De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De onmogelijkheid van de Gereformeerde Gezindte

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De onmogelijkheid van de Gereformeerde Gezindte

14 minuten leestijd

'k Verklap geen geheim door te zeggen, dat het met de gereformeerde gezindheid niet goed gaat. Zoals Dr. Berkhof eenmaal zijn boekje schreef: Crisis der Midden-Orthodoxie, zo kan vandaag een boek geschreven worden over de crisis der gereformeerde gezindheid. De papieren van deze gezindheid staan laag genoteerd. Het élan is er wat uit. Initiatieven zijn in andere handen overgegaan. Wij staan allen wat verbijsterd met de ogen te knipperen tegen de 20ste eeuw. De confrontatie met deze eeuw is in volle gang. Daardoor is de gang wat onzeker en aarzelend. Allerwege spreekt men van een heroriëntering. De gereformeerde gezindheid kan haar draai en gang nog niet geheel krijgen.

Daar komt bij, dat tegelijk met haar verscheurdheid een ontstellend ontkersteningsproces is ingeluid. Deze grijpt snel om zich heen en het einde ervan is nog niet in het zicht. De gereformeerde zede is hier en daar op hol geslagen. Oude tradities worden weggevaagd, nieuwe moeten vaak nog geboren worden. Wat wij ervoor terugkrijgen is vaak doorademd met het nihilisme.

Met dit al is de greep op ons volksleven verslapt. Wij hebben teveel binnenkerkelijke zorgen en problemen. Hoezeer het begrip voor elkanders kerkelijke positie toeneemt en daardoor de kijk op elkander soms verbetert of ook soms verslechtert, de kerkelijke strijd verslindt mankracht, denkkracht en werkkracht, om van het geld maar te zwijgen, dat nodig aan een geestelijk stervende wereld moest worden besteed.

Ieder heeft het gevoel het in eigen kerk of groep niet meer aan te kunnen. De dijken zijn doorgestoken en doorgebroken. De 'veilige' wanden van de traditie zijn bezweken en zullen steeds meer bezwijken. Wij kunnen de mensen in vele opzichten de beste dienst bewijzen door hen te leren zwemmen in dit wassend getij. Velen worden meegezogen en weggezogen van het Woord af. Gehele gezinnen en geslachten zien wij verdwijnen.

Deze woorden sprak ds. G. Boer op de conferentie van het Contact Orgaan van de Gereformeerde Gezindte, die op 22 en 23 april 1964 in Woudschoten (Zeist) werd gehouden. Op 19 september 1963 was dit orgaan, onder deze naam althans, opgericht.

Sinds die oprichting is het er in de Gereformeerde Gezindte niet beter op geworden. De papieren van die gezindte, waarover ds. Boer sprak, zijn verder gedaald, het ontkersteningsproces verder voortgeschreden, de greep op het volksleven is verder verslapt en de verbrokkeling is verder doorgegaan.

Op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond typeerde ik de Gereformeerde Gezindte als 'pleister op een diepe wond, een alibi om aan de kerkelijke nood te ontsnappen, een gewetenssusser'. Ik voegde daaraan toe: 'En verder valt er kerkelijk gezien niets goeds van te zeggen'. Op deze woorden werd ik aangesproken tijdens de laatste bijeenkomst van het COGG (in klein verband). Viel er ook niet iets positiefs te zeggen? Er is toch recent binnen het COGG een mooie ecclesiologische consensus ontworpen, die met algemene stemmen is aanvaard?

Laat ik beginnen met op te rherken, dat het inderdaad verheugend is, dat zo'n consensus mogelijk bleek. Dat had ik ook best op de jaarvergadering kunnen zeggen. Maar men moet zich met zo'n consensus ook weer niet te rijk rekenen. Slechts ongeveer zestig personen waren aanwezig op de conferentie van het COGG, waarop deze consensus werd besproken. En vanuit bepaalde delen van de Gereformeerde Gezindte is deze ook al tegengesproken.

Tijdens de conferentie van 1964, waarop ds. Boer sprak, waren overigens niet veel méér mensen aanwezig (60 a 80 meldt de brochure over deze conferentie). Het is de jaren door immer een klein gezelschap geweest, dat de contacten binnen de Gereformeerde Gezindte onderhield. Hoe goed ook deze contacten waren, kerkelijk gezien heeft het niets opgeleverd.

