Met de zuivere belijdenis nog iets van de schare bereiken
Delft, Pinksteren 1996
Een antwoord in briefvorm
Beste collega Van der Bas, Fijn dat je reageerde op mijn lezing voor de jaarlijkse C.O.G.G.-conferentie in Putten. Op de conferentie zelf bestreed niemand de bijbelse lijnen zelf (ook van de 'gescheiden' kerken niet). Noch van onze Consensus (Wat zegt de Bijbel over de kerk? ) noch van mijn toelichting en toespitsing (Mag afscheiden? ). Nu is er dus toch iemand - en wel in eigen kerk en richting! Je vraag is: was er bij de Heere Jezus Zelf en bij de apostelen na Pinksteren al geen breuk tussen kerk en Israël? Je houdt mij daarbij ook een indrukwekkende brief van Calvijn voor: hoe magistraal verdedigde Calvijn hier de Reformatie! Twee wezenlijke vragen! Ik antwoord voor de helderheid graag in artikelvorm.
1. Bijbels: Pinksteren een afscheiding?
- De Heere Jezus waarschuwde in Berg- en Eindrede zeker tegen valse profeten? En Hij deed dat niet slechts over de hoofden van de schare of de discipelen heen, nee, regelrecht in hun gezicht: wee u! (Dat moesten wij dan ook meer doen en dan ter zake en ter plekke, bv. naar de leiding van 'onze' kerk.) Maar de (historische!) vraag is dan of Jezus zodoende ook gebroken heeft met het verbondsvolk, de tempeldienst of de synagoge. Nee, dus. Hij predikte daar juist. Juist zij moesten het horen. Het is in deze lijn, dat Hij na kruis en opstanding Zijn discipelen gebood, dat zij niet van Jeruzalem scheiden zouden. Het is de heilige stad, de stad van de tempel, van de grote" feesten. Dat 'niet scheiden' is dus uiterst relevant, m.i. zelfs cruciaal!
- Op Pinksteren wordt inderdaad een nieuwtestamentische gemeente gevormd rond Woord en Sacrament. Maar was dat een afscheid van Jeruzalem en de tempel? Wij lezen niet of de apostelen nog meededen aan de offerdienst, maar zij preekten wel degelijk juist op het tempelplein tot het 'ganse huis van Israël'. En om die continuïteit gaat het. Uitgangspunt en doel.
- Na Pinksteren zijn de apostelen zeker gevangen en verhoord. Zij zeggen dan inderdaad: Wij moeten Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen'. Maar dit getuigden zij ter plekke bij de Raad. En na de raad van Gamaliel werden zij toch weer vrijgelaten. En zij gebruikten die vrijheid prompt: en zonder ophouden, iedere dag, leerden zij in de tempel (!) en aan huis en verkondigden het evangelie, dat de Christus Jezus is' (Hand. 5 : 12). Zij braken dus juist niet met de tempel. Daar brachten zij het Woord. (Zo moeten ook wij dat doen, ook en juist op plaatsen, waar wij tegenstand kunnen ontmoeten. Hebben wij zelf die moed ook, of sluiten wij ons op in eigen kring? ) De vrucht in Jeruzalem was wonderlijk: En het woord Gods wies en het getal der discipelen te Jeruzalem nam zeer toe en een talrijke schare van de priesters (!) gaf gehoor aan het geloof' (Hand. 6 : 7). Er staat niet bij dat die priesters toen hun ambt neerlegden! (Hopen wij nog dat niet-orthodoxe collega's ook zo door onze bediening worden gewoimen? )
- Het gaat bij het 'apostelconvent' inderdaad om de eenheid tussen jodenchristenen en heidenchristenen. Maar die jodenchristenen wilden op hun beurt ook niet breken met de andere joden, met de Wet, de tempel enz. Dat is geen 'veronderstelling' van mij, maar feit, getuige wat zij zeggen tegen Paulus (in Hand. 21 : 20-25).
Paulus wil op Pinksteren in Jeruzalem zijn en daar zeggen christenjoden tegen hem: 'Gij ziet broeder, hoevele duizenden (murioi, tienduizenden!) er onder de Joden gelovig zijn geworden en allen zijn zij ijveraars voor de wet; nu heeft men van u verteld, dat gij alle joden onder de heidenen afval van Mozes leert, door te zeggen dat zij hun kinderen niet behoeven te besnijden, noch naar de gebruiken te leven'.
Zuiver u dan van die blaam, 'dan zullen allen bemerken dat van alles, wat men hun van u verteld heeft niets waar is, maar dat gij ook zelf medegaat in de onderhouding van de wet'. (En dan beroepen zij zich op het apostelconvent.) Duidelijk is dus dat Jodenchristenen zich strikt aan de Wet hielden, al lieten zij heidenchristenen vrij. Zij wilden geen breuk! Toen Paulus toch gegrepen werd, greep hij de kans om aan het volk zijn bekering te vertellen en bij de Raad de opstanding in het geding te brengen.
