Torenspitsen-Gemeenteflitsen
NUNSPEET
Nunspeet is eeuwenlang een klein en moeilijk te bereiken heidedorp geweest op de Noord-Veluwe. Al die tijd was het ook geen zelfstandige burgerlijke gemeente, maar ressorteerde het onder het hemelsbreed vijftien kilometer verderop gelegen Ermelo. Pas in 1972 werd Nunspeet, dat met Hulshorst, Elspeet en Vierhouten thans ruim 26.000 inwoners telt, een zelfstandige gemeente. Wat de Ned. Herv. Kerk betreft hebben Nunspeet en Hulshorst altijd één gemeente gevormd, net als Elspeet en Vierhouten. Wat de' betekenis van de naam betreft, denkt men bij Nunspeet wel aan nieuwe ontginning en bij Elspeet aan oude ontginning, maar of deze verklaring juist is, staat niet vast.
Van het dorp Nunspeet heeft eeuwenlang gegolden wat Paulus schrijft van de gemeente in Corinthe: niet vele wijzen, niet vele machtigen, niet vele edelen. Maar ook in dit afgelegen dorp heeft de Heere Zijn gemeente willen stichten en bewaren. Aan het eeuwenlange isolement van Nunspeet aan de rand van het 'wild en bijster' land van de Veluwe kwam een eind in de vorige eeuw, toen de Zuiderzeestraatweg en de spoorlijn werden aangelegd. Ook begon men toen met de ontginning van de heidevelden en de stuifzanden. Daaraan danken we de prachtige bossen, waardoor Nunspeet steeds meer in de belangstelling kwam te staan bij hen die zich van elders hier kwamen vestigen. In onze tijd is Nunspeet door de grote afwisseling van natuurschoon één van de bekendste en drukst bezochte vakantieplaatsen op de Veluwe. Verder heeft ons dorp ook meegedaan aan de naoorlogse ontwikkeling op economisch gebied waardoor grote nieuwbouwwijken ontstonden rondom de oude kern. In Hulshorst en ten noorden van de Zuiderzeestraatweg bleef echter het daar vanouds aanwezige agrarische karakter grotendeels bewaard. In de laatste decennia had Nunspeet ook een legerplaats (de Winkelmankazeme), die evenwel door de inkrimping van de krijgsmacht weldra tot het verleden zal behoren.
Uiteraard is dit alles van invloed geweest op de maatschappelijke en kerkelijke ontwikkeling van ons dorp. Toch bleef het oude Veluwse stempel ook duidelijk zichtbaar. Over het algemeen is men hier erg gehecht aan de geboortestreek. De Veluwenaar heeft altijd een behoudende instelling gehad en zijn karakter wordt gekenmerkt door een zekere geslotenheid als het gaat om geestelijke zaken. Men moet de Veluwenaar kennen om te weten wat hij met zijn weinige woorden ten diepste bedoelt te zeggen. Hij is bedachtzaam van aard maar heeft tegelijk wel grote aandacht voor wat om hem heen gebeurt.
Het kerkelijke leven drukt hier zoals in de meeste plaatsen op de Noordwest-Veluwe nog een duidelijk stempel op de samenleving. Dat betekent evenwel geenszins dat secularisatie, ontkerstening en kerkverlating voor onze poorten halt hebben gehouden. De moderne tijdgeest doet zich ook hier terdege gelden en de vragen hoe men de mensen en vooral de jongeren bij de kerk kan houden, zijn bij ons niet minder actueel dan elders.
Tot aan de doleantie behoorde vrijwel iedereen tot de Ned. Herv. Kerk. De afscheiding van 1834 kreeg hier geen voet aan de grond. Sinds het laatste kwart van de vorige eeuw zijn echter ook in Nunspeet allerlei kerken en godsdienstige groeperingen ontstaan. De hervormde gemeente is evenwel nog steeds niet alleen de grootste, maar ook groter dan de andere protestantse kerken samen en telt momenteel ruim 8.600 zielen.
Wat de plaatselijke kerkgeschiedenis betreft verwijzen we graag naar het in 1940 verschenen voortreffelijke boekje daarover van H. van Heerde, waarvan in 1983 nog een bijgewerkte 2e druk verscheen. In de geschiedenis van de Ned. Herv. Kerk heeft Nunspeet nog een niet onbelangrijke rol gespeeld tijdens de tweede wereldoorlog. In die jaren vergaderde alhier de Commissie voor beginselen van Kerkorde. Deze commissie stond onder voorzitterschap van de bekende jurist Paul Scholten, die vanwege zijn houding tegenover de bezetter naar Nunspeet was verbannen. Daarop besloot men hier te vergaderen waar de commissie de zogeheten Werkorde opstelde, ook wel de 'Kerkorde van Nunspeet' genoemd, die de basis vormde voor de Nieuwe Kerkorde die in 1951 in onze kerk werd ingevoerd.