Verbrokkeling

Op de jaarvergadering sprak ik niet over het COGG als zodanig, maar over de Gereformeerde Gezindte als geheel. Over het contactorgaan zei de voorzitter van het COGG prof. dr. N. H. Ridderbos in 1964, dat het COGG niet pretendeerde, dat de grenzen van de Gereformeerde Gezindte samenvielen met de grenzen van de vijf groepen, die in dit orgaan samenwerkten. Dat móést ook wel gezegd worden, gezien het ontbreken van bepaalde kerken. Van die vijf groeperingen waren de vertegenwoordigers in het COGG zelfs niet allen officiële vertegenwoordigers van hun kerk of groepering (ds. H. Rijksen nam op persoonlijke titel deel vanuit de Gereformeerde Gemeenten). Maar Ridderbos zei toen wel, dat het niet geoorloofd is 'met de ruggen naar elkaar toe te gaan staan of te blijven staan.'

Het was echter al te pretentieus — aldus Ridderbos — om als doelstelling voor het COGG te kiezen 'het bevorderen van een­ heid tussen de deelnemende kerken of groeperingen'. Als doelstelling werd daarom de volgende formulering gekozen:

'het COGG wenst te bevorderen dat de deelnemende kerken of groeperingen met elkaar contact oefenen, opdat ze elkaar beter leren verstaan, elkaar aanspreken op de basis van Gods Woord en de drie formulieren van enigheid en op deze wijze dichter tot elkaar komen.' Als zodanig heeft het COGG vanaf de oprichting ook gefunctioneerd.

Het COGG is echter ook niet bij machte gebleken verder te komen dan enige contacten binnen een deel van de Gereformeerde Gezindte. Kerkelijk gezien is er van de Gereformeerde Gezindte niets goeds te zeggen. Het verbrokkelingsproces ging verder door, werd zelfs nog versterkt door de opkomende reformatorische zuil. Een deel van de reformatorische zuil staat buiten het COGG, een deel van het COGG staat buiten de reformatorische zuil. Een ander deel is ambivalent. Maar als geheel genomen is de Gereformeerde Gezindte een kerkelijke on-mogelijkheid gebleken. Verder dan een 'bescheiden' contactorgaan kwam het niet.

De conclusie moet zijn: verdeeldheid en versplintering, 'een samenstel van zonden en dwaasheden' (Ridderbos).

Convent

Intussen liet prof. dr. W. van 't Spijker op de laatst gehouden conferentie van het COGG een proefballonnetje op. Hij kwam erover te spreken, dat het COGG moest worden omgezet in een Convent van Kerken. Het COGG is naar zijn mening veel te vrijblijvend. In een nadere toelichting (RD 4 juni) verklaarde hij zich nader: 'Kerken die er rijp voor zijn moeten maar beginnen met zo'n convent'. Met kerken, die er rijp voor zijn, bedoelt hij dan kennelijk de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt (of hoopt hij zulks? ). Hier ligt dan al wèl het eerste probleem. Want uitgerekend de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt hebben tot heden zelfs de contacten binnen het COGG afgehouden. Zij participeren namelijk niet in het COGG. De Christelijke Gereformeerde Kerken participeren wèl, namelijk met hun deputaten voor de eenheid van gereformeerde belijders. Bij de Vrijgemaakt Gereformeerden heeft men een deputaatschap voor de eenheid van kerken in plaats van de eenheid van belijders. Wanneer prof. Van 't Spijker dan ook wil, dat de Christelijke Gereformeerde Kerken, samen met de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt, de aanzet geven voor een Convent, lijkt hij het christelijke gereformeerde deputaatschap ook naar het niveau van 'eenheid der kerken' op het eerste gehoor te tillen.

Overigens is de gedachte van een Convent niet nieuw. Op 16 en 17 mei 1962 werd namelijk een eerste conferentie voor de Gereformeerde Gezindte belegd door het toen geheten 'Gereformeerd Convent in oprichting'. Dat Convent bestond al vanaf 1957. Maar juist dat convent werd, als gezegd, in 1963 omgezet in het COGG. En nu komt prof. van 't Spijker dan weer op de conventgedachte terug, maar dan in de zin van een convent van kerken. De tijd zal leren of de idee van de christelijke gereformeerde hoogleraar meer is dan een proefballon.

De bond

Andere kerken kunnen aanschuiven, zegt Van 't Spijker. Hij beseft intussen zelf wel, dat éénheid van kerken ook met zo'n convent niet direct binnen bereik is. 'De opdracht moet luiden dat kerken moeten samenwerken waar dat kan', zegt hij. Samenwerking is echter wat anders dan eenheid. Maar of hij, wanneer hij naar dit lagere ideaal van samenwerking afdaalt, ook de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt meekrijgt, is dan weer de vraag, gezien hun 'hoge' kerkelijke ideaal. Dat Van 't Spijker in zijn idealen een trapje lager afdaalt, blijkt overigens verder uit het feit, dat ook de Gereformeerde Bond bij het convent mag aanschuiven. Dat kan immers alleen wanneer de nadruk ligt op samenwerking.

