De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Irene van Lippe-Biesterfeld, dialoog met de natuur (2)

Bekijk het origineel

Irene van Lippe-Biesterfeld, dialoog met de natuur (2)

8 minuten leestijd

Het boek van prinses Irene is eigenlijk een autobiografie. Er is een heel stuk van haar levensgeschiedenis in verwerkt. Daarmee stelt ze zich kwetsbaar op. In het voorwoord schrijft een zekere Erik Hazelhoff Roelfzema dat hij haar de publicatie van het boek daarom ook heeft afgeraden. Maar Irene heeft toch doorgezet.

Ze schrijft heel fijngevoelig. Door haar persoonlijke ontboezemingen kijken we haar soms diep in het hart. Hier en daar schrijft ze haar teleurstelling, het verdriet en haar woede van zich af. Jammer dat we, tussen de dikwijls fijngevoelige woorden door, soms woorden of uitdrukkingen tegenkomen, die buiten het beschaafde Nederlands vallen.

Bijna alle bladzijden spreken van haar grote liefde tot de natuur. 'Alles in de natuur wacht geduldig op ons, zij kent en voelt onze vibraties (trillingen) en biedt ons haar onvoorwaardelijke liefde.'

Irene is ook gaan schilderen. Haar boek geeft zeven afbeeldingen van door haar gemaakte schilderingen, die alle met de natuur te maken hebben.

De natuur heeft een ziel

Maar er is meer. De natuur heeft een ziel, zegt Irene. We lezen dat al in het begin van het boek, in de Prelude (van Herman van Veen): 'Veel mensen hebben geen respect voor wat zij niet begrijpen. Hoe kun je een boom omhakken als je weet dat hij een ziel heeft? Hoe kun je een dolfijn doden als je weet dat hij kan praten? ' Irene werkt dat nader uit. Het contact met de natuur is, zegt ze, een van de wegen die leiden naar heelwording, van jezelf en van de aarde. De een vindt in de natuur troost en rust, de ander praat tegen de dieren, de planten en de bomen. Daarbij gaat het ook om de geestelijke wereld die achter de natuur zit. Dat te zien en te beleven heeft haar leven weer in evenwicht gebracht.

Vandaar dat Irene cursussen geeft, met als thema: de dialoog met de natuur. Dit jaar (juni 1996) is ze docente tijdens een ze­ vendaagse 'spirituele ontdekkingsreis' naar Zuid-Frankrijk, die gericht is op het herstellen van de dialoog met de natuur. Daarbij zal veel aandacht worden geschonken aan de verborgen mogelijkheden die elk mens heeft en aan de onzichtbare wezens der natuur. Een tweede reis is gepland in oktober en gaat naar Hawaï.

Oefeningen en voorbeelden

Irenes boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel gaf ik kort in het vorige artikel weer. Het tweede deel (blz. 157-183) geeft voorbeelden hoe we ons kunnen oefenen in het contact met de natuur en daarbij tot hoger bewustzijn te komen. 'Kijk naar een plant. Richt je aandacht er helemaal op. Richt daarna je aandacht bewust in de plant en voel het effect daarvan op je. Richt je aandacht vervolgens in het midden van je hoofd en kijk van daaruit naar de plant (...). Laat tenslotte de aandacht van de plant naar jou toekomen en wees je bewust hoe dat voelt. Op dat moment is er niets anders dan de plant en jij.'

En: 'Ga tegenover een boom of bloem zitten. Laat je tranen en emoties de vrije loop. Een boom kan die tranen en emoties best aan. Als je voelt dat je vol bent van de liefde van de boom of bloem, geef dan, al zittend en mediterend, die pure liefde terug'.

Dialoog met de Schepper

Ik moet zeggen dat ik een aantal dingen die Irene schnjft best kan meemaken. Mijn vrouw en ik zijn al jarenlang liefhebbers van kamperen, bij voorkeur op een rustig plekje, midden in de natuur. We kampeerden eens middenin de Dordogne, aan een meertje, zonder mensen om ons heen. Of in het dorpje in de Elzas waar Albert Schweitzer opgroeide, met het klaterend geluid en de heerlijke reuk van het water. We mogen gerust liefde en eerbied voor de natuur hebben. We hebben er dikwijls zo weinig tijd voor. We hebben er vaak ook weinig oog voor dat we de natuur vervui­ len. De vragen van de natuur en het milieu mogen een christen op het lijf geschreven staan, juist omdat hij niet gelooft in evolutie, maar in God, de Schepper. Laten we maar eens goed zien naar een viooltje dat staat te stralen, luisteren naar de kleine en grote geluiden in de natuur.

Dat stralen en die geluiden belijden we echter als afkomstig van de hand van God de Schepper. En dat mis ik in het boek van Irene. Haar boek heeft als titel: Dialoog met de natuur. Ik kan veel van haar boek meemaken als de titel was geweest (en de inhoud daarmee in overeenstemming): Dialoog met de Schepper.