Ook in Nunspeet is de torenspits van de Hervormde Dorpskerk eeuwenlang een vanuit de verte zichtbaar oriëntatiepunt geweest en heeft de oude dorpskerk het silhouet van het dorp heel lang bepaald. De toren die in de 12e eeuw moet zijn gebouwd, is thans het enige monument dat de eeuwen heeft getrotseerd, zij het niet ongeschonden. In 1855 werd namelijk het dorp geteisterd door een grote brand die vrijwel het gehele centrum in de as legde, ook de oude dorpskerk. Na de herbouw van de kerk werd de toren niet meer zo hoog als tevoren. In 1858 werd de herbouwde kerk weer in gebruik genomen met een prediking over 1 Petrus 2 : 6, welke tekst in 1970 ook kwam te staan op de eerste steen van de Sionskerk in Nunspeet-Oost.
De hervormde gemeente heeft thans vier kerkgebouwen. De al genoemde Dorpskerk werd in 1960 nog uitgebreid en heeft nu 1000 zitplaatsen en een prachtig Van Dam-orgel uit 1872. In 1971 werd de Sionskerk in gebruik genomen met 550 zitplaatsen. Als bijzonderheid mag nog worden vermeld dat deze kerk een in 1876 door de beroemde Franse orgelbouwer Cavaillé-Coll gebouwd orgel bezit, dat indertijd vanuit België kon worden aangekocht.
In 1978 werd in Nunspeet-West de Opstandingskerk geopend, die 500 zitplaatsen telt en een orgel kreeg dat gebouwd werd door Hendriksen en Reitsma. Deze kerk verving een houten wijkgebouw, dat bijna twintig jaar had dienst gedaan. In Hulshorst werd reeds in 1950 een nieuwe kerk in gebruik genomen, de Kapel geheten, met 375 zitplaatsen en een Sanders-orgel, gebouwd in 1953.
Zo kan de gemeente op vier plaatsen tweemaal 's zondags opgaan onder de bediening van Woord en Sacrament. Hoewel we zeer dankbaar mogen zijn voor de relatief nog goede kerkgang, blijft de vermaning uit Hebreeën 10 : 35 ook onder ons nodig: laat ons de onderlinge bijeenkomsten niet nalaten gelijk sommigen de gewoonte hebben.
Drie kerkgebouwen hebben alle aangebouwde ruimten voor jeugd-en ander gemeentewerk. Bij de Dorpskerk werd in 1955 een verenigingsgebouw gesticht, de Wheme, dat ook huisvesting biedt aan het Kerkelijk Bureau en een moderne studio voor uitzendingen via de kerktelefoon en de Lokale Radio Nunspeet.
Ons nieuwste kerkelijk centrum is De Rank in de nieuwe wijk Nunspeet-Noord, dat in 1995 in gebruik werd genomen. Tenslotte heeft onze gemeente al vele jaren een eigen kerkblad. Hervormd Nunspeet, dat om de veertien dagen verschijnt.
Tot aan het einde van de tweede wereldoorlog had onze gemeente één predikant. De lijst van predikanten vermeldt als eerste ds. Wilhelmi (1592). De laatste predikant, die de gemeente alleen diende, was ds. Beerekamp, die hier bijna 25 jaar heeft gestaan (1928-1953). In 1946 kwam er een tweede predikant bij. In 1965 werden twee predikantsplaatsen gesticht en in 1993 kwamen er nogmaals twee bij, zodat in onze gemeente thans zes predikanten fulltime werkzaam zijn. Ds. Geuze, die onlangs werd bevestigd, is de vijftigste predikant, die de hervormde gemeente te Nunspeet sinds de kerkhervorming dient.
In de afgelopen dertig jaar groeide ook het aantal ambtsdragers sterk, van 36 in twee wijkkerkenraden naar ruim 100 in zes wijkkerkenraden. Sinds een half jaar kennen we in Nunspeet ook ouderlingen-kerkvoogd waardoor de reeds goede samenwerking tussen kerkenraad en kerkvoogdij nog een extra stimulans kreeg. Verder werkt in onze gemeente ook een groot aantal vrijwillig(st)ers in de verschillende sectoren van het kerkenwerk mee, met name ook in het werk onder de jongeren.
