Catechisanten,hoe ga je met hen op weg? (2)
Op de vraag hoe je als predikant/catecheet met je catechisanten op weg gaat, zijn in het vorige artikel vier antwoorden geformuleerd: (1) door een relatie met hen aan te gaan; (2) door hen een boodschap te brengen; (3) door hen echte ruimte te bieden; (4) door samen met hen een doel voor ogen te hebben. Op de eerste twee punten zijn we wat nader ingegaan. Nu volgen de beide overige aspecten.
3. Ruimte
Bij dit onderdeel gaat het mij vooral om de geborgenheid die catechisanten als het goed is in de gemeente van Christus kunnen ervaren. Ze leven in een turbulente tijd. Er is voor hen geen vast en voorgegeven patroon, maar ze worden al jong voor keuzes gesteld. Wat betekent de gemeente voor hen? In het kader van een project zijn we binnen de HGJB bezig met de vraag naar de participatie van jongeren in de gemeente. In de Waarheidsvriend kunt u daarover regelmatig lezen. Eén van de verontrustende uitkomsten van ons bescheiden onderzoek onder meelevende jongeren in hervormd-gereformeerde gemeenten is dat ze de gemeente veelal ervaren als een zaak van en voor ouderen: de kerkdiensten gaan zoals de ouderen willen dat ze gaan, gemeenteavonden zijn voor ouderen bestemd en als jongere val je daar uit de toon, het beleid wordt door ouderen gemaakt waarbij je als jongere best wat mag zeggen, maar toch niet echt serieus wordt genomen.
Ik ben mij ervan bewust enigszins te generaliseren en te chargeren. Maar als maar de helft van deze geluiden reëel zou zijn, is de situatie nog ernstig genoeg en is er over de hele linie diepgaande bezinning nodig over de vraag wat het inhoudt een kind-en jeugdvriendelijke gemeente te zijn en hoe we naar dat ideaal op weg kunnen zijn.
Maar wat is het dan mooi warmeer de jongeren in elk geval de catechisatie ervaren als een moment in het gemeente-zijn dat van hèn is en dat er voor hen is. Daar kun je openhartig praten over alles wat met geloof en kerk te maken heeft, daar vind je voor jouw mening een open oor en hart. Het gaat er niet om dat jongeren altijd hun zin zouden moeten krijgen in het beleid van de gemeente. Ze beseffen zelf ook heel goed dat zoiets niet mogelijk is. Maar ze vragen wel om ruimte voor hun eigen inbreng, waarbij niet maar de traditie of dé opvatting van de ouderen, maar de Bijbel zelf, en de Bijbel alleen, hun kritisch tegenover is.
Deze plaats voor jongeren is ook een vrijplaats in die zin dat er ruimte moet zijn voor het uiten van soms onbezonnen en ongenuanceerde opvattingen en ideeën. De catecheet zal niet nalaten op zijn/haar beurt naar voren te brengen hoe hij/zij het ziet, naar beste weten in overeenstemming met het bijbels getuigenis. Maar het is voor de jongeren zoveel waard om zonder dat ze bij voorbaat als ketters of links worden geëtiketteerd met eigen meningen naar voren te kunnen komen. Gebeurt dat etiketteren namelijk wel doordat de catecheet op subtiele wijze laat merken de betreffende catechisant toch wel wat 'verdacht' te vinden, dan is het met de openheid in gedachtewisseüng gedaan en is de vereiste veiligheid en geborgenheid ver fe zoeken.
Hier ligt ook een opdracht om catechisanten te leren openheid en veiligheid te bieden aan elkaar. De catecheet moet streng bewaken dat elke catechisant die dat wil onbekommerd zijn of haar verhaal kan vertellen. Anderen mogen hem of haar niet in de rede vallen of kritiseren. Het gaat erom dat een persoonlijk verhaal in de groep echt geaccepteerd wordt en dat er pas vanuit die acceptatie een gedachtewisseling plaatsvindt. Het is zegenrijk wanneer in een catechisatiegroep iets van openheid in communicatie over geloof kan worden geleerd. Maar dat kan alleen op basis van wederkerige acceptatie. De catecheet heeft een cruciale rol in het scheppen van zo'n tegelijkertijd open en veilig klimaat en wel door niet als de doctrinaire schriftgeleerde, maar als de invoelende priester naar voren te komen. Dat betekent dan natuurlijk weer niet dat hij/zij geen standpunt mag huldigen. Dat moet zelfs, maar de vertolking ervan geschiede in de toonaard van een persoonlijk getuigenis en met openheid voor de blijvende vragen.