Irene gaat zelfs nog een stap verder. Ze vergoddelijkt de natuur. Dat is anders dan bijvoorbeeld Franciscus van Assisi doet. Ook hij sprak met de vogels en de bloemen, en noemde ze zijn broeders en zusters. Hij legde zelfs een worm aan de kant van de weg, opdat een voorbijganger hem niet zou vertrappen. Maar Franciscus wist van God de Schepper. En het is ook anders dan Albert Schweitzer, met zijn 'eerbied voor het leven'. Ook Schweitzer beleed God als Schepper.

Geest van God

Irene gelooft ook in reïncarnatie. Lost het geloof daarin veel op? Het komt dikwijls voor dat mensen bij onopgeloste vragen of bij verdriet naar de reïncarnatiegedachte grijpen. Ik zoek het liever ergens anders.

Irene zoekt ook begrip en troost bij de geestenwereld. Ook dat is, gezien haar levensgeschiedenis, begrijpelijk. Maar de geesten van de geestenwereld zijn niet de Geest van God, die door Jezus de Trooster wordt genoemd. De geloof vast dat Die alleen werkelijk troost kan geven, enige troost (de Fransman spreekt van assurantie, verzekering) voor lichaam en ziel, voor leven en sterven.

Norm

Als de natuur God is, wat is dan de norm van ons leven? Wordt die dan niet in onszelf gelegd? Dat is hachelijk.

Als we echter van God als Schepper weten, is het niet: 'Beuk, wat zal ik doen? ', maar: 'Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal? ' En dat mis ik in het boek van Irene, Ik denk aan het voorbeeld dat zij noemt: dat, terwijl zij op de snelweg in België 180 km (!) rijdt en erg moe is, de zon tegen haar 'zegt': 'Rust maar uit', en ze achter het stuur van de auto een geweldige rust krijgt. Had 'de zon' niet tot haar moeten zeggen: 'Je moet terug naar 120, ik ben boos, je rijdt veel te hard, je vergroot de kans op ongelukken en je vernielt de natuur? ' In ieder geval is dat de norm van de Schrift.

De dialoog met de natuur in Irenes boek is me te vriendelijk. Een beuk kan niet boos zijn, zegt ze. Maar de Schepper kan dat wel. En dat is maar goed ook. Het is goed om naar Zijn normen te luisteren en niet naar wat wij menen dat de norm van de natuur is. Die is voornamelijk heel dikwijls onze eigen norm.

Onze verantwoordelijkheid

Ook wat Irene zegt van wat in Bosnië gebeurde, bevredigt niet. Irene zegt: 'Het klinkt hard, maar vanuit de zienswijze dat we hier op aarde lessen leren, moet je zeggen, dat het geweld in Bosnië erbij hoort. De mensen daar zijn aan het leren wat voor hen belangrijk is, net zo goed als een ander (en wij allemaal) dat elders doet. Je mag genieten, ondanks alle ellende in de wereld. Door te genieten straal je genietenergie uit, die de kosmos in straalt, wat bijdraagt aan het evenwicht in de wereld. Ik geloof het anders. Ik geloof in God de Schepper en Onderhouder van het leven. Ik belijd de gebrokenheid van het geschapene en de wereld door de zonde van ons mensen. Ik belijd Christus als de Heiland van zondaren en van de wereld. En ik geloof dat door Hem eenmaal alles nieuw zal worden. En dat wij worden geroepen tot het geloof in Hem.

Mijn God en mijn Vader

Ik wil best een pleidooi voor de natuur houden. Ik ben eventueel bereid tegen een beuk of een viooltje te zeggen: dag goede beuk of vriendelijk viooltje. Maar dan vooral omdat ik in de beuk en het viooltje de scheppende hand van God zie.

Ik vind het altijd zo zinvol, dat de Heidelbergse Catechismus in zondag 9 in een bijzin heeft gezet dat God alles geschapen heeft en in de hoofdzin: 'Dat de eeuwige Vader van onze Heere Jezus Christus, om Zijns Zoons Christus wil, mijn God en mijn Vader is'. Dat 'mijn God en mijn Vader' hoor ik Irene niet zeggen. En ik denk dat dat alleen haar en ons kan helpen.

Hoe groot zijt Gij

Laten we met de dichteres Joke uit 't Harde belijden:

Als ik de hemel zie
het kunstwerk van Uw handen
Als ik de golven zie
die breken op de stranden

Als ik de bergen zie
zo groot, zo onbewogen
Als ik de bliksem zie
een glimp van Uw vermogen

Als ik Uw schepping zie
zo schoon, zo onvolprezen
Als ik Uw namen zie
op al Uw werk te lezen
Hoe groot zijt Gij! en zie,
Gij wilt mijn Vader wezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Irene van Lippe-Biesterfeld, dialoog met de natuur (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's