Er zijn in de gemeente ook heel wat verenigingen actief, terwijl ook het kringwerk goed op gang is gekomen. Ook worden zending en evangelisatie beslist niet vergeten. Momenteel zijn vanuit onze gemeente een medisch zendelinge werkzaam in Nepal en een diaconaal zendelinge in Jeruzalem. Verder bestaan er goede contacten met kerken in Oost-Europa.
Dat tot tweemaal toe het aantal predikantsplaatsen met twee tegelijk kon worden uitgebreid, heeft een bijzondere reden. Behalve dat dit een teken mag zijn van het hartelijke meeleven van de gemeente is vooral ook het volgende kenmerkend voor ons gemeente-zijn.
Vanouds kent onze gemeente hoofdzakelijk twee stromingen, die worden aangeduid met de modaliteiten van de Confessionele Vereniging en de Gereformeerde Bond. Deze kennen al vele jaren een hecht samenwerkingsverband, dat in deze vorm welhaast uniek kan worden genoemd in de Ned. Herv. Kerk en dat plaatselijk bekend staat als het Compromis. De plaatselijke regeling schrijft daarover: Sinds geruime tijd bestaan de kerkenraden enerzijds uit leden die zich tot de Confessionele modaliteit en anderzijds uit leden die zich tot de Gereformeerde Bondsmodaliteit rekenen. Dit behoeft niet gebonden te zijn aan het lidmaatschap van de landelijke organisaties. De kerkeraadsleden erkennen en herkennen elkaar als broeders die ook samenwonen (Psalm 133 : 1) en aanvaarden elkaar als ambtsbroeders binnen de grenzen van Schrift en Belijdenis. De geest van het compromis leidt tot de navolgende opstelling: de wijkkerkenraden, de centrale kerkeraad, het groot moderamen van de centrale kerkeraad en voorzover mogelijk binnen de afzonderlijke ambten zijn op fiftyfifty basis samengesteld'.
Dit compromis heeft bijzonder zegenrijk gewerkt tot opbouw van de gemeente, al spreekt het vanzelf dat aan een compromis per definitie ook bepaalde spanningen inherent kunnen zijn. Het samenwerkingsverband heeft er ook toe geleid dat hier in tegenstelling tot veel Veluwse gemeenten pas heel laat een betrekkelijk kleine deelgemeente is ontstaan met een parttime predikantsplaats.
Uit het voorgaande kan ook blijken dat onze gemeente, intern gezien, binnen de grenzen van Schrift en belijdenis al heel lang in zekere zin een Samen op Weg-gemeente is geweest. Extern gezien ligt dit wel wat anders. Ook al bestaat er op verschillende gebieden (onderwijs, jeugdwerk en bejaardenzorg) een goede samenwerking met andere protestantse kerken ter plaatse, het huidige Samen op Weg-proces vindt in onze gemeente hoegenaamd geen klankbodem. Uit bovenstaande gemeenteflitsen moet men beslist niet opmaken dat wij ons zo'n voorbeeldige gemeente achten. Er zijn ook in Nunspeet niet alleen velen die niet (meer) kerkelijk meeleven of aan de rand van het kerkelijk leven zich ophouden, maar ook allen die nog van harte meeleven hebben steeds correctie en vooral ook verdieping van het geloofsleven nodig, terwijl ook een constante inspanning nodig is om het kerkelijke leven in goede banen te houden. Anders gezegd, het bovenstaande bedoelt geenszins een opsomming te geven van onze trouw en toewijding, maar veeleer te getuigen van Gods onverdiende trouw en zorg over onze gemeente. Bij alles wat wellicht anders en zeker ook beter zou moeten, worden wij gedrongen tot een vurig gebed om de voortdurende leiding en doorwerking van Gods Heilige Geest in het leven van de gemeente en van ieder persoonlijk.
Tenslotte nog iets over het kerkzegel van de hervormde gemeente Nunspeet. Ons kerkzegel is afgeleid van een afbeelding op één van de Avondmaalsbekers uit 1708, die nog steeds worden gebruikt bij de viering van het Heilig Avondmaal in de Dorpskerk. Het zegel laat een uitgestoken hand zien met daarin een oog en de tekst Hebreeën 11 : 27, terwijl het omschrift luidt: 't Gheloof eens christen is soo vast als of hij 't sagh en of hij 't tast". Moge ook in de toekomst dit geloof in gemeenschap met Gods kerk van alle tijden en plaatsen in onze gemeente beleden worden door oud en jong ter verheerlijking van Gods Naam en tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's