu ik dichter bij jullie ben, lieve bomen, lieve bloemen, wolken, zon, broeder wind en zuster water.'
Milieu
Irene schaamt zich voor wat mensen de natuur hebben aangedaan. Zelf heeft ze daar een loodzwaar schuldgevoel over, want ze is deel van de mensheid. Op een nazomeravond gaat ze voor een zachtwitte, volle roos staan, vraagt haar om vergeving en laat daarbij haar tranen de vrije loop. De roos straalt haar tegemoet, ze voelt: we zijn één. En zo gaat het ook met de acacia, de berk, een roze roos, een appelboom. ..
Angsten
Helemaal los van haar verleden is ze echter niet. Op bezoek bij een vriendin in de Verenigde Staten heeft ze een angstige waakdroom: een reusachtige reuzespin strekt zijn grijparmen naar haar uit. Herin neringen komen boven, van mensen waar ze kwaad op is, momenten van razende jaloezie, onuitgewerkte angsten, woede en gekrenktheid. Dat alles betreft zowel haar eigen persoonlijk verleden als het onrecht in de wereld. Langzaam, heel langzaam komt ze tot zichzelf.
Dolfijnen
Ze heeft ook contact met de dolfijnen. In de Stille Oceaan zwemt ze met ze. Dolfijnen zijn 'wezens, die verbinding leggen tussen hemel en aarde'. Ze speelt met ze en praat met ze: 'Ik heb me in de steek gelaten gevoeld bij huwelijk en scheiding, ik ben steeds weer opnieuw begonnen, ik was zo heel veel alleen; hoe moet ik vertrouwen als mensen mij in de steek laten? ', vraagt ze. De dolfijnen antwoorden: 'Schud het van je af of accepteer het'. Als je met volle aandacht luistert en voelt is er heel veel dat zij je kunnen en willen geven, zegt Irene.
Waar is God?
Waar is in dit alles het geloof in God? Irene zegt: '"God" is door de mensen teruggesnoeid tot mensenmaat en omgeven door regels en wetten en uitleg, waarbij de mens zondig en klein is, gebonden aan de nooit meer uit te poetsen alomvattende erfzonde'. Gelukkig is er meer. Je kunt het mooie terugvinden zonder Bijbel en zonder God. Het gaat niet om God, die de zonnestraaltjes maakte, maar om de zon zelf. Daar maakt ze deel van uit. Ze is een deel van de zon zelf.
Onze verantwoordelijkheid
Irene stelt zichzelf de vraag: Waar is onze menselijke verantwoordelijkheid? Hoe kun je positief bijdragen aan deze wereld en de kosmos? Door hard te werken, artikelen te schrijven, protestmarsen te houden, mee te vechten? Of kan het ook door gewoon blij te zijn met al het goede en mooie en tere? Dat laatste geeft immers aan de natuur en alle levensvormen een geweldige voeding en energie? Haar antwoord is: het is maar waar je mee bezig wilt zijn. Alles is nodig, niets is fout. Het gaat er niet zozeer om wat je doet, alswel hóe je het doet en vanuit welke emotionele achtergrond.
Onze tijd
Irene ziet de laatste dertig jaar veel jonge mensen, die hetzelfde inzicht hebben als zij, zonder dat zij de lange weg moeten afleggen die zij en haar generatie moesten gaan om open te staan voor alles in de natuur en in de kosmos. Mensen komen steeds meer in contact met fijnere energieën in zichzelf en om zich heen, met engelen en onzichtbare wezens. We groeien, zegt ze, in onze tijd, naar een spirituele verbondenheid met het hogere bewustzijn en met de liefdevolle wezens om ons heen in de kosmos en op en in de aarde. En dat brengt ons mensen in contact met het wezen van alles: onvoorwaardelijke, grenzeloze liefde, waar goed en kwaad niet van toepassing is, eenvoudigweg omdat de liefde er is.
Of dat allemaal waar is? Volgende keer moeten we daar eens wat nader naar zien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's