Openbaring van Jezus Christus
... en ter aarde gevallen zijnde, hoorde hij een stem, die tot hem zeide...' Handelingen (9 : 4) 'Want ik heb hetzelve ook niet van een mens ontvangen noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.' (Galaten 1 : 12)
Niet alleen in het boek Handelingen, maar ook in de brief aan de Galaten wordt ons bericht van een openbaring van Jezus Christus in het leven van Paulus. Met die geschiedenis zijn we, naar ik aanneem, vertrouwd. Als Paulus op weg is naar Damascus om de gemeente uit te roeien, wordt hem een halt toegeroepen. Hij wordt gewaar wie Jezus Christus in eigen persoon is, en zo wordt hij uitgezonden om de heidenen het Evangelie te verkondigen. Hier is sprake van een bijzondere roeping met een groot gevolg: Paulus wordt een belangrijk apostel en zijn brieven zetten een behoorlijk stempel op de christelijke gemeente.
Is het u wel eens opgevallen dat Paulus een aparte plaats inneemt in de kring van de apostelen? Hij hoort niet bij de twaalf discipelen en hij is ook niet via een officiële ambtsdragersverkiezing opgenomen in hun kring, zoals Matthias, die de plaats van Judas innam. Hij kent de Heere Jezus niet van Zijn omwandeling op aarde (naar het vlees), en aan hem is Hij ook niet verschenen vlak na de opstanding. Neen, er is openbaring van Jezus Christus in het leven van Paulus na de hemelvaart, na de verhoging aan de rechterhand van de vader. Dat is opmerkelijk. Trouwens, dat de hemel geen gesloten gebied is, lezen we ook op een andere plaats in het boek Handelingen, ik doel op het sterven van Stefanus. 'Maar hij vol zijnde van de Heilige Geest, en de ogen houdende naar de hemel, zag de heerlijkheid Gods, en de Zoon des mensen staande ter rechterhand Gods.' (Handelingen 7 : 55). De verhoogde Christus en de uitgestorte Geest reiken elkaar de hand en leggen zo een verbinding tussen hemel en aarde. Het wordt een mens gegeven de verhoogde Christus te zien en alle heerlijkheid die in Hem is weggelegd.
Na Pinksteren, na de uitstorting van de Heilige Geest is er op nieuwe wijze sprake van gemeenschap met Christus. En dan niet alleen op de wijze van de menselijke herinnering of de doorvertelling. Neen, het is meer, het gaat om een werkelijke tegenwoordigheid. Zoals we tijdens de avondmaalsviering aan de tafel, vlak voor het brood en de wijn uitgedeeld worden, de nodiging horen: laten we onze harten opwaarts in de hemel verheffen, waar Christus Jezus is, niet twijfelende, of wij zullen door de werking van de Heilige Geest met zijn lichaam en bloed aan onze zielen gespijzigd en gelaafd worden. De hemel is niet gesloten, Christus is niet verborgen. Op grond waarvan zeggen we dat? Zijn er dan zoveel getuigenissen en menselijke ervaringen van Christus? Soms wel, soms niet, en daar hoeven we ook niet alles aan af te meten. Maar we belijden dat het Pinksteren geweest is en dat God zelf zijn Geest heeft uitgestort. Op een andere plaats zegt Paulus: God heeft het ons geopenbaard door zijn Geest (1 Cor. 2 : 10). Het is Gods zaak, en wat Hij ter hand neemt keert niet ledig terug. De Heilige Geest openbaart Christus, maakt Hem op zodanige wijze bekend dat Hij ook tegenwoordig is. Dat gaat niet zachtzinnig en zonder slag of stoot. Paulus gaat ondersteboven. De strijd tussen vlees en Geest ontbrandt. Het zuchten en verlangen doet zijn intrede (Rom. 8).
Stefanus ziet de Zoon des Mensen en Paulus, op weg naar Damascus, hoorde een stem die zeide: Saul, Saul wat vervolgt gij Mij? En bij navraag blijkt dat deze stem van Jezus afkomstig is. De verhoogde Christus zit niet werkeloos toe te kijken, maar laat zijn stem klinken op de aarde en in het hart van een mens. 'Het behaagde God zijn Zoon in mij te openbaren.' (Galaten 1 : 16). Dat is meer dan: aan mij. Paulus krijgt niet alleen het ware zicht op de Heere Jezus, maar hij raakt ook vervuld van Christus. Dat is de meerwaarde van de bedeling van de Geest, Hij zal het uit het Mijne nemen - zo zei Jezus zelf - en het u verkondigen. En Paulus zegt in Galaten 2 : 20 'Christus leeft in mij'! Een geestelijke inwoning van Christus in een mens op aarde. De hemel is niet gesloten en Christus is niet verborgen! God is tegenwoordig.
Deze bijzondere roeping van Paulus maakt zijn apostelschap wel eigensoortig. Hij was geen discipel, niet één van de ooggetuigen, geen drager van historische continuïteit en apostolische volmacht. In de gemeente moet hij steeds opnieuw zijn apostelschap verdedigen, en welke grond heeft hij? Hij ziet zichzelf als een ontijdig geborene en zegt dat hij nadrukkelijk niet naar Jeruzalem gegaan is, naar degenen die vóór hem apostel waren, om aan hen als het ware zijn legitimatie te ontlenen. Hij moest het doen met de stem van Jezus uit de hemel. Meer grond onder de voeten was er niet. Eerst gaat hij dan de woestijn in, naar Arabie, in retraite. En daar heeft hij, naar ik aanneem, de betekenis van de openbaring van Jezus Christus in zijn leven overdacht.
Maar daar blijft het niet bij. Hoe zou het ook kunnen? De Heilige Geest die op Pinksteren in alle talen de Naam van Jezus Christus verkondigt, stuurt Paulus er op uit. God heeft zijn Zoon in mij geopenbaard, zo zegt hij, 'opdat ik Dezelve door het Evangelie onder de heidenen zou verkondigen' (Galaten 1 : 16). De Heere Jezus gaat niet schuil in de geschiedenis van een ver verleden, noch is Hij verborgen in de hemel, integendeel, de Heilige Geest gaat met zijn Naam de wereld in. Paulus is daarin een gewichtig instrument, hij is geroepen het Evangelie te verkondigen. Nog steeds heeft dat Evangelie dezelfde kracht. En zo openbaart de Heere zijn Zoon, zo ontstaat er strijd tussen vlees en Geest, zo zucht de ganse schepping.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's