Wanneer als het convent, dat prof. van 't Spijker bedoelt, gericht is op samenwerking, is zo'n convent een veredeld COGG. Zodra echter zo'n convent een écht kerkelijk convent wordt, is de vrijblijvendheid en de reeds genoemde bescheiden doelstelling van het COGG overstegen. Maar dan is het wel de vraag hoe zo'n convent zich verdraagt tot en bestaan moet naast de organen voor de kerkelijke samensprekingen, die al sinds jaar en dag, hoewel zonder (noemenswaardig) resultaat, gehouden worden tussen enkele kerken van gereformeerde signatuur.

Tobben

Het blijft al met al tobben met de Gereformeerde Gezindte in Nederland. Als hervormde gereformeerden hebben we als het om de Gereformeerde Gezindte gaat — ik zei het ook op de jaarvergadering — ambivalente gevoelens. In de belijdenis verbonden, zijn we nochtans van velen die, evenals wij, van harte de gereformeerde belijdenis zijn toegedaan, kerkelijk gescheiden. Het Samen op Weg-proces compliceert bovendien momenteel onze kerkelijke positie als hervormde gereformeerden, met daarbij ook onze positie in de Gereformeerde Gezindte. Het ideaal van Groen van Prinsterer inzake de Gereformeerde Gezindte lijkt alleen maar verder terug te wijken.

Op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond was er een schriftelijke vraag, waarin werd gesteld, dat een meerderheid van de Christelijke Gereformeerde Kerken zit te wachten om terug te keren naar de kerk der vaderen. 'Als nu de hervormd gereformeerden daadwerkelijk en bloc hervormd zouden blijven zou de weg voor hen open kunnen zijn.' Dit is wel weer een gans andere constructie dan die van een convent van kerken. Maar méér dan een constructie is dit ook niet.

Het verlossende woord wordt nergens gesproken. De Gereformeerde Gezindte heeft in haar grote verdeeldheid ook de oplossing niet voor het kerkelijke vraagstuk in gereformeerde zin. In het Samen op Wegproces hebben we als hervormde gereformeerden, ook binnen die gezindte, de oplossing niet. In de verdeeldheid van het gereformeerde leven, binnen en buiten de Hervormde Kerk, komen velen ook niet verder dan constructies, die niet veel meer zijn dan gedachtenspinsels zonder effect. Geen enkele constructie blijkt zodanige geestelijke kracht te hebben, dat er meer eenheid van gereformeerden in dit land ontstaat. Integendeel, toenemende organisatie betekent toenemende verbrokkeling.

We komen er achter, dat het gebed nodig is of de Heere Zelf, in de weg van diepe verootmoediging van alle gereformeerden in dit land, nog voor doorbraken zou mogen zorgen, wil er nog enig perspectief zijn. Het mag dan zo zijn, dat, als het gaat om kerkelijke meelévendheid, relatief gezien het gereformeerde leven in dit land nog het meest intact is, kerkelijk gezien is het gereformeerde leven het meest on-mogelijke. Geen verdeelder wereld dan de gereformeerde wereld. Er is kennelijk geen weg, die voor allen, die naar de gereformeerde belijdenis willen leven, mogelijk is.

Verbond

Wat moeten we doen? In de kerkelijke ontreddering, ook binnen de Gereformeerde Gezindte, kan slechts beleden worden: niets, de Heere moet het doen.

'Wat hebben wij te doen? ', was ook één van de vragen, die ds. G. Boer stelde in zijn genoemde referaat voor het COGG in 1964. Ik geef twee behartigenswaardige citaten:

'Zal het ooit tot genezing komen, dan dienen wij terug te keren tot Hem, die ons verslagen en gescheurd heeft en op ons wacht om genadig te zijn. Om te beginnen zijn wij één in de schuld, in de solidariteit van de schuld, dat wij Gods gemeente op aarde zo toegetakeld hebben. Daarover mogen wij treuren met die droefheid naar God, die een onberouwelijke persoonlijke en kerkelijke bekering tot zaligheid werkt. Deze droefheid gaat nogal wat dieper dan een zucht, die wel enige lucht geeft, maar niet de zuurstof van Gods genade, waardoor leven en vrede mogelijk is. Midden in het kerkelijke puin staat hoog opgericht (of staat Hij op vertrek? ) de Christus der Schriften, die zegt: Komt allen tot Mij, gij, die vermoeid en beladen zijt ook door uw kerkelijke schuld en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u en andere jukken zullen van uw schrijnende kerkelijke schouders vallen. Leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart en gij zult rust vinden voor uw zielen, ook voor kerkelijk gewonde zielen.