Nu is er bij dit alles een gevaar, namelijk dat de catechese een eiland wordt in het gemeenteleven. Maar we willen er juist naar toe dat de catechisanten zich thuisvoelen in heel de gemeente en niet alleen op de catechisatie. Daarom is het nodig dwarsverbindingen te leggen. Waarom niet van tijd tot tijd op de catechisatie een kerkdienst mee-voorbereiden? In de catecheseweek na de dienst kan deze dan geëvalueerd worden, met name in de vorm van een preekbespreking. Ook is het goed om op een catecheseavond een gemeenteavond te houden, waaraan dan de catechisanten en bloc deelnemen en waarbij ouderen en jongeren via gespreksgroepen met elkaar in contact komen. Er zijn andere mogelijkheden te bedenken. Je zou ook allerlei opdrachten in het kader van gemeenteopbouw, bijvoorbeeld pastorale en diakonale mini-projecten, met de catechisanten kunnen uitvoeren.
Kleine dingen kunnen heel belangrijk zijn. Laatst was ik gastpredikant in een gedegen hervormd-gereformeerde gemeente en keek wat verbaasd op toen ik ineens via de luidspreker in de consistoriekamer een meisje de afkondigingen hoorde voorlezen. De kerkenraad vertelde mij dat het al jaar en dag de gewoonte was dat catechisanten om de beurt deze taak vervulden. Een klein, maar toch betekenisvol teken dat de kerkdienst en heel het gemeenteleven ook de zaak van onze jongeren is!
4. Doel
Het gaat ons uiteindelijk om de begeleiding van jonge mensen naar een heel bepaald doel. Het is onze vurige hoop dat ze mondige, volwassen christenen worden, die leven in geloofsverbondenheid met Christus. Wij willen hen, om nog eens met prof. Ter Horst te spreken, de weg wijzen naar Jeruzalem en op die weg een eindje met hen oplopen als schatbewaarders, tuiniers, herders, gidsen en priesters. We spreken liever niet van 'geloofsoverdracht', omdat die term teveel suggereert dat wij mensen de vonk zouden kunnen doen overspringen of dat het geloof zoiets zou zijn als een pakketje waarheden dat van generatie op generatie kan worden overgeleverd. Maar wat we wel graag willen, is dat mede via de catechese het geloof dat we zelf deelachtig zijn geworden in de lijn van de voorgeslachten en door het wederbarende werk van de Heilige Geest in onze harten, ook door een nieuwe generatie zal worden gekend. En dat onze jonge mensen op hun eigen specifieke wijze, elk met de hem of haar in het bijzonder geschonken gaven, de weg van de navolging van Christus zullen leren gaan.
Uiteindelijk gaat het om niet minder dan een hartezaak, die bovendien van eeuwigheidsbelang is. Een in dit verband vaak aangehaald citaat is van de oudvader Wilhelmus a Brakel. Hij schrijft: Ik kan niet zien hoe een predikant met een goed gemoed kan leven en sterven, als hij zijn werk niet maakt van catechiseren.' Vandaag kunnen we dat citaat met een gerust hart verbreden naar alle catecheten en catecheseteams. Het is maar geen liefhebberij, geen hobby die ons naar de catechetische ontmoeting drijft. Het is de Heilige Geest zelf die ons deze taak op het hart en op de schouders legt. We worden ten diepste gemotiveerd door de overtuiging dat het volk verloren gaat wanneer het geen kennis heeft (naar Hosea 4 : 6), dat wil zeggen: existentiële kennis, bevindelijke kennis, levende kennis van God en van Christus.
Met deze overtuiging staat en valt catechese in gereformeerd perspectief. Wij ontmoeten onze catechisanten als kinderen van het verbond aan wie van jongs af aan grote voorrechten geschonken zijn. Maar ook als Adamskinderen die een nieuwe geboorte, een herschepping van Godswege nodig hebben. Dat geeft naast vreugde ook diepe ernst aan ons catechiseren. Dat maakt ook dat we niet zonder voortdurend gebed dit werk kunnen doen en dat het persoonlijk getuigenis vanuit de eigen verborgen omgang met God onze catechese kleur en kracht geeft.
Catechiseren is geen gemakkelijke opdracht. De praktijk brengt veel moeite en niet zelden teleurstellingen met zich mee. Maar vanuit de overtuiging dat de catechisatiekamer werkplaats van de Heilige Geest is en dat Gods welbehagen doorgaat ook onder de aankomende generaties, doen we dit mooie werk. We staan en gaan onder de koepel van Gods genadeverbond en in het perspectief van Gods koninkrijk. In afhankelijkheid en vooral ook in verwondering dat wij dit werk doen mógen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's