De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

4 minuten leestijd

VEENENDAAL (2)

Predikanten zijn al ruim vier eeuwen lang naar hervormd Veenendaal gekomen, weer vertrokken of overleden tijdens hun ambtsbediening.

Sommige van hen stonden heel lang in Veenendaal: Ds. J. Brinkhuys (1652-1693) maar liefst 41 jaar, het was zijn eerste en enige gemeente; Ds. D. van Leeuwen (1762-1804) zelfs 42 jaar; derde in de reeks is met 31 jaar tot dusver Ds. A. Vroegindeweij (1947-1978) geweest.

Sommige werden later professor, mannen van naam: Dr. Philppus Jacobus Hoedemaker (1868-1873) van 1880-1887 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en Dr. Cornells Graafland (1963-1968) van 1972-1993 vanwege de Gereformeerde Bond aan de Rijksuniversiteit te Utrecht.

Onder hen bevonden zich merkwaardige heden.

Ds. Rogge voerde een naamsverbetering door, toen hij zich in het Latijn Theodorus Siligineus (= fijne tarwe!) liet noemen. Op de Utrechtse synode van 1606 klaagde hij erover, dat de zondagen werden ontheiligd door markten en geopende herbergen, maar zelf werd hij daar berispt vanwege een onstichtelijk leven.

Ds. H. J. Keyenberg, een gewezen monnik, werd in 1700 uit zijn ambt ontzet, omdat hij na het overlijden van zijn vrouw een kind verwekt had bij zijn schoonzuster, hetgeen toen als 'bloedschande' gold.

De reeds genoemde Ds. Van Leeuwen was in de Franse tijd patriot te midden van een Oranjegezinde kerkeraad.

Ds. D. R M. Huet (1870-1871), die van 1857-1867 predikant in Zuid-Afrika was geweest, werd in Veenendaal beroepen toen hij in dienst stond van de Confessionele Vereniging. Hij hield na zijn korte Veense ambtsperiode opwekkingssamenkomsten in het land, bestreed de calvinistische verkiezingsleer en raakte een tijd lang in de greep van het Spiritisme.

Onder hen bevonden en bevinden zich gedreven lieden.

Ds. Hoedemaker attendeerde in een boekje De Fabriekarbeiders te Veenendaal (1875) op de kinderarbeid van 'de jeugdige fabrieksbevolking... die mijn deernis opwekte'.

Hij en Ds. L C. de Vijver (1855-1861) voor hem en Ds. Vroegindeweij na hem beijverden zich voor een Tehuis voor Ouden van Dagen.

Ds. H. Doornveld (1901-1908), Ds. Vroegindeweij en nu nog Ds. Talsma( 1978-) zetten zich in voor het christelijk onderwijs.

Van de Veense predikanten was Ds. Huet met zijn bundel Afrikaansche Gedichten uit 1867 en zijn vertaling van Bunyans Geestelijke Zinnebeelden uit 1870 de enige dichter, al verschenen er ruim een eeuw later ook wel rijmproeven van Ds. C. A. v. d. Sluijs.

Wie vanuit het heden terugblikt, ziet dat wat het kerkelijk leven betreft, er eigenlijk niets nieuws onder de zon is geweest. Steeds stond de gemeente een middenkoers voor ogen en werd er een zekere pluriformiteit gedoogd.

Terwijl in het Sticht tussen 1610 en 1620 de remonstranten op vele plaatsen de boventoon voerden en de invoering van een gezangbundel Hymni ofte Loff-Sangen beoogden, was de Veense gemeente onder Ds. G. Helmichius (1610-1636) gematigd contra-remonstrants.

Al in 1718 werden er naast de kerkdiensten van de heus niet onrechtzinnige predikanten in Veenendaal en Renswoude bijeenkomsten, gehouden, waarin een predikant van verre die zich meer rechtzinnig achtte voorging. Deze 'conventiculen' verdeelden de gemeenteleden meer dan dat zij hen samenbonden.

Ds. H. Gann Dun (1833-1843) liet tijdens de kerkdienst het verplichte gezang zingen uit de bundel Evangelische Gezangen van 1805. Wie te ver afweek in leer en leven, stelde zich echter buiten de gemeente en vond er weinig aanhang, zoals 'zwarte Jannetje Hootsen', die zich, nadat zij in 1878 op 18-jarige leeftijd belijdenis had gedaan bij Ds. H. K. Bervoets (1876-1881), schoonzoon van de Réveilman en christen geworden jood Dr. Abraham Capadose, als de bruid van Christus ging beschouwen en een eigen sekte stichtte.

In de landelijke organen heeft hervormd Veenendaal zich niet onbetuigd gelaten. Ds. Jongebreur (1904-1930) was medeoprichter en bestuurshd van de Gereformeerde Zendingsbond in 1901 en van de Gereformeerde Bond in 1906. Een herdenkingssamenkomst ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van laatstgenoemde bond werd op woensdagavond 15 april 1931 in de Julianakerk gehouden en uitgezonden door de NCRV.

Dr. J. Hoek (1979-1995) was jarenlang lid van het Moderamen der Hervormde Synode.

Soms was de kerk middelpuntzoekend, een letterlijk toevluchtsoord, zoals het kerkgebouw op de markt tijdens de watersnood van 1855. Soms was en is zij middelpuntvliedend: na de uitzending van Van de Loosdrecht als eerste zendeling voor de GZB in 1913 volgden er nog vele andere.

Al waren en zijn er in hervormd Veenendaal maar weinig torenspitsen, al waren en zijn er in de gemeente soms flitsen van onenigheid, de eeuwen heeft een trouw kerkvolk zich geschaard onder en rondom predikanten, al of niet van de markt, maar wel allen verbi divini minister, wier linkerhand op het Woord op de kansel lag en wier rechterhand naar de hemel wees.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's