Merken wij Hem op? Ziet Hij u niet aan? De grote bevrijding komt alleen van de grote Bevrijder van de Kerk: Jezus Christus,

'k Bedoel dit niet als een goedkope stichtelijkheid, nog minder als een kerkelijke dooddoener en ook niet als een vlucht uit de moeilijke kerkelijke practijk. 'k Bedoel dit als een bekering midden in de kerkelijke zorg, als een rechte inleiding in de kerkelijke houding en verhouding, als een deur tot de plaats, waar wij een door het bloed van Christus gereinigde consciëntie ontvangen. Dat is: aan de voeten van Christus. Dan krijgt Hij voeten - het zijn doorwonde voeten - in ons kerkelijk puin en in onze harten.'

Maar ds. Boer zegt ook meer. Hij spreekt ook over het verbond:

'Hoeveel verschillen er zijn inzake het verbond tussen het Oude en het Nieuwe Testament, daarop ga ik nu niet in. Het gaat mij nu over de parallel van het verbond in de beide Testamenten. Wij mogen zelfs zeggen, dat gemeente en verbond - mits gelaten in de bijbelse verbanden en mits gevuld met de rechte prediking - in het Nieuwe Testament bijna correlate woorden zijn.

Dit betekent voor ons onderwerp, dat wij de grenzen van het verbond niet bij de grenzen van eigen kerk hebben te zoeken. De grenzen in de uiteindelijke zin zijn voor ons niet te bepalen. Die ziet God alleen. De grenzen, die door ons kunnen worden waargenomen, worden door de prediking getrokken. Ten diepste valt het verbond naar zijn inhoud en omtrek alleen en bij voorkeur open in de prediking. Dit kan een bevrijding inhouden van allerlei rationalisaties en beschouwingen over het verbond, die in de Gereformeerde Gezindheid helaas aanleiding hebben gegeven tot spanningen en scheuringen. Waarom? Niet alleen omdat wij ten dele kennen, maar vooral omdat wij het gevaar lopen het verbond naar zijn inhoud en omtrek denken te kunnen verstaan zonder de actuele verkondiging van het Woord Gods. Midden in de prediking, als centrum van de verbondsgemeenschap, staat Christus Zelf. Hij roept samen, hij vergadert, Hij bewaart.

Daarmee is dan ook gegeven, dat de grenzen van het verbond beweeglijk zijn. Deze grenzen blijven niet precies gelijk. Zij zetten zich uit en krimpen in naarmate de levende Christus met de volheid van Zijn Geest in de gemeente aanwezig is. Staat het hart van de gemeente in laaiende gloed door de gemeenschap met Christus, dan is er de groei naar buiten en de trekkracht op hen, die buiten staan. Zinkt dit hart ineen, dan is er de verschraling en inkrimping.

Deze beweeglijke grenzen van het verbond doen niets af aan de historische voortgang van het verbond. Het is met Abraham en zijn nageslacht begonnen en het wordt met de gelovigen en hun nakomelingen voortgezet. Over deze historische lijn wandelt Christus, hij gaat met de generaties mee en het welbehagen gaat door Zijn hand gelukkig voort.'

Beweeglijk

'De grenzen van het verbond zijn vanuit de voortbewegende Christus beweeglijk', zegt Boer. De voortbewegende Christus! Op Hem mag onze hoop gevestigd zijn, omdat Hij onze Hoop is. Zolang Christus nog onder ons Zich beweegt in de prediking van het Woord, is er de gestalte van het verbond. Daar alleen ligt nog de pleitgrond, allereerst voor de kerk en, daaraan ondergeschikt, ook voor gereformeerden van en binnen welke kerk dan ook.

Als we zo als gereformeerden in dit land, in een gemeenschappelijk besef van schuld, elkaar nog maar op het oog hebben, al was het alleen maar in de gemeenten, waar het hart van de kerk en van het verbond klopt.

Zolang wij nog 'mogelijkheden' overhouden, zou een nieuw begin wel eens on-mogelijk kunnen blijken. In de weg van de on-mogelijkheid zou nog een deur geopend kunnen worden tot begaanbare wegen in deze tijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De onmogelijkheid van de Gereformeerde Gezindte

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's