- De breuk kwam toch: vooral in de diaspora, in Corinthe en Efese, het zgn. oerschisma. Maar alleen: bij lastering van de naam, alleen per plaats, altijd met hartzeer over en hoop voor Israël, en vooral: om de schare der heidenen beter te kurmen bereiken. Mag ik vragen: zijn wij het daar nu echt mee eens?
2. Historisch: reformatie een afscheiding?
De reformatie zou zich m.i. hebben kunnen beroepen op het 'oerschisma'. Want in Rome was dan ook de enige bron, en de enige weg en dus de enige Naam in geding. En dat werd dan ook door Trente vervloekt. Tegen dat front schreef Calvijn zijn magistrale brief tegen kardinaal Sadoletus. Indrukwekkend, inderdaad. Het bracht hem overigens juist terug naar zijn moeilijke post in Geneve. Zo vervolgde hij de taaie worsteling om het liberale Geneve te reformeren. Maar Calvijn betrok daar ook in toenemende mate twee fronten: niet alleen tegen Rome, maar ook tegen de Dopers. Over 'evenwicht' gesproken! Er zijn in zijn Institutie wel tien citaten tegen afscheiding te vinden (Inst. IV, I, 10 (2x), 11, 12 (2x), 13, 14, 15, 16, 18, 19). Dan zegt diezelfde Calvijn van de profeten, dat zij juist niet afscheidden van Israël! Ik citeer:
'Vreselijk zijn de beschrijvingen, waarmee Jesaja, Jeremia, Joel, Habakuk en anderen de gebreken van de Jeruzalemse kerk bewenen. Onder het volk, onder de overheid, onder de priesters was alles zo verdorven, dat Jesaja niet aarzelt Jeruzalem gelijk te stellen aan Sodom en Gomorra... En toch richtten de profeten des wege geen nieuwe kerken op... Indien de profeten een gewetensbezwaar hadden om zich wegens de zeer vele en grote misdaden niet van een of twee mensen, maar van bijna het hele volk, van de kerk te vervreemden, matigen wij ons al te veel aan, wanneer wij ons terstond aan de gemeenschap der kerk durven onttrekken, wanneer niet aller zeden overeenkomen met ons oordeel of ook met de christelijke belijdenis' (IV, I, 18). En dan de apostelen van het Nieuwe Testament. 'Onder de Corintiërs hadden niet weinigen gedwaald, maar bijna het gehele lichaam was door besmetting aangetast... Wat doet nu de heilige apostel? Zoekt hij een scheiding van hen? Verstoot hij hen uit het Rijk van Christus? Treft hij hen met de laatste bliksem der vervloeking? Hij doet niet alleen niets van deze dingen, maar hij erkent en predikt, dat zij is een kerk van Christus en een gemeenschap der heiligen' (IV, 1, 14).
Daarom kan men de Reformatie evengoed geen 'schisma' noemen. Van Ruler noemde de Reformator geen 'verhuizing' maar 'grote schoonmaak'. Luther bleef preken in de (ongeschoonde) Stadskirche van Wittenberg, Zwingli in de (geschoonde) Stadskerk van Zurich en Calvijn ging preken in de St. Pierre in Geneve. In dezelfde middeleeuwse kerken dus, voor hetzelfde volk, ononderbroken. De kudde bleef in de kooi. Bovendien wilde Calvijn theologisch een brug slaan tussen Luther en Zwingli: Calvinus Oecumenicus (zegt Nijenhuis). Het is hem helaas maar half gelukt. Maar het ging Calvijn wel degelijk om de éne echt-reformatorische kerk in Europa.
De Hugenoten in Frankrijk stichtten noodgedwongen een illegale ondergrondse kerk (noem dat eventueel een 'afgescheiden' kerk) en de Nederlandse calvinisten deden dat als vluchtelingen in Duitsland eerst ook (synode van Emden, 1571), maar na de Opstand (1572) konden zij weer terugkeren naar Holland en kregen zij daar de dorps-en stadskerken terug tot de kathedralen toe. Daar hoorde, zodra het weer kon, het Woord verkondigd te worden aan het volk. In de Nederlanden onstond dus een mengvorm van de Geneefse 'verbondskerk' en de Franse 'belijdeniskerk'. Niet de dominees maar de regenten beriepen zich daarbij op Geneve: 'die van Geneven hebben wy met goet recht naeghevolcht' (citeert Speelman in zijn dissertatie Calvijn en de zelfstandigheid van de kerk, p. 187). Het ging de kerk zeker om de zuivere belijdenis, maar dat in en voor heel de kerk en heel het volk. Hoe bewogen worstelden de mannen van de Nadere Reformatie met de hele schare. Brakel gebruikt dezelfde teksten als Calvijn (over Corinthe bv.). Daarom bleef ook het Reveil in de 19e eeuw hervormd, ondanks de niet-gereformeerde kerkorde (de zgn. reglementenbundels van 1816). Sinds ds. Moorees bleven hervormd-gereformeerde predikanten staan en staan nog altijd ook in middeleeuwse kerken en zo kunnen zij met de zuivere belijdenis nog iets van de schare bereiken en waar mogelijk de hele kerk terugroepen naar het Woord! Laten wij - juist als donkere wolken dreigen - onder Gods zegen met onze dure roeping op onze post blijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's